Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Column XL-Item

Een totaalplan voor de sport 19 mei 2020

door: Tsjalle van der Burg

De afgelopen jaren is de financiële positie van veel amateurclubs matig of slecht geworden. De coronacrisis verergert de situatie zeer. De profsport heeft de laatste jaren wel veel groei gekend, maar hier is de ongelijkheid gestegen. Zo komen in het betaald voetbal de kleine clubs financieel en sportief steeds verder achter, waardoor de spanning daalt. De coronacrisis brengt alle amateur- én profclubs in problemen. Een plan voor de hele Europese sport, dat alle problemen van zowel de amateursport als de profsport tegelijk aanpakt, kan uitkomst bieden. Het bestaat uit omvangrijke financiële steun van de overheid, vergaande salarisreducties die door de overheid worden afgedwongen en een toekomstige progressieve belasting voor (in elk geval) de betaald voetbalclubs. De sport kan zo sterker uit de crisis komen, zonder dat de overheid per saldo geld verliest. 

Alvorens het totaalplan voor de sport toe te lichten, eerst iets over het belang van de sport. Dat is overal in Europa groot. In Nederland bijvoorbeeld sporten 9,3 miljoen mensen wekelijks. Daarvan zijn 4,3 miljoen lid van één of meer amateurverenigingen. Ongeveer 3 miljoen mensen maken gebruik van het aanbod van commerciële sport- en beweegondernemers. Daarnaast sporten veel mensen individueel. De professionele sport biedt een miljoenenpubliek passief sportplezier. Dat leidt er soms ook weer toe dat mensen zelf actiever gaan sporten. Bewegen en plezier zijn goed voor gezondheid en geluk. De sport heeft ook een belangrijke sociale functie en levert een flinke bijdrage aan de economie.  

"Omdat er ook na 1 juni nog beperkende maatregelen zijn, zal er nog veel meer steun nodig zijn. Maar het is onzeker of de overheid wel alle nood zal lenigen"

Problemen
Veel Nederlandse amateurclubs kennen al een aantal jaren serieuze problemen. Zo is het moelijker geworden om vrijwilligers te vinden. Verder heeft de bankencrisis van 2008 bij de overheid tot jarenlange bezuinigingen geleid, die ook de amateursport getroffen hebben. Mede hierdoor is de financiële positie van veel clubs matig of slecht geworden, met alle gevolgen van dien.

ColumnXL-TvdB-totaalplan-1De coronacrisis leidt tot extra grote problemen. De kantineomzet is momenteel nul. De sponsorgelden zullen naar verwachting dalen. Gevreesd wordt ook voor een daling van het aantal leden, en dus van de contributies. Dit terwijl de meeste kosten doorgaan.1 Gelukkig heeft de overheid de amateursport onlangs met 110 miljoen euro gesteund. 90 miljoen daarvan bestaat uit het kwijtschelden van de huur van 1 maart tot 1 juni. De overige 20 miljoen gaat naar verenigingen met een eigen accommodatie. Daarnaast kunnen clubs gebruik maken van steunmaatregelen die ook voor andere sectoren gelden.

Omdat er ook na 1 juni nog beperkende maatregelen zijn, zal er nog veel meer steun nodig zijn. Maar het is onzeker of de overheid wel alle nood zal lenigen. Geld is schaars.  
En helaas zou de coronacrisis, net als de crisis van 2008, er wel eens toe kunnen leiden dat de amateurclubs het op lange termijn juist met weer minder steun moeten doen. Kortom, de Nederlandse amateursport krijgt het moeilijk. Voor andere 
landen in Europa geldt een soortgelijk verhaal. 

Het profvoetbal vóór de coronacrisis
In het profvoetbal was tot voor kort sprake van flinke groei. Zo stegen de inkomsten van de gemiddelde Eredivisieclub tussen 2015 en 2020 met 30 procent. De groei op lange termijn is nog indrukwekkender. In 2019 verdienden de clubs in de Eredivisie tientallen keren zoveel als in 1960. De clubs in de hoogste Engelse divisie verdienden zelfs meer dan 100 keer zoveel. 

"Per saldo is er in het profvoetbal winst noch verlies. De reden daarvoor is simpel. De clubs willen wedstrijden winnen"

Maar de kwaliteit van het basisproduct – voetbalwedstrijden – is in de loop der jaren niet gestegen. Messi vermaakt de gemiddelde toeschouwer niet (veel) meer dan Pelé in 1960 deed. Eigenlijk wordt het voetbal zelfs minder leuk. De toenemende financiële ongelijkheid leidt tot grotere sportieve verschillen, en tot minder spanning en kijkplezier. 

Geen winsten, wel economic rent
Hebben de profclubs, dankzij hun gestegen inkomsten, ook hoge winsten? Niet echt. Een enkele club maakt wel eens een mooie winst. Maar daar staat dan tegenover dat er bij andere clubs verliezen zijn. Per saldo is er in het profvoetbal winst noch verlies. De reden daarvoor is simpel. De clubs willen wedstrijden winnen. Als een club meer inkomsten krijgt, wordt het geld vooral gebruikt om betere spelers te halen. Dat kan alleen door hogere salarissen te bieden. Maar alle clubs zijn meer gaan verdienen. Daardoor zijn overal de spelerssalarissen, en dus de kosten, met de inkomsten meegestegen. Weg is de winst. 

ColumnXL-TvdB-totaalplan-2Maar hoewel het profvoetbal dus geen winst maakt, is er wel economic rent. Daarmee bedoelen economen dat de sector meer inkomsten heeft dan nodig is om haar product te maken. Als, bijvoorbeeld, de inkomsten nu met 90 procent zouden dalen, zouden ze op het niveau van 1992 komen te liggen. Het Barcelona van Koeman, Laudrup en Stoitsjkov, dat in 1992 de Europacup won, heeft bewezen dat clubs ook dan een mooi product kunnen maken. 

Dat biedt perspectief. Volgens de economische theorie is het goed voor de welvaart om in sectoren met economic rent relatief hoge belastingen in te voeren. Dit gaat in zo’n sector dan niet ten koste van de productie, want met minder geld gaat het even goed. De extra belastingopbrengst kan vervolgens nuttig gebruikt worden. Zo kan men de belastingen verlagen in de vele sectoren waar belastingen de productie wel verstoren. Of de overheid kan zelf extra uitgaven doen. Dit houden we in gedachten voor later. 

Het profvoetbal en de coronacrisis
Door het coronavirus kampen veel clubs momenteel met zware problemen. De kleine profclubs worden het hardst getroffen; sommige dreigen zelfs om te vallen. Veel clubs proberen nu te bezuinigen. Zo zijn in Nederland clubs en vakbonden overeengekomen dat er, op jaarbasis, 35 miljoen euro op de salarissen van spelers en andere werknemers wordt gekort. De grootverdieners leveren het meeste in: 20 procent van hun salaris. Echter, de verliezen worden veel hoger dan 35 miljoen, zeker als de tribunes na 1 september gesloten blijven.2 Het betaald voetbal wil dan ook omvangrijke steun. 

"Mijn voorstel is dat de nationale overheden in Europa nu zowel de amateursport als de profsport fors helpen, via giften en leningen en via prijs- en belastingmaatregelen"

Maar als de overheid nu veel geld uitgeeft dan komen er straks meer bezuinigingen, bijvoorbeeld op het onderwijs of de amateursport. Mede daarom kan de steun voor het profvoetbal politiek een heikel punt worden, in alle Europese landen. Ook andere profsporten worden nu zwaar getroffen. Ook hier is goed beleid nodig.


Een totaalplan voor de sport

Mijn voorstel is dat de nationale overheden in Europa nu zowel de amateursport als de profsport fors helpen, via giften en leningen en via prijsmaatregelen. Tegelijkertijd moet in Europees verband besloten worden om in 2023 een nieuwe belasting voor het profvoetbal in te voeren. Mogelijk kan er ook in andere profsporten zo’n belasting komen, maar dit blijft buiten beschouwing. Het plan wordt hieronder toegelicht. 

