Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Wetgeving en sport de sportwereld in de startblokken

Wetgeving en sport: de sportwereld in de startblokken

3 december 2013

Opinie

door: Loek Jorritsma

Onlangs las ik in het blad van de Vereniging Sport en gemeenten (VSG) een artikel over de Wet Markt en Overheid. Er klonk een zekere bezorgdheid in door over de consequenties van die wet voor de sport. Met name omdat gemeenten voor beheer en exploitatie van hun accommodaties aan de gebruikers (dus ook voor het gebruik van sportaccommodaties, zoals zwembaden, sporthallen en sportvelden) een bijdrage moeten gaan vragen die op zijn minst kostendekkend is. Behalve als de betrokken overheid aangeeft dat het gaat om Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB)1. Dan zou het wel voor een ‘sportprijs’ mogen worden aangeboden.

De bezorgdheid over de gevolgen van de Wet Markt en Overheid voor de sport is volgens mij terecht. Het is niet voor het eerst dat in ons land de betrokken lagere overheden voor de beslissing komen te staan om de sport expliciet aan te merken als een DAEB. Zie bijvoorbeeld de gemeente Leeuwarden en de provincie Noord-Brabant2. Maar ik durf wel de stelling aan dat de sport en de betrokken overheden nog nauwelijks weten hoe hier straks mee om tegaan. Want kan iemand me nu vertellen aan welke voorwaarden activiteiten moeten voldoen om als een DAEB te worden aangemerkt? Want als we het over ‘sport’ hebben, waar hebben we het dan precies over?

Wat mij betreft is er nog veel meer aan de hand. Want de wet- en regelgeving op Europees niveau als het gaat om Staatssteun is eveneens relevant. In het Actieplan Staatssteun (2005) is aangegeven dat alleen diensten die zijn vastgesteld als DAEB voor een vrijstelling in aanmerking kunnen komen. En de Europese Commissie heeft sport - net als destijds onze nationale overheid - niet als een DAEB aangemerkt. Er bestaat dus een zekere spanning tussen het voornemen van onze overheid om met de nieuwe wet daarvan af te gaan wijken en de huidige Europese regels.

Het zou zo maar kunnen dat een gemeente die een sportaccommodatie onder de kostprijs verhuurt - waarbij deze gemeente sport dus als DAEB bestempelt - zich daarmee toch schuldig maakt aan het verlenen van Staatssteun volgens de Europese bepalingen. Want zoals de casus gemeente Eindhoven/PSV laat zien meent de Europese Commissie dat niet 'kostendekkend' maar 'marktconform handelen' in lijn is met de Europese regels. Voor de goede orde nog even de Europese bepalingen: er is géén sprake van marktconform handelen als:
1) een voordeel wordt verstrekt dat met staatsmiddelen is bekostigd;
2) sprake is van een voordeel aan een onderneming dat deze onderneming niet langs normale commerciële weg zou hebben verkregen;
3) sprake is van een selectief voordeel;
4) sprake is van een (dreigende) vervalsing van de mededinging;
5) sprake is van voordeel dat een ongunstig effect kan hebben op het handelsverkeer tussen de lidstaten.

En er is nóg meer. Want wanneer is er nu eigenlijk sprake van infrastructuur voor de sport. Gaat het alleen om zwembaden, sportvelden en gymzalen? Zeker niet. Zo heeft de Hoge Raad in 2007 het parcours van de Vierdaagse - de openbare weg - aangemerkt als sportinfrastructuur3. Want de organisatoren gaven met de Vierdaagse gelegenheid tot sportbeoefening. Met als voordeel dat de organisatie in aanmerking kwam voor het lage BTW-tarief (6% i.p.v. het toenmalige 19%).

De beheerders van openbare wegen kunnen het gebruik van het wandelparcours aan de organisatoren van de Vierdaagse - de eerder genoemde frictie van de nationale met de Europese regels even negerend - echter alléén tegen minder dan de kostprijs aanbieden als zij verklaren dat het om een DAEB gaat.

Dat geldt natuurlijk voor alle andere wandelsportevenementen en ook voor alle andere takken van sport die van de openbare weg gebruik maken. Denk aan atletiek (marathons) en autosport (autoralley). En aan wielrennen. En dan niet alleen het 'rondje om de kerk' maar natuurlijk ook de Tour de France! De start daarvan is in 2015 in Utrecht. Dus alle beheerders van de openbare weg dienen voor 2015 te verklaren dat de Tour de France een DAEB is. Waarbij het maar de vraag is of de commerciële ASO (de organisator van de Tour) inderdaad beschouwd kan worden als leverancier van een DAEB. De ASO komt zeker niet voor een ANBI-status in aanmerking.

En zou de € 5 miljoen die de gemeente Utrecht voor die start uittrekt geen vorm van ongeoorloofde staatssteun zijn? Wellicht is hierbij geen sprake van een voordeel dat deze onderneming niet langs normale commerciële weg zou hebben verkregen. Toch wringt dat.

