15 februari 2024
Nieuws
door: Leo Aquina | 15 februari 2024
‘Homo Movens’, dat is de titel van het overzichtswerk dat Edwin Koster en Ivo van Hilvoorde samenstelden over de filosofie en wetenschap van sport en bewegen, letterlijk vertaald: de bewegende mens’. Van Hilvoorde: “Binnen het onderwijs, als het gaat om bewegingswetenschappen en bijvoorbeeld de ALO, gebruiken we verschillende boeken als het over filosofie gaat. Wij wilden alles samenbrengen in een boek dat voor alle jaren en opleidingen te gebruiken is, waarin we de perspectieven samenbrengen: wetenschapsfilosofie, sportfilosofie en bewegingsonderwijs.” Naast studenten, mikken de auteurs ook op een breder in sport(wetenschap) geïnteresseerd publiek. Zo wordt ook de populaire kroegdiscussie over de vraag ‘Wat is sport?’ in wetenschappelijk perspectief gezet.
Een pasklaar antwoord op de vraag ‘Wat is sport?’ heeft Ivo van Hilvoorde niet. “Daar besteed ik drie colleges aan”, aldus de universitair docent wetenschaps-filosofie en sportfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en lector aan de Hogeschool Windesheim. Het antwoord op de vraag wat sport is, is om verschillende redenen van belang. Van Hilvoorde: “Bijvoorbeeld om juridische redenen, maar ook als het gaat om de organisatievorm, de financiering en om ethische vraagstukken. Sommige dingen mogen wel in de sport, terwijl ze in normaal maatschappelijk verkeer niet geoorloofd zouden zijn, neem bijvoorbeeld boksen. Andersom geldt dat ook als het bijvoorbeeld gaat om doping.”
Definitie van sport
In het hoofdstuk over de vraag wat sport is, dat hij samen met collega Johan Steenbergen schreef, komt Van Hilvoorde niet tot een eenduidig antwoord. “Ik ben zelf wel gecharmeerd van de definitie die sportfilosoof Bernard Suits hanteert: ‘Sport is het vrijwillig overwinnen van onnodige obstakels'. Maar dat is slechts het begin van de discussie. Er zijn allerlei elementen die vaak worden genoemd: spelregels, een competitie-element, institutionalisering. Het zijn kenmerken, maar je kunt altijd voorbeelden bedenken die er niet aan voldoen. Ik houd me zelf al langer bezig met eSports en ik heb jaren geleden al gezegd dat het ooit olympisch zou worden. Inmiddels was het onlangs al onderdeel van de Aziatische Spelen. De definitie van sport schuift altijd op. Nog niet zo lang geleden werd fitness niet beschouwd als sport, maar tegenwoordig is fitness de grootste sport van Nederland.”
Van Hilvoorde en Koster besteden ook nadrukkelijk aandacht aan de positie van de sportwetenschap zelf. “Er wordt tegenwoordig veel getwijfeld aan de geloofwaardigheid van wetenschap in het algemeen. Hoe maken wij als wetenschappers duidelijk dat de kennis die we presenteren betrouwbaar is? Daar komen ook ethische en morele vraagstukken bij kijken. Is een sportwetenschapper meer fan dan wetenschapper wanneer innovaties om prestaties te verbeteren geheimgehouden worden om de concurrentie te snel af te zijn? Moet je daar als wetenschapper aan meewerken? Wanneer creëer je een ongelijk speelveld dat indruist tegen de ethiek van de sport? Dat zijn type vragen die we behandelen."
Subjectief
Een andere reden om (sport)wetenschap kritisch tegen het licht te houden, is de veronderstelde objectiviteit van onderzoek. Van Hilvoorde: “Er bestaat soms een naïef logisch-positivistisch beeld van wetenschap, maar zijn spelen altijd belangen, bijvoorbeeld als wetenschappers bij subsidieaanvragen van alles beloven over de problemen die zij zeggen op te lossen. Een typerend voorbeeld vind ik nog steeds Steve Blair, die de invloed van frisdrank op obesitas bagatelliseerde en vooral eenzijdig de nadruk legde op beweging bij obesitasbestrijding. Zijn onderzoek werd gesubsidieerd door Coca Cola, dat belang had bij dergelijk onderzoek. Dit is een extreem voorbeeld, maar het is goed dat studenten zich realiseren dat het paradigma dat je gebruikt nooit geheel neutraal is.”
Andere onderwerpen die in het boek aan de orde komen zijn onder andere sport als levenskunst, visies op bewegingsonderwijs en de relatie tussen sport en duurzaamheid. Bij dat laatste thema wijst Van Hilvoorde op een dilemma: “Enerzijds kun je via sport je relatie met de natuur verbeteren, maar anderzijds richten grote sportevenementen vaak ook ecologische schade aan.” Een thema als duurzaamheid staat maatschappelijk in de schijnwerpers. Hadden Van Hilvoorde en Koster hun boek vijf jaar geleden samengesteld, dan had het wellicht een minder grote plaats gekregen. Dat geldt ook voor inclusie, rechtvaardigheid en plezier in de sport. Zaken die eveneens uitgebreid aan de orde komen.
Artificial Intelligence
Hoewel het denken over sport altijd en op allerlei manieren in beweging is en blijft, gelooft Van Hilvoorde dat Homo Movens niet snel verouderd zal zijn. “Het kan zeker tien jaar mee. De casuïstiek verandert, maar het gaat over heel fundamentele vraagstukken. De enige omissie op dit moment is de hele discussie rond Artificial Intelligence. Dat behandelen we niet, maar dat gaat natuurlijk ook in de sport een steeds grotere rol spelen. Dan kom je ook uit bij een transhumanistisch mensbeeld; de mens ontwikkelt zich verder met behulp van technologie. Daarin loopt topsport voorop. Anderzijds zie je ook in de sport een toenemende virtualisering. Dat creëert een compleet nieuwe sportwerkelijkheid met nieuwe organisaties en aanbieders. Misschien zijn over tien jaar niet langer sportbonden de spil, maar bijvoorbeeld Walt Disney als aanbieder van Fortnite.”
Voor meer informatie: Homo movens - Filosofie en wetenschap van sport en bewegen
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.