* Giften en leningen 
De nationale overheden stellen veel geld beschikbaar voor giften en leningen, die naar noodlijdende amateurclubs en profclubs in alle getroffen sporten gaan. Voor Europa als geheel gaat het om vele, vele miljarden. De uitvoering kan deels worden gelegd bij de nationale bonden en overkoepelende organisaties als NOC*NSF. 

ColumnXL-TvdB-totaalplan-3* Prijsmaatregelen
Daarnaast helpt de overheid de profclubs bij het doorvoeren van grotere kortingen op te betalen salarissen. Dit kan via een noodwet die de overheid de bevoegdheid geeft om tijdelijk prijsmaatregelen in te voeren in door de coronacrisis getroffen sectoren.3 Voor het voetbal kan de prijsmaatregel er dan uit bestaan dat de salarissen van de spelers flink gekort worden. De beste spelers leveren het meeste in: 75 procent van hun salaris. Dit geeft de profclubs lucht. 

* Een toekomstige belasting voor profclubs
De overheden in Europa zouden nu al moeten aankondigen dat er in seizoen 2023-24 een progressieve belasting voor het betaald voetbal wordt ingevoerd. De belasting wordt geheven op het bedrag dat een club aan spelerssalarissen besteedt. Mochten de tribunes ook na de zomer van 2021 gesloten blijven, dan wordt de invoering uitgesteld.

In 2023-24 is de belasting nog laag. Maar hij wordt elk seizoen hoger, en bereikt in 2025-26 zijn definitieve vorm. De eerste twee miljoen euro die een club aan spelers betaalt is dan belastingvrij. Bij de volgende vier miljoen is de belasting 10 procent. Bij de volgende zes miljoen wordt dit 20 procent, bij de volgende acht miljoen 30 procent, enzovoort. De rijkste clubs betalen 90 procent belasting op de laatste miljoenen die ze aan spelers betalen. 

Wat waren de effecten geweest als de belasting al in 2018 had bestaan? Neem FC Barcelona. In seizoen 2018-19 betaalde deze club haar 23 selectiespelers 270 miljoen euro aan salarissen. De belasting hierop had FC Barcelona volgens het bovenstaande schema 210 miljoen gekost, zodat de 23 spelers samen nog maar 60 miljoen hadden gekregen. Het salaris van de gemiddelde selectiespeler was hierdoor met 78 procent gedaald, tot 2,6 miljoen.

"Natuurlijk is 200 miljoen belasting voor clubs als Barcelona een radicale ingreep. Maar FC Barcelona gaat niet failliet. De club hoeft alleen haar spelers minder te betalen"

Het spel van FC Barcelona had hier niet onder geleden. Pelé verdiende minder dan 1 miljoen, maar trainde even hard als Messi nu. De belasting had, ook in seizoen 2018-19, bij Feyenoord de spelerssalarissen van zo’n 17 miljoen naar 14 miljoen doen dalen, en bij FC Groningen van 5 miljoen naar 4,7 miljoen. Dit illustreert het hoofdprincipe: hoe rijker de club, hoe harder geraakt.

Dit principe zal ook in de toekomst gelden. Hierdoor kunnen rijkere clubs dan minder makkelijk spelers bij armere clubs weghalen. FC Groningen verslaat Feyenoord vaker, en Feyenoord maakt meer kans tegen FC Barcelona. Natuurlijk is 200 miljoen belasting voor clubs als Barcelona een radicale ingreep. Maar FC Barcelona gaat niet failliet. De club hoeft alleen haar spelers minder te betalen. Omdat Real Madrid hetzelfde moet doen, zal Barça niet vaker van Real verliezen. En FC Barcelona-Sevilla wordt spannender, en dus leuker voor de mensen in Camp Nou.

De belasting levert de nationale overheden in de toekomst elk jaar enkele miljarden op. Hiermee kunnen ze de sport nu door de crisis helpen, zonder dat ze op lange termijn geld verliezen. Zo blijft er meer geld over voor onderwijs en andere zaken.

ColumnXL-TvdB-totaalplan-4Rechtvaardig
Spelers als Messi en Ronaldo geven de mensen veel plezier, en die willen daar veel voor betalen. Horen de huidige, hoge salarissen van topspelers daarom niet intact te blijven?

