13 maart 2012
Nieuws
1. U bent in september 2011 aangetreden als voorzitter van Olympisch Vuur. Waar komt voor u persoonlijk de drijfveer vandaan om met het Olympisch Plan 2028 aan de slag te gaan?
“Van jongs af aan ben ik ontzettend sportminded. Vroeger deed ik vijf sporten tegelijk: tennis, tafeltennis, hardlopen, fietsen en hockey. Ik was erg fanatiek, maar op een gegeven moment kwam er de klad in. Het Kamerlidmaatschap kon ik nog wel combineren met sporten, maar toen ik lid werd van het Europees parlement werd het lastiger. Het was reizen, reizen, reizen en op een gegeven moment had ik geen puf meer om te sporten, althans dat dacht ik. Het gekke is dat je van sporten eigenlijk juist meer puf krijgt, maar daar ben ik pas later achtergekomen. Toen ik minister was, zei mijn jongste broer wel eens tegen me: ‘Camiel, je bent echt in je baan aan het groeien.’ En dan had hij het niet over mijn functioneren. Als ik nu nog wel eens foto’s van mezelf uit die tijd terugzie, poeh... Een van de geweldige bijkomstigheden van mijn rol bij Olympisch Vuur is dat ik weer heel direct met de sport zelf bezig ben. Die liefde voor de sport zit heel diep. Los daarvan heb ik een enorme bewondering voor de mentaliteit van topsporters. Doorzetten, doorbijten, geloof in eigen kunnen, positivisme, samen de schouders eronder. Die mentaliteit kan ons land goed gebruiken.”
2. In uw eerste halfjaar als voorzitter bent u niet veel zichtbaar geweest als boegbeeld van Olympisch Vuur. Op het Jaarcongres treedt u vandaag wel op de voorgrond. Kunnen we dat in de toekomst meer verwachten en is uw rol bij Olympisch Vuur te combineren met uw drukke baan bij de KLM?
“Aan de buitenkant ben ik de afgelopen maanden misschien niet veel zichtbaar geweest, maar van binnenuit des te meer. Bij mijn aantreden een half jaar geleden was er ook kritiek dat Olympisch Vuur te weinig naar buiten trad en ook toen heb ik gezegd dat het een lange weg is, dat we het rustig aan moeten pakken. De boog kan niet altijd gespannen zijn en in de topsport is het belangrijk om te pieken op het juiste moment. We werken aan een traject dat nog zestien jaar duurt. Ik heb het afgelopen halfjaar veel gesprekken gehad buiten de camera’s. We maken de bewuste keuze om eerst goed op te bouwen, eerst de inhoud goed op orde te hebben en dan pas naar buiten te treden. Het zou niet slim zijn onszelf te overschreeuwen. Komend jaar zullen we een aantal inhoudelijke stappen zetten en als er nieuwsmomenten zijn, zullen we daarmee naar buiten treden.”
“Ik zit hier niet als vrijwilliger voor een half jaar. Toen ik hierin stapte, heb ik mijzelf voor langere tijd gecommitteerd. Dat is uitstekend te combineren met mijn werk. Dit is vrijwilligerswerk in de goede zin van het woord. Het gaat erom dat ik dit vooral zelf graag doe. Natuurlijk is het wel een kwestie van goed plannen, maar dat was bij mijn voorganger Ivo Opstelten niet anders. Hij had ook gewoon een voltijds baan naast zijn functie bij Olympisch Vuur. Ik moet als boegbeeld de grote lijnen uitzetten en de contacten leggen. Daarnaast hebben we een team dat voltijds met het plan bezig is en we hopen op dit congres meer private betrokkenheid te genereren, waarmee de armslag een stuk groter wordt. Het zit dus vooral in de kwaliteit van het werk en niet in de kwantiteit van de vergaderuren.”
3. In uw openingstoespraak op het congres zei u: ”We zijn er om de Spelen naar Nederland te halen en niets minder.” Voor velen is het binnenhalen van de Spelen ondergeschikt aan de missie om Nederland op allerlei vlakken naar olympisch niveau te tillen. Staat voor u die missie voorop, of het doel om in 2028 daadwerkelijk die Spelen binnen te halen? En moet het per se in 2028 zijn, of kan het ook in 2024 of 2032?
