Berry Debrauwer
26 maart 2026
Een Maatschappelijk Contract Topsport. Dat idee lanceerde Martijn Kooijman onlangs in een artikel op de website van adviesbureau BMC. Naar aanleiding van de Olympische Spelen in Milaan zwengelt de consultant en voormalige plaatsvervangend directeur sport op het ministerie van VWS de discussie aan over de maatschappelijke waarde van topsport. "Dat moeten we concreter maken", aldus Kooijman. "Laten we stoppen met steeds opnieuw te bevestigen hoe relevant het is. We moeten aan de slag."
26 maart 2026
Nieuws
Kooijman onderkent de maatschappelijke waarde van topsport, maar het komt niet vanzelf: "Na de Nederlandse successen in Milaan hoorde je wel dat mensen hierdoor meer in beweging zouden komen, maar dat is onzin. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat dit niet zomaar het geval is. Daarom vind ik het belangrijk om door te denken. Hoe kunnen we dan wel zorgen dat het effect heeft? Wie gaat wat doen en wat spreken we af? Er is nog te veel vrijblijvendheid. Daarom denk ik dat we er gewoon een contract over moeten opstellen."
De financiering van de topsport door middel van subsidies en loterijgelden die via NOC*NSF worden verdeeld bestaat in de huidige vorm ongeveer een kwart eeuw. "Voor veel mensen voelt dat als vanzelfsprekend, maar dat is het niet meer. De overheidsbijdrage staat onder druk. Niet voor niets maakt topsportdirecteur André Cats van NOC*NSF zich zorgen. Vroeger was er een top-10 doelstelling bij de verdeling van topsportgelden. Als er minder geld is, moeten we die doelstelling loslaten, met alle mogelijke gevolgen voor de maatschappelijke waarde van topsport. Met een nieuwe coalitie en een nieuwe minister van sport is het van het grootste belang om te laten zien hoe relevant het is om in die topsport te investeren."
"Laten we nou niet dat aantal medailles als uitgangspunt nemen, maar laten we kijken wat die medailles de maatschappij opleveren"
Martijn Kooijman
Uit de topsportbegroting 2026 van VWS blijkt dat er vanuit het ministerie 48,4 miljoen euro naar de topsportbegroting van NOC*NSF gaat. Daar komt nog 17,5 miljoen bij vanuit de Nederlandse loterij en 0,7 miljoen vanuit het IOC en partners. NOC*NSF is verantwoordelijk voor de verdeling van dit geld over de verschillende topsportprogramma's. Medaillekansen zijn daarbij een belangrijke factor. Hoewel Kooijman het logisch vindt dat NOC*NSF gaat over de verdeling van de topsportgelden, is hij kritisch op de criteria: "Bij de verdeling van topsportgelden kun je niet om NOC*NSF heen. Daar zit zoveel kennis als het gaat om topsport, maar de partijen die NOC*NSF financieren mogen we kritisch zijn op de bestedeing en wat die opleveren. l striktere eisen stellen. Laten we nou niet dat aantal medailles als uitgangspunt nemen, maar laten we kijken wat die medailles de maatschappij opleveren."
©SCS/Soenar Chamid
Overigens moeten we hier de kanttekening bij maken dat voetbal een uitzonderingspositie inneemt. Kooijman: "NOC*NSF is officieel vertegenwoordiger van de Nederlandse sport, maar de KNVB is een instituut op zichzelf en zo wordt het vanuit VWS ook benaderd. Zij vallen ook buiten die begrotingsbedragen. Maar ik kan me ook bij de KNVB voorstellen dat je meer verbinding legt met de maatschappelijke waarde. Grote clubs zijn ook al bezig met social return on investment."
