12 april 2011
Nieuws
door: Leo Aquina | 12 april 2011
1. Ruim een jaar geleden ben je begonnen als ambassadrice van het komende WK Tafeltennis in Rotterdam. Wat was precies je rol?
“Ik ben het gezicht geweest van het WK, degene die het evenement uitdraagt en degene die het contact heeft gelegd met het bedrijfsleven. Het is voornamelijk een representatieve functie. Voor het WK begint, ga ik naar China om de Chinese ploeg daar uit te zwaaien. Ik ben afgelopen jaar vaker op de Nederlandse Ambassade in Peking geweest om het toernooi te promoten. Tijdens het evenement zelf ben ik ook actief. Mensen vinden het altijd leuk om met iemand te spreken die verstand van zaken heeft en die ook een naam heeft opgebouwd in die sport.”
“Er zijn tijdens het WK Tafeltennis bovendien allerlei side-events en daar ben ik deels ook bij betrokken. Bijvoorbeeld op de dag dat de hockeyers – met wie we een samenwerkingsverband hebben – komen tafeltennissen. Het is natuurlijk lastig om publiciteit te krijgen voor tafeltennis omdat het een kleine sport is. De hulp van de hockeybond daarbij is dan ook heel welkom. Op dit moment wordt er op hockeyclubs gepingpongd en de finales worden tijdens het WK in Rotterdam gehouden. Er zijn nog meer evenementen om het WK heen. We hebben bijvoorbeeld een speciale dag dat in Nederland woonachtige Aziaten in Rotterdam kunnen spelen. Daarnaast zijn er twee evenementen voor gehandicapten. Een breedtesporttoernooi en de Dutch Open voor gehandicapten, met kwalificatiepunten voor de paralympische Spelen 2012.”
2. Je hebt ook geholpen met sponsorwerving. Hoe zijn jullie daarbij te werk gegaan?
“Afgelopen jaar heb ik samen met sportmarketingbureau Triple Double contacten gelegd met bedrijven, recepties, businessclubs, noem maar op. Maar het echt strikken van sponsors was moeilijk. Op zich is iedereen wel geïnteresseerd, maar er is natuurlijk een financiële crisis geweest. Dat maakt sponsorwerving op dit moment voor alle sporten lastig, en zeker voor een sport als tafeltennis. Toch hebben we wel een aantal bedrijven binnengehaald, bijvoorbeeld Unicom via de Internationale tafeltennisfederatie ITTF. En er zijn sponsors die materialen en diensten leveren zoals Philips, Earthwater, Airtelcom en Ricoh. Op dit moment zijn we nog in gesprek met een titelsponsor.”
“Het WK Tafeltennis kan ook als Holland Promotie worden ingezet. Toevallig was ik vorig jaar in China toen het WK turnen in Rotterdam was. Ik zag het op televisie in een café in Peking en ik merkte dat er geen Chinees was die wist dat die beelden uit Rotterdam kwamen. Dat was dus een gemiste kans. Als het WK Tafeltennis volgende maand begint, weten ze in China wel dat het in ‘Helan’ is, zo spreken ze Holland daar uit. Als we over twee weken in China de Chinese ploeg gaan uitzwaaien, is de televisie erbij en heel veel Chinese pers. Dan komt Nederland positief in beeld. Daarnaast hebben we een aantal gesprekken met Chinese onderministers. We zijn daar op een handelsmissie - met Ronald Kramer, de voorzitter van de NTTB - en met mensen van de ministeries van Economische zaken en VWS. Behalve het WK brengen we ook het Olympisch Plan 2028 onder de aandacht.”
3. Wat betekent het WK in eigen land voor het Nederlandse toptafeltennis?
“Laten we hopen dat dit toernooi een positieve invloed heeft op het Nederlandse tafeltennis, dat het helpt om de sport groter te maken, dat zie je uiteindelijk terug in de top. We moeten er natuurlijk voor zorgen dat het WK niet doodbloedt als de Nederlandse toppers er na de eerste dagen uitliggen. Dat proberen we te doen met die side-events en het organiseren van evenementen na het toernooi. Het Nederlandse toptafeltennis ziet er heel anders uit dan in mijn tijd. Onze vrouwen zijn wel goed, maar ze komen niet uit Nederland en hebben geen Nederlandse opleiding. Het zijn feitelijk Chinese dames die pas rond hun twintigste hierheen zijn gekomen en buiten hen spelen we ook nog met een Russin. Voor dit moment is het prima om met deze speelsters het gat in de Nederlandse top te vullen en geld te genereren bij NOC*NSF. Europees kampioen worden is natuurlijk een fantastische prestatie, maar dat gebeurt nu met buitenlanders en we moeten vooral laten zien wat we zelf kunnen. Indertijd hebben we met Gerdie Keen, Mirjam Hooman en mij vier keer brons gepakt op een EK/WK, en één keer zilver op een EK. Als diezelfde prestaties op dit moment door een team met minstens twee Nederlandse speelsters werden behaald, zou het meer tot de verbeelding spreken.”
