5 september 2017
Nieuws
Sport Knowhow XL bestaat tien jaar. In het kader van het jubileum stellen we deze keer geen vijf maar tien vragen en wel aan Clémence Ross (60). Tien jaar geleden verliet zij de politiek om even later directeur te worden van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB). Ook was zij ex-bestuurder bij voetbalbond KNVB en de Nederlandse Hippische Sportfederatie én tweeënhalf jaar voorzitter van profclub De Graafschap.
door: Marc Hoeben | 5 september 2017
1. Ik neem je graag even mee naar tien jaar geleden, naar het jaar 2007. Je zei als staatssecretaris van VWS de politiek vaarwel en werd voor vijf jaar directeur van het NISB, het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen, het huidige Kenniscentrum Sport. Welke functie paste het beste bij jou? Hoe kijk je terug?
“Na de kabinetten Balkenende I, II en III was het mooi geweest, ik wilde dichter bij de praktijk komen te staan. Sport en bewegen was één van mijn portefeuilles bij VWS, dat raakte aan een aantal dingen die ik graag wilde doen. Maar dan wel in een bestuurlijke functie."
“Het mooie van het NISB was dat je je kon bezighouden met activeren en verleiden, echt met gedragsverandering en niet alleen met het geven van voorlichting. Ik heb destijds andere opties buiten de sport wel overwogen, maar kwam dan toch telkens bij de sport terecht en het brede, maatschappelijke belang daarvan. Zo ben ik op vrijwillige basis ook bestuurder van de Nederlandse Hippische Sportfederatie geweest en was ik ook bij voetbalbond KNVB actief. Dan ging het om één specifieke tak van sport, het NISB bestreek natuurlijk een veel breder terrein."
"Zo hadden we de campagne om minstens dertig minuten per dag te bewegen of te sporten. Die discussie speelt nu ook weer, waarbij je elke activiteit als een vorm van sport of bewegen moet gaan zien. Ha, wat dat betreft zie ik niks nieuws onder de zon. Het was toentertijd best een klus om verschillende partijen aan die campagne te verbinden. Maar heel spijtig: de overheid heeft nooit een permanente leefstijlcampagne op dat onderwerp - dat bewegen goed is voor je gezondheid - gevoerd. In allerlei landen, bijvoorbeeld in Zuidoost-Azië, gebeurt dat wel. Maar in Nederland niet. Best gek."
“Ook hier worden we geconfronteerd met gezondheidsproblemen, bijvoorbeeld door obesitas. De overheid zou juist het voortouw kunnen nemen met langlopende programma’s. En niet met zoiets als de Nationale Sportweek. Dat is maar één week! Zo gebeuren er veel te veel incidentele dingen. Op politiek niveau wordt er dan gezegd dat zulke campagnes te betuttelend zouden zijn. Nou, daar ben ik het dus niet mee eens. Als overheid hoor je aan te geven waar Nederland voor moet staan. En dan weten we bijvoorbeeld dat het noodzakelijk voor je gezondheid is om te bewegen. Nu heb je een initiatief van de stichting van ex-volleyballer Bas van de Goor voor wandeldagen. Dat zou dus ook heel goed aan kunnen sluiten bij een brede boodschap van de overheid. Maar we hebben veel te veel versnippering."
“Beide functies pasten heel goed bij me. En het was heel handig dat ik met de kennis uit de politiek bij het NISB binnenstapte. Het zorgde ervoor dat ik veel gemakkelijker verbindingen kon leggen. En dat heb ik dan ook zo veel mogelijk gedaan.”
2. Wie of wat heeft in beide functies een voor altijd blijvende indruk op je gemaakt?
“Ik was een tamelijk jong en blond staatssecretarisje. Ha, en toen kwam ik bij een voetbalinterland. De inmiddels overleden oud-bondscoach Rinus Michels zat op de tribune. Het was er druk, ik was met een heleboel mensen in gesprek geweest en de wedstrijd was al begonnen, toen ik ging zitten. Michels: ‘U moet wel altijd vóór het fluitsignaal op de tribune zitten.’ Nou, dat heb ik dus geleerd. Dat sommige dingen ook echt bij je functie horen. Sinds die dag kom ik nooit meer te laat en ik erger me er dood aan als anderen te laat komen."
“Als ik een voorbeeld moet noemen, dan kom ik uit bij wielrenster Leontien van Moorsel. Wat een doorzettingsvermogen, wat een vrouw. En dat in de mannenwereld van de sport. Vrouwenfietsen werd vóór haar niet serieus genomen. Dat heeft zij veranderd en daar hebben anderen later weer van geprofiteerd. Zij was ook op een ander vlak, door haar eerlijke verhaal over anorexia, een voorbeeld. Ze durfde met haar persoonlijke problemen naar buiten te komen. Heel knap. Een dijk van een wijf. Een ander voorbeeld is mijnheer Stokhof, een ras-Rotterdammer die door diabetes al jaren op de bank zat. Hij was moe, had geen sociaal leven meer. Hij ging meedoen met de ‘Beweegkuur’, een beweegaanbod van het NISB. Het was spuiten of bewegen. Door zijn doorzettingsvermogen knapte hij compleet op en hielp zijn vriend weer op de markt. Een topper, die man."
