22 maart 2016
Achtergronden
1. Eerst even vooraf: op je 14e jaar ging je moeilijk lopen, op je 15e ben je geopereerd en bleek je een bindweefselaandoening te hebben waardoor je nauwelijks meer kon staan en lopen. Voor je operatie was volleybal je sport, daarna werd het (rolstoel)tennis. Hoe is dat zo gekomen?
"Ik heb een aandoening aan mijn gewrichten: het Ehlers-Danlos Syndroom. Dat beperkt zich niet alleen tot mijn benen, maar zit in al mijn gewrichten. Toen ik op zoek ging naar een geschikte rolstoelsport, leek iets als basketbal me te zwaar voor mijn armen. Ik overwoog rolstoeltennis en rolstoelhockey, omdat je armen daarbij onder schouderhoogte kunnen blijven. Toen zag ik een aflevering van het BNN-televisieprogramma 'Je zal het maar hebben' en daarin kwam iemand met mijn aandoening voor die rolstoeltennis deed. Ik dacht 'als zij het kan, moet ik het misschien ook wel kunnen' en heb het geprobeerd. Ik was gelijk verkocht en heb nooit een hockeystick aangeraakt!"
2. Je hebt inmiddels een indrukwekkende erelijst bij elkaar getennist. Is dat voor jou de bevestiging dat je de juiste keuze hebt gemaakt?
"Dat ik de juiste keuze heb gemaakt, wordt bevestigd doordat ik elke dag met veel plezier op de tennisbaan sta. Ik heb van tennis mijn werk gemaakt, maar het is ook nog steeds mijn hobby en ik geniet er met volle teugen van om te spelen en geniet ook van de fysieke trainingen die nodig zijn ter ondersteuning van het tennis. Dat ik goede prestaties neerzet maakt het natuurlijk extra leuk, maar ook als ik het niet zo ver had geschopt, zou ik de keuze voor deze sport nog steeds de juiste vinden, omdat ik tennissen zo ontzettend leuk vind."
3. Je bent nog niet gekwalificeerd voor Rio. Wat moet je daarvoor presteren?
"De kwalificatie vindt eind mei plaats. Om me te kwalificeren moet ik dan in de top-10 van de wereldranglijst enkelspel staan. Daarnaast is er plek voor maximaal vier spelers uit Nederland. Ik sta nu op plaats zes en ben de derde Nederlandse. Het is onmogelijk dat de nummers vier en vijf mij allebei in gaan halen, dus de kwalificatie is zo goed als zeker."
4. In Londen won je in 2012 Paralympisch goud samen met Esther Vergeer. Zij is inmiddels gestopt met rolstoeltennis. Is zij überhaupt vervangbaar? Waar liggen nu je ambities, zonder haar als partner?
"Esther is slechts vijf toernooien mijn dubbelpartner geweest. Gelukkig zijn er veel dames met wie ik goed kan spelen. Vanaf deze maand ga ik samen met Diede de Groot dubbelen, omdat wij in Rio samen uit zullen komen als koppel en de komende maanden zullen gebruiken om op elkaar ingespeeld te raken. Met Diede ga ik voor een medaille spelen en we mikken op goud! Daarnaast ga ik ook voor een medaille in het enkelspel."
5. Op je site lazen we dat je twintig weken per jaar op reis bent om internationale toernooien te spelen. Wat vind je het leukste aan dat leven, wat absoluut niet?
"Het leukste vind ik dat ik mag doen waar mijn hart ligt: tennissen en wedstrijden spelen. Ik geniet van het harde trainen als ik in Nederland ben en het is erg mooi als je tijdens een toernooi merkt waar dat toe leidt: overwinningen (en soms helaas ook niet)."
"Ik voel me bevoorrecht zoveel van de wereld te zien, al beperkt wat ik zie zich helaas meestal tot het hotel, vliegveld en tennispark. Toch probeer ik in elk land wat mee te krijgen van de cultuur of omgeving. Ook vind ik het heel bijzonder dat zoveel mensen zich voor mij inzetten om dit mogelijk te maken. Zo is mijn coach Aad Zwaan meestal bij me en ik voel me vereerd dat hij zijn familie zoveel weken achterlaat in Nederland om mij in het buitenland te ondersteunen. Ook heb ik de steun van sponsoren, zonder wie ik niet de wereld over zou kunnen reizen. En niet te vergeten alle organisatoren en vrijwilligers die de rolstoeltennis toernooien organiseren: zoveel mensen die zoveel werk verzetten voor (onder andere) mij. Ik kan er stil van worden."
"Wat ik niet leuk vind, is dat ik leuke dingen in Nederland misloop, zoals verjaardagen van familie en vrienden en leuke uitstapjes met mijn vriendengroep. Ook zou ik graag in een koor zingen of me bij een theatergezelschap aan willen sluiten, maar dat is niet mogelijk en leuk als je zoveel repetities moet missen."
6. Tennissers zonder handicap kunnen een redelijk tot goede boterham verdienen, afhankelijk van hun ranking. Hoe is dat met rolstoeltennissers in het algemeen en met jou in het bijzonder?
"Als rolstoeltennisser krijg je helaas maar een fractie van het prijzengeld dat een valide tennisser krijgt. Het is in mijn geval niet genoeg om alle kosten die ik maak te dekken. Ik ben daarom afhankelijk van sponsoren die me ondersteunen, zodat ik trainingen kan inkopen, vliegtickets en hotelkosten kan betalen en goed materiaal heb om mee te spelen. Dankzij mijn positie op de wereldranglijst heb ik de A-status van het NOC*NSF. Dat betekent dat ik van hen een maandsalaris krijg waarvan ik kan leven."
7. Je bent nu 28 jaar. Worden dit je tweede en tevens laatste Spelen of teken je blind bij voor nog eens vier jaar?
"Ik vind mijn tennissend leven nog steeds hartstikke leuk en ga nog steeds vooruit, dus aan stoppen denk ik nog niet. In het rolstoeltennis kun je trouwens tot minimaal je veertigste meedraaien met de top. Dat is niet wat ik voor ogen heb, maar voorlopig ga ik nog door. Ik teken niet blind bij voor nog vier jaar, ik maak zulke beslissingen weloverwogen. Toevallig ben ik vorige week begonnen met het in kaart brengen van de financiële mogelijkheden om door te gaan tot Tokyo. Qua tennisniveau kan ik nog heel wat jaren mee en ik ben fysiek fit genoeg. Maar kan ik geen nieuwe sponsor vinden, dan krijg ik het financieel niet voor elkaar om nog jaren door te gaan."
8. Je hebt in 2014 je bachelor psychologie gehaald. Ben je van plan ooit te beginnen met je masters?
"Ik ben na het halen van mijn bachelor begonnen aan de master. Helaas viel het niet te combineren met mijn tenniscarrière, dus ben ik er na een aantal maanden mee gestopt. Wellicht dat ik het na mijn tenniscarrière weer oppak. Op dit moment doe ik wat cursussen in de richting van anatomie en bewegingsleer, om toch een intellectuele uitdaging te houden."
9. Wie zijn in jouw ogen de grootste Nederlandse kanshebbers voor een gouden medaille, zowel bij de Olympische als Paralympische Spelen?
"Bij de Olympische Spelen zijn de eerste namen die naar boven komen Marianne Vos, Epke Zonderland en de hockeydames. Bij de Paralympische Spelen dacht ik gelijk aan Marlou van Rhijn, Lisette Teunissen en Jiske Griffioen. Maar er zijn zeker meer kanshebbers!"
Voor meer informatie: marjoleinbuis.nl en Twitter
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.