Oud-topsporter Matthijs Schaller en arts Duncan Drop gaan met elkaar in gesprek over het belang van sportdiversificatie bij talentontwikkeling.
12 februari 2026
Achtergronden
Matthijs: "Wat hebben Arjen Robben, Jackie Groenen, Ireen Wüst en Epke Zonderland met elkaar gemeen?"
Duncan: "Dat ze Nederland hebben vertegenwoordigd op het mondiale podium en prijzen hebben gewonnen?"
Jackie Groenen
Arjen Robben
Matthijs: "Dat klopt, maar wie iets verder kijkt, ziet een minder zichtbaar, maar minstens zo belangrijk gedeeld kenmerk. Een fundament dat al lang vóór hun topsportcarrière werd gelegd. Ben je bekend met sportdiversificatie?
Sportdiversificatie verwijst naar naar het op jonge leeftijd beoefenen van meerdere sporten. Dit is het tegenovergestelde van vroeg specialiseren, waarbij men zich richt op het beoefenen van één sport. Het uitgangspunt bij vroege specialisatie is dat er op jonge leeftijd veel uren worden geïnvesteerd in één sport om er snel beter in te worden en zodanig als ‘talent’ te worden bestempeld. In de afvalrace naar de top moet vroege specialisatie leiden tot zichtbaarheid en snelle, maar uitzonderlijke prestaties. Hoe meer uren op jonge leeftijd gemaakt worden, hoe beter. Daar schuilt echter een paradox.
Een hoog trainingsvolume op jonge leeftijd in één sport is niet noodzakelijk om de top te bereiken. Integendeel: het leidt juist tot eentonigheid, verlies van plezier en een (zeer) vergrote kans op blessures. Maar dat laatste is uiteraard jouw expertise.
"Kinderen zijn geen kleine volwassenen. Botten, spieren, pezen en groeischijven ontwikkelen zich in een verschillend tempo"
Duncan Drop
Duncan: "Mooi dat je dit onderwerp aankaart. Vanuit medisch perspectief zien we bij kinderen in de groei namelijk steeds duidelijker de keerzijde van vroege specialisatie. Kinderen zijn geen kleine volwassenen. Botten, spieren, pezen en groeischijven ontwikkelen zich in een verschillend tempo en zijn juist in deze fase extra kwetsbaar voor eenzijdige en herhaalde belasting. Vanuit onderzoek naar sportblessures bij kinderen zien we dat veel blessures vaker voorkomen bij jonge sporters die zich vroeg specialiseren en hoge trainingsvolumes draaien binnen één sport."
Matthijs: "Laat ik vooropstellen dat hoge trainingsvolumes simpelweg nodig zijn om de top te bereiken, maar hoe deze worden ingericht: daar wordt het interessant. Dit heeft namelijk invloed op toekomstige prestaties. In mijn handboek pleit ik ook voor sportdiversificatie. Door sportdiversificatie wordt de motoriek uitgebreid met bewegingsmogelijkheden. Deze bewegingsmogelijkheden zijn opgebouwd uit drie belangrijke elementen, namelijk transfer van vaardigheden, adaptiviteit en creativiteit.
Overdraagbaarheid (transfer) betekent dat vaardigheden of kennis uit de ene context ook in een andere toegepast kunnen worden. Het gaat om het meenemen van eerder geleerde vaardigheden. Adaptiviteit is het vermogen om vaardigheden aan te passen aan veranderende of onverwachte situaties. Creativiteit draait om het bedenken van nieuwe of originele oplossingen, door buiten bestaande patronen te denken en zo innovatieve keuzes te maken. Deze combinatie van elementen zorgt ervoor dat een sporter zijn motoriek beheerst en kan inspelen op elke (on)verwachte situatie op het sportveld."
Duncan: "En juist die variatie is cruciaal vanuit gezondheidsperspectief. Sportdiversificatie verdeelt de belasting over verschillende bewegingspatronen en spiergroepen, waardoor piekbelasting op specifieke structuren afneemt. Dit geeft het lichaam tijd om zich aan te passen aan groei én training. Bovendien leren kinderen beter luisteren naar hun lichaam, ontwikkelen ze een bredere fysieke belastbaarheid en bouwen ze een fundament op dat beschermt tegen blessures op latere leeftijd. Niet door minder te bewegen, maar door slimmer en gevarieerder te bewegen."
Matthijs: "Daar speelt myelinevorming toch ook een rol in? Uit meerdere onderzoeken heb ik namelijk gelezen dat sportdiversificatie myelinevorming bevordert. Myelinevorming is het proces waarbij een isolerende laag, bekend als de myelineschede, zich vormt rondom de uitlopers van zenuwcellen. Deze myelinevorming zorgt voor snelle zenuwgeleiding. Dit zou leiden tot een effectiever en efficiënter verloop van informatieoverdracht in het zenuwstelsel, waardoor motorische vaardigheden sneller aangeleerd en verfijnd worden."
"Door op jonge leeftijd meerdere sporten te beoefenen, ontdekt de sporter wat hij écht leuk vindt"
Matthijs Schaller
Duncan: "Dat klopt en ook dit heeft een directe link met blessurepreventie. Een goed ontwikkeld neuromusculair systeem zorgt voor betere coördinatie, timing en stabiliteit. Dit verlaagt de kans op acute blessures, zoals bijvoorbeeld spierrupturen of ligamentaire letsels. Te denken valt aan een voorste kruisbandruptuur of de veelvoorkomende enkelbandletsels, maar ook de sluimerende overbelasting kan hier een gevolg van zijn. Met andere woorden: een breed motorisch repertoire is niet alleen een prestatievoordeel, maar ook een beschermende factor."
Matthijs: "Een win-win situatie dus. Dan wil ik afsluiten met het allerbelangrijkste wat sportdiversificatie oplevert, namelijk plezier. Door op jonge leeftijd meerdere sporten te beoefenen, ontdekt de sporter wat hij écht leuk vindt. Zouden we dat niet allemaal willen?"
Ireen Wüst
Epke Zonderland
Duncan: "Exact dát is de kern van duurzame ontwikkeling, zowel in sportgedrag als persoon. Kinderen die plezier ervaren, blijven langer sporten. En kinderen die langer sporten, blijven gezonder. mentaal, fysiek, emotioneel, cognitief: noem het maar op. Sportdiversificatie is daarmee niet alleen medisch gezien een fysiek en motorisch belangrijk, maar minstens net zo relevant vanuit maatschappelijk, sociaal en pedagogisch perspectief. Je kunt ermee in de voetsporen treden van Arjen Robben, Jackie Groenen, Ireen Wüst of Epke Zonderland, of simpelweg genieten van een ‘jantje’ op het voetbalveld van de lokale sportvereniging op een zaterdagochtend."
Matthijs Schaller is voormalig topsporter en heeft beide zijden van de medaille ervaren: winst en verlies. Vanwege zijn affiniteit met talentontwikkeling en zijn academische achtergrond in Sportbeleid en Sportmanagement schreef hij het handboek: ‘De puzzel van plezier: het geheim van succes in talentontwikkeling’.
Duncan Drop is recent afgestudeerd arts, actief in de sportgeneeskunde met een focus op sportblessures bij kinderen, bestuurslid van de KNMG en columnist voor Medisch Contact en Arts in Spe. Vanuit hun eigen jeugd, hun veelvuldige discussies over de sportwereld en hun complementaire expertise, vormt hun gezamenlijke perspectief de basis voor dit artikel.
Deel dit bericht:
Geschreven door:
Matthijs Schaller
Duncan Drop
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.