Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan cor van der geest voormalig technisch directeur van de judobond

5 vragen aan Cor van der Geest, voormalig technisch directeur van de Judobond

25 november 2014

Nieuws


door: Leo Aquina

1. Je hebt na Londen 2012 nadrukkelijk afscheid genomen van de topsport. Hoe is het om na zo’n lange en intensieve carrière in de topsport met pensioen te zijn?
“Ik werk niet meer in de topsport, maar met pensioen ben ik ook niet. Mijn jongste zoon Elco wilde mijn sportschool voortzetten, maar dat kon eigenlijk niet. Het gebouw was oud en te klein. Die zeshonderd vierkante meter in de binnenstad van Haarlem was niet meer van deze tijd. We hadden ruimte nodig voor een sportschool met diverse faciliteiten, want van judo alleen kun je niet leven. Uiteindelijk hebben we dit pand gevonden. We hebben nu een sportschool van tweeduizend vierkante meter met een instructiezwembad en alles erop eraan. Dat is het grootste cadeau in mijn leven, maar het is ook mijn grootste zorg want het is wel een investering van drie miljoen. Ik geef zelf geen trainingen meer. Ik doe alleen dingen in de organisatie, maar ik ben er enorm druk mee. Het is prachtig om dit samen met mijn zonen te realiseren. Naast Elco kijkt Dennis ook zijdelings mee”

“Deze manier van met elkaar werken is heel anders dan zoals vroeger tijdens de wedstrijden. Topsport heeft zijn eigen wetten. Een coach en een pupil kunnen van mening verschillen, er kan conflict zijn, verschil in beleving en passie. Topsport gaat om winnen en verliezen, de emoties zijn extreem. We zijn ook heel verdrietig met elkaar geweest en we hebben veel blessures gekend, vooral Elco. Dat hakt er wel in. Maar we hebben als gezin een intensieve band en we zijn er sterker uitgekomen. In de topsport ben je eigenlijk niet met de maatschappij bezig, daarom vind ik het ook zo mooi dat ik mijn zoon kan helpen om zich ook hierin te ontwikkelen. Ondernemen is iets anders dan een WK-finale judoën. Ondernemen is minder intensief, vooral als het goed gaat. Maar als het niet goed gaat en je moet alles inleveren wat je hebt opgebouwd, dan word je ook weer niet vrolijk met zijn allen. Ondernemen kan ook hard zijn.”

2. Je hebt op 9 oktober een 'open brief' aan de bondsraad van de JBN geschreven, waarin je de noodklok luidt voor het Nederlandse topjudo. Wat was daarvoor de aanleiding?
“Toen ik stopte als technisch directeur bij de judobond wilde ik afstand nemen. Ik wilde andere mensen de kans geven wat op te bouwen. Ik heb een eindrapport geschreven waarin ik aangeef dat er de eerste twee jaar niets moest worden veranderd. Alleen de structuur moest worden aangescherpt. De nieuwe technisch directeur moest eerst aanvoelen welke kant het op zou gaan en daarna vooral zijn eigen ding gaan doen. Ik heb wel aangegeven dat ik altijd bereid was advies te geven. Ze hebben me nooit gebeld en met dat rapport is niets gedaan. Ze zijn meteen met hun eigen visie aan de gang gegaan. Ik snap daar niets van. Tot die open brief in oktober heb ik anderhalf jaar lang mijn mond gehouden, maar ik werd ondertussen wel door allerlei mensen gebeld. Ik heb tegen iedereen gezegd dat ik niets meer doe in het judo. Ik ben wel bereid om mijn brief uit te leggen, maar niet in klein comité. Ik vertel in het openbaar wat ik ervan vind en als het dan toch de andere kant uitgaat, lig ik er ook niet meer wakker van.”

"Ik voelde me in de maling genomen, of dat nu bewust is gebeurd of niet”

“In mijn rapport heb ik een visie neergezet op basis van de aanname dat er veel meer geld beschikbaar zou komen voor de judobond. Dat geld zou er zijn op basis van de nieuwe verdeling van de topsportgelden met meer focus op de medaillekanshebbers. Uiteindelijk was dat geld er helemaal niet. Het is toch vreemd dat ze me nooit hebben teruggefloten. Frans van Dijk, Maurits Hendriks en Theo Fledderus (achtereenvolgens prestatiemanager NOC*NSF, technisch directeur NOC*NSF en directeur judobond /voormalig directeur NOC*NSF, red.) hebben mij nooit een signaal gegeven, maar zij moeten dat toch hebben geweten? Ik ben uitgegaan van een verdubbeling van het topsportbudget voor judo, tot ongeveer drie miljoen euro. Ze wisten waar ik mee bezig was. Uiteindelijk bleek er maar 250.000 euro extra beschikbaar te zijn. Daar was ik natuurlijk niet blij mee. Ik voelde me in de maling genomen, of dat nu bewust is gebeurd of niet.”

“Persoonlijk kan ik het goed vinden met die mensen, daar gaat het niet om, maar zij wilden iets wat ik niet wilde en dan wordt het politiek. Er is heel veel geld in het CTO (centrum voor topsport en onderwijs, red.) op Papendal gestopt, dus dat moest linksom of rechtsom een succes worden. Ik was geen voorstander van die centralisatie. Ik stopte op 31 december 2013 en de nieuwe technisch directeur Ben Sonnemans kon pas beginnen op 31 maart. Ik vond dat hij moest worden ingewerkt. Hij was tien jaar niet in de topsport actief geweest. Theo Fledderus liet mij echter weten dat ik echt op 31 december moest stoppen omdat het geld scheelde en de judobond zat in zwaar weer. Ik had het toen niet in de gaten, maar ze waren gewoon iets heel anders van plan.”

3. Kun je aangeven wat inhoudelijk het grootste verschil van inzicht is tussen jou en de judobond?
“De judobond wil het topjudo en de talentontwikkeling centraliseren. Ze willen de topsport onderbrengen in twee CTO’s op Papendal en in Amsterdam. Er zijn sporten waarin dat werkt. Kijk naar atletiek. Dafne Schippers kan heel goed alleen trainen, maar judoka’s hebben sparringpartners nodig en die komen vanuit de clubs. Het heeft er dus niets mee te maken dat ik zelf uit Haarlem kom en niet wil dat de topjudoka’s bij mijn club weggaan. Daar gaat het mij helemaal niet om.”

“We zijn de verkeerde weg opgegaan toen ik dat rapport ben gaan schrijven op basis van drie miljoen euro. Nu zeggen ze dat het onuitvoerbaar is. Ja, dat snap ik ook wel, maar dat wil niet zeggen dat de ideeën onuitvoerbaar zijn. Je moet er alleen een ander prijskaartje aan hangen. Je zou iedere sporter bij zijn club kunnen laten trainen. Dan kan je alles betalen. Wat denk je dat Haarlem en Rotterdam zelf aan sponsorgeld binnenhalen? Ze moeten de sparringpartners ook wat te bieden hebben. Als zo’n sparringpartner alleen maar wordt doodgemaakt door Henk Grol en daar staat nooit eens een leuk toernooi of een teamwedstrijd tegenover, gaat de lol er snel af.”

“Met die centralisatie maak je kapot wat er allemaal is opgebouwd in de judosport"

“Met die centralisatie maak je kapot wat er allemaal is opgebouwd in de judosport. Ik kan me de dag nog herinneren dat we met Maurits Hendriks en Frans van Dijk spraken. Jos Hell (oud-voorzitter van de judobond, red.) is mijn getuige. Ik zei: ‘Laat me dan die medailles zien die je op Papendal gaat maken.’ Ze gaven me allebei gelijk. Bovendien gaat het uiteindelijk ook veel minder geld opleveren dan het kost om alles bij die CTO’s onder te brengen. Het klinkt allemaal geweldig, maar wat krijg je ervoor terug? Je zult allerlei zaken veel duurder moeten inkopen bij NOC*NSF, bijvoorbeeld fysiotherapie. Bij een club is zoiets veel makkelijker en goedkoper te regelen want die mensen zijn er toch al en ze zijn betrokken.”

“Maar die CTO’s zijn er en ze moeten dus een succes worden. Die centralisatie stond niet in mijn rapport, maar het bestuurslid technische zaken (Koos Letterie, red.) heeft er op eigen houtje ingezet dat de centralisatie verder uitgezocht moest worden. Binnen de bond werd gezegd dat het was opgelegd door NOC*NSF. Daar geloof ik helemaal niets van. Ik wil duidelijk weten wat de eisen van NOC*NSF zijn. Ik heb Maurits Hendriks gemaild om daarover te praten. Hij wilde wel een keer om de tafel, maar hij liet ook weten dat zijn aanspreekpunt in het judo de bond is. Dat begrijp ik natuurlijk, maar ik wil gewoon weten wat NOC*NSF van de bond eist. De kennis en knowhow van NOC*NSF is hartstikke waardevol, maar als ze het judo opleggen om met zijn allen op Papendal te gaan zitten, schei er dan maar mee uit. Die centralisatie is uitgevonden door een paar mensen met een pijp in hun mond die in het buitenland hebben gezien dat het goed is voor de sport. Voor sommige sporten is het ook goed, maar niet voor het judo en ook niet voor andere sporten waarin je sparringpartners nodig hebt. Bij taekwondo zag je ook dat het mis ging.”

4. Hoe kijk je aan tegen het ontslag van Ben Sonnemans?
“In het verleden heb ik vaak tegen bestuurders gezegd dat ze zich niet moesten bemoeien met het technische beleid. Ik zei altijd ‘jullie moeten besturen’. Dat irriteerde natuurlijk, dus ik begrijp ook wel dat ze mij niet direct bellen voor advies. Maar onder mijn leiding was er binnen de judobond toch twaalf jaar rust in de tent. Dat heb ik niet alleen gedaan hoor. We deden het samen met verschillende mensen, maar er was altijd rust en dat was in het judo toch niet gebruikelijk. Het is wrang dat nog geen anderhalf jaar na mijn vertrek de nieuwe technisch directeur al wordt geslachtofferd. Ik vind dat Frans van Dijk, Theo Fledderus en het hele bestuur daar verantwoordelijk voor zijn. Ik heb toen al gezegd dat iemand die tien jaar niet in de sport heeft gewerkt een mentor nodig heeft, iemand had hem moeten inwerken.”

”Waar hij nou de opperste wijsheid vandaan haalde om het allemaal zo anders te doen?”

“Ben heeft mij zelf ook nooit gebeld. Dat had hij natuurlijk moeten doen, maar hij wist dat ik er anders over dacht. Waar hij nou de opperste wijsheid vandaan haalde om het allemaal zo anders te doen? Begrijp me niet verkeerd, ik hou van Ben, wij drinken bier samen. Ik ken hem natuurlijk als sporter, ik weet precies hoe hij is. Maar nu hoor ik hem dingen zeggen en dan denk ik, ben jij nog wel de Ben die ik ken? Ik snap het niet, maar ik zit er wel over in. Het is tussen ons nog niet goed uitgesproken. Maar hoe het bij de bond is gelopen… Ben heeft een gezin en een huis. Hij heeft zijn baan opgezegd, alles opgegeven om in de sport te gaan werken en na anderhalf jaar staat hij op straat. Het is een schande dat dit is gebeurd, dat hij niet beter is geholpen en dat alle mensen om hem heen niet mee zijn gegaan. Theo Fledderus gaat toch al weg, maar ik vind dat ook alle bestuursleden weg moeten.”

5. Als Cor van der Geest het op dit moment voor het zeggen had bij de judobond, wat zou hij dan doen?
“Als ik het voor het zeggen had en ik zou het ook op kunnen brengen, wat allebei niet het geval is, zouden we weggaan van de heilloze weg die we nu bewandelen. De structuur staat, maar de kwaliteit moet omhoog. Het is niet makkelijk om kwalitatief goede mensen te vinden. Het salaris van een bondscoach is niet onaardig, maar het is ook weer niet zo dat je na tien jaar binnen bent. Zo iemand als Maarten Arens heeft ook een gezin. Wat moet hij als hij geen bondscoach meer kan zijn? Ik wilde zorgen dat die mensen naast hun coachschap kunnen terugvloeien in het steunpunt, dat ze een normale maatschappelijke invulling van hun leven hebben.”

”Er moet iets veranderen, willen we over twintig jaar ook nog goed functioneren”

“Een coach wordt altijd afgerekend op het resultaat van nu. Coaches zijn bezig met kampioenen maken op de korte termijn, maar een technisch directeur moet vooral de lange termijn in de gaten houden. Dat doe je door goede taakomschrijvingen en meer functioneringsgesprekken. Er moet iets veranderen, willen we over twintig jaar ook nog goed functioneren. Ik vind dat er op dit moment te veel wordt gekeken naar het individu. Voor mij is de groep altijd veel belangrijker geweest, dat heeft weer met die sparringpartners te maken. Als je oog hebt voor de groep, kun je daar een structuur omheen hangen.”

“Op dit moment hebben we in de Nederlandse sport bij de coaches te veel zevens en achten en te weinig tienen. Dat komt omdat het bureaubanen zijn geworden. Je moet als coach met je sporter bezig zijn. Ik sprak eens een bondscoach bij de junioren, die begon over zijn vakantiedagen. Hij ging gewoon drie weken voor het WK op vakantie met zijn gezin. Dat is gebrek aan passie en beleving. Het moet geen baan worden. Een coach moet afgerekend kunnen worden, maar aan de andere kant heeft een bond ook de zorg.”

“Veiligheid is belangrijk. Kijk eens wat er nu rond Guus Hiddink gebeurt bij het Nederlands Elftal. Hoe veilig is Danny Blind? Kunnen ze alles eerlijk tegen elkaar zeggen zonder dat het naar buiten komt? Dat lijkt me in de voetbalwereld heel moeilijk, maar in het judo hadden we dat. Die veiligheid komt niet vanzelf. Communiceren moet je ook organiseren. Zeker met de huidige media is communicatie een gevaarlijk ding. Elkaar de waarheid zeggen via e-mail is makkelijk. Bij mij mocht dat niet. Over de mail mochten alleen zakelijke dingen worden behandeld, maar niets over personen. Dat moesten mensen elkaar recht in het gezicht zeggen. Maar dan moet je dus wel zorgen dat het niet verder komt.”

”Het moet veilig zijn. Als het maar één keer lekt, is alles weg”

“Ik heb als coach altijd geleerd door met andere coaches te praten. Anderen leren veel uit boeken, ik ben veel meer van het voelen. Als coach moet je zorgen dat je mensen om je heen verzamelt die jou versterken. Als ik weinig weet over periodisering, haal ik die kennis met iemand anders in huis. De fout die bijvoorbeeld Marco van Basten maakte als bondscoach, was dat hij met John van ’t Schip en Rob Witschge twee gelijkgestemden in huis haalde. Frank de Boer doet dat slim met die oude ervaren coach naast hem. Ik ken die man niet, maar hij is ongetwijfeld van grote waarde. Je moet elkaar durven aanvullen, maar het moet veilig zijn. Als het maar één keer lekt, is alles weg.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.