Beheerders van de openbare infrastructuur bestaan niet alleen uit gemeenten. Het kunnen alle publiekrechtelijke organen zijn waaronder ook de waterschappen. En dan is deze weerbarstige materie relevant voor het schaatsen. Want als er straks natuurijs is (Elfstedentocht) kunnen de beheerders van het water het betrokken parcours alleen onder de kostprijs aanbieden aan de organisatoren als ze allemaal verklaren dat ijstochten een DAEB zijn.

Bij het zeilen ligt het problematischer, want de belastingdienst (lees: de rijksoverheid) beschouwt het openbare water niet als een sportaccommodatie. Dus lijkt het wat lastig om de organisatoren van de Sneekweek of het Skûtsjesilen in aanmerking te laten komen als leveranciers van een DAEB. En hoe zou het zitten met dat andere oppervlaktewater voor de kanosport en het roeien? Om van de Luchtvaartsporten als zweefvliegen, parachutespringen en ballonvaren maar te zwijgen.

Wat we met al deze voorbeelden zien is dat de ‘eigenheid’ van de sport een veelheid aan verschijningsvormen kent die per tak-van-sport om maatwerk vragen van de diverse overheden bij de beoordeling ervan. En we mogen aannemen dat er na de invoering van de nieuwe Wet Markt en Overheid per ‘overheid’ om een DAEB-verklaring gevraagd zal gaan worden, zonder dat daarvoor een eenduidig juridisch kader voorhanden is. Een kader waarvoor het vakdepartement - het ministerie van VWS - zich verantwoordelijk zou moeten weten.

Dat juridische kader kent nog meer haken en ogen. Want er is ook nog zoiets als de Geefwet van 1 december 20124. Daarmee is vastgesteld dat in ons land sportorganisaties geen Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI) zijn, maar slechts een Sociaal Belang Behartigende Instelling (SBBI). Het lijkt me lastig om aan de ene kant vol te houden dat sportorganisaties géén ANBI zijn maar toch Diensten van Algemeen Economisch Belang dienen te ‘produceren’.

We zien al met al dat op Europees noch op nationaal niveau is geborgd dat sportorganisaties worden gezien als leveranciers van Diensten van Algemeen Economisch Belang of als Algemeen Nut Beogende Instellingen. Maar die krachtens de Wet Markt en Overheid wél activiteiten moeten verrichten die dienen te worden benoemd als Algemeen Economisch Belang. Niettemin zou er licht kunnen zijn aan het eind van deze tunnel. Want momenteel vindt er een consultatie plaats van de Europese Commissie bij alle Lid-Staten over een conceptverordening ten behoeve van vrijstellingen op diverse gebieden – waaronder de sportinfrastructuur – van de staatssteunregels5.

Ik weet niet precies hoe de stand van zaken in ons land is, maar ik zou willen adviseren om van dit moment gebruik te maken om de plaats van de sport in de wet- en regelgeving eens stevig neer te zetten. Daarbij zou de eigenheid van de sport eens heel goed beschreven moeten worden. De knowhow daarvoor hebben we in huis. Zo heeft Pieter Verhoogt eerder al relevant werk voor het Europees Parlement verricht6, kan Maarten van Bottenburg een definitie geven van de maatschappelijke betekenis van sport, is het domein van sport en recht het dagelijkse werk van Marjan Olfers, weet Ruud Koning alles van de relatie tussen sport en economie, enzovoorts.

De resultaten hiervan zouden voorgelegd moeten worden aan de betrokken overheden en hen zou verzocht moeten worden hun wet- en regelgeving ermee in overeenstemming te brengen. Het ministerie van VWS en NOC*NSF zouden volgens mij er een belangrijke faciliterende en legitimerende bijdrage aan kunnen leveren.

Wetgeving en sport: de sportwereld zou moeten staan te popelen in de startblokken. Op uw plaatsen, klaar, af!

Noten:
1. De rijksoverheid komt hiermee terug op een eerdere beleidslijn (2005) om sport juist niét als een DAEB aan te merken.
2. Zie respectievelijk hier (Leeuwarden) en hier (Noord-Brabant)
3. Voor de uitspraak van de Hoge Raad klik hier
4. Voor informatie over de Geefwet klik hier
5. Zie hier
6. Zie hier

Loek Jorritsma was wethouder (o.a. sport) in de gemeente Hoorn (1974–1976). Daarna studeerde hij af in de sociale wetenschappen en werkte vanaf 1979 bij de Directie Sport van het Ministerie van VWS, waar hij onder andere verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van het beleid op het gebied van topsportevenementen en topsportaccommodaties. Met ingang van 1 april 2006 is hij met de VUT. Bij zijn afscheid schreef Jorritsma een bijdrage aan de discussie over de juridische verankering van sport in het beleid van de rijksoverheid. Hij pleit er voor om sport meer te zien als een publieke zaak en te komen tot een kaderwet specifiek sportbeleid.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.