18 april 2017
Achtergronden
De gemiddelde sportinrichting van gymzalen en sporthallen die gebruikt worden voor bewegingsonderwijs, hebben een zeer herkenbare (sommigen zeggen gedateerde) inrichting. Dat is wellicht minder vreemd dat gedacht, want de invloed van gymleraren - zeker die in het basisonderwijs werken - op de inrichting van nieuwe accommodaties is nog steeds beperkt. En met afschrijftermijnen van tientallen jaren is vernieuwing niet een, twee, drie geregeld. En dan gooit de krimp binnen het onderwijs roet in het eten als het gaat om investeringen, want er worden eerder zalen afgestoten dan nieuw gebouwd. Of liggen in die herschikking van accommodaties juist kansen?
Vraag een gemiddelde Nederlander naar de inrichting van een gymzaal en het zal je niet verbazen dat dan vooral klimrekken, banken en ringen genoemd worden. Die bepalen voor een groot deel van de Nederlanders het beeld of identiteit van de gymzaal. En wat inrichting betreft klopt die vaak ook nog wel. Maar is die ruimte de ruimte waarin we jonge kinderen enthousiast maken voor bewegen? Of wordt het tijd voor een kritische blik naar inhoud - en vorm - van de gymzaal?
Creativiteit heeft een keerzijde
Vakdocenten zijn vaak zo creatief dat ze met elke inrichting wel een goede les bewegingsonderwijs kunnen geven. Maar daarin schuilt ook een gevaar. Naast het naar een hoger niveau brengen van motorische vaardigheden (wat vaak nog prima lukt met een verouderde sportinventaris), heeft het vak bewegingsonderwijs ook een taak bij het ‘introduceren van leerlingen in de actuele bewegingscultuur’. Om dat laatste goed inhoud te geven volstaat de inrichting van de gemiddelde gymzaal niet meer. Om daar verandering in te brengen zullen overheid, onderwijs en bedrijfsleven actie moeten ondernemen.
Het staat zo mooi in menig beleidsstuk, dat bewegingsonderwijs kinderen enthousiast moet maken voor bewegen, dat ze tijdens gymlessen kennismaken met een breed scala aan bewegingsmogelijkheden en dat ze daarna hun keuze maken om na school en in hun vrije tijd actief te blijven. Natuurlijk blijft het belangrijk om kinderen basisvaardigheden bij te brengen, maar lidmaatschap van een vereniging is geen vanzelfsprekendheid meer, de ongebonden sporten winnen aan populariteit en de bewegingscultuur wordt jaarlijks uitgebreid met nieuwe sporten.
Vaardigheden trainen en uitbreiden
In hun buurt maken kinderen kennis met skateboarden, biketrial/BMX-en, freerunning, slacklinen en bootcamp. Hoe mooi zou het zijn als de inventaris van de gymzaal ook aansluit op dit soort activiteiten. Kinderen worden dan handiger in activiteiten die ze dezelfde dag nog met andere kids uit de buurt kunnen doen waarmee ze hun vaardigheid trainen en uitbreiden.
Crisis is wellicht een te groot woord maar als we het probleem niet iets aandikken, dan gebeurt er niks en accepteren we dat over twintig jaar de gemiddelde gymzaal er nog uit ziet als vandaag. En dat vinden wij een gemiste kans. Hoe komen we dan uit deze identiteitscrisis? Een aantal oplossingsrichtingen:
• Sportinventaris versneld afschrijven
Door verouderde sportinventaris versneld af te schrijven komt er financiële ruimte voor nieuwe, veelal breder inzetbare, systemen. Los van het feit dat deze systemen het bouwen van plateaus, het creëren van ophangpunten en het maken van bewegingsbanen snel mogelijk maken, bieden zij ook extra exploitatiemogelijkheden voor de eigenaar. En deze mogelijkheden zijn zeker interessant om te verkennen bij herschikking van accommodaties in krimpgebieden.
• Bij nieuwbouw en renovatie vaksectie vroeg betrekken
Als er sprake is van nieuwbouw worden vaksecties vaak te beperkt en te laat betrokken in het realisatieproces. Daardoor is vernieuwing op het vlak van wand-, plafond- en vloervoorzieningen vaak al zo beperkt, dat van echte vernieuwing op dat vlak al geen sprake meer kan zijn. Betrek vaksecties al in de verkennende fase. Het wordt immers hun werkruimte.
• Beperkte standaard inventaris
De oplossing zou ook kunnen liggen in een beperktere standaardinventaris aangevuld met nieuwe materialen die aansluiten op ontwikkelingen in de bewegingscultuur. Denk aan Freerunning (of moeten al over naar Ninja Warrior?), indoor golf, Bowbattle, KanJam en Crossfit/bootcamp. Deze materiaalsets zijn niet permanent in de accommodatie aanwezig maar rouleren in elke vakantieperiode. Zo heeft elke deelnemende accommodatie per schooljaar de beschikking over vijf verschillende materiaalsets. Een voorbeeld hiervan is MobieZ.
• Fasegewijze aanpak
Grote investeringen vragen vaak een lange aanlooptijd. Kleinere renovaties zijn vaak wat eenvoudiger te realiseren. Daarbij kan een inspectierapport houvast bieden; als een aantal klimrekken aan vervanging toe zijn is het moment daar om te beslissen of er weer nieuwe klimrekken terug moeten komen of dat andere keuzen beter passen bij de toekomst van bewegingsonderwijs. Kleine renovaties vragen wel om een totaalplan. Daarbinnen worden prioriteiten vastgesteld en die worden vervolgens omgezet naar het aantal gewenste deelfasen. De totale realisatie kost wellicht meer tijd maar na afronding van elke fase komen er al extra mogelijkheden binnen de lessen bewegingsonderwijs.
Als je de oplossingsrichtingen bekijkt, is het eigenlijk niet zo ingewikkeld. De basis ligt bij een goed plan en draagvlak. Daarop hoef je niet te wachten, daar kun je vandaag nog aan beginnen. Tip: schakel specialisten in om te helpen bij de structuur van zo’n plan en het verrijken van jullie ideeën. Kansen genoeg.
Meer weten?
Een keer sparren over de sportaccommodatie van de toekomst, het fasegewijs renoveren van bestaande accommodaties of het werken met roulerende materiaalsets? Neem dan contact op met Fred Verhoeven fred.verhoeven@nijha.nl. Mooie uitdaging.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.