19 juni 2025
Nieuws
door: Leo Aquina | 19 juni 2025
‘Er is in Nederland sprake van een homogene topsportcultuur.’ Tot die voor henzelf verrassende conclusie kwamen onderzoekers Marjan Olfers en Anton van Wijk na vier jaar graven in de Nederlandse topsportcultuur. Het resultaat, een 464 pagina’s dik rapport onder de titel ‘Vlammende Ambitie’, werd woensdagochtend in de Johan Cruijff ArenA gepresenteerd aan demissionair staatssecretaris Vincent Karremans van sport. Enkele belangrijke conclusies: ‘Het grootste deel van de Nederlandse topsporters is fysiek en mentaal gezond, maar ongeveer een kwart geeft te kennen in de topsport te maken te hebben gehad met grensoverschrijdend gedrag.’ Sport Knowhow XL sprak na afloop van de presentatie met Cees Vervoorn, die het onderzoek vanuit opdrachtgever Kenniscentrum Sport & Bewegen coördineerde en met André Cats, directeur topsport bij NOC*NSF.
“Een onderzoek dat mondiaal zijn gelijke niet kent”, zei Cees Vervoorn bij de presentatie. Het beslaat 26 bonden en 63 sportdisciplines; 1.250 topsporters, 90 oud-topsporters en 220 coaches vulden vragenlijsten in en er werden 470 interviews gehouden. Aanleiding was een Kamerdebat over grensoverschrijdend gedrag in de topsport in 2021. Toenmalig staatssecretaris van sport Paul Blokhuis zegde de Kamer een onafhankelijk onderzoek toe. Kenniscentrum Sport & Bewegen zette de opdracht voor het onderzoek uit bij onderzoeksbureau Verinorm. Het werd uiteindelijk een veel breder onderzoek naar topsportcultuur. Marjan Olfers legt tijdens de presentatie uit: "Als je op zoek gaat naar grensoverschrijdend gedrag, ga je het altijd vinden. Wij wilden zoeken welke knoppen er nou zijn in die cultuur om aan te draaien."
Meer dan medailles
Nederland heeft de afgelopen decennia onmiskenbaar de knoppen gevonden die leiden naar olympische medailles. Staatssecretaris Karremans vertelt dat er na de Olympische Spelen in Parijs zo’n acht tot tien delegaties uit andere Europese landen bij hem op bezoek zijn geweest om te zien ‘hoe we dat nou deden’. Maar topsport is meer dan medailles. “Iedere topsporter wil een medaille halen, maar dat betekent niet dat degenen die het niet halen, er niet toe doen”, zegt Olfers. “In het streven naar die medaille zit ook waarde en dat is maatschappelijke waarde voor Nederland.” NOC*NSF verlegde de koers anderhalf jaar geleden al, door medailles niet langer heilig te verklaren. André Cats: “Ik ben ervan overtuigd dat bij de besten van de wereld willen horen ook op een integere en mooie manier kan. Willen we als klein land meedoen met de besten van de wereld, dan moeten we ons concentreren op kwaliteit.”
Onderzoekers Olfers en Van Wijk hadden op voorhand verwacht een divers landschap aan te treffen in de Nederlandse topsport, maar hoe divers dat landschap ook bleek te zijn, ze kwamen al snel tot de conclusie dat - zo stelde Van Wijk - ‘sprake is van een tamelijk homogene topsportcultuur’. Die topsportcultuur is hard. Topsporters en ook coaches, die een sleutelrol vervullen in de topsportcultuur, zijn hard voor zichzelf en anderen. Olfers en Van Wijk zien veel overeenkomsten in persoonlijkheidskenmerken van topsporters. Ze hebben over het algemeen een lage emotionaliteit, ze zijn niet snel bang in onzekere situaties en laten zich niet makkelijk uit het veld slaan. Ze zijn veelal extravert, sociaal en mentaal weerbaar. Ze zijn goed in staat om druk om te zetten in energie. Tot slot zijn topsporters doelgericht en misschien wel het belangrijkste: ze hebben allemaal een enorm sterke intrinsieke motivatie.