Nee. Als Messi en Ronaldo nooit waren geboren, dan was hun plaats door andere spelers ingenomen. Die hadden de mensen dan bijna evenveel plezier gegeven. De populariteit van het voetbal zelf is de belangrijkste reden waarom mensen er veel voor willen betalen. Messi en Ronaldo leveren slechts een beperkte bijdrage, en hun salarissen mogen dus best wat lager.6

De populariteit van het voetbal is in de loop der jaren opgebouwd door vrijwilligers en door de matig betaalde spelers van vroeger. Zij hebben het voetbal groot gemaakt. Ook nu nog maken de vrijwilligers van de amateurclubs mensen enthousiast voor voetbal. Daardoor willen die mensen veel betalen om profvoetbal te zien. De profclubs zouden die vrijwilligers eigenlijk horen te betalen voor hun promotieactiviteiten. 

Maar gelukkig willen de vrijwilligers geen geld. Wat zij willen is dat hun amateurclub mensen plezier geeft. Daarom is het rechtvaardig dat de amateursport nu op ongekende wijze gesteund wordt, als terugbetaling voor al het vrijwilligerswerk in heden en verleden. Dat mag dus zeker ten koste gaan van de salarissen van profspelers. 

"De Europese Unie zou Engeland moeten vragen om samen met de rest van Europa het voetbal en de andere sporten op sociale wijze door de crisis te helpen"

Football Comes Home
Als op enig moment in de toekomst het totaal aan verkregen belastingopbrengsten groter wordt dan de eerder verleende steun, kan de belasting worden omgezet in een sociale heffing. Elke profclub mag de opbrengst daarvan dan zelf besteden aan sociale projecten, zoals projecten om amateurclubs te helpen of schooluitval te bestrijden. Op deze wijze komt het voetbal weer terug bij haar sociale, typisch Europese oorsprong.

De bakermat van het voetbal is Engeland. Daar richtten in 1857 William Prest en Nathaniel Creswick de eerste voetbalclub op, Sheffield FC. Hun doel was sociaal: mensen plezier geven. Ook nu nog dragen de Engelsen de sport een bijzonder warm hart toe. De Europese Unie zou Engeland dan ook moeten vragen om samen met de rest van Europa het voetbal en de andere sporten op sociale wijze door de crisis te helpen. Laat Europa zo de harten van de mensen raken. 

Noten
1. Het voorgaande is gebaseerd op J. Lucassen en J.W. van der Roest (2019) ‘Sportverenigingen in Nederland, Veerkrachtige verbanden voor sport’, Arko Sports Media, en R. Hoeijmakers en J. van Kalmthout (2020) Gevolgen coronacrisis voor sportverenigingen, Mulier Instituut.

2. W. de Boer, J. Gulikers en B. van Rossum (2020) Financiële gevolgen van de Coronacrisis voor de Eredivisie. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. 

3. T. van der Burg (2020) Prijsmaatregelen kunnen horeca en voetbal helpen, Economisch Statistische Berichten, 11 mei. 

4. Een dergelijke uitkomst was, los van wat kleine afwijkingen, onvermijdelijk geweest. Barcelona wil niet failliet gaan, en kan vanwege haar grote schulden niet veel meer extra lenen. Bovendien is de club door het Financial Fair Play systeem van de UEFA gedwongen grote tekorten te vermijden. Dus als men meer belasting moet betalen, kan men weinig anders doen dan de spelers navenant minder betalen.

5. Zie voor deze belasting ook T. van der Burg en A. Prinz (2005) Progressive taxation as a means to improve competitive balance, Scottish Journal of Political Economy, 52(1), 65-74.

6. Zie L. Borghans en L. Groot (1998) Superstardom and Monopolistic Power: Why Media Stars Earn More Than Their Marginal Contribution to Welfare, Journal of Institutional and Theoretical Economics, 154, 546-571.

Tsjalle van der Burg is universitair docent economie aan de Universiteit Twente. Hij doet onderzoek op diverse gebieden, waaronder de sporteconomie, en geeft les aan het Honours Programma van zijn universiteit. Voor meer informatie: t.vanderburg@utwente.nl

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst