Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan andré van schaveren o m voormalig directeur van nisb

5 vragen aan André van Schaveren, o.m. voormalig directeur van NISB

11 januari 2011

Nieuws

door: Babette Dessing | 11 januari 2011

1. Je hebt een grote variëteit aan sportfuncties bekleed. Is daar een rode draad in te ontdekken?
“Ik heb inderdaad veel sportfuncties vervuld, maar de overeenkomstige factor is mijn voorliefde voor management en besturen. Nadat ik na drie knieoperaties het dringend advies kreeg om uit het vak van Lichamelijke Opvoeding te stappen, ben ik Bewegingswetenschappen gaan studeren. Om het op een Cruijffiaanse uitspraak te gooien: ‘elk nadeel hep z’n voordeel’, want ik heb vervolgens een mooie carrière en heerlijke tijd in de sport mogen beleven. Na mijn studie kon ik als waarnemend hoofd van het bureau Sport en Recreatie bij de gemeente Tilburg aan de slag en na ruim een jaar werd ik beleidsmedewerker bij de Nederlandse Sport Federatie. Een uitgelezen leerschool om op landelijk niveau actief te zijn. Binnen die zes jaar begon het te kriebelen naar meer leidinggevende functies, maar de carrièrekansen bij de NSF zaten potdicht. Dan moet je om je heen gaan kijken, wat ik overigens te weinig zie in de sportwereld. Mensen blijven veel te lang op een functie zitten en dat is niet goed voor de organisatie, maar zeker niet voor de persoon zelf. Hoe dan ook, lang heb ik niet hoeven zoeken, ik had het geluk dat ik door de Nationale Federatie voor Werkers in de Sport werd gevraagd om directeur te worden.”

“Na twee jaar ging ik bij de Nederlandse Ski Vereniging aan de slag. Als sportbond stelde de NSkiV toen niets voor. Het had het imago van een verzekeringsclub en een reisorganisatie en de NSkiV was vooral met commerciële producten bezig. Het was mijn taak om die te moderniseren en uit te bouwen, maar vooral ook om de ondermaatse sportbondfunctie een flinke impuls te geven. En in de elf jaar dat ik daar aan de slag ging, is dat zeker gelukt. Op alle disciplines (alpine, langlauf en freestyle) is er een grote moderniseringslag geweest en er is een goede infrastructuur gecreëerd, zowel voor top- als breedtesport. Bovendien heeft de NskiV het snowboarden - als eerste bond van de wereld - binnen de eigen structuur gehaald. De traditionele skibonden zagen die sport aanvankelijk in het geheel niet zitten. Dan is het toch een bijzonder moment als zoveel jaren later Nicolien Sauerbreij goud haalt op de Olympische Spelen van Vancouver. In ieder geval heb ik al die jaren met veel passie bij de NSkiV gewerkt en die passie voel ik nog steeds voor die organisatie.”

“Vervolgens ben ik in 1999 directeur bij het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) geworden. Dat was wel mijn moeilijkste functie. NISB bestond uit een door de VWS afgedwongen fusie van een aantal sportstimuleringorganisaties die elkaar niet echt zagen zitten. Al met al een lastige uitdaging die vooral in het begin veel weerstand kende, zowel intern als extern. Maar het was vooral een prachtige uitdaging om een instituut - met een nieuwe missie van kennis- en innovatie voor sport en bewegen - neer te zetten en te positioneren in de sportsector. Ik was dan ook trots toen ik in 2007 na een woelige pioniersfase een unieke organisatie, zonder fusieperikelen en goed in de opdrachten, mocht overdragen aan Clémence Ross.”

2. Je bent een paar keer interim-directeur geweest. Pas je dan voornamelijk op de winkel tot er een nieuwe directeur is gevonden of voer je dan rigoureuze veranderingen door?
“Dat verschilt uiteraard per nieuwe job. Als interim maak je vooraf duidelijke afspraken met het bestuur. Wat willen zij bereiken en in welke context? Het belangrijkst is dat je snel dingen kunt aanpakken, goed kunt observeren hoe de organisatie in elkaar zit en hoe je snelle slagen kunt maken om vooruitgang te boeken. Analyseren en overtuigen zijn kerncompetenties die je altijd nodig hebt, maar zelf werk ik ook sterk via het binden van mensen. Je moet vanuit je ervaring in korte tijd een flinke slag kunnen maken. Door een middelgrote sportbond werd ik bijvoorbeeld als interim-directeur ingehuurd, omdat de directeur voortijdig naar huis was gestuurd. De opdracht leek vooraf niet ingewikkeld, helpen om een nieuwe directeur te vinden en intussen wat processen verbeteren. Maar al snel merkte ik dat het bestuur zich veel te operationeel met het bureau bemoeide, waardoor je kon voorspellen dat een nieuwe directeur zou vastlopen. Hoewel ik dus niet de opdracht had gekregen om in die zin veranderingen door te voeren, heb ik het bestuur wel stevig geconfronteerd met mijn bevindingen en dringend geadviseerd veel meer op hoofdlijnen te gaan besturen en de nieuwe directeur echt te delegeren om de tent te runnen. Of ze dat accepteerden? Gelukkig wel, blijkbaar had ik voldoende respect en trackrecord in de sport en stond het bestuur uiteindelijk zelf aan de algemene vergadering uit te leggen dat ze anders zouden besturen. Dan ga je als interim-directeur toch met een goed gevoel naar huis.”

3. De laatste jaren zijn in veel sportorganisaties directeuren voortijdig ontslagen. Heb je daar een verklaring voor?
“De afgelopen twintig jaar komt het inderdaad vaak voor dat directeuren bij sportbonden op de afschietlijst komen te staan. Dat heeft vaak te maken met het voorbeeld dat ik net gaf over een te operationeel functionerend bestuur, maar vooral ook met de taakverdeling tussen directeur en bestuur. Als directeur moet je een organisatie met professionals leiden en draag je de verantwoordelijkheid voor het functioneren van het bureau. Het bestuur bestaat uit vrijwilligers - die weliswaar eindverantwoordelijkheid hebben naar de Algemene Vergadering - maar die verantwoordelijkheid wel moeten delegeren naar de directeur. Maar als bestuurders zich in plaats daarvan met de operationele zaken van het bureau gaan bemoeien, komt de directeur in de knel tussen het bestuur en zijn eigen medewerkers. Voor je het weet is diegene een Chinese goochelaar die al die bordjes in de lucht moet houden. Uiteraard gaat dat op een gegeven moment fout en dan is het de directeur die de biezen moet pakken.”

4. Als bestuurslid van de tweede grootste sportbond van Nederland - de tennisbond - heb je een belangrijke portefeuille: marketing, communicatie, evenementen en informatisering. Hoe kan een vrijwilliger dat in een paar uur per week behappen?
“Eigenlijk is dat in overeenstemming met wat ik zojuist over de functie van een goed bestuur vertelde. Als vrijwillig bestuurslid moet je bij je bestuurlijke taken blijven. Je bent klankbord voor de professionals, stelt op basis van het voorwerk van de directeur en zijn specialisten een strategie op, laat die strategie vaststellen in het collectief van het bestuur en vervolgens ligt de uitvoering weer bij de professionals. Het is absoluut verkeerd als ik zelf bijvoorbeeld de marketingmanager zou proberen aan te sturen, dan zou ik meewerken aan dat beeld van de directeur als Chinese goochelaar. Gelukkig hoeft dat ook niet en kan ik me beperken tot gemiddeld zes uur per week voor de KNLTB. Het heeft natuurlijk ook te maken met de mate van professionalisering en de grootte van een bureau. Bij de KNLTB praat je over 112 fte en dat is echt wat anders dan de Stichting ElemenTree, waar ik penningmeester ben. Dat is een organisatie die door middel van educatieve programma’s over bomen op lagere scholen en het planten van bomen, het natuurbewustzijn bij kinderen wil vergroten. Aangezien die stichting nog maar vijf werknemers kent, moet je daar als bestuurder wat meer op de operatie zitten, Maar ook daar is het de directeur die de kennis van zaken en de netwerken heeft, goede ideeën op tafel legt en over een duidelijke visie beschikt. Dat is echt de basis van een goede organisatie.”

5. Als je nu wordt benaderd voor een interim-klus, wat zijn dan je overwegingen om het wel of niet te doen?
“Tot nu toe ben ik eigenlijk niet benaderd voor klussen die ik niet leuk vind en heb ik alleen maar mooie opdrachten gehad. Dat is natuurlijk de belangrijkste reden om een taak aan te nemen, het moet je interesseren. Het afgelopen half jaar als ‘interim-coördinator sport’ bij Olympisch Vuur en ook dat vond ik geweldig om te doen. Het is mooi om deel uit te kunnen maken van een organisatie die – op basis van de krachtigst mogelijke bestuurlijke alliantie – de ambitie heeft om heel Nederland in 2016 naar Olympisch niveau te brengen. Tot nu toe ben ik dan ook een bofkont geweest. Ik bevind me in een comfortabele positie. Ik zit in de levensfase dat ik niks meer moet en alles mag. Ik probeer dan ook de balans te bewaken tussen interim-klussen, besturen en mijn grote passie om – liefst als backpacker – over de wereld te reizen.”

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.