12 februari 2009
Achtergronden
door: Willem van Lancker
Enkele handvaten voor de selectie van een
kunstgrasveld
Een aantal maanden geleden is het rapport ‘Zo groen
als kunstgras’ verschenen.
Daarin zijn de resultaten te vinden van het
onderzoek naar de ervaringen van spelers, gemeenten en verenigingen met
kunstgras. Spelers blijken een kunstgrasveld te prefereren boven een matig of
slecht grasveld. En de gemeenten en verenigingen vinden dat sportparken gebaat
zijn bij de aanleg van kunstgrasvelden.
Uit het onderzoek blijkt ook dat de kwaliteit van de kunstgrasvelden in de loop der jaren gestegen is. De keuzemogelijkheden zijn bovendien enorm toegenomen. Op de ISA-Sportvloerenlijst staan bijvoorbeeld momenteel liefst zo’n zeventig varianten genoemd. Hoe moet je hieruit een keuze maken? Als je je verdiept in de materie kom je terecht in een wereld van steken, filamenten, microns… Welke factor is van belang en welke wat minder of in het geheel niet? Wat vinden de gebruikers van het veld belangrijk?
Uit het rapport ‘Zo groen als kunstgras’ leren we dat de volgende drie
factoren als relevant worden beschouwd: de slijtvastheid, de speltechnische
eigenschappen en het natuurlijke uiterlijk. Voor drie eigenschappen bestaan
objectief meetbare gegevens die kunnen helpen om een geschikt type kunstgrasveld
te kiezen. Wij bekijken elke eigenschap even afzonderlijk.
Ten eerste kan
de slijtvastheid van verschillende typen kunstgras gemeten en vergeleken worden.
Als maatstaf kunnen we hiervoor de dtex-waarde nemen. Deze waarde wordt bepaald
door de dikte en de samenstelling van de vezel. Een hogere dtex betekent een
sterkere vezel. Het gevolg is dat de vezel minder snel aan slijtage zal
onderhevig zijn. Veel leveranciers brengen matten op de markt van 15.000 dtex of
zelfs nog meer. Wij vinden dat een mat minstens 13.000 dtex moet hebben.
Ten tweede bekijken we de speltechnische eigenschappen. De meeste
speltechnische eigenschappen (zoals het botsen van de bal en de balrol) worden
mede bepaald door het poolgewicht (het garengewicht per vierkante meter). Wij
pleiten per vierkante meter voor een minimale waarde van 25gram per mm hoogte,
als men voor kwaliteit wil gaan. Zo zal een mat met een 60mm hoge vezel een
poolgewicht hebben van 1500gr.
Tot slot staan we even stil bij de
natuurlijke ‘look’ van de mat. Het aantal kunstgrassprieten bepaalt het
uitzicht. Dat aantal sprieten of filamenten wordt bepaald door de afstand tussen
de rijen, het aantal steken per meter en het aantal filamenten per steek.
Dit
betekent ook dat er heel wat combinaties mogelijk zijn tussen deze parameters.
Daardoor heeft het weinig zin om zich vast te pinnen op een van deze waarden
afzonderlijk, omdat een andere waarde dan volledig uit de pas kan lopen.
We beperken ons in dit kader tot de opmerking dat het aantal sprieten per vierkante meter een goede weergave is van de densiteit (ofwel dichtheid) van de mat. Om u een idee te geven: er worden tegenwoordig al veel matten aangeboden met 110.000 kunstgrassprieten per vierkante meter. Bedenk wel dat er verschil is tussen een 100% filamentmat en een combivezelmat. Bij de combivezelmat van bijvoorbeeld Domo volstaat een lager aantal filamenten (95.000 filamenten) omdat deze combivezelmatten een ondersteunende vezel hebben.
De conclusie luidt dat het niet eenvoudig is om zomaar te stellen wat een goede voetbalmat is. Het is wel aan te bevelen om ons in onze keuze te richten op de betrouwbare en meetbare key-elementen dtex, poolgewicht en aantal filamenten. Deze waarden zijn voor iedereen te begrijpen en waar te nemen. Daarmee kunnen we de investering in een kunstgrasveld met een gerust gemoed beginnen en is de kans groter dat we uiteindelijk zullen verzekerd zijn van de kwaliteit.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.