Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Bert De Cuyper, sportpsycholoog 8 december 2020

Bert De Cuyper is emeritus hoogleraar en momenteel academisch verantwoordelijk voor de Opleiding Praktijkgerichte Sportpsychologie aan de KU Leuven. Daarnaast werkt hij als praktiserend sportpsycholoog met topsporters in verschillende disciplines. De Cuyper schreef in 2012 het boek De psychologie van de topsporter, waarin hij in alfabetische volgorde van de A van 'Aandacht' tot de Z van 'Zwart gat' 26 sportpsychologische thema’s behandelt aan de hand van de biografieën van een groot aantal topsporters. Onlangs verscheen een herziene editie van dit boek. Reden voor Sport Knowhow XL om De Cuyper uit te nodigen voor een gesprek over de mentale aspecten in de topsport en de rol van de sportpsycholoog in de begeleiding.

door: Leo Aquina | 8 december 2020

1. Kan je, net zoals je talent kan hebben voor uitoefening van een bepaalde sport, ook talent hebben om sterk te zijn op mentaal vlak?
“Dat is nu eigenlijk juist waar mijn boek niet over gaat. Ik wou juist wegblijven van talent-denken en van het debat in hoeverre topprestaties in de sport bepaald worden door begaafdheid, dan wel door 10.000 uur oefenen. Er is een volledige bibliotheek volgeschreven over de vraag in hoeverre topsportprestaties vanuit mentale begaafdheid verklaard kunnen worden, maar die berg aan onderzoek heeft een muis gebaard. Het is wel duidelijk dat verschillende psychologische variabelen het verschil kunnen maken tussen getalenteerde sporters die wel of juist niet de top halen. Maar in welke mate deze cruciale variabelen een zaak zijn van aanleg dan wel van opgedane ervaringen is een academische discussie, die minder relevant is voor mij als praktijksportpsycholoog."

"Zelfkennis is de sleutel. Het is mijn stellige overtuiging dat dat de belangrijkste boodschap is voor een topsporter die het beste uit zichzelf wil halen"

“Veel sportpsychologisch onderzoek wordt trouwens verricht buiten de wereld van de topsport. Echte topsporters vormen per definitie een heel kleine groep en dat maakt het lastig voor onderzoekers die van een grote dataset en van gesofisticeerde statistieken houden. Bovendien staan topsporters niet te springen om mee te doen aan onderzoek, gezien hun egocentrisch monomaan en gefocust bestaan. De deelnemers zijn al te vaak Amerikaanse college students, en dat is niet de absolute wereldtop.”

coverdecuyper

“In mijn boek wil ik vooral ruimte geven aan de unieke getuigenissen van topsporters, vanuit het adagium: zelfkennis is de sleutel. Het is mijn stellige overtuiging dat dat de belangrijkste boodschap is voor een topsporter die het beste uit zichzelf wil halen. Zelfkennis moet de basis zijn van zelfvertrouwen. De topsporter moet weten wat voor hem of haar als uniek persoon het beste werkt om optimaal te presteren.”

2. In je boek ‘De psychologie van de topsporter’ behandel je sportpsychologische zaken alfabetisch van de A van 'Aandacht' tot de Z van 'Zwart gat'. Hoe ging je bij het schrijven te werk?
“Ik ben een lezer en ik lees graag biografieën, zeker ook van topsporters. Het is een zeer bonte bende geworden. Het merendeel zijn olympiërs en paralympiërs, uit de meest diverse disciplines, van atletiek tot zeilen. Ik zocht wel naar topsporters die hun carrière al hadden beëindigd, of in ieder geval iets substantieels te vertellen hebben. Iemand als Ronnie O’Sullivan snookert natuurlijk nog steeds, maar hij heeft wel een verhaal. Dat geldt ook voor Bram Tankink, die liet noteren dat zijn beslissing om niet naar de Spelen te gaan, de enige is in zijn carrière waar hij spijt over heeft.”

“Bij ieder boek dat ik lees, maak ik een subjectindex vanuit de optiek van een sportpsycholoog en op die manier heb ik de thema’s voor mijn boek verzameld. Ik vind bijvoorbeeld omgaan met pijn belangrijk, maar ook met conflicten en nederlagen. Dat zijn thema’s die je veel terug ziet komen en die ik dus ook in mijn boek behandel, net als bijvoorbeeld familie of lichaamstaal. Het keurslijf van het alfabet is een beetje artificieel, maar biedt uiteindelijk wel een goed overzicht van het belang van mentale factoren bij topprestaties.”