“Voor Feyenoord-directeur Eric Gudde kan ik ook wel bewondering hebben. Weet je, veel bestuurders vinden het maar niks als je als politica en vrouw meepraat. Want je hebt er toch geen verstand van, hoor je ze bijna denken. Bij Gudde heb ik dat gevoel nooit gehad, met hem heb ik ook soms contact. Hij heeft de leiding over zo’n grote club en heeft het zó moeilijk gehad om die club door de woelige baren te loodsen. Feyenoord is een vat vol emoties, maar hij wist rustig te blijven. Heb ik veel respect voor. Voor het voetbal en voor de KNVB zou het heel goed zijn als hij naar de bond overstapt, na zijn afscheid van Feyenoord in november. Dan zeg ik daarbij wel dat de commissarissen niet op zijn stoel moeten gaan zitten. Die neiging bestaat. Maar een directeur moet een eigen beleid neer kunnen zetten. Ik hoop dat Eric de tijd krijgt en met hem een goede technisch directeur."
"Maar bij de KNVB ligt voortdurend het gevaar op de loer dat de clubs aan het roer willen zitten. Wat mij opvalt bij voetbal: er wordt altijd gezegd dat het in voetbal anders is. Dat is dan eigenlijk een excuus om de dingen niet beter te willen maken. Terwijl het toch eigenlijk om fatsoenlijke bedrijfsvoering en fatsoenlijke governance zou moeten gaan. Dat wil maar niet lukken. Kijk naar wereldvoetbalbond FIFA, ik betwijfel het of daar na alle schandalen wezenlijk iets is veranderd. Sommige mensen zijn verdwenen, anderen zijn er voor in de plaats gekomen. In veel landen is er nog steeds nauwelijks controle op de besteding van de gelden van de FIFA.”
3. Heeft sport in de politiek zo langzamerhand de plek gekregen die het verdient?
“Oooh, daar heb je het over een heel groot spanningsveld. Aan de ene kant wil sport graag op de politieke agenda staan. Aan de andere kant wil de sport graag dingen zelf regelen, zelf besluiten nemen en zelf de financiën regelen. Dus dan rijst weer de vraag wat de overheid precies zou moeten doen. Het is wel mijn idee dat sport een heel groot belang heeft om uit het politieke debat te blijven."
“In de Tweede Kamer heerst de waan van de dag. De sport heeft soms baat bij incidenten, doordat voor de oplossing van problemen geld van de overheid beschikbaar komt. Aan de andere kant geeft een opeenstapeling van incidenten een eenzijdig negatief beeld van de sport. Het vinden van een balans tussen aandacht en terughoudendheid van de politiek is vaak lastig. Sport heeft een belangrijke plek in de samenleving, kijk naar alle mooie evenementen en toernooien. En al die activiteiten in verenigingen. Op de lokale agenda is sport niet weg te denken. Het kan altijd beter maar we doen het in Nederland zo gek nog niet.”
4. De kabinetsformatie is bezig. Moeten we een aparte minister van Sport krijgen?
“Welnee, het moet gewoon onder Algemene Zaken vallen. Dan is de boodschap anders. Kijk, je kunt zeggen dat je met een aparte minister de boodschap uitdraagt dat je sport belangrijk vindt. Maar als je het dan zo belangrijk vindt, waarom laat je het dan niet onder de premier vallen? Wat kan een minister dan nog meer? Sport zal nooit één ministerie kunnen zijn. Daarvoor is het te klein, het raakt ook te veel andere gebieden. Het gaat ook over economie, over gezondheid, over juridische zaken. Waarbij het niet eens zo belangrijk is waar het onder valt. Het gaat er veel meer om of je het breed uitdraagt.”
5. Je was de eerste vrouwelijke voorzitter in het betaalde voetbal bij De Graafschap in Doetinchem. Na ruim twee jaar moet je je functie neerleggen. Dat werkte toch niet, een vrouw tussen al die kerels?
“Het is een soort algemeen gebruik in zo’n functie dat je wordt lastiggevallen en bedreigd. Ik was daarbij niet een specifieke uitzondering. Ik zei ‘ja’ tegen die functie, in mijn enthousiasme, en het was de bedoeling om de gemeente Doetinchem en De Graafschap dichter bij elkaar te brengen voor de bouw van een nieuw stadion. Dat project zou al een eind op weg zijn, maar dat bleek dus niet zo. De raad van commissarissen bestond uit een prima stel mensen, maar ik heb het wel onderschat. Er was nog eigenlijk helemaal niks. Plus: ik draaide niet aan de knoppen, dat deed de projectmanager."
"Ondertussen degradeerde De Graafschap, zoals wel vaker. Daar kon er maar één de schuld van krijgen en dat was natuurlijk die mevrouw. Er kwam een beweging op, de harde kern eiste de club op. Je moet je voorstellen: Martin Mos, voorzitter van de raad van commissarissen, wil een representant van de harde kern zijn, hij heeft een schoonzoon met een stadionverbod. De Graafschap wil graag een cultclub zijn. Maar van het soort waar ik niet bij wil horen."
"Tsja, als je het zo stelt, dan is het waarschijnlijk heel terecht dat ik daar weg ben. Maar ik dacht: we zetten de schouders eronder en dan komt het goed. De les is dat geen enkele weldenkende vrouw zo’n baan onder die omstandigheden zou moeten ambiëren. Daarmee zeg ik niet dat vrouwen het niet kunnen. Ik weet hoe de voetbalwereld in elkaar steekt en ik weet hoe mannen als Johan Derksen over de rol van vrouwen in het voetbal denken. Nou, al eet ik een zak zout op, dan krijg ik nog geen dorst van Derksen met zijn mislukte kapsel en zijn voortdurende midlife crisis. Prima, dat die mannen met elkaar op tv lol hebben, hoor. Maar wel opvallend dat vrouwen zulke programma’s niet organiseren."
"Ha, ik vind het wel mooi dat de rol van vrouwenvoetbal steeds groter wordt. Moet voor die mannen toch een beetje schrikken zijn. Ik heb ruim tien jaar geleden met Henk Kesler nog een rol gespeeld bij de start van de eredivisie van het vrouwenvoetbal. Tegenwoordig is de infrastructuur echt veel beter, er is bij de KNVB keihard aan getrokken, er zijn echt stappen gemaakt. Maar de druk is ook van onderaf gekomen door het groeiende ledenaantal. Mensen als Derksen zullen gehoopt en gedacht hebben dat de belangstelling voor vrouwenvoetbal zou overwaaien. Maar het gaat niet meer over. Nooit, denk ik.”
6. Je maakt deel uit van de commissie onder Klaas de Vries die in opdracht van NOC*NSF sinds medio dit jaar onderzoek doet naar seksuele intimidatie en misbruik in de sport. Schiet dat al een beetje op?
“We zijn in juni begonnen en in december moeten we de resultaten presenteren. We proberen praktische aanbevelingen te geven, waar de sport echt wat aan heeft. Het gaat om preventie en signalering en het nog beter voor elkaar te krijgen dan nu. We laten onderzoek doen, we willen inzichtelijk krijgen hoe groot te probleem is qua aard en qua omvang. Veel verenigingen hebben nu een vertrouwenspersoon en de indruk bestaat dat daarmee de materie wordt afgedaan."
"Maar er is ook nu al zo veel meer, bijvoorbeeld via het tuchtrecht. De vraag is wel of het zo werkt als we dat zouden willen. Je hebt verschillende sportomgevingen, je kunt kijken wanneer iemand kwetsbaar is. Daarnaast heb je zoiets als mobiele telefoons en de vraag hoe we met social media om moeten gaan. De verenigingen en de bonden hebben de verantwoordelijkheid de norm te stellen. Maar daarnaast moet je zorgen dat het bespreekbaar is. Je moet een open klimaat creëren, voor het slachtoffer én voor de club.”
7. De laatste jaren zijn we je een beetje uit het oog verloren. Wat houd je nu bezig?
“Ik ben veel meer aan de kant van gezondheid en voeding gaan zitten. Ik heb een parttime baan bij Agora. Dat is een instelling die alle partijen in de palliatieve zorg met elkaar verbindt, in opdracht van VWS. We moeten helder maken wat mensen nodig hebben, als ze te horen krijgen dat ze niet meer beter worden. Daarnaast ben ik bijvoorbeeld ook nog voorzitter van het Nationaal Rampenfonds, commissaris bij het Prinses Máxima kinderziekenhuis en toezichthouder bij de Universiteit Twente.”
8. Zien we je ooit nog in een sportbestuurlijke of politieke functie terug?
“Ik wil heel graag resultaten boeken en energie krijgen van mensen. Dat zou misschien nog steeds in de politiek kunnen, maar ook zeker in de sport. En dan interesseren de schijnwerpers mij helemaal niks.”
9. Welke boodschap heb je na tien jaar Sport Knowhow XL voor de sport?
“Nou, doe wat je als sport het beste kan. En dat is toch: mensen plezieren. Daarnaast zeg ik: streef naar concrete resultaten. Je moet niet alleen problemen opwerpen. Het gaat ook om uitstraling en probeer daarbij zo positief mogelijk te zijn. Want op die manier sla je veel gemakkelijker een bruggetje naar de politiek.”
10. En welke boodschap heb je aan Sport Knowhow XL?
“Raak nooit het enthousiasme kwijt om verhalen te delen en blijf dat op een onafhankelijk platform doen. Het is mooi dat dit bestaat. Zonder de scoringsdrift van bijvoorbeeld een medium als Voetbal International.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.