20 juni 2024
Nieuws
door: Leo Aquina | 6 juni 2024
Een tijdritpak dat Tom Dumoulin twintig seconden winst per uur fietsen opleverde, dartpijlen die bijna 50 procent nauwkeuriger zijn, een aerodynamische fiets voor Harrie Lavreysen en zijn collega-baansprinters, de slee van skeletonster Kimberley Bos. Topsport en wetenschap hebben elkaar gevonden. Toen Daan Bregman tien jaar geleden aan de TU Delft bij het Sport Engineering Institute begon, was dat nog niet zo vanzelfsprekend. “Het was een zoektocht”, vertelt hij. Afgelopen dinsdag vierde het instituut haar tienjarig jubileum met NOC*NSF-directeur Marc van den Tweel als een van de hoofdgasten. Sport Knowhow XL blikt terug en vooruit met een van de oprichters.
“Toen we begonnen waren we vooral intern gericht; wat hebben we eigenlijk allemaal in de aanbieding?”, zegt Bregman. “We hebben als Technische Universiteit natuurlijk een aantal sterke kennisgebieden, aerodynamica, hydrodynamica, composietconstructies, maar ook elektrotechniek, wiskunde en informatica. We wilden de vakgebieden overstijgen. De vraag was welke wetenschappers we gingen samenbrengen. We wilden enthousiasme kweken en het was natuurlijk ook een zoektocht met wie we dit samen wilden gaan doen, NOC*NSF, sportbonden. We werkten al samen met het toenmalige wielerteam Skill-Shimano.”
Topsport en breedtesport
Het Sport Engineering Institute richtte zich in eerste instantie vooral op topsport, maar dat werd al snel breder getrokken. Een grote katalysator was de zes miljoen euro die in 2016 via NWO beschikbaar kwam voor een gezamenlijk blessurepreventieproject van het Sport Engineering Institute en de VU Amsterdam. “Daarmee konden we structureel aan de slag”, vertelt Bregman. “We zijn gestart met topsport en meetbare resultaten, maar al snel kwam daar de ambitie bij om het te verbreden. We willen ook laten zien dat we maatschappelijk impact kunnen hebben. Richting de Olympische Spelen van Parijs hebben we bijvoorbeeld het thema duurzaamheid opgepakt, ook in de breedtesport met bijvoorbeeld een project als Innovation Clubhouse.”
In de loop der jaren is de samenwerking met NOC*NSF steeds inniger geworden. Bregman: “Dat hebben we in tien jaar echt moeten opbouwen.” Dankzij vooral de vele topsportprojecten waarin het Sport Engineering Institute een bijdrage leverde aan Nederlandse topprestaties ontstond er een vertrouwensbasis. “Inmiddels hebben we twee medewerkers die deels in dienst zijn van de TU Delft en deels van NOC*NSF. Zij lopen rond bij de verschillende sporten op Papendal. Daar halen ze de vragen op en kijken ze vanuit de expertise in Delft op welke vlakken innovaties mogelijk zijn in de verschillende sporten”, aldus Bregman. Als voorbeelden noemt hij de zogenaamde Ring of Fire, een tunnel met daarin duizenden zeepbellen gevuld met helium, waardoor wetenschappers in Thialf met laserverlichting de exacte luchtstroom rond schaatsers in beeld kunnen brengen. Een ander voorbeeld is het onderzoek naar waterstromingen rond roeiboten. “Eigenlijk kunnen we alle sporten die iets van techniek in zich hebben verbeteren”, zegt Bregman. Op het jubileum afgelopen dinsdag waren veel van die innovaties te zien en te beleven op de sportseXhibition en de eXperience https://www.aanmelder.nl/sportinnovation/innovations in Delft.
Ongelijk speelveld?
De innige band tussen wetenschap en sport roept ook ethische vragen op. Sportfilosoof Ivo van Hilvoorde schreef daarover in Homo Movens, een overzichtswerk over bewegingswetenschappen en sportfilosofie. In een interview met Sport Knowhow XL stelde Van Hilvoorde de vraag: ‘Is een sportwetenschapper meer fan dan wetenschapper wanneer innovaties om prestaties te verbeteren geheimgehouden worden om de concurrentie te snel af te zijn? Moet je daar als wetenschapper aan meewerken? Wanneer creëer je een ongelijk speelveld dat indruist tegen de ethiek van de sport?’
Op het Sports Engineering Institute zijn ze zich bewust van het morele dilemma. Bregman: “Sport heeft per definitie een ongelijk speelveld. De een heeft betere trainingsfaciliteiten, de ander heeft misschien een betere krachttrainer of meer financiële middelen. Wij ontwikkelen innovaties voor de sport en ja, soms houden we de kennis over die innovaties iets langer vast, bijvoorbeeld tot vlak voor de Olympische Spelen. Maar het is onze plicht als wetenschapper om te publiceren en we publiceren dan ook alles wat we doen.”
Duurzaamheid
Bij de viering van het jubileum van het Sport Engineering Insitute is duurzaamheid een van de belangrijkste thema’s. Bregman: “We hebben in dit voorjaar samen met NOC*NSF een leiderschapsprogramma aangeboden waaraan leiders in de sport hebben meegedaan. Daar gingen we op zoek naar zaken waar de sport in de toekomst tegenaan zal lopen. Klimaatverandering gaan zijn uitwerking niet missen. Kun je in 2032 in de zomer nog wel op dezelfde manier sporten als nu? Het is dan al heel veel heter in de zomer. Bregman: “Niet voor niets was Kees Vendrik, voorzitter van het Nationaal Klimaat Platform, een van de sprekers op het symposium, net als Tim van der Hagen (voorzitter van het college van bestuur van de TU Delft) en Marc van der Tweel. We slaan de handen ineen met mensen uit het bedrijfsleven, de sport en de overheid om voor de komende jaren klimaatscenario’s uit te werken voor de sport.”
Voor meer informatie: eXplore | a decade of sports innovation
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.