“Op dit moment is de opleiding in Nederland structureel niet goed geregeld bij de bond. De Chinese bondscoach bemoeit zich weinig of niet met de jeugdopleiding. Die coach is er alleen voor de Chinezen. Ik vind dat je wel met buitenlandse trainers kunt werken maar dat op toernooien de spelers beter door Nederlandse coaches begeleid kunnen worden. Een coach moet namelijk naast verstand van tafeltennis ook verstand hebben van de cultuur, hij moet de mensen met wie hij moet werken begrijpen. De begeleiding van potentiële toppers laat te wensen over. We hebben nu dan wel Britt Eerland. Zij is Europees jeugdkampioen geworden, echt een talent. Maar zij is een uitzondering.”
“Natuurlijk zou ik wat kunnen betekenen als het gaat om de opleiding van talenten, maar op dit moment zie ik voor mijzelf geen rol in het Nederlandse toptafeltennis. Er is namelijk geen ruimte voor mensen zoals ik, want ik zou naar een heel ander model toe willen. De bond heeft de coaches bijvoorbeeld een contract voor onbepaalde tijd gegeven. Volgens mij moet dat niet kunnen. Er zijn veel mensen die denken er verstand van te hebben, maar je moet echt finales gespeeld hebben in de top om daar iets over te kunnen zeggen. Technisch weten een heleboel mensen hoe je een bal moet slaan, maar het gaat ook om een topmentaliteit.”
4. Hoe kijk je terug op je rol als ambassadrice van het WK en hoe belangrijk is de rol van een oud-topsporter in zo’n organisatie?
“Natuurlijk hadden we allemaal gehoopt op wat meer sponsors, maar we wisten van tevoren dat het lastig zou worden. Uiteindelijk hebben we toch behoorlijk wat publiciteit gekregen. We hebben bijvoorbeeld de zekerheid dat het iedere dag op televisie komt. Het betrekken van oud-topsporters bij de organisatie van een groot sportevenement in eigen land is onontbeerlijk. Oud-topsporters hebben de ervaring die anderen missen en ze hebben uitstraling. Dat zie je bijvoorbeeld ook aan Jan Janssen, die ambassadeur is van het WK Wielrennen volgend jaar in Valkenburg. Dat geeft zo’n evenement extra glans. Bovendien is het belangrijk om mensen die hun hele leven in die sport hebben gestopt te waarderen. Als je dat laat zien aan de jeugd geeft dat een stimulans om ook zo goed te worden. Als je je toppers niet waardeert, is alles verloren. Wat dat betreft kan het in Nederland wel eens een onsje meer. Ik geef in Nederland wel eens lezingen op universiteiten. Dan word je zelden officieel ontvangen. Meestal moet ik mij als spreker of als gast gewoon melden bij de receptie. Daar stoor ik mij verder niet aan, maar het verschil met China is enorm. Als ik daar een lezing geef op een universiteit, word ik met een erehaag en bloemen ontvangen.”
5. Je hebt naast je rol als ambassadrice voor het WK Tafeltennis samen met 27 anderen ook zitting in het Topsportteam 2028 dat is gelieerd aan het Olympisch Plan 2028. Wat houdt die rol in en wat zijn je overige toekomstplannen na het WK?
“Dat Topsportteam komt zo nu en dan bijeen om te praten. Ik ben er eerlijk gezegd nog nooit heengegaan, omdat ik er nog weinig tijd voor heb kunnen vrijmaken. In principe sta ik erachter, maar ik ben ook kritisch. Ik ben niet onder alle omstandigheden voor zo’n plan. Er zijn nog veel vragen: onder welke voorwaarden halen we de Spelen in huis? Hoe gaat de sport ervan profiteren? Wordt dat Olympisch Plan 2028 geen baantjesmachine voor mensen die er zelf beter van worden? Het Olympisch Plan moet vooral de sport op scholen promoten. Het moet een stimulans zijn voor sportdeelname in de hele maatschappij, anders schiet het zijn doel voorbij. Zorg dat kinderen en volwassenen een goede mentaliteit krijgen en fit zijn, zodat de gezondheidszorg er ook profijt van heeft. De gezondheid van de kinderen in Nederland is zorgelijk. Als we die Olympische Spelen hierheen willen halen, moeten we beginnen met onze kinderen leren te bewegen.”
“Mijn werk voor het WK was natuurlijk ook iets dat ik erbij deed. Ik houd mij in mijn dagelijks werk bezig met China. Ik schrijf erover, ik geef er lezingen over en ik geef er commentaar op in het nieuws. Mijn bedrijf heet China Insights, Sport Insights. Ik combineer mijn kennis over China, mijn kennis over sport met de vaardigheden die ik heb opgedaan in het schrijven. De promotie van mijn boek ‘Duizend Dagen in China’ heb ik een paar weken geleden afgerond. Nu geef ik regelmatig lezingen en werk ik aan de WK-promotie. Na het WK ben ik aan vakantie toe en in juni ga ik weer aan de slag met nieuwe plannen.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.