Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan aan marcella mesker tenniscommentator en bestuurslid noc nsf

5 vragen aan aan Marcella Mesker, tenniscommentator en bestuurslid NOC*NSF

13 december 2016

Nieuws

Marcella Mesker was van 1979 tot 1988 professioneel tennisster. Zij werd zeven maal Nederlands kampioen, behaalde een WTA-titel en reikte tot de 31ste plek op de wereldranglijst. In het dubbelspel won Mesker tien titels en haalde zij de finale van het Australian Open in 1979. Nadat zij was gestopt, werd Mesker tenniscommentator bij de NOS. Als speelster was zij bij de WTA al actief in het bestuur en ook na haar actieve tennisloopbaan bleef zij zich op bestuurlijk gebied inzetten voor de sport. Sinds 2014 is zij bestuurslid bij NOC*NSF: “de champions league van het sportbestuur in Nederland”, aldus Mesker.

door: Leo Aquina | 13 december 2016

1. Jij speelde zelf dertig jaar geleden tennis op het hoogste niveau. Wat zijn de grootste verschillen met het toptennis van nu?
“Om te beginen de enorme hoeveelheid geld in het tennis van tegenwoordig. Het is tegenwoordig veel meer business geworden en bijna iedereen reist met een grote entourage, coaches, familieleden, vrienden. Dat noemen we de staart van het tennis, iedereen die achter het circuit aanreist. Het is een soort jetset en dat was er vroeger veel minder. Het was er wel hoor, ik ben ook wel eens met het privévliegtuig van Martine Navratilova meegereisd en zij had ook een heel gezelschap inclusief haar honden bij zich, maar dat was indertijd echt een uitzondering. Tegenwoordig kan de top honderd bijna overal zelf een coach meenemen. In onze tijd was dat misschien de top tien à vijftien."

"Als tennisser was je een kleine zelfstandig ondernemer. Het was echt pionieren"

XL43_5vragenMarcellaMesker-1a“Ik had geen eigen coach bij me. In overleg ging de bondscoach nog wel eens langer met me mee als ik FedCup had gespeeld. FedCup speelde je voor de eer van het land. Zo’n afspraak met de bondscoach was dan een soort tegenprestatie. Als tennisser was je een kleine zelfstandig ondernemer. Het was echt pionieren. Vaak ging ik ook op pad met collegaspeelsters Kathy Jordan en Liz Smylie. Samen betaalden we dan een coach, bijvoorbeeld voor het grascircuit in Engeland. Dat was Richard Lewis, tegenwoordig algemeen directeur van Wimbledon. Je komt elkaar altijd weer tegen.”

“In het tennis hebben de spelersvakbonden (ATP bij de mannen en WTA bij de vrouwen, red.) veel invloed. Toernooiorganisaties hebben natuurlijk niet altijd hetzelfde belang als de spelers, maar dankzij de spelersvakbonden zijn er steeds weer stapjes vooruit gezet in de professionalisering. Zelf heb ik als speelster in de board gezeten, net als eerder bijvoorbeeld Betty Stöve.”

“Het zijn altijd de boegbeelden die verandering brengen. Roger Federer maakte zich een paar jaar geleden bijvoorbeeld sterk voor een betere verdeling van het prijzengeld. De winnaars in een Grand Slam krijgen anderhalf miljoen, maar als je er in de eerste ronde uitligt in de eerste ronde moest je het met vijftienduizend euro doen. Daarmee kom je nauwelijks uit de kosten.Tegenwoordig levert het dertigduizend euro op. Met vier Grand Slams in een jaar ben je dan in ieder geval uit de kosten. Dat is een beloning voor een jaar constant presteren en het geeft de spelers ook rust. Federer zelf had dat als topper niet nodig maar het is mooi dat hij er wel voor op de bres sprong.”

"Je ziet nu dat Serena Williams ook opstaat, een beetje laat want dat heeft ze eerder eigenlijk nooit zo gedaan"

“In het vrouwentennis heeft Billy Jean King voor enorme emancipatie gezorgd. Zij speelde in de jaren zeventig zelf nog voor vijfentwintig dollar als hoofdprijs, maar inmiddels is het prijzengeld voor mannen en vrouwen bijna helemaal gelijk getrokken. Daarin loopt tennis voorop in de wereld. Je ziet nu dat Serena Williams ook opstaat, een beetje laat want dat heeft ze eerder eigenlijk nooit zo gedaan. Tegenwoordig is ze zich bewust van haar plek in de historie en van haar voorbeeldfunctie voor jonge meisjes. Toen bij de Laureus Sport Award werd gezegd dat Serena een van de Greatest Female Athletes of the World was, zei ze zelf: ‘Nee, een van de Greatest Athletes of the World.’ Daarmee laat ze zien waar ze voor staat en ze pakt meteen een headline. Spelers hebben veel macht.” 

