Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan adriaan visser wethouder sport in rotterdam

5 vragen aan Adriaan Visser, wethouder sport in Rotterdam

31 januari 2017

Nieuws

Adriaan Visser is wethouder financiën, organisatie, haven, binnenstad en sport in Rotterdam. Hij presenteerde onlangs de nieuwe Sportnota 2017+, die ambieert het Rotterdamse sportbeleid van 2030 vorm te geven. Sport Knowhow XL sprak de wethouder over de ambities van sportstad Rotterdam, over breedtesport, topsport, Feyenoord én over olympische ambities.

door: Leo Aquina | 31 januari 2017

1. Je bent sinds mei 2014 wethouder financiën, organisatie, haven, binnenstad en sport in Rotterdam. Wat houdt die portefeuille sport in?
“Rotterdam is een echte sportstad, op topniveau maar ook in de breedtesport. Als wethouder ben ik zowel met die top als met de breedtesport bezig. Ik kom bijvoorbeeld net van het Tata Steel-schaaktoernooi in de Kuip waar op topniveau wordt geschaakt. Als het gaat over breedtesport kun je denken aan discussies over rubbergranulaat, dat zijn allemaal zaken die bij mij op het bord komen. Het is een taak van de gemeente om zowel top- als breedtesport te faciliteren.” 

“We hebben in Rotterdam een gemeentelijke dienst die gaat over de organisatie van de sport. Daaromheen hebben we een aantal stichtingen - zoals Rotterdam Sportsupport en Rotterdam Topsport - waardoor we alles in huis hebben om zowel de topsport als de breedtesport te kunnen bedienen. Natuurlijk hebben we ook nauwe contacten met de andere grote steden als Amsterdam en Den Haag, met VWS en Papendal. We denken tegenwoordig niet meer in termen van 010, 020 of 070, we zoeken juist veel samenwerking. Niet alleen vanwege de kosten, maar ook omdat de internationale concurrentie nu eenmaal groot is als het bijvoorbeeld om het organiseren van grote sportevenementen gaat.”

"Als er wordt gekozen voor centralisering van trainingen op Papendal, dan moeten wij meegaan in die keuze"

“Ook als het gaat om topsportbeleid trekken we samen met anderen op. Bijvoorbeeld door samen met NOC*NSF, Den Haag en Dordrecht een Centrum voor Topsport en Onderwijs en Regionale Topsport Organisatie tot stand te brengen. Als stad zijn we trots op onze topsporters, zoals bijvoorbeeld Nouchka Fontijn. Dat zijn ook inspiratiebronnen voor de jeugd. We hebben bij Rotterdam Topsport wat budget om topsportverenigingen en talenten te helpen. Bij alles wat wij als regionale bestuurders doen, vind ik overigens dat het regionale belang nooit boven het nationale belang mag staan. Als er wordt gekozen voor centralisering van trainingen op Papendal, dan moeten wij meegaan in die keuze." 

"Als grote steden moeten we in overleg andere accenten leggen. Wij doen in Rotterdam bijvoorbeeld veel aan vechtsporten. Die passen goed bij onze bevolking en kunnen van oudsher op veel animo rekenen. In het verleden is er, bij het ontbreken van afstemming op dat gebied, ook wel eens wat misgegaan. Wij hebben hier een roeibaan liggen, dat is feitelijk een concurrent van de Bosbaan. Zoiets zou nu niet meer zo snel gebeuren.” 

2. Jullie hebben onlangs een nieuwe Sportnota gepresenteerd. We lezen op de site Rotterdamsport.nl dat die tot stand is gekomen dankzij de inzet van een breed netwerk aan betrokken partners zoals sportverenigingen, sportbonden, organisatoren van sportevenementen, commerciële sportaanbieders , zorg- en welzijnsinstellingen, het onderwijs en bedrijven.' Hoe gaat zoiets in de praktijk?

XL24Rotterdam-AdriaanVisser“We hebben inderdaad veel partijen laten meedenken. In principe maak je eens in de vier jaar een sportnota. Een college kan daar zijn stempel op drukken, een volgend college voert een groot deel uit en maakt zelf ook weer een nieuwe nota. Voor een deel voer je het beleid uit van je voorgangers en bepaal je het beleid van je opvolgers." 

"We wilden dat de sportnota breed gedragen werd, daarom hebben we een integraal projectteam geformeerd met verschillende gemeentelijke disciplines zoals werkgelegenheid, zorg, welzijn, stadsontwikkeling maar ook externe partijen. We zagen een aantal ontwikkelingen en daar wilden we op inspelen. Je ziet bijvoorbeeld dat er steeds meer individueel en ongeorganiseerd wordt gesport. Dat zie ik ook zelf als ik in de stad hardloop.” 

