13 oktober 2009
Achtergronden
De architect tekent een accommodatie en bepaalt daarbij de toe te passen materialen en de belasting die deze materialen aan kunnen. Voordat de definitieve tekeningen gemaakt worden op basis waarvan het bestek geschreven wordt, moet al bekend zijn waar de sporttoestellen geplaatst worden. De architect kan dan bepalen of de gekozen materialen geschikt zijn of dat er constructieve aanpassingen in de bouw aangebracht moeten worden. Het is dus belangrijk dat de opdrachtgever in dit stadium al weet welk gebruik er in de zaal komt en welke toestellen of voorzieningen er aan wand, plafond en in de vloer komen.
Belastingstekeningen
Inrichters zoals Nijha hebben
voorzieningstekeningen met daarop de krachten die via dit toestel op de
wand/plafond/vloer uitgeoefend worden. Zo kan de architect in één oogopslag zien
of laten berekenen of het geplande materiaal sterk genoeg is. Door de inrichter
al in dit stadium bij de bouw te betrekken kunnen veel discussies in een later
stadium voorkomen worden.
Bouwwijze
De
tijd dat wanden van sportaccommodaties geheel gemetseld werden, is grotendeels
voorbij. Zeker bij sporthallen wordt er vaak voor gekozen om de wanden de eerste
paar meter te metselen en daarboven profielwanden aan te brengen. Deze wanden
zijn veelal niet sterk genoeg om direct een klimrek of basketbalbord aan te
monteren. Er zal hulpstaal aangebracht moeten worden. Als er voor
vloerverwarming gekozen wordt, moet al bekend zijn waar bijvoorbeeld de potten
voor volleybal komen. Als de verwarming er eenmaal ligt, is er geen mogelijkheid
meer om zonder erg veel kosten aanpassingen te maken.
Veranderend gebruik
De afgelopen jaren is het gebruik van
plafondtoestellen veranderd. De inrichters zijn daarop ingesprongen en hebben
installaties ontwikkeld die bestand zijn tegen het zwaardere gebruik. Was een
ringenstel belastbaar tot 300 kilogram, de universele units die tegenwoordig
ingezet worden, mogen tot zo’n 750 kilogram belast worden. Dat betekent wel dat
de belasting op de werkbalken ook aanzienlijk groter is. Hier zal de architect
al rekening mee moeten houden in de ontwerpfase.
Obstakelvrij
Veel
sporthallen worden conform de eisen van NOC*NSF obstakelvrij ingericht. Ook dat
heeft bouwkundige consequenties die vroegtijdig met een architect gecommuniceerd
moeten worden. Daarbij gaat het om nissen voor de opberging van ringen en touwen
maar ook om de aanleg van elektrische voorzieningen zodat bijvoorbeeld een
klimrek naar twee meter obstakelvrije hoogte gehesen kan worden, zodat tijdens
het beoefenen van wedstrijdsporten aan de eisen wordt voldaan.
Inrichtingsbudget buiten schot
Door in de planning van
een sportaccommodatie vroegtijdig een inrichter te betrekken, worden discussies
over extra bouwkundige voorzieningen tot een minimum beperkt. En mocht er in de
loop van de bouw een wijziging optreden met gevolgen voor de bevestiging van
sportinstallaties, dan zijn de meerkosten voor rekening van de bouw. Deze mogen
niet worden afgeschoven op het
inrichtingsbudget.
Reageren?
Heeft u specifieke
vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met Nijha: 0573-288 555 of info@nijha.nl.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.