Tien miljoen
Die harde wereld van de sport – the winner takes it all – leidt ook vaak tot financiële druk. Het inkomen is vrijwel direct gerelateerd aan de prestaties op het veld. Cats onderkent dat: “De druk op sporters komt in de eerste plaats van de sporters zelf. Zij willen vooral heel graag, maar er is ook een ander aspect. Ons stipendiumsysteem, de A-status, dat is heel rigide. Als je bij de beste acht van de wereld hoort, zit je erbij, maar als je negende of tiende bent, val je buiten de boot. Wij hebben wel plannen om dat anders te doen, maar dat kost tien miljoen. Die vraag ligt bij de overheid.”
Als het gaat om grensoverschrijdend gedrag in de sport ‘valt het relatief gezien mee’ zegt Olfers tijdens de prestentatie. Ongeveer een kwart van de sporters heeft er tijdens zijn of haar carrière mee te maken gehad. “Meestal is dat ongewenst gedrag verbaal van karakter, maar dat is allemaal statistiek. We hebben ook heel verdrietige zaken gezien. Ieder individu is er één en je zal maar die ene zijn, daar wil ik wel even bij stil staan.”
Ook Cats onderkent dat een kwart van de topsporters die last hebben van ongewenst gedrag, waarbij bijvoorbeeld pesten of ook discriminatie werden genoemd, te veel is. Opnieuw doet hij een beroep op de portemonnee van de overheid: “Ik zie het als een oproep aan ons allemaal, maar ook aan de overheid. Ik hoor de staatssecretaris enthousiast over zijn ervaringen tijdens de Olympische Spelen in Parijs en dat is terecht, maar dan ben ik wel teleurgesteld dat we niet de stap financieel niet kunnen zetten als het gaat om professionalisering. Ik zou liever het dubbele aantal pedagogisch experts inzetten.”
Grote opdracht
Het gegeven dat de Nederlandse topsportcultuur tamelijk homogeen is, maakt het volgens Vervoorn niet makkelijker om de problemen waar de topsport mee kampt aan te pakken. Vervoorn: “Het was natuurlijk makkelijk geweest als je allemaal hokjes had gehad: familiesport, vechtsport, enzovoorts. Dan zou je maatregelen kunnen toespitsen op veel kleine groepen.” Cats beaamt dat: “Het maakt de opdracht groter, de uitdagingen en verbeterpunten liggen niet in een paar sporten, die liggen in alle sporten. Dat maakt de omvang van de stappen die we moeten zetten groter.” Cats heeft zich voorgenomen het rapport deze zomer grondig door te nemen en heeft in september een bijeenkomst gepland om samen met de sport te kijken naar vervolgstappen.
Voor Vervoorn zit het werk er voorlopig op. “Op dit moment is het aan de sport. Wij kunnen als Kenniscentrum Sport & Bewegen natuurlijk wel veel instrumenten ontwikkelen in de vorm van cursussen of e-learnings, mocht daar behoefte aan zijn, maar in principe eindigt hier onze taak.” Wat verwacht hij van de politiek? “Het zijn momenteel roerige tijden, politiek gezien. De vraag is hoe het nieuwe kabinet of de nieuwe coalitie omgaat met topsport, per politieke kleur kun je een ander scenario uittekenen. Dat er bezuinigd moet worden is ook een gegeven. Wat ik vooral hoop is dat de sporters op de werkconferentie van André met elkaar de diepte ingaan. Ga eerst maar eens kijken 'hoe willen we dat doen' en als je dat voor elkaar hebt, kun je naar de politiek stappen met een op onderzoek gebaseerd verhaal.”
Karremans was al voor het eind van de presentatie vertrokken. Het was zijn laatste dag als staatssecretaris van sport, omdat hij in het demissionaire kabinet de ministerspost economische zaken op zich zal nemen. “Sport is ook geld verdienen”, grapte hij. “Ik neem het rapport mee en stop het in mijn overdrachtsdossier.”
Voor meer informatie: Vlammende ambitie - Een onderzoek naar de topsportcultuur in Nederland (pdf)
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.