7 februari 2023
Opinie
door: Sanne Cobussen
Eind 2022 is het tweede Nationale Sportakkoord ‘Sport Versterkt’ ondertekend. In navolging hierop moeten ook de 340 lokale sportakkoorden herzien worden. Dit biedt de kans om lokale samenwerking verder aan te jagen. Uit Sportakkoord II blijkt dat ‘coördinatoren sport en preventie’ de opdracht krijgen om sport in het hart van het lokaal sociaal beleid te plaatsen. Ik denk dat het belangrijk is om in dit proces drie aandachtspunten in het vizier te houden: 1. werk écht bottom-up; 2. kijk met een bredere scope naar het werkveld van sport en bewegen; 3. betrek potentiële partners direct vanaf de formatie door hen persoonlijk te benaderen. Dat kan door te werken met lokale formateurs. Zelf ben ik in de gemeente Lingewaard sportformateur en werken we met deze drie uitgangspunten.
In de gemeente Lingewaard is er bewust voor gekozen om het proces van formeren niet door een externe partij te laten uitvoeren, maar om te werken met twee lokale formateurs die diep geworteld zijn in de lokale context. Het Mulier Instituut noemt in de meest recente monitor van het Sportakkoord: ‘een lokale kartrekker als aanjager van de uitvoering is onontbeerlijk’ (Mulier Instituut, 2022, p. 6). Door te werken met lokale formateurs of coördinatoren worden lokale kartrekkers direct ingezet.
Bottom-up werken om input te verzamelen
Om input te verzamelen voor Sportakkoord II zijn in Lingewaard allereerst de inspanningen van de huidige werkgroepen geëvalueerd. De werkgroepen, bestaande uit vrijwilligers en professionals, hebben per thema van Sportakkoord I gezamenlijk gewerkt aan het realiseren van de ambities. Deze werkgroepen werden gefaciliteerd en aangestuurd door sportcoaches. Naast deze evaluaties zijn er vele gesprekken geweest met partners en potentiële partners voor Sportakkoord II. Er is bewust voor gekozen om geen centrale bijeenkomst te organiseren waar belangstellenden hun input kenbaar konden maken. De formateurs volgden de vergaderingen en bijeenkomsten van verschillende (potentiële) partners. De meest waardevolle gesprekken waren misschien wel die waarbij partners in eerste instantie geen/minder affiniteit hadden met sport(beleid) maar die gedurende het gesprek wel zeker betrokken wilden zijn bij een nieuw Sportakkoord.
De term 'sportakkoord' zette in Lingewaard diverse mogelijke partners (buiten de wereld van sport en bewegen) namelijk eerst op het verkeerde been. Reacties die we na doorvragen hoorden waren: ‘dat is voor voetbalverenigingen’, ‘wij doen niet aan sport’, ‘dat is niks voor ons’. Sportcoaches of buurtsportcoaches bijvoorbeeld hebben in hun naamgeving de ‘sticker’ sport en dat doet sommige partijen afhaken. Ter illustratie: in Lingewaard bestaan speeltuinverenigingen. Deze participeren niet in Sportakkoord I maar faciliteren wel voor vele kinderen de mogelijkheid om buiten te spelen. Spelen, bewegen en sporten gaan hand-in-hand en dragen bij aan vaardig bewegen. Het is voor deze verenigingen niet vanzelfsprekend om zich te verbinden aan - en vervolgens ook in te zetten voor - de ambities van een sportakkoord. Doordat lokaal gewortelde formateurs deze partijen ook als burgers onderling konden benaderen en te informeren werd samenwerken niettemin eenvoudiger.
Natuurlijk moet ik ook de kanttekening plaatsen dat het inzetten van lokale formateurs niet de altijd dé beste oplossing is. Wie de ‘coördinator sport en preventie’ of formateur wordt is een keuze die gemaakt wordt op basis van onder andere: beschikbaarheid, kennis en vaardigheden en draagvlak. Een lokale formateur zonder draagvlak in een gemeente is ook geen gelukkige keuze. Maar lokaal en bottom-up werken door aan te sluiten bij bestaande verenigingen, burgerinitiatieven en samenwerkingsverbanden binnen én buiten het werkveld van sport en bewegen is volgens mij wel altijd een goede oplossing.
Kortom
Graag zou ik een lans breken voor écht lokaal formeren en lokale samenwerking vanaf het begin van het formatieproces om te komen tot regionale herijkte Sportakkoorden. Dit door écht bottom-up te werken, zo mogelijk met lokale formateurs. Zoek de partners en potentiële partners actief op en ga samen in gesprek. Ik ben er van overtuigd dat lokale formateurs als lokale kartrekker deze samenwerking, samen met sportcoaches, in dorpen en wijken kunnen aanjagen. Het formeren van Sportakkoord II is geen doel op zich. Het is een middel om ook de komende vier jaar samen te werken om de ambities te realiseren en de sport in Nederland te versterken.
Sanne Cobussen is onderzoeker/docent bij het expertiseteam Sporteconomie en Strategisch Sportmanagement van de Academie Sport en Bewegen van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Als inwoner van de gemeente Lingewaard maakt zij al enkele jaren deel uit van de gemeentelijke sportraad 'Lingewaard Sport!'. Vanuit die rol en betrokkenheid is zij Sportformateur geworden, een functie die zij samen met Wilko Brom vervult. Tevens is zij mede-auteur van het boek 'Sportbeleid in Nederland - van vereniging tot rijksoverheid'.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.