2. In een radio-interview met Een Vandaag afgelopen zomer zei je: 'Tennis is een volkssport geworden'. Is het inderdaad echt een sport voor alle lagen van de bevolking? 
XL43_5vragenMarcellaMesker-2a“Dat hangt ervan af op welke club je komt. Misschien is het niet helemaal een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolkig, maar als je kijkt waar tennis vandaan komt, zijn we een heel eind gekomen. Ik mocht als klein meisje tot mijn tiende niet lid worden van een club en als je lid werd, was er een ballotagecommissie. Het was echt een witteboordensport. Tom Okker en Betty Stöve hebben ervoor gezorgd dat tennis in Nederland groot werd. Tegenwoordig is het veel minder gesloten. Iedereen kan tennissen. Natuurlijk zijn er nog heel traditionele clubs, maar er zijn ook open clubs, verenigingen waar aan meerdere sporten wordt gedaan en ook aan tennis. Dat zorgt ervoor dat het tennispubliek diverser wordt. Daar hebben ook de Richard Krajicek Playgrounds aan meegeholpen. In het begin waren dat tennisbaantjes. Tegenwoordig is het breder, maar je ziet dat daardoor veel meer kinderen ook met tennis in aanraking komen.”

"De tennisvereniging is niet langer de familiebasis. Mensen hoeven ook niet per se lid te zijn van de bond om te tennissen"

“Tennis maakte met Tom Okker en Betty Stöve een enorme groei door, maar de afgelopen jaren loopt het ledental van de KNLTB gestaag naar beneden. Dat heeft te maken met trends in de maatschappij. Mensen willen ongebondenheid, de ene dag hardlopen, dan weer fitnessen en ook wel eens tennissen. De tennisvereniging is niet langer de familiebasis. Mensen hoeven ook niet per se lid te zijn van de bond om te tennissen. Veel mensen huren gewoon samen met een paar vrienden een baan voor eeen uurtje." 

"De fitnesbranche heeft met allerlei flexibele lidmaatschappen enorm van die individualisering geprofiteerd. De tennisbond wil daar nu ook op inspelen. Dat is natuurlijk lastig voor een organisatie met zeshonderdduizend leden. En dan zijn er clubs die elkaar de tent uit concurreren. Maar ze moeten zich realiseren dat tennis concurreert met andere sporten. Tennisverenigingen kunnen dus beter samenwerken. In Den Haag zijn drie verenigingen. Waarom bestaat er geen lidmaatschap dat mij de mogelijkheid geeft op alle drie de parken te spelen, net zoals het mij op dat moment uitkomt. Mensen willen de vrijheid om last minute dingen te kunnen doen.”

XL43_5vragenMarcellaMesker-33. Op een enkele uitzondering na presteren Nederlanders niet goed in het internationale toptennis. Hoe verklaar je de verschillen met vroeger, toen we wel hele generaties topspelers hadden?
“Dat is heel jammer. We hebben lang genoten van echte topspelers. Richard Krajicek won zijn eerste toernooi in 1990. Toen was ik zelf net gestopt, maar als commentator stapte ik op het juiste moment in. We hebben met Krajicek, Paul Haarhuis, Jacco Eltingh, Jan Siemerink, Sjeng Schalken en later Raemon Sluiter en Martin Verkerk tot ongeveer 2007 echt een gouden tijd gehad. De laatste jaren gaat het wat minder op de grote toernooien. Als klein landje doen we het met Kiki Bertens en Robin Haase nog steeds goed, maar in Nederland stellen we nu eenmaal altijd hoge eisen.”

“De KNLTB wil als tennisland bij de toptien van de wereld horen. Dat is niet onrealistisch want de bond kijkt breder dan alleen de senioren mannen en vrouwen. In het rolstoeltennis zijn we als Nederland wereldtop en de junioren tellen ook mee. Als je alles bij elkaar optelt, doen we het nog niet zo slecht, maar het juniorentennis is jarenlang verwaarloosd. Met junioren werden in het verleden te weinig internationale toernooien gespeeld. We hadden ook geen deelnemers bij de jeugd Grand Slams. Onder technisch directeur Jan Siemerink is dat gelukkig veranderd en doen de talenten weer de broodnodige internationale ervaring op.”

"Mijn man komt uit Zweden, die hebben een heel andere mentaliteit. Daar is het mond dicht en spelen"

“Onze Nederlandse tennissertjes hebben internationaal nog een hoop te leren. Ze moeten ook op internationale toernooien zelf hun score bijhouden en aan hun eigen kant van de baan bepalen of de bal in of uit is. Als ze dan tegenover een Rus of een Kazak staan en die zegt met een stalen gezicht ‘uit’ als de bal tien centimeter in was, zijn onze kinderen helemaal van slag. Dat heeft te maken met onze welvaart. Om het in de topsport te halen, moet je keihard zijn. Hij speelt vals? Daar denken ze in dat soort landen heel anders over. Daar zeggen ze: ‘Take the point if you can.’ Zo zit de wereld in elkaar, je wordt niet beschermd door je pappie of mammie. Mijn man komt uit Zweden, die hebben een heel andere mentaliteit. Daar is het mond dicht en spelen. In Nederland is het altijd ‘ja, maar….’”

4. Om de doorstroming van tennistalent naar de top te verbeteren presenteerde de KNLTB vorig jaar een plan om de Nederlandse tennisopleidingen te accrediteren en talent bij elkaar te brengen in centrale trainingen. Wat vind jij daarvan? 
“Er is eigenlijk nooit naar het niveau van de Nederlandse coaches gekeken. Er zijn tennistrainers die al dertig jaar lesgeven en nog altijd precies hetzelfde doen. Gelukkig heeft de bond een trainerstraject opgezet. In het kader van 'Permanente Ontwikkeling' moeten zij hun kennis bijspijkeren door workshops te bezoeken om hun licentie te behouden. De bond heeft ook een duidelijk traject uitgezet voor talenten. Waaraan moet een talent voldoen op een specifieke leeftijd? Dat is allemaal in kaart gebracht. Je moet de internationale swingtechniek beheersen. Internationaal wordt er bijvoorbeeld met een bepaalde grip gespeeld. Tennis is technisch een heel moeilijke sport en veel trainers leren de kinderen die techniek niet of te laat aan, omdat ze het te moeilijk vinden of omdat ze het zelf niet beheersen. Het is goed dat de bond tennisopleidingen gaat certificeren. Daarom is prestatiemanager Alex Reijnders aangesteld die de tennisscholen in het land afgaat.” 

"Vroeger had je vijf of zes tennisscholen en nu zijn het er honderd. Die zijn echt niet allemaal even goed"

“Ook de centralisatie van tennistrainingen is goed. Natuurlijk is daar kritiek op, maar die tenniscoaches praten vooral voor eigen gewin. De KNLTB eist dat talenten minimaal twee dagen in de week aan centrale trainngen deelnemen en dan zijn die tennisscholen de kinderen kwijt. De tennisscholen vinden dat die kinderen de hele week bij hen moeten spelen, want daar verdienen ze aan. Ze denken niet in het belang van die talenten. De beste spelers worden beter als ze met de beste spelers kunnen trainen. Je ziet in andere sporten ook dat centrale trainingen op Papendal vruchten afwerpen, kijk naar handbal, volleybal, atletiek en straks ook judo. Natuurlijk hebben critici als Hugo Ekker en Tjerk Bogtstra heel veel goede dingen voor het tennis gedaan, maar vroeger had je vijf of zes tennisscholen en nu zijn het er honderd. Die zijn echt niet allemaal even goed. De bond heeft tot taak de beste mensen bij elkaar te brengen, dus ik ben voorstander van centralisatie.”

5. Naast je actieve tenniscarrière en later je journalistieke loopbaan, heb je ook altijd bestuursfuncties bekleed in de sport en sinds 2014 ben je bestuurslid bij NOC*NSF. Wat is daar jouw rol en wat zijn je ambities? 
XL43_5vragenMarcellaMesker-4“We hebben naast de voorzitter, de penningmeester en de voorzitter van de atletenommissie geen aparte portefeuilles in het bestuur. Er zijn wel aandachtsgebieden en in mijn geval is dat topsport. Ik ben twee jaar geleden gevraagd als opvolger van Tineke Bartels en op die positie wilden ze het liefst iemand die net als Tineke zelf ook uit de sport kwam. Persoonlijk heb ik geen specifieke ambitie als bestuurslid. Ik wil mijn steentje bijdragen aan de organisatie en de transitie van de sportkoepel in de toekomstige maatschappij. Mijn rol is vooral verbindend. Er zijn 74 sportbonden en daar moeten we allemaal goed mee samenwerken. Die bonden hebben het allemaal ook niet makkelijk, dus het is zaak om goed naar ze te luisteren. Ik loop nu twee jaar mee en inhoudelijk zie ik een heel professionele organisatie waar mensen met hart en ziel werken. Inhoudelijk heb ik daar helemaal niets op aan te merken.”

"Ik wil laten zien dat er een hele professionele organisatie staat die voor de sport heel goed bezig is"

“Natuurlijk is er kritiek op NOC*NSF. Dat is inherent aan sport, als je wint krijg je een medaille en als je verliest word je afgemaakt. Maar wat er in het nieuws komt is maar een heel klein deel van de organisatie, een organisatie die als geheel prima functioneert. Natuurlijk baal ik van de terechte kritiek op de losersvlucht en natuurlijk is het frustrerend als je vanuit Rio alle ophef rond Yuri van Gelder ziet. Maar als bestuurslid kun je daar op dat moment betrekkelijk weinig aan doen. Het is een crisissituatie en daar moeten de mensen die er dicht op staan beslissingen over nemen. Op zo’n moment moet niet ook het bestuur er nog een plasje over willen doen." 

"Als bestuurslid moeten we accepteren dat er kritiek is, evalueren wat er goed en fout is gegaan, intern kritische vragen stellen, maar uiteindelijk op de bres staan voor NOC*NSF. Ik wil laten zien dat er een hele professionele organisatie staat die voor de sport heel goed bezig is. Dat zie je aan het hoge niveau van de Nederlandse topsport, maar ook aan de sportparticipatie die nog altijd omhoog gaat. Dat wordt ook onderkend door de overheid. Het ministerie van VWS maakt extra geld vrij voor topsport omdat ze inzien wat de sport bijdraagt aan Nederland.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.