Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Marijke Fleuren, voorzitter van de Europese Hockey Federatie 16 februari 2016

‘Vandaag mag ik iemand in het zonnetje zetten. Iemand zonder wiens onvermoeibare inzet het hockey waarschijnlijk niet zo’n grote sport in Nederland was geweest als nu’, zei minister Schippers toen zij in 2014 een koninklijke onderscheiding mocht opspelden bij Marijke Fleuren (65). De oud-hockeyster is al jaren actief als sportbestuurder. In 2011 werd zij verkozen tot voorzitter van de Europese Hockeyfederatie EHF en vorig jaar werd zij herkozen voor een tweede termijn. Fleuren maakt ook deel uit van de projectgroep rond de campagne Veilig Sportklimaat. Sport Knowhow XL sprak met haar over hockey, over de EHF, over internationaal sportbestuur en corruptie, en over haar inzet voor sportiviteit en respect op het sportveld.

door: Leo Aquina | 16 februari 2016

1. Je trad in 2011 aan voor je eerste termijn als voorzitter van de EHF. Wat waren destijds je voornaamste doelstellingen, wat heb je bereikt en waar ben je het meest trots op?
“Toen ik aantrad had ik drie doelstellingen. Ten eerste wilde ik verbinden. We moesten toe naar meer openheid en een transparante structuur, zodat iedereen weet wat er speelt. Daar zijn we nu veel verder in. De notulen van de boardmeetings staan bijvoorbeeld allemaal op de website. Ik wilde vooral ook werken aan de communicatie met de leden. Er zijn 43 landen lid van de EHF, maar ik wilde niet alleen het contact met de federaties verbeteren. Het gaat in EHF-verband altijd om landenteams of clubteams en ik praat ook met de mensen daarachter. Ik heb de afgelopen jaren veel gereisd en veel wedstrijden bezocht. Ik ben langs geweest bij olympische comités en in Oostbloklanden ook bij veel ministers van sport. Vaak moeten er wegen geëffend worden en in dat soort landen zijn daar hotemetoten voor nodig. Direct en kort contact met alle partijen is belangrijk en onder de vorige voorzitter was dat onderbelicht. Dat was een beetje een stijve jurist die moeilijk op mensen afstapte op toernooien. Voor mij was dat een belangrijke reden om mij verkiesbaar te stellen.”

"Mijn doelstelling toen ik aantrad was onder meer een soort Marktplaats voor hockeyspullen te creëren, van shirts en ballen tot kunstgrasvelden"

“Naast het verbeteren van de communicatie wilde ik de mogelijkheid creëren om op verschillende niveaus verschillende regels te hanteren. We hebben in Europa drie niveaus: Championship, Trophy en Challenge. Als het gaat om de transfer windows - de periode waarin spelers van club mogen veranderen - zijn de regels op het hoogste niveau strenger; in de Challenge krijgen clubs langer de tijd. Mijn derde en laatste doelstelling toen ik aantrad, was een soort Marktplaats voor hockeyspullen te creëren, van shirts en ballen tot kunstgrasvelden. Het gaat om een plek waar vraag en aanbod bij elkaar komen. We hebben het Get & Give genoemd en het werkt goed. Mensen kunnen daar spullen aanbieden. Het gaat niet om verkopen, maar om schenken. Als een club een nieuw kunstgrasveld krijgt, moet het oude worden opgedoekt. Vaak zijn er mogelijkheden om het elders opnieuw gebruiken. Dat gaat natuurlijk niet zomaar. Er zijn allerlei moeilijkheden met transport en douane, maar onze development manager kan daarbij helpen. Nederland is hierin heel ruimdenkend. Er wordt echt gedacht aan de medemens. Ik ben er trots op hoe makkelijk Nederland kan delen.”

“Trots ben ik vooral op het contact met de mensen. Ik heb het gevoel dat iedereen mij echt weet te vinden. Wat ik vooral heb geleerd, is ook om allerlei zaken weer terug te brengen bij de goede kanalen. Ik kan als president van de Europese federatie wel proberen alles zelf op te lossen, maar als het niet goed gaat moeten mensen altijd nog een echelon erboven hebben waar ze naartoe kunnen. Je moet mensen dus echt de ruimte geven en dat heb ik moeten leren.”

"Ik zou graag zien dat ik een jongere opvolger krijg, maar zo iemand moet je ook nog maar zien te vinden"

2. Je bent in augustus herkozen voor een tweede ambtstermijn. Wat wil je daarin bereiken en wil je er eventueel nog een derde termijn aan vastplakken?
“Vier jaar is te kort. Je hebt net alles geleerd en je hebt de contacten, maar een derde termijn doe ik zeker niet. Ik heb van tevoren gezegd dat ik acht jaar beschikbaar zou zijn en ik geloof erg in good governance. Bovendien is het belangrijk dat je de stroom van de tijd vertegenwoordigd ziet in besturen. Ik heb kinderen en kleinkinderen, dus ik denk dat ik nog aardig bij ben, maar er komen altijd weer nieuwe mensen met nieuwe methoden. Zoiets moet je niet onderschatten. Daarom zou ik ook graag zien dat ik een jongere opvolger krijg, maar zo iemand moet je ook nog maar zien te vinden. Het kost veel tijd en het is uiteindelijk toch een vrijwilligersbaan. Ik vind het enorm leuk werk, maar laatst was ik twee weken op vakantie en ik heb bijna iedere dag mijn directeur aan de telefoon gehad.”

“Mijn grootste zorg voor de komende 3,5 jaar is dat we niet alleen de top bedienen waar het om de televisie gaat. Het moeilijkste dossier in mijn eerste termijn was de Euro Hockey League. PRO SPORT was daarin medeaandeelhouder, maar dat ging niet goed. Het heeft veel energie gekost om dat allemaal in goede banen te leiden, maar uiteindelijk is het allemaal goed opgelost. We hebben nu een nieuwe aandeelhouder: het Spaanse bedrijf MEDIAPRO, dat ook televisierechten van onder meer de Champions League heeft. De eigenaar van dat bedrijf heeft kinderen die hockeyen, maar los daarvan vinden ze het ook een mooie competitie en ze zien er markt in.”

“Maar het gaat niet alleen om de EHL, we willen vooral ook de breedte bedienen. Binnen de FIH (wereldhockeybond, red.) hebben we een nieuwe strategisch plan: The Revolution. Dat gaat over fan engagement, televisierechten en dat soort zaken. Het is moeilijk om dat te vertalen naar Europees niveau. Daar moet je echt voor gaan zitten, wat betekent dit voor ons? We kwamen op drie dingen: ten eerste is iedere wedstrijd even belangrijk; ten tweede verdient iedere wedstrijd het publiek dat erbij hoort en ten derde moeten we eraan werken dat zoveel mogelijk wedstrijden digitaal te zien zijn. Daar zijn we nu een strategie voor aan het ontwikkelen. Ons budget is één miljoen, dus dat is geen gemakkelijke klus.”

"In Europees verband streef ik er niet naar om van hockey een volkssport te maken"

3. We gooien er een stelling in, eens of oneens: 'hockey is nog steeds geen echte volkssport'.
“Ik wil het niet in zulke absolute termen gieten. Hockey is voor mij een sport waar iedereen kan komen en aan mee kan doen. Voetbal is een volkssport, want dat leeft echt bij de hele wereld. Zo groot zullen wij nooit worden. Dat weet ik al sinds 1999. Toen hebben we bij de KNHB met een specialist op het gebied van positionering gesproken over ledengroei. Nog los van de vraag of ledengroei een doel op zich moet zijn, zei hij toen tegen ons dat wij de aantallen van voetbal en tennis nooit zouden halen want het opleidingsniveau in het hockey was te hoog. Hij maakte ons ervan bewust dat we daar ook een meerwaarde van zouden kunnen maken. Niet om elitair te zijn, we willen graag dat iedereen meedoet, maar juist om de aantrekkelijkheid voor iedereen te vergroten. Hockey is niet alleen een leuke sport, het is ook nog eens goed voor je ontwikkeling."

“In dit verband is het aardig om na te gaan hoe we er in 1999 tegenaan keken. We zaten met twaalf mensen om de tafel en de KNHB had op dat moment 125.000 leden. Iedereen moest een getal opgeven voor het ledental dat we in 2005 zouden hebben bereikt. Ik ging heel laag zitten met 140.000. Iemand anders zei 300.000. Het streven is toen gezet op 175.000 in 2005. Dat aantal hadden we een jaar later al bereikt en inmiddels is het een veelvoud.”

“In Europees verband streef ik er ook niet naar om van hockey een volkssport te maken. Alle landen zijn sowieso verschillend. In sommige landen is het bijna een volkssport en in andere juist weer helemaal niet. In Spanje is het echt een sport voor de bovenklasse, maar in Engeland is het helemaal niet elitair. In Servië doen maar 400 mensen aan hockey. Wat ik leuk vind om te zien, is dat achtergrond op het veld helemaal niets uitmaakt. Het spelletje vormt altijd een brug tussen de mensen.”

"Doping is in onze sport geen probleem, zoals bijvoorbeeld in de atletiek. Alles wordt goed gecontroleerd"

4. Veel internationale sportbonden zijn in diskrediet geraakt, denk aan de FIFA, UEFA, IAAF, UCI.. Is de internationale bestuurlijke hockeywereld helemaal vrij van corruptie?
“Volgens mij wel. Ik las onlangs het rapport The legitimacy crisis in international sport governance van Arnout Geeraert en daarin kwam de FIH er tot mijn verbazing niet goed af. Maar op dat lijstje stond de FIFA tweede als meest schone federatie, dus toen was ik weer gerustgesteld. Ik ken de FIH als een transparante organisatie met goede richtlijnen op bestuurlijk gebied, een goed verkiezingssysteem en duidelijke zittingstermijnen. Het voldoet aan alle IOC-voorwaarden. Voor de EHF steek ik op dit gebied helemaal mijn hand in het vuur.”

