Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Nieuwsberichten-Nieuwsbericht

De georganiseerde en commerciële sport steken de koppen bij elkaar

door: Leo Aquina | 9 juni 2022

De georganiseerde sport en de commerciële sport mikken op meer onderlinge afstemming en samenwerking. Afgelopen maand namen NOC*NSF en het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS) het initiatief voor een structureel sectoroverleg sport, waarvoor zij ook de KNVB, Maatschappelijke Organisaties in de Sport (MOS, in oprichting) en de Vereniging Sportbedrijven Nederland (VSB) uitnodigden. Met dit sectoroverleg hopen de sportorganisaties een krachtiger sportlobby richting Den Haag op te kunnen zetten. Sport Knowhow XL sprak met Marc van den Tweel (algemeen directeur NOC*NSF) en Lodewijk Klootwijk (directeur POS) over dit initiatief. 

Hoewel er op verschillende niveaus wel informele contacten waren tussen de verschillende vertegenwoordigende organisaties in de Nederlandse sport, was dat niet structureel en georganiseerd. Lodewijk Klootwijk: “Dat willen we nu wel gaan doen, mede op advies van de Nederlandse Sportraad. Zij stellen dat de sport versnipperd is en niet goed georganiseerd, waardoor de sport laat aan tafel komt bij de besluitvorming in Den Haag. Sport moet op de agenda en dat kunnen we alleen doen als er een gezamenlijk doel is. Daarvoor hebben we het sectoroverleg sport en sportief bewegen opgezet.”

sectoroverlegsport-1Nederlandse kwaal
Marc van den Tweel beaamt dat het idee om de koppen bij elkaar te steken onder meer van de Nederlandse Sportraad komt, maar merkt ook op dat de invulling die NOC*NSF en POS hebben gekozen, afwijkt van het advies dat de sportraad had gegeven. Van den Tweel: “De Sportraad adviseert om een sectorraad op te zetten. Dat is een beetje een Nederlandse kwaal: als je iets met elkaar wil, ga je niet aan de slag, maar je gaat een club oprichten. Dat doen we dus niet. Het sectoroverleg is écht iets anders. We gaan wel met elkaar om de tafel, we gaan de krachten bundelen, we gaan samen dingen doen, maar we gaan het niet institutionaliseren.”

De georganiseerde sport (NOC*NSF) en de commerciële sportaanbieders bekeken elkaar in de afgelopen jaren vaak als concurrenten. Marc van den Tweel is een klein jaar in dienst van NOC*NSF en hij ziet die tweedeling niet: “Mijn verleden is beperkt en dat is soms ook een voordeel. Ik geloof dat de georganiseerde sport en de commerciële sport complementair zijn. De overeenkomsten zijn groter dan de verschillen en we kunnen elkaar echt versterken.”

"Heel veel mensen die bijvoorbeeld via een vereniging sporten, gaan ook naar de sportschool"

Bereidheid tot samenwerken

POS-LodewijkKlootwijk-1Klootwijk is het daarmee eens en ook hij heeft een beperkt verleden want het POS bestaat pas een kleine drie jaar: “Ik heb met het oude leiderschap (bij NOC*NSF) weinig contact gehad, wel met Marc van den Tweel”, aldus Klootwijk. “Er is geen koudwatervrees. Ik proef een enorme bereidheid om samen te werken. We hebben wekelijks contact en we werken samen op allerlei dossiers, bijvoorbeeld als het gaat om de integriteit in de sport.” Over concurrentie tussen beide werelden maakt de directeur van het Platform Ondernemende Sportaanbieders zich niet zoveel zorgen: “Concurrentie is niet zo gek, dat heeft ook positieve effecten. Daarnaast vullen we elkaar ook aan, daarom is er zo’n breed sportaanbod in Nederland. Heel veel mensen die bijvoorbeeld via een vereniging sporten, gaan ook naar de sportschool. Sportscholen hebben daarin ook een sterk ondersteunende rol. Bij blessures is het vaak de weg terug naar het veld van de georganiseerde sport.”

Als de koepelorganisaties niet van plan zijn een nieuwe club op te richten, hoe ziet de praktische invulling van het overleg er dan wel uit? Van den Tweel: “Het overleg vindt plaats op eindverantwoordelijk niveau, dus vanuit de directies. Dat gebeurt allemaal volledig transparant. We zullen alle stukken publiceren op onze website en er komt ook een aparte site waarop alles verschijnt. Ook willen we bij iedere vergadering een vrije stoel creëren, zodat iedereen in de sport, vanuit bijvoorbeeld bonden of andere organisaties ook inbreng heeft.”