“Olympisch Vuur heeft als hoofddoel het draagvlak voor Olympische Spelen in Nederland te vergroten. Dat doen we door tal van activiteiten te initiëren die goed zijn voor Nederland op de drie terreinen waarin we de eerdere acht Olympische ambities hebben samengebracht: vitale samenleving, excellente prestaties en economische impact. Er zijn heel veel partijen betrokken bij een mogelijke voordracht, voorop natuurlijk NOC*NSF. Maar ook de uiteindelijke kandidaatsstad, de minister... Al die partijen moeten besluiten ervoor te gaan. Uit het verleden weet ik dat je alleen iets voor elkaar krijgt als je de drive hebt en ook uitspreekt het echt te willen doen. Of het dan uiteindelijk ook lukt, hangt nog altijd van een heleboel factoren af, maar de drive moet helder zijn: die Spelen binnenhalen. We hebben in Lausanne gesproken met Carlos Nuzman (de voorzitter van het Braziliaanse bidcomité dat de Spelen in Rio de Janeiro binnenhaalde, red.). Hij was daar heel duidelijk in: als je niet vanaf het begin duidelijk maakt welke ambitie je hebt, verlies je aan kracht. Als je ambitie uitstraalt, zelf je nek uitsteekt, kun je mensen meekrijgen.”
“Waar we op mikken is helder: de Spelen van 2028. Maar we moeten eerst zorgen dat Nederland in de positie komt dat we in staat zijn een goed bid op tafel te leggen. Ik wil echter niet uitsluiten dat als de omstandigheden zo uitkomen, we kijken naar andere opties. 2024 of 2032? Het zou kunnen. Je weet nooit welke andere steden in aanmerking komen, waar de Olympische Spelen in 2020 en 2024 zijn. De kans dat de Spelen twee keer achter elkaar in Europa worden gehouden, is natuurlijk niet zo groot. Die zaken hebben allemaal invloed en er zullen altijd momenten komen dat je erover moet denken om de wissel te verzetten. Nuzman zei ook: ‘You have to lose twice in order to learn’. Maar ik geloof heilig dat het ons in 2028 gaat lukken.”
4. Hoofddoel van Olympisch Vuur is het vergroten van draagvlak. Uitgerekend vorige week kwam het Mulier Instituut naar buiten met de resultaten van het jaarlijkse draagvlakonderzoek. Het percentage voorstanders van de Olympische Spelen in Nederland was gedaald van 41 naar 30. Maakt u zich zorgen?
“Ik denk dat iedere Nederlander enthousiast is voor de sport. Als je ziet hoe het beleefd wordt, hoe we met zijn allen op de banken staan als het Nederlands elftal wint en als onze atleten het goed doen, dat zit gewoon goed. Maar natuurlijk is er zorg in de samenleving. Ik heb het draagvlakonderzoek van kaft tot kaft gelezen en je ziet dat er drie zorgpunten zijn: als eerste de kosten, als tweede de overlast en als derde de zogenaamde white elephants. Die punten zijn alledrie relevant. Als ik naar de kosten kijk: alle Spelen na de editie van 1980 in communistisch Moskou hebben geld opgebracht. Natuurlijk halen mensen Athene aan als voorbeeld, maar de problemen van Griekenland komen ergens anders vandaan. Dat heeft ermee te maken dat Griekenland binnen de Europese Unie aan heel andere regels gebonden is dan onder het monetaire beleid van vroeger. Ondanks de grote problemen is Griekenland erin geslaagd goede Spelen te organiseren en de vraag wat dat economisch heeft opgebracht, is vaak een definitiekwestie.”
“Laat ik het bij Nederland houden. Er is een onderzoek geweest naar de maatschappelijke kosten en baten. Als minister heb ik veel kosten-batenanalyses gezien maar nog nooit zo lang van tevoren. Dat betekent dat het onderzoek met enorm veel onzekerheden kampt. De huidige berekeningen komen uit op een tekort van 1,1 tot 1,8 miljard euro. De onderzoekers hebben de positieve effecten welbewust heel voorzichtig ingeschat. Voor mij is de belangrijkste conclusie dat de onderzoekers ook een scenario zien waarin de Spelen een positieve economische en maatschappelijke waarde hebben. Daar ligt onze uitdaging. Als we de partijen samenbrengen en kijken hoe we zo kunnen investeringen dat het hele land ervan profiteert, ben ik ervan overtuigd dat het draagvlak alleen maar zal toenemen.”
