Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan ben tellings voormalig directeur alliantie olympisch vuur

5 vragen aan Ben Tellings, voormalig directeur Alliantie Olympisch Vuur

22 januari 2013

Nieuws

door: Peter Hopstaken | 22 januari 2013

1. Al na één maand nam u ontslag als directeur van Olympisch Vuur. Wat was daarvan de reden, wat ging eraan vooraf?
"Om dit goed te begrijpen moet ik kort teruggaan naar de contractonderhandelingen met NOC*NSF. Deze contractonderhandelingen waren nodig omdat het Program Office van Olympisch Vuur juridisch ondergebracht was bij NOC*NSF. De betrokken partijen verzekerden mij dat deze ‘juridische ophanging’ slechts een praktisch doel diende - een efficiënte wijze van payrolling, huisvesting, enzovoorts - maar dat conform de oorspronkelijke opzet het uitvoeringsbureau autonoom zou kunnen en moeten functioneren. De contractonderhandelingen hebben enkele maanden geduurd hoewel er slechts over één enkel punt discussie was. Dit punt betrof de structuur van rapporteren. Conform de afspraken in de Alliantie zou de directeur rapporteren aan de voorzitter van de Council Olympisch Vuur, destijds de heer Ivo Opstelten. NOC*NSF kwam herhaaldelijk met een contractversie die dit punt verzwakte of waarin dit punt in het geheel veranderd was. De rapportagelijn moest naar het inzicht van NOC*NSF lopen via hun organisatie. Daardoor kreeg ik eveneens een zeer duidelijk signaal dat er een fundamenteel verschil van inzicht bestond tussen de overige alliantiepartners en NOC*NSF."

2. Dat was dus een slechte start voor u als nieuwe directeur. Waarom vond NOC*NSF het zo belangrijk om zeggenschap over Olympisch Vuur te houden, denkt u?
"Ten eerste: het Olympisch Plan zoals het er lag was prachtig, een prima plan. Het was goed voor belangrijke delen van de samenleving zoals volksgezondheid, onderwijs, infrastructuur en voor de sport. Het werd dan ook echt gedragen door vrijwel alle alliantiepartners. En het plan was zeer aantrekkelijk voor de huidige sponsors van NOC*NSF. Met het Olympisch Plan zouden zij zich veel sterker kunnen associëren en zich veel duidelijker kunnen profileren dan dat ze kunnen bij NOC*NSF. Ik heb van de sponsors sterk de indruk gekregen dat indien Olympisch Vuur als zelfstandige eenheid zou gaan functioneren zij een overstap naar Olympisch Vuur zeer, zeer serieus zouden overwegen. Dit was natuurlijk niet in het belang van NOC*NSF. Zolang Olympisch Vuur onder de juridische eenheid NOC*NSF zou vigeren, was dit risico te vermijden."

"Ten tweede: gezien de buitengewoon positieve reacties van de Alliantie partners - zeker ook van een grote groep topsporters - op het Olympisch Plan bestond er een reëel gevaar dat NOC*NSF - een organisatie die duidelijk toe was aan modernisering, inkrimping en reorganisatie - overvleugeld zou worden door een populaire, groeiende, nieuwe organisatie, met dynamische mensen en ideeën. Het gevaar dreigde dat Olympisch Plan 2028 meer in de spotlights zou komen dan NOC*NSF als organisatie hetgeen dan ook impact zou hebben op functionarissen van NOC*NSF. Door Olympisch Vuur ‘dicht aan de borst te houden’ zou zulks geheel of gedeeltelijk kunnen worden voorkomen. Illustratief voor dit punt was de reactie van NOC*NSF toen zij vernamen dat Olympisch Vuur ermee bezig was om olympisch boegbeeld Sebastiaan Coe vast te leggen als keynote speaker voor het jaarcongres van Olympisch Vuur. Dit ging hen veel en veel te ver…"

"Ten derde: inhoudelijk was een grote doorn in het oog van NOC*NSF de Olympisch Vuur-ambitie ten aanzien van de topsport. Topsport is naar de mening van NOC*NSF hun exclusieve terrein; het feit dat topsport de NOC*NSF organisatie en haar mensen de meeste exposure geeft zal hier zeker debet aan zijn."

