15 november 2011
Achtergronden
Bij nieuwbouw van binnensportaccommodaties of bij het herinrichten van bestaande gymzalen of sporthallen, ontstaan soms op uitvoerend niveau discussies over de keuze van toestellen en materialen. Een herkenbaar voorbeeld hiervan zijn de zogenaamde ‘springtoestellen’. Kiezen we hierbinnen voor springkasten, de combiframes of een combinatie van deze twee? Of gaan we voor springvlakken die ook voor turnwedstrijden in de betreffende hal worden ingezet? Of kunnen we eigenlijk prima uit de voeten met de eigentijdse multiblokken? Kortom, vele opties maar hoe maak je hier een keuze in op lokaal niveau?
Gebruikersgroepen zijn leidend
Bij de keuze van zaalinventaris is het belangrijk de mensen erbij te betrekken die er in de praktijk mee aan het werk gaan. Dit klinkt logisch, maar in de praktijk wordt deze groep regelmatig vergeten. Het betrekken van gebruikersgroepen zorgt niet alleen voor doordachte keuzes op basis van praktijkervaringen, maar het zorgt ook nog eens voor een gevoel van betrokkenheid bij de inrichting en draagvlak onder de gebruikers. Dit voorkomt discussies in latere fases van de (her)inrichting.
Springvlakken in alle soorten en maten
Maar ook al informeer je de gebruikersgroepen in een vroeg stadium, dan nog zijn discussies over keuzes in zaalinventaris niet altijd te voorkomen. Zeker als er overdag onderwijs in gehuisvest is en ’s avonds de sportverenigingen. Want ga je voor springkasten en springtoestellen, waar de gym- en turnverenigingen hun voorkeur voor uitspreken? Of is het (bewegings)onderwijs leidend in de toestelkeuze? Daar is meer behoefte aan multifunctionele springvlakken zoals combiframes, die ook voor andere leerlijnen zoals zwaaien en balanceren inzetbaar zijn. En dan zijn er nog de (wedstrijd)springtoestellen en de steeds populairder wordende Sport Cubes, oftewel de multiblokken.
Gebruiksintensiteit
Het belangrijkste is om een oplossing te vinden waarmee alle gebruikersgroepen uit de voeten kunnen. Een gedegen inventarisatie met de gebruikers is hierbij van groot belang. Inventariseer welke springvlakken gewenst zijn en achterhaal ook hoe frequent ze gebruikt (gaan) worden. Een combiframe die vrijwel elke dag in het bewegingsonderwijs onderdeel uitmaakt van de les, geniet de voorkeur boven een wedstrijdspringtoestel dat slechts enkele keren per jaar uit de berging wordt gehaald. En bij gelijke gebruiksintensiteit kan in plaats van twee springkasten of twee combiframes, ook gekozen voor één van elk.
Wat schrijft de KVLO-basisinventarislijst voor?
Als richtlijn voor zaalinrichting wordt vaak de KVLO-basisinventarislijst voor basisonderwijs gebruikt. Deze inventarislijst biedt steeds meer vrijheid om in te richten naar eigen inzichten. Er wordt dan ook niet meer voorgeschreven dat je twee springkasten moet hebben, maar er is alleen een normbedrag voor ‘springtoestellen’ waarbinnen je zelf keuzes kan maken. Ook de KVLO-basisinventarislijst voor voortgezet onderwijs biedt meer vrijheid dan voorheen en laat de keuzes tussen springkasten en combiframes over aan de vakleerkrachten zelf. In beide basisinventarislijsten wordt niet ingegaan op avondgebruik, bijvoorbeeld van gym- en turnverenigingen. Hier dient de gemeente of exploitant van de hal dan ook zelf rekening mee te houden bij de zaalinrichting.
Meer weten over springtoestellen?
Hoe gedegen ook je een inventarisatie maakt bij nieuwbouw of herinrichting van een binnensportaccommodatie, je krijgt niet iedereen honderd procent tevreden. Belangrijk is om de verschillende gebruikersgroepen te betrekken bij keuzes, ze hier vooraf over in te lichten en de keuzes te beargumenteren. Vaak is er dan begrip. Meer weten over het maken van keuzes in ‘springtoestellen’ aan de hand van de KVLO-basisinventarislijst of inzicht krijgen in de verschillende mogelijkheden die er zijn onder de springtoestellen? Kijk op www.nijha.nl/springen
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.