7 november 2017
Nieuws
Antje Diertens (59) stapte zeven maanden geleden als ‘politiek zij-instromer’ de Tweede Kamer binnen. In de D66-fractie beheert zij de portefeuilles sport, preventie, GGZ en Koninkrijksrelaties. Diertens was voorheen opleidingsmanager van de Executive MBA Sportmanagement bij de Wagner Group in Groningen. Bij D66 stond zij met een white paper sport aan de basis van de sportparagraaf in het verkiezingsprogramma. Met Sport Knowhow XL blikt zij terug op haar carrière in de sport en bespreekt zij haar ambities in Den Haag: “Ik hoop mijn steentje in de Hofvijver te kunnen gooien en de sport meer aansluiting te geven bij andere maatschappelijke sectoren.”
door: Leo Aquina | 7 november 2017
1. Sport heeft altijd een groot deel uitgemaakt van je leven. Hoe ben jij via die sportwereld en het bedrijfsleven nu ook de politiek ingerold?
“Ik heb alles aan de sport te danken. Ik kom niet uit een omgeving waarin studeren voorop stond. Mijn vader was vrachtwagenchauffeur, maar mijn ouders vonden sport belangrijk. We moesten thuis allemaal één sport doen en één muziekinstrument bespelen. Die muziek was aan mij niet besteed, maar sport des te meer. Sport is voor mij de motor om mijzelf te blijven ontwikkelen, van MBO, naar HBO tot een academische studie filosofie.”
“Ik heb altijd geturnd, en ik heb het CIOS gedaan want ik wilde gymjuf worden. In het topturnen werkte ik als assistent van Tjalling van den Berg. Naast de topsport had ik veel affiniteit met gehandicaptensport. Ik werkte als gymdocent op een school voor meervoudig gehandicapte kinderen en van daaruit kreeg ik een pilotbaan als consulent gehandicaptensport in de Provincie Drenthe. In die hoedanigheid zat ik in diverse platforms om de gehandicaptensport verder te ontwikkelen en ik werd gevraagd om de Wereldspelen voor gehandicapten in Assen te organiseren. Dat heb ik tweeënhalf jaar gedaan. Het toernooi was een pilot voor de eerste Paralympische Spelen in Barcelona in 1992.”
“Natuurlijk ben ik altijd verder blijven studeren. Zo volgde ik de eerste sportmanagementopleiding in Nederland, samen met onder anderen Joop Alberda en Hans Jorritsma. Olympisch roeister Greet Hellemans en ik waren de enige twee vrouwen. Om breder ervaring op te doen maakte ik daarna een uitstapje buiten de sport, als opleidingsmanager bij Rank Xerox. Uiteindelijk kwam ik terug in de sport toen de postacademische opleiding sportmanagement - een initiatief van NOC*NSF, de KNVB en de Rijksuniversiteit Groningen - dreigde te stoppen. Samen met mijn man Philip Wagner hebben we besloten de opleiding voort te zetten en inmiddels bestaan we meer dan 25 jaar. Als programmamanager Executive MBA Sport Management van de Wagner Group hield ik me zowel met de inhoud als met de uitvoering bezig. Die combinatie van kennis en ervaring in het organiseren van evenementen zijn de belangrijkste ingrediënten van mijn werkzame leven tot zover.”
2. Hoe ben je vanuit die maatschappelijke carrière in de sport de politiek ingerold?
“De drijfveer is ook terug te voeren op de sport. Ik kan me de eerste Wereldspelen voor gehandicapten, destijds in Arnhem, nog goed herinneren. Daar moest een gehandicapte vrouw uit Kenia het in een rodekruisrolstoel opnemen tegen westerse atleten in voorlopers van de huidige sportrolstoel. Het schrijnende verschil tussen arm en rijk leidde ook in de sport tot grote ongelijkheid. Ik heb altijd oog gehad voor maatschappelijke tegenstellingen. Als bestuurslid van de World Association Sports Management heb ik veel gereisd en gezien welke verschillen je wereldwijd tegenkomt als het gaat om de toegankelijkheid van breedtesport.”
“Uiteindelijk komt er een moment dat je echt iets wil doen met die maatschappelijke betrokkenheid. Ik wil niet altijd maar aan de zijkant blijven staan. Ik heb altijd D66 gestemd en heel vroeger nog wel eens op de PPR, maar die bestaat allang niet meer. Daarom ben ik lid geworden van D66 en ik ben ook actief geworden binnen de partij, vicevoorzitter en later voorzitter van de afdeling Groningen.”
“Wel vond ik het altijd jammer dat er binnen D66 weinig aandacht was voor sport. Maar als je echt iets wil veranderen, kan het op de democratische weg. We hebben met een aantal sport minded mensen in de stad een platform sport opgericht en zijn letterlijk bij ons aan de keukentafel begonnen met brainstormen. Met de uitgangspunten van D66 bij de hand hebben we onszelf de vraag gesteld: hoe past sport daarin? Daar is een white paper sport uit voortgekomen, dat we ook aan de fractie in de Tweede Kamer hebben gestuurd."
"Pia Dijkstra, de toenmalige woordvoerder sport in de Kamer, kwam naar Groningen om mee te doen aan een debat. We hebben het white paper op het D66-congres ingediend. Aanvankelijk kwam het niet op de agenda, maar gelukkig heb je als lid de mogelijkheid om invloed uit te oefenen tijdens het congres. Daarom hebben we samen met de Jonge Democraten een pitch gedaan en de leden hebben besloten dat sport inderdaad in het verkiezingsprogramma moest. Dat heeft er zelfs toe geleid dat NOC*NSF ons programma tot het beste verkiezingsprogramma voor de sport heeft uitgeroepen.”
3. Je vertelde dat je begin jaren negentig een van de weinige vrouwen was die een sportmanagementopleiding deed. Zijn er inmiddels meer vrouwen actief in de sportwereld?
“Ik heb jarenlang de intake van de MBA sportmanagement gedaan en ik heb altijd geprobeerd een lans te breken voor vrouwen. Daar heb ik altijd heel hard aan moeten trekken. Diversiteit is voor mij een belangrijk issue, dat was het ook al voordat ik in de Kamer zat. In de bestuurscommissie ‘besturen op niveau’ van NOC*NSF heb ik me samen met Marijke Fleuren van de hockeybond hard gemaakt voor diversiteit. Als je dat in de sport wil bereiken, moet je vrouwen op hoge posities neerzetten.”
“Er hadden wat mij betreft ook meer vrouwen in het kabinet gemogen. Je moet het goede voorbeeld geven en dat heeft D66 met vier vrouwen op belangrijke posities in het kabinet in ieder geval gedaan. Dat is zeggen wat je wil en de daad bij het woord voegen. Wij hebben topvrouwen, dus als er discussie ontstaat over de beste mensen op die posities bestaat er geen twijfel. Er zijn echt vrouwen die het kunnen. D66 doet heel veel aan de ontwikkeling van vrouwen binnen de partij en als je dan de kans krijgt, moet je die ook inkoppen.”
4. Over inkoppen gesproken, als het gaat om sport, welke zaken uit jullie white paper en uit het verkiezingsprogramma van D66 zien we terug in het regeerakkoord. En welke zaken niet?
“Ons programma is wel progressiever dan wat er in het regeerakkoord staat, maar we hebben een aantal belangrijke punten binnengehaald. Er is meer geld gereserveerd voor topsport en talentontwikkeling, er gaat meer geld naar grote evenementen en er gaat meer geld naar breedtesport. D66 heeft zich met name sterk gemaakt voor die evenementen, vanwege het ondernemerschap, de stimulans en de legacy die breder is dan de sport. Er is altijd veel discussie over legacy en die discussie heb ik natuurlijk ook gevoerd als voorzitter van het comité dat het WK wielrennen naar Groningen wil halen, een functie die ik als Kamerlid helaas heb moeten neerleggen.”
“Ik geloof echt dat je de omgeving een financiële injectie kan geven dat als je het goed doet. De voorwaarden liggen in de aanloop naar het evenement toe. Vroeger dachten we dat mensen vanzelf zouden gaan sporten als we ergens een topsportevenement zouden organiseren, maar dat is natuurlijk niet het geval. Pas als je beleidsterreinen buiten de sport gaat activeren om mee te doen, krijgt zo’n evenement een vliegwieleffect. Je kunt daarbij denken aan ruimtelijke ordening en infrastructuur.”
“Met de Olympische Spelen kun je Nederland echt op de kaart zetten. Als D66 waren we de enige partij binnen de huidige coalitie die voor de Olympische Spelen in Nederland is, maar of er een olympisch bid moet komen? Daar gaan wij als politiek niet over. Ik ben nu volksvertegenwoordiger. Ik kan wel iets roepen, maar ik heb te maken met een achterban. Voorheen was ik altijd degene die initiatieven moest nemen, nu ligt dat anders. Ik luister naar de achterban en probeer de sport verder te helpen door me sterk te maken voor goede ideeën.”
