13 januari 2015
Nieuws
1. De Volkskrant kopte op 3 januari jl. ‘Meer Bewegen en toch meer wegen’. De teneur van het artikel was dat sporten waarschijnlijk weinig helpt in de strijd tegen obesitas. Ben je daardoor anders aan gaan kijken tegen het nut van sporten en bewegen?
“Welnee, ik vind het typisch Volkskrant om op het moment dat iedereen ergens enthousiast over begint te worden, met een artikel te komen dat het allemaal enorm relativeert. Iedereen die beweegt, doet daar goed aan, ook als je er niet direct van afvalt. Leidt het artikel tot nieuwe inzichten? Het belangrijkste nieuwe inzicht zou moeten zijn dat je het niet eendimensionaal moet analyseren. Je moet kijken welke plek sport en bewegen heeft in iemands leven. In hoeverre maakt het deel uit van andere veranderingen in iemands levenswijze. Bovendien kan de opbrengst van sport en bewegen per persoon enorm verschillen. Als je depressie dankzij het sporten verdwijnt, moet je het vooral doen. Maar het heeft natuurlijk niet veel zin als je gaat bewegen om af te vallen terwijl je ondertussen meer gaat eten.”
“Nee, ik hoef mijn boek ‘Blijf beter!’ niet te herzien. Daarin wordt ook niet veelvuldig de claim gelegd dat mensen die bewegen per se afvallen. Onverminderd waar blijft dat mensen die meer bewegen wel kunnen afvallen, maar dan niet in combinatie met meer eten. Daar komt bij dat spierweefsel zwaarder is dan vet. Het kan dus zijn dat door meer bewegen het volume van het lichaam wel afneemt, maar het gewicht niet. Je zou dus veel beter de buikomvang kunnen meten. Ik vind de teneur van dat Volkskrant-artikel nogal deprimerend. Als je een vergelijkbare groep mensen neemt, durf ik er een goede fles wijn om te verwedden dat de mensen die meer bewegen minder wegen dan de mensen die minder bewegen. Wat ik slecht vind aan dat artikel is dat je mensen op die manier een excuus verschaft om niet te hoeven bewegen, ‘want het helpt toch niet’. Sport en bewegen is niet alleen goed als het gaat om lichaamsgewicht. Uit wetenschappelijk onderzoek is ook gebleken dat het bloeddrukverlagend werkt. Ook al val je er niet van af, sporten en bewegen heeft altijd zin.”
“Tot slot moet je naast de fysieke gezondheidswinst ook de mentale winst van sport en bewegen niet onderschatten. Iedereen die gaat hardlopen, meldt mij dat het stemmingsverbeterend werkt. Wij zijn daar bij Vitaalpunt dagelijks mee bezig. Daar komen mensen binnen met een burn-out, die het eigenlijk helemaal niet zien zitten om te gaan bewegen. Als ze dat dan uiteindelijk wel doen, voelen ze zich er altijd lekkerder door.”
2. De in het Volkskrant-artikel geopperde mogelijkheid dat sport en bewegen in sommige gevallen kan leiden tot gewichtstoename vanwege compensatiegedrag in het eetpatroon, is dat vanuit jouw vak als psychiater verklaarbaar?
“Er is een bekende anekdote over twee vriendinnen van een jaar of veertig die vinden dat ze een beetje te zwaar zijn. Ze besluiten een abonnement te nemen op de sportschool. Op de loopband zit een bidonhouder, dus ze kopen een sportdrankje. En als ze eenmaal klaar zijn met bewegen zijn ze zo tevreden dat ze zichzelf bij de koffie belonen met een lekker stuk appeltaart. Je hoeft er niet voor te hebben doorgeleerd om uit te kunnen rekenen dat ze dan uiteindelijk meer calorieën innemen dan ze met bewegen hebben verbrand.”
“Er zijn bewezen interventies om eetgedrag te beïnvloeden. Toevallig hoorde ik laatst promovendus Iris Versluis op de radio. Zij onderzoekt methoden om mensen minder gevoelig te maken voor het effect van portie- en verpakkingsgrootten op consumptie en daartoe heeft ze stickertjes bedacht die op verpakkingen aangeven wat een gezonde portie is. Dat blijkt dus te helpen. Mensen weten namelijk helemaal niet meer wat een normale portie is. Daarnaast is er natuurlijk de truc met kleinere borden en kommetjes. Dat heeft zeker effect. Ook kun je je eigen keuken inrichten op een gezonder voedingspatroon. Je kunt gezonde producten op ooghoogte zetten en minder gezonde producten uit zicht. Dat is de manier waarop Albert Heijn zijn producten ook verkoopt, maar dan andersom.”
3. Zouden we ons bij obesitasbestrijding niet veel meer moeten richten op eetpatronen dan op beweegpatronen? Wat zou daarbij de rol van de overheid kunnen zijn?
“De manier waarop reclame wordt gemaakt voor veel producten is misleidend. Ik reed langs de snelweg en zag een billboard met een advertentie voor kwark met nul procent vet. Dat is misleidend want het is niet vet dat je dik maakt, het zijn de suikers. Ik vind zeker dat de overheid daar een grote taak in heeft. Obesitas is een maatschappelijk probleem dat kosten met zich meebrengt en de overheid moet die kosten ophoesten. De overheid heeft er dus ook gewoon een plat zakelijk belang bij om ervoor te zorgen dat we ons niet allemaal volproppen met dik makende rommel.”
“Ik vind bijvoorbeeld ook dat scholen een veel actiever beleid zouden moeten voeren ten aanzien van wat kinderen eten en drinken. Als ik zie wat kinderen in de klas van mijn dochter, dat is lagere schoolleeftijd, allemaal mee krijgen naar school dan schrik ik me rot. Als de ouders klaarblijkelijk niet in staat zijn om te bedenken wat goed is voor hun kinderen, moeten we misschien maar een staatslunch op scholen invoeren. Uiteindelijk moeten we wel met zijn allen de rekening betalen.”
“Ik vind niet dat je beweegprogramma’s zomaar even moet vervangen door programma’s die op voeding gericht zijn. Vooral als het gaat om kinderen is beweging enorm belangrijk, juist ook om te voorkomen dat ze te dik worden. Hoe langer je het overgewicht uitstelt, hoe kleiner de kans dat mensen uiteindelijk te dik worden. Vergelijk de kinderen van nu eens met de kinderen van twintig à dertig jaar geleden. Wij bewogen aanmerkelijk meer dan de kinderen van tegenwoordig en we waren aanmerkelijk lichter.”
4. Iets anders dan. Vier jaar geleden zei je in een interview met Sport Knowhow XL dat de mentale kant van de sport in Nederland niet hoog op de prioriteitenlijstjes van sportorganisaties staat. Is dat inmiddels aan het veranderen?
“Het beweegt wel enigszins in de gewenste richting, maar ik vind het nog te weinig. Als Daley Blind in een interview zegt dat hij een mentale coach heeft opgezocht in de tijd dat hij werd uitgefloten bij Ajax, is dat hartstikke mooi. Het zegt iets over de stappen die we hebben gemaakt. Maar aan de andere kant vraag ik mij af of hij het ook had durven zeggen op het moment zelf. Als hij dat had gedaan, had iedereen waarschijnlijk geroepen dat hij een watje was. Op dit moment is het nog nieuws als hij het opbiecht en dat betekent dat we nog ver verwijderd zijn van algehele acceptatie. Je zou er eigenlijk blind vanuit moeten kunnen gaan dat iedere voetballer bij een topclub een mentale coach heeft. Dat is waar we naartoe willen, dat het gewoon behoort tot het standaardpakket.”
“Misschien heeft niet iedere sporter mentale begeleiding nodig, maar laten we dat dan wel even vaststellen. Vergelijk het met een APK-keuring. Ook in dit geval weer kun je plat kijken naar de zakelijke belangen. Er wordt zo ontzettend veel geld weggegooid. Ik heb wel eens een voetballer uit de put getrokken die later een miljoenentransfer maakte. Als je dat afzet tegen wat het heeft gekost. Mentale begeleiding levert dus gewoon geld op. Spelers gaan beter presteren en heldere keuzes maken.”
5. Je begeleidt zelf voetballers, maar dat is bij clubs niet geïnstitutionaliseerd. Waarom eigenlijk niet? En hoe goed hebben bijvoorbeeld sportbonden mentale begeleiding van topsporters geregeld?
“Een voetballer is bij een club een passant. De zaakwaarnemer heeft meestal een langer lopende band met een speler. Zaakwaarnemers zijn intelligente mensen. Die begrijpen over het algemeen precies wat nodig is om het beste eruit te halen voor die spelers en ook voor zichzelf. Als een speler niet goed in zijn vel zit, zeggen ze gewoon: ‘hee, ga jij eens even bij die Bakker langs’. Een andere reden om mentale begeleiding niet bij een club onder te brengen is onafhankelijkheid. Ik ben gewend beroepsmatig het beste voor mijn klant te doen en ik nog nooit een klant gehad die dat niet ook voelt. Als ik voor Ajax zou werken, betaalt de club mijn facturen. Ben ik in dat geval nog wel te vertrouwen voor zo’n speler?
“Bij sportbonden is wat als ik doe toch vaak het sluitstuk op de begroting. Normaal gesproken krijg ik patiënten met een burn-out die ik kan behandelen en dat wordt vergoed. Mentale coaching is lastig te financieren, het kan niet via de zorgverzekeraar en dan moet er iemand anders zijn die er geld voor heeft en bij sportbonden is weinig geld. Ik werk niet voor bonden, dus ik weet niet hoe het geregeld is. Je ziet wel dat het een erg politieke wereld is. Er zijn heel veel sportpsychologen, die allemaal klantjes binnen willen halen. Er is een enorme verdeel-en-heerscultuur. Als er bij een club een psycholoog rondloopt die goed werk doet, probeert hij weer binnen te komen bij de bond. Zo gaat dat en dat vind ik ook prima. Daarnaast zou het mij in het algemeen voor de Nederlandse sport wel goed lijken om eens in de zoveel tijd een out-of-the-boxsessie te houden. Ga gewoon regelmatig met een aantal creatieve en slimme mensen om de tafel zitten om te kijken hoe je omgaat met die mentale aspecten in de sport. Misschien gaat het al fantastisch, maar er zijn altijd zaken die je kan verbeteren. Juist als het goed gaat moet je daarnaar zoeken. Daarom was Lance Armstrong zo goed. Als hij had gewonnen, ging hij toch nog altijd op zoek naar de zaken die niet goed waren gegaan.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.