3. Denkt u dat NOC*NSF achteraf stiekem blij is dat het Olympisch Plan en daarmee Olympisch Vuur ter ziele is gegaan?
"Ik denk dat ze er inderdaad blij mee zijn. Ook uit de initiële reacties van de voorzitter en van de directeur van NOC*NSF is het moeilijk een andere conclusie te trekken. Ik kan hier ook begrip voor opbrengen. Vanuit de verantwoordelijkheid die de functionarissen van NOC*NSF hebben is het niet eenvoudig om met een constructie zoals Olympisch Plan/Olympisch Vuur was, om te gaan. Dit vereist grote flexibiliteit en creativiteit."

4. Had het vertrek van de heer Opstelten direct verband met uw besluit op te stappen als directeur van Olympisch Vuur?
"De heer Opstelten kon vanwege zijn nieuwe functie van Minister voor Veiligheid niet verder gaan met activiteiten voor Olympisch Vuur. Hiervoor had ik vanzelfsprekend alle begrip. Direct nadat duidelijk was dat we op zoek moesten naar een vervanger voor de heer Opstelten werd mij duidelijk dat NOC*NSF het vertrek van de heer Opstelten gebruikte om de grip op Olympisch Plan 2028/Olympisch Vuur nogmaals te verstevigen: ondanks dat er een uitstekende opvolger klaar stond om de heer Opstelten als voorzitter van de Council Olympisch Vuur op te volgen, wenste NOC*NSF een andere weg te volgen. De heer Bolhuis volgde - als waarnemend voorzitter - de heer Opstelten op waardoor ik via een omweg toch aan NOC*NSF zou gaan rapporteren."

"Dat was in mijn ogen niet verenigbaar met een governancestructuur waarin in beginsel de gelijkwaardigheid van alle Alliantiepartijen centraal stond. Dit legde ik voor aan het Dagelijks Bestuur van de Council met als voorstel om in een spoedig bij elkaar te roepen vergadering voor die ineffectieve governancestructuur een aantal oplossingen te bespreken waarin de taken en verantwoordelijkheden van de Alliantiepartners verhelderd zouden worden. Daarbij gaf ik ook aan dat een juridische verzelfstandiging van het Program Office essentieel was voor de realisatie van de ambities van het Olympisch Plan. Om diverse redenen vond mijn voorstel geen navolging."

5. In een reconstructie van de opkomst en ondergang van het Olympisch Plan in Het Parool van eind december 2012, maar ook al eerder in een interview met NOC*NSF-directeur Gerard Dielessen in de Volkskrant van januari 2011 (zie hier), wordt gesuggereerd dat u - tegen het plan en de intentie van NOC*NSF in - de organisatie van de Olympische Spelen niet als stip op de horizon maar als primair doel zag en daar 'vol' voor wilde gaan. Dat zou vooral de aanleiding zijn geweest voor onderlinge controverses?
"Nee, dat klopt niet. Ik was een groot voorstander van het Olympisch Plan zoals het er lag. Dus inclusief wenkend perspectief van de Spelen in 2028. Ik stond achter alle geformuleerde ambities uit het Olympisch Plan. Maar er moest wel het nodige gebeuren om die ambities te realiseren. En ik ben gewend om aan te pakken en door te zetten rekening houdend met de belangen van alle betrokkenen."

"Helaas heeft de ‘weeffout’ in de opzet van Olympisch Vuur - ofwel het juridisch onderbrengen van Program Office bij NOC*NSF - tot grote vertraging geleid - onder meer, maar zeker niet alleen - in het creëren van voldoende draagvlak voor het Plan in de Nederlandse samenleving. Zonder deze vertraging zou het wel eens veel moeilijker zijn geweest voor de regeringspartijen om zoals u het formuleert het plan ‘in één pennenstreek te schrappen’."

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.