“Sport kan nog grote stappen maken als het gaat om professionalisering. We gebruiken vaak sportanalogieën als voorbeeld voor het bedrijfsleven, maar dat kunnen we ook wel eens omdraaien. Als ik kijk wat er allemaal gebeurt op het gebied van startups en aan universiteiten, dan kan de sport minstens zo vaak een voorbeeld namen aan andere sectoren. We moeten minder in kokertjes denken. Dat heb ik in mijn maiden speech ook benadrukt. Ik koppel preventie in de gezondheidszorg graag aan sport, maar daar zijn meer sectoren bij betrokken. Je moet ook kijken naar voeding, vaccinatie. Je hebt dan met verschillende departementen te maken. Je moet verbinding zoeken. Je kunt daarbij bijvoorbeeld denken aan impactfinanciering.”
“Ik vind het jammer dat er in het regeerakkoord weinig aandacht is voor sportonderwijs, maar daar ga ik de komende vier jaar wel aandacht aan besteden. Je hoort vaak stemmen voor verplichte gymnastiekuren in het primair onderwijs, maar dan leg je het van bovenaf op. Daar geloof ik niet in. Als D66 willen we investeren in het onderwijs. Kinderen moeten op jongere leeftijd naar school. Ze moeten ook vroeger naar school en later worden opgehaald. Op die manier willen we gelijke kansen creëren voor iedereen. Kinderen zitten dus langer op school en scholen krijgen daarbij de opdracht om meer te doen aan cultuur en sport, maar ze krijgen wel de vrijheid om daar zelf invulling aan te geven.”
5. Los van het regeerakkoord, welke speerpunten in de sport wil je de komende vier jaar in de Kamer naar voren schuiven?
“Ik hoop mijn steentje in de Hofvijver te kunnen gooien en de sport meer aansluiting te geven bij andere maatschappelijke sectoren, ook internationaal. Daarnaast moeten we meer doen tegen matchfixing, doping en seksuele intimidatie. Door de #metoo-campagne zie je dat dit laatste niet alleen een probleem is in de sport. In het regeerakkoord staat overigens al dat we extra aandacht gaan besteden aan matchfixing en doping. Ik wil de sport zijn oorspronkelijke rol teruggeven, in de geest van Pierre de Coubertin."
"Het gaat om fair play en we moeten de sport niet door andere zaken laten bederven. Sporters zelf zijn niet slecht. Er zijn mensen uit criminele circuits die eerder actief waren in bijvoorbeeld vrouwenhandel. Zij werden bij die eerdere activiteiten teveel belemmerd en hebben hun werkterrein nu verschoven naar de sport. Maar het hoort niet bij de sport. In de aanpak geldt ook hier dat we moeten ontschotten. Verschillende departementen moeten samenwerken. Er is geen nieuwe wetgeving nodig, we moeten handhaven. Dat is uiteindelijk de verantwoordelijkheid van justitie.”
“De sport zelf moet het goede voorbeeld geven. Camiel Eurlings? Dat vind ik inderdaad niet het allerbeste voorbeeld. Het is jammer dat hij de eer niet aan zichzelf heeft gehouden door zijn zetel in het IOC op te geven. Daar kunnen wij als politiek helaas niets aan doen. Het IOC kiest zijn eigen mensen. Eurlings heeft een VOG gekregen op basis van rationele besluitvorming. In zijn huidige functie is wat hij wel of niet heeft gedaan geen risico, dus kan hij in functie blijven. Maar ja, leg dat maar eens uit aan de mensen.”
“Hoe lang ik zelf in de politiek wil blijven? Ik ben 59 jaar en ik ben niet meer afhankelijk van een carrière in de politiek. Dat is een prettige positie. Het is prachtig dat ik op mijn leeftijd deze stap kan maken en waar dat toe leidt, zien we wel. Ik ben een zij-instromer, eigenlijk heb ik altijd gezegd dat ik niet geschikt ben voor de politiek, maar ik heb in de afgelopen zeven maanden al veel geleerd."
“Je moet heel goed kunnen samenwerken en het is me opgevallen dat het hier in Den Haag heel goed georganiseerd is. Veel mensen denken dat ze in de Kamer allemaal zitten te Netflixen. Niets is minder waar. Ik, en 149 andere Kamerleden met mij, hebben de afgelopen zeven maanden heel hard gewerkt. Ik heb het naar mijn zin in Den Haag. De fractie is een warm bad, waarin de nieuwkomers goed zijn opgevangen. Je hoorde wel eens wat over fractiediscipline, maar daar is niets van waar gebleken. Alles kan worden besproken en dat gebeurt ook. Ten aanzien van de coalitie, met name toen we met de Christen Unie gingen praten, is er echt een stevige discussie geweest. Uiteindelijk ben ik er wel trots op dat we met dit team hebben gezegd dat we verantwoordelijkheid willen nemen en niet op de reservebank blijven zitten.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.