Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan andré bolhuis bestuurslid van noc nsf met de portefeuille op2028

5 vragen aan André Bolhuis, bestuurslid van NOC*NSF met de portefeuille OP2028

17 november 2009

Nieuws

André Bolhuis was in 1972 en 1976 aanvoerder van het Nederlands hockeyteam dat deelnam aan de Olympische Spelen. In totaal speelde hij 128 interlands. Ook in o.m. 1992 en 1996 bezocht Bolhuis de Olympische Spelen, maar dan als chef de mission van de olympische ploeg. Van 1998 tot 2006 was hij voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond. Momenteel is hij bestuurslid van NOC*NSF met in zijn portefeuille het Olympisch Plan 2028. In het dagelijks leven geeft hij leiding aan een tandartskliniek in Utrecht. In 1987 behaalde hij de academische doctorstitel met het proefschrift ‘Tandletsels in de hockeysport’.

door: Peter Hopstaken | 17 november 2009

1. Zo langzamerhand zijn er bij het Olympisch Plan 2028 heel veel partijen en personen betrokken. Wie zijn de belangrijkste spelers en wie daarvan heeft de regie? Weet de linkerhand nog wat de rechterhand doet?
“Gerben Eggink is onze ‘kwartiermaker’ en voert momenteel de regie. Vanuit adviesbureau Boer & Croon is hij door NOC*NSF ingehuurd om de organisatie rondom het plan een eerste aanzet te geven. Feitelijk is hij er eind 2008 bij gekomen om het vertrek op te vangen van oud-directeur Marcel Sturkenboom die nauw met het Olympisch Plan 2028 verbonden was. Een belangrijke taak voor Eggink is momenteel om een directeur te vinden voor het Program Office, het uitvoerende orgaan van het Olympisch Plan dat gevestigd is op Papendal. Als de directeur gevonden is, en dat zal binnenkort het geval zijn, zit het werk er op voor Eggink.”

“Verder is deze zomer door verschillende partijen de Alliantie ‘Olympisch Vuur’ opgericht. Door het ondertekenen van een charter hebben zij zich samen achter het Olympisch Plan geschaard. Die partijen zijn de rijksoverheid, de provincies (IPO), de gemeenten (VNG), de vier grote steden, FNV, ABVAKABO, VNO-NCW, MKB Nederland en NOC*NSF. Vervolgens is er in september een Council ingesteld, een toezichthoudend orgaan dat onder andere controleert of de ter ondersteuning van het plan toegekende gelden wel juist worden besteed. Daarnaast kunnen de leden van de Council helpen om de uitvoering van het plan in goede banen te leiden. Als er ergens een kink in de kabel is, kan het helpen als één van hen zijn of haar invloed aanwendt. Leden zijn onder andere de burgemeesters van de vier grote steden en staatssecretaris Jet Bussemaker. NOC*NSF is in de Council vertegenwoordigd door Erica Terpstra en door mijzelf. Ivo Opstelten is de voorzitter van dit orgaan. Het is eigenlijk jammer dat hij korte tijd na zijn benoeming ook interim-burgemeester is geworden van Tilburg. Maar hij kan een hoop aan. En hij heeft ons verzekerd dat het burgemeesterschap echt tijdelijk is. Anderen zullen zijn afwezigheid moeten gaan opvangen. Uiteindelijk komt het goed.”

“Naast het Program Office, de Alliantie ‘Olympisch Vuur’ en de Council hebben we ook nog de ‘Club van 28’. Hierin zitten vooral mensen uit het werkveld die meehelpen om Nederland op Olympisch niveau te krijgen. De onderlinge afstemming van organen en mensen die meewerken, is bij dit soort grote projecten inderdaad een groot probleem. Het is allemaal inmiddels zo ingewikkeld geworden en zo’n groots gebeuren. Eigenlijk zou elk plan uitgelegd moeten kunnen worden op één A4’tje. Dat zou in dit geval moeilijk worden.”

2. Kun je met voorbeelden aangeven waarom het Olympisch Plan zo complex is?
“Het kabinet heeft bij de toewijzing van de gelden gesteld dat het vrij snel duidelijk moet worden waar de investeringen gedaan moeten worden. Daarmee is onder meer het belang om de host city aan te wijzen – waar immers vele investeringen gedaan zullen worden – toegenomen. Voordeel van het aanwijzen van de host city op korte termijn is de duidelijkheid die het geeft. De vele discussies daarover hoeven dan niet meer gevoerd te worden, alle energie die dat met zich meebrengt kan men dan steken in andere zaken.”

“Een nadeel van het snel aanwijzen van de host city is dat er veel mensen zullen zijn die gaan roepen dat er voor hen niets meer te halen valt. Dat is een onzinnige gedachte, want als de Olympische Spelen in Nederland gehouden worden, zullen de Spelen gedurende een lange periode voorafgaand aan het evenement verspreid over het hele land neerdalen. Veel mensen zijn in de discussie over de host city spreekwoordelijk al met de finale bezig, terwijl wij nog bezig zijn met het samenstellen van de selectie. Maar ik realiseer me ook wel dat er keuzes gemaakt moeten worden. Vooral vanuit het ministerie van VROM klinken er geluiden dat over de aanleg van grote infrastructurele projecten vaak twintig jaar van tevoren wordt besloten. Lastig is daarbij onder meer: we weten niet precies welke sporten vertegenwoordigd zullen zijn op de Olympische Spelen van 2028. Laat staan waar de accommodaties zullen moeten komen!”

“Ik ben in allerlei hoedanigheden nu twaalf keer op de Olympische Spelen geweest. Als je daar geweest bent en rond gekeken hebt dan weet je dat er sowieso een paar ‘landmarks’ gezet moeten worden. Zo heb je een groot stadion nodig voor de openings- en sluitingsceremonie, een groot atletiekstadion, een groot zwemstadion, een groot perscentrum en een gigantisch hotel voor het IOC. Alleen al zo’n enorm hotel, zoals ik bijvoorbeeld in Beijing zag, dat hebben we in Nederland niet. Over dit soort grote voorzieningen moet je nu al gaan nadenken, dat moet je ver van te voren plannen. Dat geldt ook voor nieuwe wegen die nodig zullen zijn om de extra verkeersstromen van en naar de accommodaties in goede banen te leiden. Gelukkig is een groot deel van de accommodaties tamelijk flexibel te plaatsen. Voor een sport als bijvoorbeeld beachvolleybal is niet veel meer nodig is dan een veld en tribunes. Dat kan overal in Nederland worden opgebouwd. Dat hoeft dus niet nu al gepland te worden.”

“De komende tijd is de grootste uitdaging: ‘hoe gaan we de regie voeren om verder te komen met het plan?’ De grote kunst wordt daarbij om het tempo van uitvoering goed te houden. We kunnen niet steeds op topsnelheid opereren, maar het vuurtje moet wel blijven branden. Af en toe moet het veel licht geven en vervolgens weer smeulen. Maar hoe krijg je dat voor elkaar? Dat is ontzettend moeilijk. Een andere grote uitdaging is: ‘hoe gaan we heel Nederland bij het plan betrekken?’ Ik kan me verder goed voorstellen dat we ons plan een mondiaal thema moeten gaan meegeven. Het meest voor de hand liggende thema is ‘water’. Dat thema hoort bij ons en kunnen we mooi verbinden aan andere grote onderwerpen zoals milieu en duurzaamheid. Bovendien, de koning die wij te zijner tijd zullen hebben – Willem-Alexander – is gespecialiseerd in watermanagement en zit momenteel in het IOC. Dat valt dus allemaal mooi samen.”

3. Jan de Jong van de NOS luidde laatst tijdens een bijeenkomst van de businessclub van Topsport Amsterdam de noodklok. De NOS zou de uitzendkosten van alle evenementen die naar Nederland gehaald worden om ons land op ‘olympisch niveau’ te krijgen niet steeds meer kunnen dragen. Zie jij een oplossing voor dit probleem?
“De omroep valt onder minister Plasterk. Die zal dan eerst roepen wat je in zo’n geval vaker hoort: ‘ga eerst maar eens wat efficiënter werken’. Tot nu toe hebben NOC*NSF en VWS als er tekorten waren om de evenementen uit te zenden voor incidentele financiering gezorgd. Maar dat is op langere termijn niet prettig werken. Ik ben het dus met Jan de Jong eens dat we een structurele oplossing moeten vinden. Alleen is het momenteel niet de ideale tijd om over financiële commitments te praten. Op termijn zouden we het met hulp van de Alliantie Olympisch Vuur voor elkaar moeten kunnen krijgen. Ook is het van belang dat we nu echt centraal gaan regelen wie wanneer welk evenement gaat proberen te organiseren.”

4. Wat wordt de belangrijkste taak van de nieuwe voorzitter van NOC*NSF, de opvolger van Erica Terpstra? Uitvoering helpen geven aan het Olympisch Plan?
“De nieuwe voorzitter moet een zekere binding hebben met het Olympisch Plan. Het plan vormt immers een link met de sportagenda. Maar de nieuwe voorzitter hoeft zich niet te profileren als degene die het hele plan draaiende houdt, want dat is niet het geval. Ik denk dat de sport in het algemeen en NOC*NSF in het bijzonder enorm geprofiteerd hebben van de bekendheid van Erica Terpstra. Ik denk dat zij na de koningin de bekendste vrouw in Nederland is. Dat zal niemand haar na doen, dus dat mogen we ook niet van de nieuwe voorzitter verwachten.”

5. Heb je de ambitie om de nieuwe voorzitter van NOC*NSF te worden? Dat zou toch een logische volgende stap zijn in je bestuurlijke carrière?
“Ach, dat valt denk ik wel mee. Er is een commissie met de selectie bezig. We zien wel wat daar uitkomt, ik heb geen idee. Zelf ben ik heel druk met het Olympisch Plan en dat vind ik erg leuk om te doen. Ik ben heus geen olympische aanbidder met oogkleppen op. Maar je geeft je baby niet zomaar aan iedereen weg!”

NASCHRIFT: Daags na publicatie van dit interview - op 18 november 2009 – maakte NOC*NSF bekend dat André Bolhuis de enige kandidaat was om Erica Terpstra op te volgen als voorzitter van de nationale sportkoepel. Op 11 januari 2010 stemde de Algemene Ledenvergadering van NOC*NSF in met die enkelvoudige voordracht. Bolhuis is daarmee de opvolger geworden van Erica Terpstra die in mei 2010 zal aftreden omdat haar maximale ambtstermijn er op zit.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.