“Bij topsporters draait het allemaal om zelfkennis. Er bestaat geen blauwdruk voor een aanpak die wel of niet tot topprestaties leidt"

“Ik denk dat mijn boek lezenswaardig is voor prestatiesporters van verschillend niveau. Aansprekende getuigenissen van toppers kunnen stimuleren tot reflectie en de weg openen naar een gewenste verandering in hun denken, voelen en gedrag. Voor toppers die niet zo’n lezers zijn, is het handig dat je de hoofdstukken prima apart kunt lezen. Ben je geïnteresseerd in een specifiek onderwerp en heb je twee loze uurtjes in het vliegtuig? Dit is ideaal.”

5vragenaanBertDeCuyper-13. Wat is de rode draad in jouw werk als sportpsycholoog?
“Bij topsporters draait het allemaal om zelfkennis. Er bestaat geen blauwdruk voor een aanpak die wel of niet tot topprestaties leidt. Hoe topsporters omgaan met alles wat op hun pad komt, verschilt enorm. Iets dat een positief effect heeft op de een, kan een negatief effect hebben op de ander. Er zijn geen algemeen geldende oplossingen, dat is mijn overtuiging.”

“De topsporters met wie ik werk, zijn geen proefpersonen in wetenschappelijk onderzoek. Ik probeer ze te helpen met het bereiken van hun doelen. Daarbij merk ik dat het effect van mijn bemoeienis recht evenredig is met de mate waarin ik erin ben geslaagd om een maatpak te maken voor de desbetreffende persoon. Ik moet dus niet vertrekken vanuit mijn eigen ideeën, maar telkens weer kijken: wat werkt voor deze specifieke persoon? En ik moet die persoon stimuleren tot zelfkennis, zodat de sporter zelf ook weet wat hij of zij voor zichzelf nodig heeft om tot een prestatie te komen.”

"Een sportpsycholoog moet in eerste instantie gericht zijn op hoe een sporter beter kan presteren"

“Neem een atlete als Ellen van Langen. Zij wist: ik heb zenuwen nodig voor aanvang van een wedstrijd, anders presteer ik niet. Zij beschikte ook over het mentale gereedschap om de juiste zenuwen bij zichzelf op te roepen. Ze wilde niet naar een sportpsycholoog omdat ze bang was dat die haar de zenuwen af zou nemen. Dat vond ik heel sterk, ook al was haar vrees alleen terecht voor zoverre het om onbekwame vakgenoten gaat. Ze hoorde ooit van een zwemster die van haar sportpsycholoog een ontspanningstechniek had geleerd om minder zenuwachtig op het startblok te staan. Het gevolg was dat zij relaxter aan de start stond, maar haar reactietijd was ook met een paar tienden toegenomen. Dat is natuurlijk tragikomisch. Een sportpsycholoog moet in eerste instantie gericht zijn op hoe een sporter beter kan presteren.”

5vragenaanBertDeCuyper-2“Een ander voorbeeld is woede. Ik herinner mij de inmiddels overleden Vlaamse wielrenner Serge Baguet. Hij behaalde zijn mooiste zege in een Touretappe, waarin hij samen met Jakob Piil en Massimiliano Lelli in de kopgroep zat. Lelli werkte tot woede van Baguet niet mee in de vlucht en in de sprint ging Baguet veel te vroeg aan. Het interview aan de finish is legendarisch geworden in Vlaanderen. 'Lelli... Als hij gewonnen had, ik deed hem dood', zei Baguet. Het punt dat ik wil maken: dezelfde woede die hem had geholpen de ontsnapping tot het einde te dragen, heeft hem doen sprinten als een ezel. Je hebt verschillen tussen personen, maar ook binnen één en dezelfde persoon kan een emotie zowel positieve als negatieve effecten hebben. Alleen zelfkennis kan de sporter helpen te zoeken naar de juiste intensiteit van de woede op het juiste moment.”

4. Hoe begeleid je topsporters op weg naar die zelfkennis?
“Dat is nooit af. Er zijn altijd onverwachte situaties, onvoorspelbare zaken en dingen die kunnen mislopen. Je kunt als topsporter altijd verrast zijn door jouw manier van reageren. Hoe beter je jezelf kent, hoe beter je daarmee om kunt gaan. Ik heb heel veel bewondering voor topcoaches. Het vak van coach is dat van een schaakmeester, die daarenboven in no time beslissingen moet nemen. Een coach heeft niet de tijd om achterover te leunen en te luisteren naar de sporter en hem tot zelfkennis te stimuleren. Daar ligt de ruimte voor een sportpsycholoog.”

