1 juli 2008
Achtergronden
De bestuurder moet immers naar eigen inzicht leiding kunnen geven aan de rechtspersoon en daarbij kan wel eens wat misgaan. Zo kan het bestuur van een vereniging na gedegen onderzoek, het inwinnen van deskundig advies en het opvragen van verschillende offertes schriftelijk opdracht geven tot de bouw van een nieuwe accommodatie. Als er vervolgens toch problemen ontstaan - de kosten vallen bijvoorbeeld hoger uit dan geraamd of de aannemer gaat failliet - dan zal de rechtspersoon voor de gevolgen daarvan op moeten draaien. Het bestuur heeft het besluit immers op zorgvuldige wijze genomen. Op de regel dat alleen de rechtspersoon aansprakelijk is, bestaan echter uitzonderingen. Daarvan is sprake als de bestuurder ook persoonlijk een verwijt kan worden gemaakt.
Interne en externe aansprakelijkheid
Er is een verschil
tussen derden die een bestuurder aanspreken en de
rechtspersoon zelf die een eigen bestuurder aanspreekt. Voor
aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover de rechtspersoon die hij
vertegenwoordigt wordt de term ‘ínterne aansprakelijkheid’ gebruikt, terwijl
voor aansprakelijkheid tegenover derden de term ‘externe aansprakelijkheid’
geldt. Het is belangrijk dit onderscheid goed in de gaten te houden, omdat voor
beide vormen van aansprakelijkheid verschillende normen gelden.
Voor interne aansprakelijkheid moet komen vast te staan dat de
bestuurder de hem opgedragen taak niet behoorlijk heeft vervuld. Hem moet
daarbij een ernstig verwijt gemaakt kunnen worden, terwijl hij geen maatregelen
getroffen heeft om de ingetreden schade te voorkomen.
Voor externe
aansprakelijkheid moet komen vast te staan dat de bestuurder zelf onrechtmatig
heeft gehandeld tegenover de derde. Dat wil zeggen dat hij handelt in strijd met
wat in de maatschappelijke omgang acceptabel is. Een goed voorbeeld hiervan is
de bestuurder die verplichtingen tegenover een derde aangaat, terwijl hij weet
dat de rechtspersoon die hij vertegenwoordigt deze verplichtingen nooit na kan
komen.
Collectieve en hoofdelijke aansprakelijkheid
Als eenmaal
wordt aangenomen dat een bestuurder aansprakelijk is, betekent dat in beginsel
een collectieve aansprakelijkheid. Dat wil zeggen dat alle bestuurders
aansprakelijk zijn. Reden hiervoor is dat het besturen van een rechtspersoon
volgens de wet aan het bestuur als geheel opgedragen is. Een individuele
bestuurder zal zich aan deze aansprakelijkheid slechts kunnen onttrekken als hij
aan kan tonen tegen de handelingen in kwestie bezwaar te hebben gemaakt,
bijvoorbeeld doordat hij daar in vergaderingen tegen heeft gestemd. De
aansprakelijkheid is ook hoofdelijk, dat wil zeggen dat iedere bestuurder voor
de gehele schade kan worden aangesproken. Als een bestuurder wordt aangesproken
en die bestuurder voldoet de schade, dan kan hij die uiteraard wel weer op de
medebestuurders verhalen, behoudens zijn eigen aandeel.
Décharge
De vereniging kan het bestuur aansprakelijk
houden voor fouten tijdens zijn bestuursperiode. Maar dat kan niet als een
vereniging na afloop van een bestuursjaar goedkeuring verleent aan het door het
bestuur gevoerde beleid. De term voor goedkeuring is ’décharge’. De vereniging
ontheft de bestuurder daarmee van zijn aansprakelijkheid. Décharge heeft echter
alleen invloed op de interne verhouding tussen de vereniging en het bestuur en
kan dus niet een eventuele externe aansprakelijkheid voorkomen!
Wie kunnen iemand aansprakelijk stellen?
Intern kan
alleen de vereniging de bestuurders aansprakelijk stellen. Aangezien het bestuur
de organisatie vertegenwoordigt, zou het bestuur daarbij zelf een van de
medebestuurders aansprakelijk moeten stellen. Het spreekt voor zich dat dit niet
snel zal gebeuren. Bij een vereniging kan de ledenvergadering daarom het
initiatief nemen om een bestuurder aansprakelijk te stellen. Wat in het kader
van interne aansprakelijkheid vaker voorkomt, is dat na faillissement de curator
een bestuurder namens de (failliete) vereniging aansprakelijk stelt. Bij externe
aansprakelijkheid kunnen alle derden die schade hebben geleden door het handelen
van een bestuurder/het bestuur, in actie komen.
Heeft u zelf een vraag?
Mailt u uw vraag dan aan goedbezig@nl.ey.com. NB: uitsluitend
kennisvragen worden door Ernst & Young gratis behandeld. Voor complexe
adviesvraagstukken geldt dat doorgaans niet.
Voor meer informatie: Matthijs Heeres, Matthijs.heeres@nl.ey.com
of 06-3006 1946.
Postadres: Sportdesk Ernst & Young, Postbus 488, 3000 AL
Rotterdam
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.