“Je moet ook kijken naar de verdeling van de sport over de stad. De middelen zijn beperkt en je wil zorgen dat de drempel om te sporten voor iedereen zo laag mogelijk is. Juist daarom hebben we veel partijen betrokken via stadsgesprekken, het integrale projectteam en hebben we gesprekken gevoerd met verschillende partners en gebruikers. We vinden dat we als overheid een bepaalde verantwoordelijkheid hebben als het gaat om gezondheid. Wat hebben zorgverzekeraars en verenigingen nu eigenlijk nodig van de gemeente? Dat heeft geleid tot heel brede input en dat hebben we in de loop van het proces steeds smaller gemaakt.” 

"Uiteindelijk is mijn voornaamste doelstelling dat alle Rotterdammers met plezier kunnen sporten"

“Het is belangrijk dat iedereen zich ervan bewust is dat wij het hier niet allemaal zelf hebben verzonnen op Coolsingel 40. Mensen moet zich erin herkennen en zien dat er iets met hun input is gedaan. Uiteindelijk is mijn voornaamste doelstelling dat alle Rotterdammers met plezier kunnen sporten. Daarom zijn we bij het maken van de sportnota heel vraaggericht te werk gegaan.”

3. Waar ben je als je naar de inhoud van de sportnota kijkt het meest tevreden over? En wat had je graag in de sportnota gehad, dat er uiteindelijk niet in is gekomen?
“Iets wat op het eerste gezicht niet opvalt, maar waar ik wel heel blij mee ben, zijn onze sportregisseurs. We hebben er elf, voor ieder gebied is er één. Een van hun belangrijkste taken is inventariseren en matchen. Het klinkt gek, maar dat gaat in de sport vaak heel moeizaam, het afstemmen van vraag en aanbod. Schoolgaande kinderen moeten weten welke sportverenigingen er in de buurt zijn. Vaak komen kinderen via vriendjes bij een bepaalde sport terecht, maar misschien willen ze wel iets anders. Mensen weten vaak niet goed wat er allemaal mogelijk is en precies daarvoor hebben we die sportregisseurs. Het lijkt klein, maar het rendement is enorm. Het zorgt ervoor dat meer mensen gaan sporten en dat ze een keuze kunnen maken voor iets dat bij ze past, waardoor ze vaak ook langer blijven sporten." 

"Mooi in dat verband is de website Rotterdam Sport. Dat is een website waarop het hele sportaanbod in de stad is terug te vinden. Dat gaat over de georganiseerde sport, maar het werkt ook andersom. Mensen worden geïnspireerd om activiteiten te organiseren. Als iemand een idee heeft om iets te organiseren, kan hij straks ook via die site op zoek naar een locatie.”

XL24Rotterdam-AdriaanVisser2“Ik ben er ook trots op dat we na jaren van bezuinigingen weer extra geld hebben kunnen vrijmaken voor sport. Dat geeft aan hoeveel waarde je er als stad aan hecht. Buiten het reguliere budget om hebben we 22 miljoen vrijgemaakt. Dat geld investeren we in de aanleg van nieuwe velden. Capaciteit is belangrijk, daarom zijn we veel met verenigingen in gesprek over de mogelijkheden om velden optimaal te benutten.” 

“Het is moeilijk aan te geven wat ik nog meer in de nota had willen hebben. Het budget is altijd beperkt, dus je moet keuzes maken. Ik zou wel graag meer investeren in sport in de openbare ruimte. We doen op dat gebied wel het een en ander, maar ik zou bijvoorbeeld graag zien dat er een mooie app komt met routes om te wandelen, fietsen, hardlopen en skaten in Rotterdam. Die routes zou je ook aan kunnen geven, maar dat kost allemaal geld en als wethouder financiën weet ik ook dat de polsstok soms niet verder reikt.”

4. Jullie willen met de Sportnota 2017-2020 de basis leggen voor het sportbeleid in 2030. Kijk je daarmee niet veel te ver vooruit? 
“Natuurlijk is het moeilijk om een visie te maken voor over dertien jaar, maar als je tegen die tijd naar de Olympische Spelen wil, zit je nu op de basisschool. Het is dus belangrijk dat wij ervoor zorgen dat die kinderen gaan sporten en ook blijven sporten. Dat geldt niet alleen voor de sporters die uiteindelijk de top halen, maar ook voor al die andere Rotterdammers die een gezond leven willen leiden. Dertien jaar geleden zag de sport er heel anders uit. Daarom moeten wij juist nu nadenken hoe het er over dertien jaar uitziet.”