“Wat wij anders doen dan die organisaties die steeds in diskrediet worden gebracht? Misschien gaat er bij ons minder geld om dat bij die andere sporten. Doping is in onze sport ook geen probleem, zoals bijvoorbeeld in de atletiek. Alles wordt goed gecontroleerd. Voor zover ik weet gaat doping bij hockey niet verder dan een aantal gevallen van cannabis. En daarvan is het ook nog maar de vraag of je er beter van gaat hockeyen."

“Er gebeurt in de sport veel in achterkamertjes. Michael van Praag zat als kandidaat-voorzitter van de FIFA keurig met zijn mediavoorlichter in een openbare ruimte om mensen te ontvangen en er kwam niemand. Ze wilden alleen achter gesloten deuren praten. Zijn die achterkamertjes altijd nodig in de sport? Dat hangt misschien een beetje van de sport af en van de hoeveelheid geld die erin omgaat. Wel zie je ook in onze sport dat er heel sterke banden zijn tussen mensen omdat ze elkaar al heel lang kennen. Zo zei de voorzitter van de Spaanse bond bij de verkiezingen in 2011 tegen mij dat hij me enorm waardeerde, maar dat hij niet op me kon stemmen omdat hij zijn stem al aan Stephan Abel had gegeven. Ik kon die eerlijkheid wel waarderen. Maar zo gaan die dingen vaak en vaak zullen mensen er ook niet zo eerlijk voor uitkomen.”

"Het belangrijkste waar het project 'Naar een Veiliger Sportklimaat' voor heeft gezorgd is dat bestuurders van verenigingen niet langer wegkijken"

5. Jij was bij de Nederlandse hockeybond de trekker van het project 'Sportiviteit en Respect'. Vele andere bonden zijn gevolgd, inmiddels doen tientallen bonden mee met het programma Naar een Veiliger Sportklimaat waar jij als adviseur aan verbonden bent. Wat is de huidige stand van zaken?
“Het project loopt aan het eind van dit jaar af, maar de subsidie is verlengd en het wordt nu helemaal geïntegreerd met het project ‘Naar een veiliger sportklimaat’. We hebben de afgelopen jaren best veel bereikt. Er is een prachtig rapport verschenen van het Mulier Instituut waaruit blijkt dat het thema nu in ieder geval bij alle sporten op de agenda staat en dat was in het verleden nog wel eens anders. Het belangrijkste waar het hele project voor heeft gezorgd is dat bestuurders van verenigingen niet langer wegkijken, maar dat iedereen onderkent dat zij een centrale rol hebben. Zij moeten zorgen voor goed beleid, goede coaches en scheidsrechters om een cultuur te ontwikkelen waarin geen plaats is voor misstanden.”

“Vanuit het project hebben we programma’s ontwikkeld om mensen bewust te maken en we hebben ook een programma ontwikkeld om bonden te helpen met hun tuchtrecht. Niet alle bonden regelen dat zelf, maar voor de kleine bonden is er ook altijd het Instituut voor Sportrechtspraak. We hebben programma’s gericht op coaches en na de tragische dood van Richard Nieuwenhuizen zijn we ons ook gaan richten op ouders. We willen graag laten zien dat sporten goed is voor de ontwikkeling van kinderen. Dan ben je als ouder toch een ontzettende stomkop als je dat voor je kinderen verpest. Ik ben echt trots op het programma TV Sportplezier waarin we plezier centraal stellen. Dat vinden kinderen zelf ook het belangrijkst, het zijn meestal de ouders die winnen belangrijker vinden. We hebben het ook voor elkaar gekregen dat andere sportbonden in navolging van de hockeybond spelregelcursussen verplicht stellen voor de B-jeugd. De KNVB is daar nu ook mee bezig. Dat is heel spannend, want hoe ga je straks om met mensen die de cursus dan toch niet doen?”

"Ik vind het schokkend dat deze idioten nog steeds rondlopen"

“Des te treuriger vind ik het dan om te zien wat er bij Ajax-Feyenoord gebeurde rondom Kenneth Vermeer. De grote vraag is natuurlijk wel wie er nou verantwoordelijk is. De winst van ons programma is ook de bewustwording. Bert van Oostveen reageerde zelfs nog tijdens de wedstrijd. Destijds rond de dood van Richard Nieuwenhuizen duurde dat allemaal veel langer. Maar ik vind het schokkend dat deze idioten nog steeds rondlopen en ja, het werpt een smet op ons programma. Al moet je je ook realiseren dat wij ons richten op het amateurvoetbal en dit gebeurde op de tribune bij een Eredivisiewedstrijd."

"Wat we daar zien gebeuren is voor een deel ook de verantwoordelijkheid van de overheid. Ik zag een reactie van Lodewijk Asscher. Hij verwees op Facebook naar twee beschouwende columns waarin een liedje van Billy Holiday werd aangehaald. ‘Kippenvel’, schreef hij erbij. Moet de vicepremier van het land daar zo beschouwend en van afstand op reageren? Of je moet je mond houden, of je moet het echt veroordelen.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst