8 mei 2018
Nieuws
Annelies Pleyte is sinds 19 februari jl. directeur Sport van de Directie Sport dat ressorteert onder het Directoraat-Generaal Gezondheid van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ze mocht meteen in actie komen bij 'De Voorzet' voor het Sportakkoord waarbij honderdvijftig betrokkenen met minister Bruno Bruins op 21 maart jongstleden in het zand van de beachsporthal van de Haagse Sportcampus Zuiderpark samenkwamen. Er werden dertien thema’s benoemd - die ondertussen zijn teruggebracht naar vijf hoofdthema’s - om het streven naar een toekomstbestendige sport concreter te gaan maken.
door: Lieke Schiphof-Godart | 8 mei 2018
1. Hoe zijn uw eerste maanden verlopen, hoe heeft u zich ingewerkt?
“Ik ben begonnen met mensen leren kennen. Iedereen voor mij is nog nieuw, de mensen in de sportsector maar ook hier in de directie. De laatsten hebben me de eerste paar weken goed op weg geholpen, en gelukkig is iedereen die ik spreek bereid om kennis te delen. Wat helpt is het Sportakkoord, dat geeft gelijk focus aan mijn werk! Het ligt mij ook goed om actief op zoek te gaan naar wat ik wil weten.”
“Vlak na mijn aanstelling mocht ik mee naar de Paralympische Spelen in PyonCheang. In het vliegtuig sprak ik met Leo Visser, oud-topsporter en de gezagvoerder van die vlucht. Hij zei: ‘Heel Nederland ziet onze performance en analyseert ons presteren. Wij kunnen ons nergens achter verschuilen. We verwachten datzelfde van onze omgeving. Maak geen loze beloftes, en wees open over wat je doet’. Dat was een heel direct en nuttig advies.”
“Wat me meteen opviel is dat iedereen die ik spreek in de sportsector zo informeel, direct, gedreven, energiek en gepassioneerd is. Het barst van de creatieve en inspirerende initiatieven. Maar ik merk wel dat het vaak losse, op zichzelf staande ideeën zijn. Het Sportakkoord biedt een mooie kans en kan een uitstekend middel zijn om met alle partners in de sector - maar ook met de gemeenten en provincies - onze energie en krachten te bundelen voor het gemeenschappelijke doel: zoveel mogelijke Nederlanders aan het sporten en bewegen krijgen.”
2. Wat is uw rol bij het sluiten van het Sportakkoord?
“Het Sportakkoord staat in het regeerakkoord en is daarmee voor ons echt een speerpunt. In de directie besteden we er daarom nu ook veel tijd aan. We zijn begonnen met een verkenningsfase - De Voorzet - waarbij we in gesprek gingen met meer dan honderdvijftig partijen. Als directie hebben wij deze fase gefaciliteerd en we hebben met elkaar gesproken over de vorm en de inhoud van het akkoord. Welke onderwerpen moeten in het akkoord terugkomen en wie moeten er op welke wijze bij betrokken zijn? Dat was voor ons belangrijk, omdat het plan uiteindelijk gedragen moet worden door degenen die er straks mee aan de slag gaan.”
“Inmiddels zijn we bezig inhoudelijk de thema’s verder uit te diepen. We voeren nu dus enerzijds de regie wat betreft het proces, maar denken ook per thema inhoudelijk mee over de afspraken en maatregelen die nodig zijn en de bijdrage van VWS daarin. Overigens past de Directie Sport een bescheiden rol in de sportontwikkeling: dat is echt een zaak van de sportorganisaties zelf. Van alle ideeën en thema’s moet één geheel gemaakt worden. En, plannen op papier zijn nog geen werkelijkheid. Na het sluiten van het Sportakkoord begint het pas. Dan moeten we zorgen dat het tot uitvoering komt, en de coördinatie daarvan is een taak van deze directie.”
3. Wat waren uw overwegingen om te solliciteren naar de functie van Directeur Sport?
“Heel kort gezegd gaat sport voor mij over alles. Wat mij aantrekt is dat sport op allerlei manieren een rol speelt in het leven van mensen. Sport is gezond voor mensen van alle leeftijden, sport betekent voor veel mensen werkgelegenheid, en sport kan helpen in de strijd tegen overgewicht en eenzaamheid. Sport verbindt, inspireert, en maakt ons trots. Maar dan moeten we het wel samen goed organiseren, en we zullen ook moeten inspelen op ontwikkelingen en trends in de sport en daarbuiten. Ik beschouw het Sportakkoord als een mooi moment om daarin weer een belangrijke nieuwe stap te zetten.”
“Ik kan daarnaast gelukkig als directeur Sport zeggen dat ik zelf ook veel sport en beweeg. Ik tennis op de woensdagavond en wandel graag: zo loop ik het Pieterpad, maar ga ik ook graag in de bergen klimmen, skiën en wandelen. Twee keer per week doe ik aan fitness: een beetje krachttraining, pilates of bootcamp… Dus ja, ik probeer zeker om drie à vier keer per week iets sportiefs te doen.”
“Als kind deed ik ook veel verschillende sporten, hoewel een topsportcarrière voor mij duidelijk niet was weggelegd. Ik heb warme herinneringen aan de tenniscompetitie waar ik met mijn kleine tennisvereniging uit Glimmen (Groningen, red.) aan meedeed. Met het hele team in het kleine Kevertje van de voorzitter van de club gepropt reden we dan naar een uitwedstrijd elders in de provincie. Ik herinner me nog het trotse gevoel dat we in een mixdubbel de beoogde winnaars tot na zonsondergang bezig hielden –uiteindelijk verloren we natuurlijk toch, maar dat gaf niet. Ik legde het ook elke clubfinale weer af tegen mijn zus, die twee jaar ouder was. De goede herinneringen gaan niet over winnen maar om het teamgevoel en de beleving: de kou op je blote benen tijdens het hockeyen en het napraten over de wedstrijd na afloop in de kantine.”
4. Uw voorganger Bart Zijlstra zei in 2008 tijdens een interview met ons: 'De staatssecretaris is politiek verantwoordelijk voor de uitvoering van het sportbeleid. De ambtenaren adviseren haar en ik heb daarbij de eindverantwoordelijkheid'. Is daarin iets veranderd, buiten dat de staatsecretaris inmiddels een minister is geworden? En welke ruimte en vrijheid heeft u binnen deze kaders?
“Voor de sportdirectie - net als voor iedereen binnen de rijksdienst - is het kader duidelijk: wij opereren binnen het regeerakkoord en de sturing van de minister, die ook eindverantwoordelijk is. Mijn collega’s en ik hebben de verantwoordelijkheid om vanuit het algemene belang naar sport en het belang van sport te kijken. Daarbinnen hebben wij de mogelijkheid om nieuwe oplossingen en voorstellen aan te dragen. Ik vind het een fantastische uitdaging om met slimme en creatieve ideeën en door het inzetten van inhoudelijk deskundigen, invulling te geven aan de grote politieke lijnen en de minister hierover te adviseren. Daar biedt het systeem dat we in Nederland kennen heel veel ruimte voor. En voor de sport biedt het huidige regeerakkoord dat zeker!”
“We hebben in Nederland al een heel goede sportsector, en de innovatieve ideeën en oplossingen moeten dan ook vooral uit de sport zelf komen. De stap die we met het Sportakkoord proberen te zetten is de sport nog meer in de haarvaten van de samenleving te brengen. Daarnaast zou ik het mooi vinden als we meer mensen aan het bewegen en sporten krijgen en als we sport beter kunnen verbinden met andere beleidsterreinen. Vooral een concretere verbinding met onderwijs kan veel opleveren, maar natuurlijk ook samenwerking binnen VWS op het gebied van gezondheid en welzijn als je denkt aan de preventie van obesitas bijvoorbeeld, maar ook aan het tegengaan van eenzaamheid bij ouderen.”
“In overleggen met al mijn collega-directies probeer ik de verbinding te zoeken. Dus samenwerken met Sociale Zaken en Werkgelegenheid als je het hebt over de fitte werknemer, met Justitie en Veiligheid op het gebied van een veilig sportklimaat en met Economische Zaken als het gaat om innovatie en handelsmissies. Alles wat op een zinvolle manier kan bijdragen aan het versterken van de sport moeten we doen. Sport is echter geen toverstafje, je kunt met alleen sport niet alles oplossen. Je moet samenwerken met anderen binnen en buiten Den Haag. Het versterken van de sport in Nederland door synergie te zoeken met andere terreinen, dat is toch een mooie uitdaging.”
“'Nederland Sportland': dat zijn we en dat willen we nog meer versterken. Daarin is topsport natuurlijk een onmisbare pijler. Bij topsport horen ook grote sportevenementen. En die hebben we gelukkig ook: de proloog van de Tour de France in Utrecht, dat prachtige EK vrouwenvoetbal…. Topsport inspireert en trekt aan en geeft een enorme boost aan de sport in ons land. En daar gaat het sportakkoord straks natuurlijk ook over.”
5. U bent vijf jaar politiek adviseur geweest van Mark Rutte. Wat heeft u in die periode geleerd wat u nu prima van pas komt?
“Vooral hoe belangrijk het is dat je het aandurft om anderen iets te gunnen, ook al krijg je er niet direct iets voor terug. Vaak brengt dat het gemeenschappelijke doel dichterbij. Daar worden we allemaal beter van. Het is me trouwens opgevallen dat mannen dat vaak moeilijker vinden. Vasthouden aan je langetermijndoelen en niet teveel laten afleiden. Dat probeer ik in mijn persoonlijke leven ook. Als ik tennis bijvoorbeeld, wil ik niet steeds de veilige route kiezen. Dat levert op de korte termijn wel winst op, maar daar leer je niet van. Dus besluit ik om in een oefenwedstrijdje toch de topspin in te zetten, ook als dat niet iedere keer lukt en ik daardoor de wedstrijd kan verliezen. In de toekomst kan ik daardoor misschien wel winnen.”
“Mensen zeggen over mij dat ik een netwerker pur sang ben. Ik zoek graag naar gemeenschappelijkheid, en wil samen verder komen. Het verbinden van verschillende mensen en domeinen is in de sport natuurlijk bijzonder relevant. Maar ik ben niet meteen van slag als de neuzen niet onmiddellijk allemaal dezelfde kant op staan. Ook dat neem ik mee uit mijn verleden. Ik ben ook altijd erg geïnteresseerd in diverse zienswijzen, ik wil graag proberen te begrijpen waarom iemand ergens anders over denkt dan de anderen. Je kunt je ideeën vaak het beste toetsen bij iemand die het niet met je eens is.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.