Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Nieuwsberichten-Nieuwsbericht

Risicofactoren voor verdrinking verschillen per leeftijd

door: Nelleke van der Heiden | 11 juli 2019

Het zijn met name kinderen van 0 tot 4 jaar oud die als gevolg van een verdrinking naar een ziekenhuis komen. En veel meer mannen dan vrouwen verdrinken. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Mulier Instituut dat voortvloeit uit een onderzoek uit 2017, vertelt een van de onderzoekers, Corry Floor. “Het vernieuwende aan dit onderzoek is de mogelijkheid die we hadden om, in samenwerking met VeiligheidNL, ziekenhuisdata te analyseren. Niet alleen verdrinkingen met een dodelijke afloop konden zo beter in kaart worden gebracht, maar ook hebben we nu inzicht gekregen in verdrinkingen zonder dodelijke afloop.”

VerdrinkingCorryFloorHet gebeurde in het kader van NL Zwemveilig, een project met als doelstelling: ‘nieuwe én bestaande kennis over leren zwemmen en zwemveiligheid verzamelen en delen. Deze kennis draagt bij aan het grotere doel: de zwemveiligheid van de Nederlandse bevolking op een zo hoog mogelijk niveau te krijgen.’ NL Zwemveilig is dus gericht op zwemveiligheid in brede zin en daarbij is verdrinking een belangrijk onderwerp. “En om verdrinkingen te kunnen voorkomen, heb je eerst inzicht nodig in de risicofactoren”, vertelt Floor. En dat is precies waar dit onderzoek op gericht is: risicofactoren. De onderzoekers hebben onderzocht wie slachtoffers van verdrinking zijn, welke activiteiten een risico voor verdrinking vormen en in welke omgeving mensen verdrinken.

Analyse van mediaberichten
De ziekenhuisdata werden al kort genoemd, en verder hebben de onderzoekers een analyse uitgevoerd op mediaberichten in de periode 2014-2018. De onderzoekers hebben ook wel naar internationaal onderzoek gekeken om te zien op basis van welke data de risicofactoren in dat onderzoek in kaart werden gebracht, maar een internationale vergelijking is dit onderzoek niet. Wel kan gezegd worden dat Nederland het ten opzichte van het buitenland niet slecht doet wat betreft het aantal verdrinkingen. Maar omdat Nederlanders veel in en om het water recreëren, zijn zwemveiligheid en het risico op verdrinking wel belangrijke aandachtspunten.

Verdrinkingsongevallen bij kinderen van nul tot en met vier vinden vooral in en om het huis plaats en in een gracht, sloot of vijver

De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat risicofactoren voor verdrinkingen, en daarmee ook de preventieve maatregelen, per leeftijdscategorie verschillen. Daarom is het zinvol om mensen in verschillende leeftijdscategorieën in te delen. Verdrinkingsongevallen bij kinderen van nul tot en met vier vinden vooral in en om het huis plaats en in een gracht, sloot of vijver. De iets oudere kinderen tot en met 9 jaar hebben een verhoogd risico op verdrinking in een zwembad in vergelijking tot de andere leeftijdscategorieën. Deze verdrinkingen hebben vaak geen dodelijke afloop.

Verkeersongelukken
Onder jongeren van 10 tot en met 14 jaar vinden verdrinkingsongevallen vooral plaats in en om een meer, tijdens het sporten of recreëren. Opmerkelijk is dat de verdrinkingen onder de (jong)volwassenen (15-64 jaar) vaker dan bij de jeugd een dodelijke afloop hebben. Die verdrinkingen zijn vaak het gevolg van sportactiviteiten of verkeersongelukken. Als voorbeeld geven de onderzoekers een val in het water of een auto die in de sloot rijdt. In deze leeftijdscategorie vinden de verdrinkingsongevallen met name plaats in rivieren, kanalen en sloten of vijvers.

Verdrinking-2Onder de ouderen (65 jaar en ouder) komen verdrinkingsongevallen eigenlijk tijdens alle eerder genoemde activiteiten voor, dus sport, privé of aan verkeer gerelateerde activiteiten. Ook voor deze groep geldt dat de verdrinking vaak een dodelijke afloop kent. Voor hen zijn zwembaden, strand en meren minder risicovol, maar sloten, grachten, vijvers, kanalen en rivieren vormen wel een risicovolle omgeving.

10% fataal
Maar verdrinkingen zijn dus niet altijd met dodelijke afloop? Floor erkent dat dat idee vaak bestaat, maar als je kijkt naar de ziekenhuisdata, dan blijkt dat van alle opnamen naar aanleiding van een verdrinking slechts tien procent een fatale verdrinking betreft. En van de verdrinkingsgevallen die op de spoedeisende hulp terechtkomen, heeft een kwart een dodelijke afloop.

“Omdat de meeste verdrinkingen voorkomen onder kinderen van 0 tot en met 4 jaar, zou de preventie zich voor verlaging van het aantal verdrinkingen in eerste instantie op deze doelgroep én natuurlijk hun ouders moeten richten”, zegt Floor. In het onderzoek wordt nog niet specifiek ingegaan op mogelijke preventieve maatregelen. “Het doel van het onderzoek was om eerst inzicht te krijgen in de risicofactoren van verdrinking, zodat de branche aanknopingspunten heeft om aan de slag te gaan met preventieve maatregelen”, legt Floor uit. “Het was nadrukkelijk niet het doel om met dit onderzoek ook al een plan van aanpak voor preventie te ontwikkelen. Dit was de eerste stap in een groter proces.”

Dankzij de ziekenhuisdata is er nu meer inzicht in verdrinkingen in de privésfeer in en om het huis

Dat die eerste stap bruikbare informatie heeft opgeleverd, daar is Floor van overtuigd. Met name dankzij de ziekenhuisdata is er nu meer inzicht in verdrinkingen in de privésfeer in en om het huis. Die verdrinkingen komen vaak niet in de media, maar juist die omgeving is voor de allerkleinsten (de groep met de meeste verdrinkingsongevallen) de grootste risicofactor.

Voor meer informatie: Verdrinkingen in Nederland: kinderen risicogroep, ongevallen vaak in en om het huis (onderzoek Mulier Instituut)

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst