1 februari 2024
Nieuws
door: Leo Aquina | 1 februari 2024
Koen Breedveld houdt op 21 maart 2024 zijn intreerede als lector Impact of Sport aan de Haagse Hogeschool. In die functie combineert hij zijn achtergrond in de sociale (sport)wetenschap bij onder meer het Mulier Instituut met de beleidservaring die hij opdeed, bijvoorbeeld in zijn vorige functie als directeur van de Reddingsbrigade Nederland. “Mijn hele werkzame leven speelt zich af op dat snijvlak tussen wetenschap en beleid”, zegt hij daar zelf over. Als lector Impact of Sport wil hij zich bezighouden met het ‘sportlandschap van de toekomst’. Hoe ziet dat landschap eruit, en wat verstaat Breedveld eigenlijk onder de impact of sport?
Sport kan op velerlei manieren impact hebben. Koen Breedveld kijkt vooral naar de maatschappelijke dimensie: “Het komt erop neer dat mensen lekker in hun vel zitten; dat ze dankzij sport sociale contacten opdoen, zich thuis voelen in de buurt en op de sportvereniging; dat ze dankzij vrijwilligerswerk vaardigheden opdoen; dat ze plezier hebben in sport en zich niet buitengesloten voelen; dat ze hier in Den Haag bijvoorbeeld een beetje trots zijn op ADO. Die club werkt zelf ook aan impact, bijvoorbeeld met het project ADO-Herinneringen, waarin ouderen voor wie sociale interactie niet meer vanzelfsprekend is, in het stadion herinneringen ophalen aan het ADO van vroeger.”
Als lector Impact of Sport volgt Breedveld Frank van Eekeren op, die op zijn beurt in 2022 aan de slag ging als hoogleraar Sport & Society aan de Universiteit Utrecht. Van Eekeren was in 2019 de initiator van het lectoraat aan de Haagse Hogeschool. “Hij heeft dat drie jaar met succes gedaan”, aldus Breedveld. “Het is de primaire ambitie van het lectoraat om ervoor te zorgen dat we met de kennis die we vergaren bijdragen aan het debat over sport in Den Haag; dat uiteindelijk meer mensen aan sport en bewegen doen; dat de verenigingen vitaal zijn en dat de stad sportiever wordt. Daarnaast moet het bijdragen aan de opleiding sportkunde. We willen met onze kennis en onderzoekservaring bijdragen aan een nieuwe generatie sportkundigen.”
Drie pijlers
Het lectoraat heeft drie belangrijke pijlers. Breedveld legt uit: “Ten eerste willen we de sport in moeilijke wijken een zet geven. Frank (van Eekeren) is daarmee begonnen in de wijken Escamp en Moerwijk, waar voor veel mensen sport niet vanzelfsprekend is. Om hen in beweging te krijgen is toen het Haags Sport Kwartier begonnen, en daar bouwen we nu op voort.” Als tweede pijler noemt Breedveld de verenigingen, of eigenlijk de sportaanbieders in het algemeen: “Ik wil bijdragen aan sterke en vitale verenigingen, met een stevige maatschappelijke rol. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld zwembaden, sportscholen, vechtsportcentra en de ijsbaan. De sport kan veel betekenen, maar alleen met daadkrachtige sportaanbieders die nieuwe doelgroepen weten te bedienen en open staan voor samenwerking. Daar willen we met het lectoraat aan bijdragen.” Het lectoraat werkt samen met de Hogeschool van Amsterdam, de Universiteit van Utrecht en Mulier Instituut aan onderzoek naar de professionalisering van sportverenigingen.
Waar de eerste twee pijlers heel duidelijk praktijkgericht zijn, heeft de derde pijler een meer theoretische basis. Breedveld: “Dat gaat over de vraag wat is nou de betekenis van sport; wat doet het met mensen. Maar ook praktijkgericht, hoe kun je de maatschappelijke kracht van sport beter benutten, bijvoorbeeld als gemeente.”
Maatschappelijke impact van sportevenementen
Daarbij kijkt Breedveld vooral naar het lokale speelveld. “In mijn ogen zijn hogescholen vooral bedoeld om lokale organisaties een stap verder te helpen. Blijf dicht bij huis. Als daar onderzoek of projecten op het landelijke speelveld uit voortvloeien, kunnen we samenwerken met andere instellingen zoals het Mulier Instituut of Kenniscentrum Sport & Bewegen. In dit kader is zojuist het onderzoeksprogramma Moves gestart in samenwerking met de Hogeschool Arnhem Nijmegen, de Universiteit Utrecht en Mulier Instituut, waarbij we onderzoeken hoe de maatschappelijke impact van sportevenementen kan worden vergroot.”
Vanuit zijn lectoraat is Breedveld betrokken bij gesprekken over de sportkundige van de toekomst. Dinsdag 30 januari was daar een themadag aan gewijd. Daarbij kwamen onder meer de volgende vragen aan de orde. Wat is nodig in de sportwereld van de toekomst? Wat moet de sportkundige kennen, kunnen en doen? En hoe kunnen we dat met elkaar vormgeven? De antwoorden illustreren dat de sportwereld zich moet aanpassen aan de nieuwe tijd.
“Binnen de opleiding Sportkunde leren we mensen hoe je sport kunt organiseren. Vroeger was dat makkelijk. Je deed ’s ochtends bij wijze van spreken de deur van het zwembad open, er kwamen mensen zwemmen, en ’s avonds deed je de deur weer dicht. Dat is niet meer aan de orde. Tegenwoordig moet je mensen naar de sport toe trekken. Hoe zorg je ervoor dat jouw accommodatie, jouw sport of jouw vereniging die mensen inderdaad trekt en vasthoudt? Daarnaast heb je als sport tegenwoordig een maatschappelijke rol te vervullen. Er komen zoveel vragen op de sport af. Sportkundigen hebben zinvol werk te doen, maar moeten daar ook hun weg in weten te vinden. De tijd dat financiering vanzelfsprekend was, is voorbij. De sportkundige van de toekomst moet leren beleid te maken en strategisch te denken om succesvolle concepten te ontwikkelen, en zo van betekenis te zijn voor sporters en voor de maatschappij.
Voor meer informatie: Intreerede Koen Breedveld (21 maart 2024)
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.