"Moeten wij nu een bad bouwen van olympisch niveau? Nee, in Eindhoven ligt het olympische zwembad van Nederland"

“Je kunt wel inspelen op een aantal ontwikkelingen. We gaan verdichten in de binnenstad, dat betekent dat er meer mensen op minder grond komen te wonen, bijvoorbeeld door hoogbouw. Daar moeten we met de sportvoorzieningen in de binnenstad dus rekening mee houden. Zoals ik al eerder zei, kijken we daarbij verder dan de stadsgrenzen. We krijgen bijvoorbeeld een 50-meterbad in Rotterdam. Dat hadden we niet want ons laatste 50-meterbad is ergens in de jaren tachtig afgebrand. Moeten wij nu een bad bouwen van olympisch niveau? Nee, in Eindhoven ligt het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion en dat is het olympische zwembad van Nederland. Aan de andere kant hebben we hier in Rotterdam geen structurele schaatsbaan. We doen het nu al een jaar of vier met een tijdelijke kunstijsbaan en daar ziet het zwart van de mensen." 

AdriaanVisser350“Het is lastige materie want de grond in de stad is duur en vroeger zijn veel sportclubs naar de randen van de stad verdreven voor woningbouw. Wij proberen daarop in te spelen. Neem bijvoorbeeld de omgeving van De Kuip. Daar investeren we als stad in de gebiedsontwikkeling Stadionpark. Deze zomer openen we daar een nieuw, toekomstgericht sportcomplex, de Sportcampus Stadionpark. Bestaande voetbalverenigingen fuseren om meer vitaal te worden, Hockeyclub Feijenoord krijgt hier de kans uit te groeien tot een volwassen vereniging. Door kunstgras te gebruiken in plaats van natuurgras maken we tegelijk ruimte voor een nieuwe, hoogwaardige woonwijk op Zuid. Voor de verenigingen is dit alles best ingrijpend, maar ze gaan er wel voor!"

“Als we het over de hockeyclubs hebben, moet je ook toekomstgericht denken. Jeroen Herzberger, tophockeyer en sportambassadeur van Rotterdam heeft mij wel eens gevraagd om alle tophockeyers van Rotterdam bij elkaar te brengen. Hockeyclub Rotterdam speelt hoofdklasse, maar Victoria en Leonidas hebben ook ambities. Misschien moet je, kijkend naar de toekomst, het tophockey centraliseren en de andere twee clubs vragen om zich te richten op de breedtesport? Zo moet je ook de drie profclubs tegen het licht houden. Wij hebben met de betaald voetbalclubs geen subsidierelatie en ik ben er heilig van overtuigd dat er in Rotterdam ruimte is voor drie clubs. Eindhoven heeft PSV met 200.000 inwoners, dus dat kun je uitrekenen. Hoewel we als gemeente dus geen subsidierelatie hebben met de betaald voetbalclubs, neemt de gemeente overigens wel zijn verantwoordelijkheid om alles wat buiten de stadions gebeurt in goede banen te leiden.” 

"De internationale beeldvorming rond de hoofdstad is misschien niet ideaal, tegelijkertijd kunnen de Spelen Amsterdam de kans bieden daar wat aan te doen"

5. Tot slot dan, je spreekt gloedvol over de samenwerking met andere steden. Het nu zittende kabinet heeft een streep door het Olympisch Plan 2028 gehaald, maar de burgemeester van Amsterdam heeft al laten weten dat hij nog altijd een voorstander is. Hoe staat Rotterdam daarin? 
“Wij zijn er ook voorstander van. Het gaat ook daarbij niet om 010 of 020. Het zou wel uniek zijn als je niet de hoofdstad kandideert, dat ligt het meest voor de hand. Aan de andere kant moet je wellicht kijken naar de kansen van het bid: met welke kandidaat heb je de meeste kans de Spelen ook echt naar Nederland te halen? De internationale beeldvorming rond de hoofdstad is misschien niet ideaal, tegelijkertijd kunnen de Spelen Amsterdam de kans bieden daar wat aan te doen. Hoe dan ook, als het er ooit van komt, wordt het gewoon een unieke samenwerking; het worden altijd de Spelen van Nederland. Je moet gaan zwemmen in Eindhoven en fietsen in Limburg, noem maar op. Tegen die tijd zijn er perfecte verbindingen.”

“Rotterdam heeft een paar jaar geleden een bid gedaan voor de Jeugd-Olympische Spelen, de YOG (Youth Olympic Games, red.). Toen zijn wij het niet geworden, maar we hebben die ambitie nog steeds. Eén van de voorwaarden van het IOC is dat er niet geïnvesteerd mag worden in faciliteiten die uitsluitend voor de YOG gebouwd worden. Met het zwembad waarover ik eerder sprak en bijvoorbeeld de nieuwe woningen in het Stadionpark zijn er geschikte faciliteiten die we toch al bouwen. We overwegen nu een bid te doen voor de Jeugd Olympische Spelen van 2023. Het is nog niet duidelijk wat het zou moeten kosten, maar vanwege die nieuwe eisen is dat bedrag in ieder geval een stuk lager dan voorheen, al heb je het nog altijd over miljoenen. Er moet dan ook altijd privaat geld bij. De overheid doet mee, maar de meerderheid van de kosten moet uit private middelen komen.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.