8 maart 2016
Achtergronden
We gaan een nieuwe gymzaal bouwen en nu zie ik dat er verschil is tussen de basisinventarislijst van de KVLO (vakvereniging van gymleraren) en de vergoeding vanuit het ministerie van Onderwijs met het oog op het inrichten van de zaal. Waarom is dat zo en welk bedrag moet ik aanhouden?
Voor de bekostiging van sportinventaris voor het basis en voortgezet onderwijs hebben lange tijd standaard inventarislijsten bestaan: voor het basisonderwijs de Londo-lijst en voor het voortgezet onderwijs de Kolthoff-lijst. Met de komst van de lumpsumfinanciering heeft het ministerie besloten beide lijsten te laten vervallen. Vanaf dat moment hanteert het ministerie alleen nog een totaalbedrag voor de eerste inrichting van een binnensportaccommodatie. Omdat veel scholen en gemeenten toch graag houvast hebben bij de inrichting van een sportaccommodatie zijn er op initiatief van de KVLO basisinventarislijsten opgesteld voor zowel het basis als voortgezet onderwijs. Niet in de laatste plaats omdat het ministerie geen rekening houdt met vernieuwingen binnen het bewegingsonderwijs / lichamelijke opvoeding.
Ministerie - financiën als uitgangspunt
Het ministerie van Onderwijs hanteert bij de totstandkoming van de bedragen voor de sportinrichting puur financiële richtlijnen. Jaarlijks publiceert het ministerie via de Regelingen Onderwijshuisvesting nieuwe bedragen. Daarin wordt alleen een indexering toegepast. Ontwikkelingen op het vakgebied worden niet meegenomen.
KVLO - inhoud als uitgangspunt
Bij het opstellen van de basisinventarislijsten van de KVLO zijn vakleerkrachten en de inrichtingsbranche betrokken. Uitgangspunt was dat de lijsten een goede weerspiegeling zouden zijn van het huidige bewegingsonderwijs. Dus rekening houdend met nieuwe bewegingsactiviteiten, veel gebruikte methoden, ruimte voor eigen inzichten, andere inzet van materialen en het werken in meerdere groepen. Op basis hiervan zijn de uiteindelijke inventarislijsten opgesteld inclusief realistische bedragen. De afgelopen jaren is er veel draagvlak voor deze lijsten ontstaan omdat ze goed passen bij de dagelijkse praktijk.
Welk bedrag aanhouden bij een nieuwe inrichting?
Bij nieuwbouw is de sporttechnische inrichting onderdeel van het bouwbudget. Het staat een gemeente of school vrij een groter deel uit dit budget te reserveren/besteden aan de sportinrichting. Er is ook geen wet die voorschrijft dat bij de inrichting van een nieuwe sportaccommodatie het bedrag van het ministerie gehanteerd moet worden. Hetzelfde geldt voor de bedragen van de basisinventarislijsten. Voordat het budget bepaald wordt, is het goed om eerst te kijken naar de inhoud: wat is er nodig en waarom? Vervolgens kun je kijken welk bedrag hierbij past.
Eerst inhoud daarna financiën
Bij nieuwbouw van een sportaccommodatie is het belangrijk om de inrichting zoveel mogelijk af te stemmen op het (toekomstig) gebruik en de gewenste exploitatielast. In het ene geval is het bedrag dat het ministerie vergoedt afdoende, in een ander geval ligt het bedrag meer in lijn van de basisinventarislijst van de KVLO. Het kan zijn dat dan extra financiering gezocht moet worden. Omdat er goed nagedacht is over de inrichting zijn er over het algemeen voldoende inhoudelijke argumenten om aantoonbaar te maken dat het zinvol is wat meer geld te besteden dan het ministerie aan vergoeding geeft. Dus kijk vooral eerst naar wat nodig is en laat niet op voorhand het budget alles bepalen.
Meer weten?
Zit u in de voorbereiding van een nieuwe inrichting, bekijk dan de basisinventarislijsten van de KVLO en de normbedragen vanuit het ministerie. En als inhoudelijk advies gewenst is, neem dan contact op met Nijha: 0573-288 555 of info@nijha.nl.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.