In de kern draait Kooijmans betoog om het zichtbaar en meetbaar maken van de maatschappelijke waarde van topsport. Daarin heeft de sport zelf ook een verantwoordelijkheid, maar neemt de sport die ook? Kooijman: "Ik denk dat ze zelf vinden dat ze het wel doen, maar ik denk dat het nog onvoldoende inzichtelijk duidelijk wordt gemaakt. De intentie is er en de overtuiging ook, maar het ontbreekt aan een goed instrument. Dat kun je de sport eigenlijk ook niet kwalijk nemen, want het is ze nog nooit gevraagd."
Martijn Kooijman
Heeft Kooijman voorbeelden als het gaat om het concreet maken van de maatschappelijke waarde van topsport? "Toen ik nog bij VWS werkte, had ik een werkbezoek bij 3x3 Unites en toen viel bij mij het kwartje. Daar zie je hoe topsport doorwerkt tot in de haarvaten van de steden. De inspiratie komt van de gouden medaille in Parijs en die topsporters worden zelf heel nauw betrokken bij de programma's in de wijken. In algemene zin denk ik dat topsport heel veel kan betekenen voor talentenprogramma's. je kunt topsport koppelen aan educatieve programma's op scholen, de mogelijkheden zijn legio." Daarmee rijst de vraag in hoeverre je topsporters daarmee moet belasten. Is hun corebusiness niet gewoon medailles winnen? Kooijman: "het is iets anders dan een sponsorverplichting. We vragen topsporters niet een horloge te verkopen, we vragen ze iets terug te doen voor de sport waar zij ook zelf hun positie aan te danken hebben. En je moet het natuurlijk goed afstemmen met de atleten, maar als je Femke Bol af en toe vraagt om af en toe een school te bezoeken ergens een lezing zal dat haar medaillekansen niet direct in gevaar brengen."
Om het Maatschappelijk Contract Topsport vorm te geven, pleit Kooijman voor een scorecard. "Verantwoording afleggen kan administratieve druk met zich meebrengen en daarmee wil de de bonden niet extra belasten, maar je moet wel legitimeren waarom je investeert in topsport en dat vraagt ook om bewijs. Met het opstellen van het contract kun je een nulmeting doen en dan zou ik op de scorecard willen focussen op drie kernthema's:
Welke indicatoren er precies op die scorecard moeten komen te staan, is iets dat Kooijman graag bespreekt met het werkveld. Op 17 april organiseert BMC daarom een kennissessie op Papendal. Kooijman ziet daarin ook een rol weggelegd voor kennisinstellingen als Mulier Insituut en de daaronder ressorterende Sport Data Valley.
"We hebben heel lang in hetzelfde stelsel gezeten, maar de vraag is of dat nog houdbaar is met krapper wordende budgetten"
Martijn Kooijman
Wat is, tot slot, de rol van BMC als het gaat om het Maatschappelijk Contract Topsport? Kooijman: " Hier werken mensen die betrokken zijn bij de publieke zaak en die betrokkenheid is de primaire drijfveer om iets op te schrijven. Het zou hartstikke mooi zijn als we ons als BMC met het artikel en de expertsessie op 17 april als partner kunnen profileren om gezamenlijk aan het Maatschappelijk contract Topsport te kunnen werken. Ik geloof dat we met de topsport op een kantelpunt staan. We hebben heel lang in hetzelfde stelsel gezeten, maar de vraag is of dat nog houdbaar is met krapper wordende budgetten. Daarom denk ik dat we op een andere manier naar topsport moeten gaan kijken. Natuurlijk hoop ik dat mensen ons gaan benaderen als ik mij hierover uitspreek. We werken graag samen met het veld toe naar een concretisering van maatschappelijke waarde - iets wat we ook op andere publieke thema’s (arbeidsparticipatie, armoede, eenzaamheid) al veel hebben gedaan.”
Deel dit bericht:
Door: Leo Aquina
3 reacties
Berry Debrauwer
26 maart 2026
Martijn Kooijman
26 maart 2026
Kees Renzenbrink
26 maart 2026
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.