“Dan is er natuurlijk nog het punt van de overlast. Die overlast is tijdelijk en als mensen zien dat het op termijn een betere infrastructuur oplevert voor Nederland zijn zij zeker bereid die overlast voor lief te nemen. Een oud-directeur-generaal van Verkeer en Waterstaat (het huidige I & M, red.) zei eens tegen mij: ‘Als we die extra rijbanen die we aanleggen voor de Spelen nu eens allemaal oranje maken. Dan zien de mensen voor en na het evenement hoe de Spelen bijdragen aan de oplossing van het fileprobleem en dan vinden zij het niet erg dat die stroken in de drie weken van de Spelen zijn gereserveerd voor Olympisch verkeer. Dan zien de mensen het als een investering, niet als weggegooid geld. Dat geldt ook voor de sportfaciliteiten zelf, het voorkomen van White Elephants. Daarin moeten we creativiteit tonen. Aan de ene kant zoveel mogelijk gebruik maken van wat er al is, en aan de andere kant moeten we van tevoren zorgen dat er voor alle nieuwbouw goed wordt nagedacht over een bestemming na de Spelen. Daarnaast kun je natuurlijk ook veel bereiken met tijdelijke faciliteiten. Als je het slim aanpakt, kun je een bid maken dat geen geld kost, maar geld oplevert en dan neem je de zorg bij de bevolking weg op basis van de feiten.”
5. Voor het uitbrengen van een bid in 2016 is politieke steun cruciaal. De recente resultaten van het Mulier-onderzoek leidden ook in Den Haag tot grote vraagtekens. Wat vind u van die reactie? En in hoeverre legt de keuze van de gaststad een hypotheek op het (politieke) draagvlak?
“De reacties op het Mulieronderzoek vind ik voorspelbaar. Ik begrijp wel waar het vandaan komt. Als ik de bezuinigingsbedragen hoor, snap ik ook dat het een moeilijke tijd wordt. Juist dan komt het erop aan dat we kunnen overtuigen. Bedrijven zien de kracht van het Olympisch Plan. Nederland is een exportland en als we de export ook maar één procent opkrikken door met het Olympisch Plan naar buiten te treden, levert dat al miljoenen op. Als de politiek ziet dat het plan in het bedrijfsleven wordt omarmd, is dat ook voor Den Haag een motivatie om door te gaan. Het is zo’n mooi project en het is een project waarmee je het land ook weer zelfvertrouwen kunt meegeven. Ik zeg niet dat we de geluiden uit Den Haag niet serieus moeten nemen. De politiek wil graag horen dat de Spelen geen geld kosten, maar geld opleveren. Zelfs als er geen economische tegenwind is, vind ik het onze dure plicht om ervoor te zorgen dat de Spelen het land economisch voordeel opleveren. Als dat al die steden voor ons is gelukt, waarom zou het ons dan niet lukken?”
“Ik heb samen met Eric Eijkelberg een lang gesprek gehad met minister Edith Schippers en ik heb er niets van gemerkt dat de steun in het kabinet is afgenomen. Er is bijvoorbeeld 70 miljoen euro vrijgemaakt voor buurtsportcoaches. Het is zaak de activiteiten die er zijn bij de mensen te brengen en op die manier te laten zien wat de kracht is van de Olympische gedachte. Dat enthousiasme komt via de achterban vanzelf terug bij de Kamerleden en dan zal de regering het plan wel moeten steunen.”
“Wat betreft de keuze voor een potentiële gaststad is samenwerking het belangrijkst. De burgemeesters van Amsterdam en Rotterdam waren vandaag op het congres niet alleen uit beleefdheid vriendelijk en coöperatief. Ook bij de steden leeft de overtuiging dat zij het niet alleen kunnen en dat de een de ander nodig heeft, ongeacht de naam op het affiche.”Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.