"Als je als sportpsycholoog aan een sporter voorstelt om met een bepaalde techniek te werken, moet die sporter zin hebben om er mee aan de slag te gaan en het een eerlijke kans geven"

“Basis van de samenwerking tussen de sportpsycholoog en een sporter is dat je samen bekijkt welke mentale vaardigheden de moeite lonen om aan te werken. Vervolgens worden strategieën voorgesteld om deze vaardigheden te versterken. Neem zoiets als visualiseren, iets waar Jessica Ennis (olympisch kampioene zevenkamp in 2012, red.) erg goed in was. Zij deed het meerdere keren per dag en voor haar werkte het geweldig. Als je als sportpsycholoog aan een sporter voorstelt om met een bepaalde techniek te werken, moet die sporter zin hebben om er mee aan de slag te gaan en het een eerlijke kans geven. Als blijkt dat het toepassen van de techniek een positief effect heeft gehad, dan kan je er mee verder gaan. Zo niet, dan laat je deze aanpak vallen en zoek je naar andere wegen.”

“Als sportpsycholoog ben ik het tegendeel van een naïef optimistische Amerikaanse aanpak van seven steps to peak performance. De weg naar Rome is niet voor iedereen hetzelfde. Als sportpsycholoog is het juist jouw taak om uit te vinden wat voor die specifieke atleet wel werkt en wat niet.”

5vragenaanBertDeCuyper-3“Als het gaat om mentale training is er altijd ruimte voor verbetering. Zelfkennis is een never ending story. Ik ben daarom voor een continue mentale begeleiding in de carrière van een topsporter. Wielrenners kijken voortdurend op wattagemeters en proberen alle fysieke parameters in kaart te brengen. Tegelijkertijd erkennen ze dat het mentale aspect enorm belangrijk is. Dan is het toch gek om hun mentaal functioneren niet in kaart te brengen? Natuurlijk gaat dat niet zo makkelijk. Je hebt geen hartslagmeter voor het brein. Ik weet van neurochirurgen hoe verrassend weinig men weet over de werking van de hersenen. Het menselijk brein en onze psyche zijn zoveel ingewikkelder dan een spier.”

"Zelfkennis is ook weten wat je van je omgeving nodig hebt om goed te kunnen presteren"

5. Hoe groot is de invloed of het belang van een goede sportpsycholoog?
“Een sportpsycholoog is nooit meer dan een van de vele puzzelstukjes. Het is niet de vraag hoe groot ieder puzzelstukje is, het gaat erom dat alle puzzelstukjes op de juiste plek liggen. Uit ervaring weet ik dat mijn puzzelstukje niets uithaalt als de andere puzzelstukjes niet mee op tafel liggen.”

5vragenaanBertDeCuyper-4“De omgeving van een topsporter is heel belangrijk. Sommige sporters denken dat steun zoeken bij de omgeving een teken is van zwakte, maar dan mis je veel. Zelfkennis is ook weten wat je van je omgeving nodig hebt om goed te kunnen presteren. Natuurlijk moet die omgeving, coaches, familie, partners, zich realiseren dat empathie en sympathie twee verschillende houdingen zijn. De omgeving hoeft niet mee te huilen op momenten dat het slecht gaat. Wel moet de sporter erop kunnen rekenen dat hij of zij een beroep kan doen op de omgeving in de zoektocht naar oplossingen. Die omgeving moet zich realiseren dat ze allemaal puzzelstukjes zijn in het grotere geheel.”

“Ook op dat gebied ligt een rol voor de sportpsycholoog. De begeleiding van topsporters bestaat al te vaak uit veel losse eilandjes en het zou goed zijn als al die losse eilandjes op gezette tijden bij elkaar komen om een gezamenlijke lijn uit te stippelen. Vanwege de specifieke competenties van de psycholoog, als het bijvoorbeeld gaat om communicatievaardigheden en groepsdynamica, is het logisch dat de psycholoog een belangrijke rol krijgt in dat groepsoverleg. Die rol bestaat er niet in om te vertellen hoe het moet, maar om te zorgen voor kwalitatief goede besluitvorming. Effective decision = quality x acceptance. Als de gemaakte afspraken van goede kwaliteit zijn en alle betrokkenen accepteren deze afspraken, dan komt het goed.”

Klik hier om het boek 'De psychologie van de topsporter' van Bert De Cuyper te bestellen

"De begeleiding van topsporters bestaat al te vaak uit veel losse eilandjes en het zou goed zijn als al die losse eilandjes op gezette tijden bij elkaar komen om een gezamenlijke lijn uit te stippelen"

5vragenaanBertDeCuyper-5

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst