1 september 2015
Nieuws
1. In je presentaties voor het bedrijfsleven staat fighting for success centraal. Het is ook de titel van je boek. Wat is voor jouw succes en hoe bereik je dat?
“Succes is de kans om te groeien, beter te worden en je te ontwikkelen, zowel fysiek, mentaal als spiritueel. Het is niet iets wat je bereikt, het is een continu proces. Je werk er – bewust of onbewust – altijd in vier stappen naartoe. Als eerste definieer je wat je echt wil bereiken. Ten tweede onderneem je stappen om tot dat doel te komen, daarbij koppel je persoonlijke spirit aan fighting spirit. De derde stap is evaluatie. Je mag wel naar de toekomst kijken, maar je moet ook altijd zorgen dat je in de actualiteit blijft. Zit ik nog op de goede weg? Daarmee kom je automatisch op de vierde stap: bijsturen. Dat moet je continu doen. Ik gebruik daarbij altijd de begrippen winning mood versus knock down. Als je in een knock down zit, moet je die negatieve energie gebruiken om weer in de winning mood te komen.”
“Tijdens mijn sportcarrière heb ik dat altijd min of meer onbewust gedaan. Toen ik na het boksen sportmanagement ben gaan studeren, ging ik het inkaderen. Daarbij zijn drie facetten belangrijk: methode, energie en verbinding. De methode is fighting for success, energie is fighting spirit en verbinding is het team. Team staat bij mij voor Talent, Educatie, Associatie en Management. Iedereen heeft talent. Educatie is belangrijk want een dag niet geleerd is een dag niet geleefd. Met associatie bedoel ik dat je altijd met hart en ziel verbonden bent aan wat je doet en management betekent dat je sturing geeft.”
“Boksen is een individuele sport, maar het verschil tussen individuele sporten en teamsporten is minder groot dan je denkt. Natuurlijk moet je het in de ring alleen doen, maar als Messi op het veld de bal krijgt, moet hij ook met een individuele actie het verschil maken voor zijn team. Als je het aan Dafne Schippers of Usain Bolt vraagt, zullen zij altijd wijzen op het team waarmee zij samen tot hun prestaties zijn gekomen. Je bent als individu altijd afhankelijk van je coach, je trainer, sparringpartners en andere mensen in je omgeving.”
2. Jij hebt op drie achtereenvolgende Olympische Spelen brons gewonnen. Hoe houdt een sporter het vol om zo lang aan de wereldtop te staan?
“Dat is voor mij een van de mooiste dingen uit mijn carrière. Je ziet vaak sporters die snel aan de top komen en dan ook even snel weer verdwijnen. In die periode van tien jaar heb ik niet alleen drie maal olympisch brons gewonnen, ik ben ook drie maal Europees kampioen geweest. Iedereen is altijd gefocust op die Olympische Spelen, maar voor mij zijn die Europese titels eigenlijk de hoogtepunten. Dat was nog in de tijd van het Oostblok, met de Sovjet-Unie en de DDR. Er was in die periode in de hele wereld eigenlijk maar één man die sterker was, de Cubaan Félix Sávon.”
“Sávon was een van de redenen dat het mij gelukt is zo lang aan de top te blijven. Ik heb zes keer tegen hem gebokst en nooit gewonnen. Twee keer had ik wel moeten winnen, maar zo gaat het soms met jury’s in het boksen. Toch heb ik in die gevechten met Sávon uiteindelijk heel veel gewonnen, want het gaf mij steeds weer de inspiratie om door te gaan. Je kunt bij de pakken neer gaan zitten, maar dat noem ik de knock down-gedachte. Natuurlijk heb ik ook gehuild, heb ik ook mijn pijn en frustratie gehad, maar ik heb geleerd het verlies te zien als winst. Ik ging daardoor nog harder oefenen en nog meer doen om het beste uit mijzelf te halen. Dat is constante fysieke en mentale conditionering. Die discipline heb ik altijd gehad.”
3. Wat is het geheim van die onstuitbare mentale weerbaarheid?
“Ieder mens wordt gevormd door de omgeving waarin hij wordt grootgebracht. Je ervaringen vanaf het eerste begin, misschien zelfs wel van voordat je geboren bent. Mijn vroegste herinnering als kind - mijn eerste moment van bewustwording als mens - was mijn broer in het ziekenhuis. Hij was zeventien maanden ouder dan ik en hij was geboren met een vergroeiing. Hij lag in het Radboudziekenhuis in Nijmegen. Er zaten pinnen in zijn voorhoofd en in zijn benen en daar werden dan steeds zwaardere gewichten aan gehangen om hem recht te trekken. Als je dat meemaakt en je bent gezond en sterk dan realiseer je je wat voor geschenk dat is. Plichtsbesef? Ja, misschien wel. Toen ik vijftien was en net begon met boksen, kreeg mijn moeder een hersenbloeding. Er werd gezegd dat ze twee procent kans had om te overleven. Toch leerde ze later weer lopen ondanks een spastisch been en een verlamde linkerarm. Zij heeft daarna nog dertig jaar een heel waardevol leven gehad. Het is een geschenk dat ik heb geleerd om met nederlagen om te gaan.”
“Ik was vroeger ook een lastig jongetje op school. Ik was gefrustreerd en dacht dat ik niets kon. Ik liep met de schouders omlaag en dan bereik je niets. Toen ik vijftien was, kwam ik in aanraking met het boksen en ik dacht voor het eerst: ‘wauw, ik kan iets!’. Ik wilde eigenlijk profvoetballer worden, maar ik was niet goed genoeg. Ik ging boksen om een betere voetballer te worden. Ik heb zelfs nu eigenlijk nog steeds meer liefde voor voetbal dan voor boksen. Maar het boksen ging zo goed, dat ik besloot om daarmee door te gaan.”
“Ook in het boksen heb ik tegenslagen gehad. Er was altijd een hoop kritiek. Drie keer olympisch brons gewonnen. Nooit goud hoor je dan zeggen. Het is moeilijk om als topsporter met die schijnwerpers om te gaan en dat begon eigenlijk allemaal een beetje tijdens mijn eerste Olympische Spelen in Los Angeles 1984, de eerste commerciële Spelen. Niet alles wat er over je heen komt, is leuk. Ik dacht ook wel eens: ‘f*** you, kom op man!’ Maar ik heb mijn ego altijd klein kunnen houden. Het is moeilijk om er goed mee om te gaan, maar dan kom ik tot de kern: op momenten dat ik die negatieve energie op me af kreeg, ging ik altijd bewegen. Dan liep ik naar die bokszak in de hoek en ging ik aan het werk. Maak gebruik van het intelligente lichaam en je komt in een heel andere energie terecht. Bewegen is fundamenteel, dat vergeten mensen nog wel eens. Ik keek vroeger altijd naar Muhammad Ali. Hij danste, ik ben nooit Muhammad Ali geworden, maar ik heb veel gewonnen door altijd in beweging te blijven. Zolang je in beweging bent, is de kans dat ze je raken het kleinst. Dat geldt in de ring, maar dat geldt ook in de rest van het leven.”
4. Daarmee komen we op je huidige werkzaamheden als spreker, inspirator en motivator in het bedrijfsleven. Wat zijn de verschillen en wat zijn de overeenkomsten tussen de sport en het bedrijfsleven? Was de overstap van de sport naar dat bedrijfsleven groot?
“Ik kijk eigenlijk niet zozeer naar de verschillen als wel naar de overeenkomsten, want dat zijn er heel veel. Voor een topsporter geldt dat je fysiek en mentaal in balans moet zijn om optimaal te kunnen functioneren, maar dat geldt eigenlijk voor iedereen. In topsport kun je winnen en verliezen, maar dat geldt in het bedrijfsleven evenzeer. Een verkoper bij wie een grote deal niet doorgaat, lijdt een nederlaag. Ook de media-aandacht waar we eerder over spraken, komt in het bedrijfsleven vaak voor. Een manager kan ook onder grote druk staan en in het bedrijfsleven moet je soms ook onder grote spanning presteren. Daarom kun je de ervaringen uit de sport ook zo goed gebruiken in het bedrijfsleven.”
“Ik heb die overstap gemaakt door eerst een opleiding te doen. Een zwart gat heb ik nooit gehad, opnieuw door altijd in beweging te blijven. Ik ging studeren en daarmee werken aan een ander soort intelligentie. Ik had helemaal geen systeem om te leren, dus dat leidde weer tot veel inspiratie. Ook nu weer had ik de discipline om te werken. Als je bij de pakken neer gaat zitten en je afvraagt wat je nu verder moet, kom je in de knock-down positie. Dan moet je iets doen, bewegen en zorgen dat je die winning mood terugvindt.
5. Jouw bronzen medaille van 1992 in Barcelona is de laatste Nederlandse olympische boksmedaille. Hoe staat het Nederlandse boksen er op dit moment voor en hou jij je zelf ook nog bezig met de ontwikkeling van het Nederlandse boksen?
“Op dit moment gaat het goed. We hebben Noushka Fontijn als Europees kampioen en Peter Mullenberg als tweede van Europa. Beide staan bij de beste acht van de wereld. Zij gaan volgend jaar in Rio de Janeiro natuurlijk niet zomaar even een medaille ophalen. Ze moeten zich eerst nog kwalificeren, maar als dat lukt is het wel mogelijk. De successen komen van individuen. Dat is niet de verdienste van de bond. Dat was in mijn tijd ook al zo. Het was niet dankzij de boksbond dat ik kampioen werd. Van de bond kreeg ik eerder tegenwerking. Ik ben altijd mijn eigen weg gegaan en dat kon ik me permitteren dankzij mijn prestaties. Noushka Fontein en Peter Mullenber krijgen nu wel de ruimte om hun eigen programma te draaien met hun eigen trainers. Mullenbergs trainer Henny Van Bemmel is de algemene coördinator/bondscoach en dat is goed.
“De bond moet kaders aangeven. Ze moeten faciliteren en niet te veel de individuele programma’s van de sporters willen bepalen. Dat geldt trouwens niet alleen voor de boksbond, dat zie je ook bij de FIFA, de UEFA, het IOC en noem maar op. Die organisaties willen vanuit een hiërarchie bepalen hoe de lijnen lopen. Boksen is een kleine sport. Als de bond zorgt dat de faciliteiten goed zijn, komen er vanzelf mensen vanuit hun eigen trainingsomgeving. Er is een tijdje een bondscoach geweest, maar die functioneerde niet. Ik heb nooit bezwaar gehad tegen een programma op Papendal. Dat juich ik toe, maar destijds functioneerde het niet goed. Anoushka wilde graag met haar eigen trainer werken en Peter Mullenberg ook. Inmiddels gebeurt dat en daar heb ik eigenlijk altijd voor gevochten. Ik heb altijd het schaatsmodel voor ogen gehad, met commerciële ploegen. Dat heb ik indertijd ook met Arnold’s Boxing Academy gedaan, maar ik heb me inmiddels uit het boksen terugtrokken. De boksbond had zijn eigen ideeën en ik de mijne. Ik zeg niet dat het ene beter is dan het andere, maar het zijn twee verschillende werelden. Ik heb geprobeerd die bij elkaar te brengen, maar dat gaat niet want dat leidt alleen maar tot conflict.”
“Als je de bokssport echt wil opbouwen, moet je een goed marketing- en businessplan hebben, met een echt topteam en toptrainers en dan moet je beginnen bij de jeugd. Dat gebeurt nu. De bond is op de goede weg en ze geven de vrijheid aan de boksers. Noushka en Peter draaien hun eigen programma, wat ondersteund wordt door NOC*NSF. De jeugd kan dan aansluiten en op die manier kun je toegroeien naar een full time programma op Papendal, maar het kost jaren om zo’n systeem op te bouwen en er is geld voor nodig.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.