"Door corona zijn veel mensen op de bank gaan zitten en het is moeilijk om daar weer vanaf te komen. Wij willen daar een campagne voor organiseren"

Strategische agenda
In het persbericht met de aankondiging van het sectoroverleg sport staat dat ‘het sectoroverleg dit najaar haar strategische agenda vaststelt’. Hoe komt die agenda eruit te zien? Klootwijk: “Het is er allemaal op gefocust om meer mensen te laten sporten en bewegen. NOC*NSF heeft een heel goede sportagenda opgesteld met alle sportbonden en hun achterban. Wij hebben onze eigen agenda afgelopen week samengesteld. Nu gaat het erom: hoe leggen we die verhalen op elkaar. Vanuit het POS vinden we het belangrijk dat de ondernemers ook echt betrokken worden bij de sportakkoorden. Door corona zijn veel mensen op de bank gaan zitten en het is moeilijk om daar weer vanaf te komen. Wij willen daar een campagne voor organiseren. Op de middellange termijn willen we ook kennisprogramma’s ontwikkelen voor het behoud van sporters en op de lange termijn willen we aansluiten bij het preventieakkoord.”

5vragenaanMarcVdTweel-3

Van den Tweel waakt voor grote vergezichten in de strategische agenda van het sectoroverleg. “We willen geen blauwdruk neerleggen voor de sport in de komende dertig jaar in Nederland. Ieder moet vooral zijn eigen ding doen. Het gaat er om wat we in praktische zin samen kunnen afspreken. We gaan bijvoorbeeld kijken wat er speelt op het gebied van fiscaliteit. Waar hebben we allemaal mee te maken en hoe kunnen we daar samen op lobbyen? Daarnaast zie je dat we mede door corona beter het gemeenschappelijke belang zijn gaan inzien. Dat kan leiden tot allerlei hybride vormen tussen de georganiseerde sport en de commerciële aanbieders. We zien bijvoorbeeld veel fitnessliefhebbers onder zaalvoetballers, dan kun je denken aan een dubbellidmaatschap.”

Van den Tweel noemt ook nadrukkelijk de stichtingen die in het sectoroverleg worden vertegenwoordigd door de nog in oprichting zijnde Maatschappelijke Organisaties in de Sport (MOS) waarvan vertegenwoordigers van de grootste organisaties volgende week voor het eerst zullen samenkomen: “Zij bieden sport en bewegen vanuit een maatschappelijke doelstelling. We hebben allemaal onze eigen benadering, maar er zit een enorme overlap in. We willen meer mensen aan het sporten en sportief bewegen krijgen. We erkennen dat de traditionele sportaanbieders, de verenigingen, dat niet alleen kunnen. Hoe, dat willen we dit najaar praktisch invullen met de strategische agenda, maar zover zijn we nog niet. De verloving is aangekondigd, maar het huwelijk moet nog geconsumeerd worden.”

« terug

Reacties: 2

bert van lingen
11-06-2022

De Nederlandse Sportwereld zit niet te wachten op de hierboven aangekondigde "verloving". Over het algemeen is een verloving en een daaropvolgend mogelijk huwelijk gebaseerd op het elkaar goed kennen en het onderschrijven van elkaars interesses en intenties.

De gehanteerde metafoor is voor dit onderwerp danook niet goed gekozen. Allereerst geven beide stromingen, de "traditionele-" en commerciele sportaanbieders aan dat de "producten" die worden aangeboden onvoldoende gedefinieerd zijn/worden.

Hoe is het mogelijk dat dit soort orienterende beleidsontwikkelingen plaats vinden zonder dat het duidelijk is over welke verschijningsvormen van sportgerelateerde activiteiten het gaat.

Een paar voorbeelden:."Sport en bewegen", hier wordt gesuggereerd dat Sport geen Bewegen zou zijn."Sporten en sportief bewegen", onduidelijk wat hiermee wordt bedoeld. "Fitnessliefhebbers onder zaalvoetballers", geen criterium en voorbeeld van de noodzaak om beleid aan te passen."Integriteit in de sport", wat wordt hier mee bedoeld? Sport kenmerkt zich door regels en wie zich niet aan de regels houdt speelt een ander spel en krijgt te maken met sancties. "Platform ondernemende sport", de sport is in dit verband niet ondernemend, maar sport wordt door ondernemers als product verkocht.

Een ander probleem in dit verband is het onderscheid dat gemaakt moet worden in de bedoelingen/motieven van de hierboven genoemde sportaanbieders.De traditionele sportorganisaties zijn gebaseerd op hetgeen leden met hun sport voor ogen hebben. E.e.a. komt tot uiting in statuten van de betreffende organisatie/vereniging. De leden betalen contributie en zijn danook medeverantwoordelijk voor het wel en wee in een dergelijk verband. Alles volgens een democratisch principe.

De commerciele sportaanbieders zitten op een geheel andere wijze in de "sport"-wereld. Hier vormen commerciele uitgangspunten de grondslag. Hier is op zich niks mis mee, echter de doelgroep die zich hier van bedient heeft een heel ander idee van sportbeleving dan de groep die zich in de traditionele sport manifesteert. 

Het gaat binnen de "vrijage" tussen beide organisaties op de eerste plaats om de vraag wat onder "sport" wordt verstaan. Welke functies hierin zijn te onderscheiden (competitie, vrije tijdsbesteding, gezondheid, respect voor anderen, kosmetisch oogpunt, ontwikkeling jeugdigen en wellicht nog andere). Welke organisaties spelen in welke functie een rol of meerdere rollen.

Zeker in verband met de in het artikel genoemde relatie met de overheid (landelijk en lokaal) is het noodzakelijk je "product" zo goed mogelijk te presenteren. In het verleden zijn er verschillende pogingen gewaagd om te pleiten voor een Sportwet. Op grond van het in bovenstaand artikel geschetste verlangen om meer met elkaar samen te werken, de ontwikkelingen zoals die in de Nederlandse Sportraad zijn aangegeven, de rol van het Onderwijs binnen deze discussie, het Zwemonderwijs, de Gezondheiszorg, de Integratie van verschillende groepen van de samenleving en wellicht nog andere gerelateerde aandachtsvelden is de tijd nu echt rijp om een samenlevingbrede discussie te voeren om een Sportwet te realiseren.

Iedereen, sporters, publieke- en commerciele organisaties, overheden, onderwijsinstellingen weten dan waar ze aan toe zijn, wat de kaders zijn waarbinnen ze opereren, welke functie ze hebben, hoe ze gefinancieerd worden of hoe ze continuiteit kunnen waarborgen.

Ik pleit er voor om, vooral met Loek Jorritsma die als meest deskundige op dit gebied reeds talloze malen aandacht gevraagd heeft, nogmaals een poging te wagen.

Vanuit te veel verschillende invalshoeken en vanuit veel verschillende belangen wordt er in de afgelopen jaren veel langs elkaar heen gepraat.

Eigenlijk komt het neer op: Eerst duidelijk krijgen wat het WAT is en vervolgens de HOE-vraag beantwoorden. Een Sportwet dus!

Loek jorritsma
11-06-2022

De bijdrage van Bert is me uit het hart gegrepen. Hoogste tijd om ordening aan te brengen in het sport landschap. En dan met name om daarmee de juiste bemoeienis van de overheid (Europees, nationaal, provinciaal en lokaal) te realiseren. En dan niet alleen van het vakdepartement maar van alle relevante departementen zoals die nu bemoeienis hebben met staatssteun, belastingen, recht (CAS), ANBI, verkeer, onderwijs, ruimtelijke ordening (sport effect rapportage) etc. Want waarom zou een commerciële bewegingsaanbieder staatssteun moeten ontvangen als er geen marktfalen is; een wedstrijd financieren op een openbare weg die afgesloten wordt voor openbaar gebruik; staatsteun verlenen aan bvo's die miljoenen spenderen aan bemiddelingskosten en salarissen voor hun spelers; etc. Het gedrocht waarmee NOC*NSF en de ondernemers nu mee komen zal het juiste antwoord van de overheden op al die vragen niet kunnen beantwoorden. Integendeel. Het zal er op uit draaien dat de sportverenigingen, nog duidelijker dan voorheen, zullen worden gezien als particuliere organisaties die met de 'commerciëlen' mogen meedingen om overheidsbijdragen. Openbare inschrijving voor projecten zoals volgend jaar in Den Haag aan de orde zal zijn. Daarna is het een kleine stap naar een verder terugtredende overheid op het gebied van de sport. Met de legitimering van bewegen als hoofddoelstelling zal die voor SPORT uitdoven. 

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst