7 februari 2012
Achtergronden
Natuurlijk, topsporters staan midden in de belangstelling en hun gedragingen en vooral ook hun misdragingen worden daardoor breed uitgemeten. Dat geldt ook voor in razernij ontstekende sporters. Meestal kunnen woedende sporters op niet al te veel sympathie rekenen. Maar er moet iets fascinerend schuilen in zich kwaad makende sporters, want met gretigheid wordt dat gedrag door de overal aanwezig camera’s vastgelegd en vervolgens met ‘morele verontwaardiging’ door velen bekeken. Als de tamelijk zelfbeheerste basketballer James Lebron zijn woede om een technische fout afreageert door een dienblad vol met bekers sportdrank het publiek in te meppen, is het filmpje van Lebrons woede-uitbarsting al snel een hit op YouTube.
Kwaad worden, woedend zijn, het komt de sportprestatie meestal niet ten goede en met dat idee in het achterhoofd zijn diverse programma’s ontwikkeld om sporters te helpen om hun woede-uitbarstingen te beteugelen. Toch is het de vraag of het zo eenvoudig ligt. Is het verstandig om de heethoofden, de temperamentvolle sporters te beteugelen en - vooral - gaan zij daardoor beter presteren? Er zijn voorbeelden van sporters die de emotie ‘woede’ nodig lijken te hebben om het beste uit zichzelf te halen. Zevenvoudig Grand Slam winnaaar John McEnroe is een prachtig voorbeeld. McEnroe, de fabelachtige tennisspeler die in de periode eind jaren zeventig, begin jaren tachtig van de vorige eeuw furore maakte; minstens zo legendarisch als zijn tennisspel waren McEnroe’s woede-uitbarstingen wanneer een lijnrechter de bal uitgaf terwijl McEnroe de bal zonder het geringste spoortje van twijfel in zag gaan. Hij meende in stevige bewoordingen de lijn- en scheidsrechters terecht te moeten wijzen: ‘The ball was not out. You cannot be serious, man! Chalk flew up!!!’ Mopperend en scheldend hervatte McEnroe de wedstrijd zonder dat zijn spel er onder leek te lijden, integendeel.
Iets dichter bij huis en van recentere datum, nog een voorbeeld dat woede niet contraproductief hoeft te zijn: Sven Kramer. Hij was woedend en vooral woedend op zichzelf omdat hij op een onbenullige wijze zich door Enrico Fabris een eerste plaats liet afsnoepen tijdens de 5.000 meter World Cup schaatsen in Salt Lake City (10 november 2007). Fabris nam het wereldrecord van Kramer over: ‘zijn’ wereldrecord nota bene! Die kwaadheid moest ‘eruit geramd worden’ en waar dat toe kan leiden konden zijn tegenstanders en de rest van de wereld een week later zien toen Kramer een fabelachtig wereldrecord reed op die afstand: 6:03.32 (World Cup, Calgary, 17 november 2007). In Kramers situatie leidde de emotie ‘woede’ tot een ongekende prestatie, het bewerkstelligde dat alles in het werk gesteld werd om zijn doel te bereiken: het heroveren van de titel en het WR op de 5.000 meter.
De emotie woede is interessant voor sportpsychologen. Woede kan een grote impact hebben op de prestatie en dan ook nog in zowel positieve, als in negatieve zin. Dat laatste maakt de emotie woede extra interessant. Hoe begeleid je sporters bij wie die emotie prominent aanwezig is en die daardoor onderpresteren? Hoe slaag je erin de emotie woede te kanaliseren om prestaties te optimaliseren? Hoe ‘prikkel’ je sporters? Montse Ruiz en Yuri Hanin, respectievelijk werkzaam bij de Finse University of Jyväskylä en het KIHU-Research Institute for Olympic Sports te Jyväskylä, buigen zich over vragen die daaraan voorafgaan: hebben sporters een ‘optimaal woedeniveau’ en kun je dat vaststellen?
Om genoemde vragen te beantwoorden gebruiken Ruiz en Hanin een strategie die Hanin eerder met succes toepaste in het onderzoek naar de relatie tussen angst en presteren. Hanin werkte veel met Russische (top)sporters en -teams en hij stelde vast dat er grote individuele verschillen zijn in niveaus van angst van de sporters bij belangrijke wedstrijden. Hij kwam op het idee dat de ‘angst’ van een sporter op een bepaald niveau moet zijn, of beter gezegd, zich binnen een bepaalde bandbreedte moet bevinden – een zone – wil die sporter zijn of haar beste prestatie kunnen leveren. Deze optimale zone van angst is voor iedere sporter verschillend. Hanins idee is bekend geworden onder de naam ‘Individual Zones of Optimal Functioning’ (het IZOF-model).
Door de angstniveaus van sporters herhaaldelijk te meten bij diverse wedstrijden, kun je vrij precies achterhalen bij welke range van angstniveaus de beste prestaties worden gerealiseerd en daar kun je vervolgens de training en begeleiding op afstemmen. Ruiz en Hanin trekken deze lijn van redeneren door voor het onderzoek naar het verband tussen de emotie woede en presteren. Zij vroegen aan twintig karateka terug te halen wanneer zij hun beste prestatie leverden en wanneer hun prestatie bedroevend was. Voor beide situaties ondervroegen de onderzoekers de sporters welke gevoelens van woede zij ervoeren voorafgaand aan, tijdens en na de wedstrijd.
Het bleek dat gevoelens van woede zowel voorkomen bij de beste als bij de slechtste prestaties. De intensiteit van de kwaadheid schommelde flink per individu. De grootste inter-individuele variatie in woede werd gevonden in de situatie waarin sporters abominabel presteerden. Driekwart van de proefpersonen gaf aan dat boosheid prestatieverbeterend werkt. Boosheid leidde bij hen tot het vrijmaken van extra energie en dat komt uiteraard goed van pas in sportsituaties waar het uiterste van iemand wordt gevraagd. Maar niet alle proefpersonen rapporteerden een heilzame werking van woede, een aantal sporters gaf aan dat woede bij hen tot verlies van concentratie leidde en dat zij de controle over de situatie kwijt raakten. Kortom, er is sprake van functionele en disfunctionele woede, die sporterafhankelijk is. Ook voor ‘woede’ geldt een ‘individuele zone van optimaal functioneren’.
Boos zijn, woedend zijn, het is niet de meest plezierige toestand om in te verkeren. Rücksichtslos iedere sporter woedereducerende programma’s aanbieden, is volgens Ruiz en Hanin geen verstandige zet; sterker nog, voor diverse (top)sporters lijkt een flink portie woede zelfs noodzakelijk te zijn om een topprestatie te kunnen leveren. Zoals wel vaker loopt de praktijk voor op de theorie, want adviseerde McEnroe zijn Schotse collega Andy Murray al niet om zich als een Amerikaan te gedragen wil hij ooit kans maken om Wimbledon te winnen? Gedragen als een Amerikaan houdt volgens McEnroe in: kwaad worden en schelden!
Literatuur
Ruiz, M.C., & Hanin, Y.L. (2011). Perceived impact of anger on performance of skilled karate athletes. Psychology of Sport and Exercise, 12, 242-249.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.