22 februari 2022
Achtergronden
door: Afke van de Wouw
Ten Hag vindt het een ingewikkeld thema. 'De buitenwereld wordt steeds bozer, maar intern zijn we zachter geworden. Op school en ook in topsport. Maken we de talenten wel weerbaar genoeg? Ik heb er geen oordeel over, maar ik stel mezelf wel veel vragen. Positief zijn heeft het juiste effect, dat is bewezen, maar het kan ook zijn dat sommige toptalenten daardoor net niet die grens overgaan die topsport vereist. De beste willen zijn, vergt een vorm van hardheid.' (1)
Ook Ajax-trainer Erik ten Hag vindt het lastig: het vinden van de balans tussen over grenzen gaan en daarmee grenzen verleggen aan de ene kant en alleen maar positief zijn en complimenten geven aan de andere kant. Tussen alles overhebben voor de prestatie en alleen maar plezier mogen hebben.
‘If you do what you did, you get what you got’. Dus om iets anders te krijgen, om jezelf te ontwikkelen en beter te worden, heb je steeds andere prikkels nodig. Je dient dan uit je comfortzone te komen. En uit je comfortzone komen, is oncomfortabel. Dus hoe leer en train je je sporters om te gaan met het oncomfortabele? ‘How do they learn to get comfortable with the uncomfortable?’ Dit hoeft niet te betekenen dat ze geen plezier hebben. Uit je comfortzone gaan, waardoor je grenzen verlegt, nieuwe dingen leert, merkt dat je beter leert omgaan met oncomfortabele situaties, kan juist ook samengaan met plezier. Soms komt het plezier meer daarna. Het voldane gevoel dat je iets voor elkaar hebt gekregen wat je daarvoor nog niet kon, of dat je doorgezet hebt, ondanks de vermoeidheid, verzuring en pijn.
Bepaalde grenzen niet overschrijden
De komende zes columns nemen we je mee in dit ‘lastige’ thema. Deze introductiecolumn zal verder ingaan op de uitdaging voor topsporters en hun begeleiders, om wel op de toppen van hun kunnen te presteren, maar niet bepaalde grenzen te overschrijden. Om het praktisch te maken, worden daarin quotes van coaches en sporters gebruikt.
'Topsport is hard, zeggen ze altijd, dat klopt. Het is ook heel hard trainen en heel zwaar, maar je hebt dan juist een coach nodig, die positief is en je helpt met doorzettingsvermogen maar niet een coach, die jou kleineert of die dan ook nog eens zegt dat je het niet goed doet of zegt dat je grenzen moet verleggen mentaal. Ik vind dat dat niet hoeft.' - oud-hockeybondscoach Marc Lammers (2).
Leren omgaan met tegenslagen
De Nederlandse jeugd was een aantal jaar geleden nog de gelukkigste van de wereld, concludeerde Unicef, en de Nederlandse jongeren waren het meest tevreden over hun leven. Echter mede door corona lijkt dat in een paar jaar tijd behoorlijk veranderd te zijn. Het zou ermee te maken kunnen hebben dat ze niet goed weten hoe ze met een dergelijke tegenslag moeten omgaan. Aryan van der Leij, emeritus-hoogleraar orthopedagogiek, gaf jaren geleden al aan dat jongeren niet leren omgaan met tegenslagen (3). Dit zou (deels) door de ‘curling ouders’ komen. De ouders die - met alle goede bedoelingen - proberen het ‘levenspad’ voor hun kinderen schoon te vegen, zodat deze glijdend door het leven kunnen. Maar doordat alle hobbels, obstakels en oneffenheden voor deze kinderen worden weggepoetst, leren ze er ook niet mee omgaan. En als het dan tegenzit door iets kleins - zoals een slechte beoordeling - of iets groots - zoals de coronapandemie - dan hebben ze daar erg veel moeite mee.
Een voorbeeld is het toenemende aantal fietsongelukken onder middelbare scholieren. Dit heeft deels te maken met telefoongebruik op de fiets, maar ook omdat deze scholieren voorheen regelmatig naar hun basisschool gebracht werden met de auto of bakfiets en daardoor weinig fietservaring opgedaan hebben met een grotere kans op ongelukken en een verminderde verkeersveiligheid als gevolg.
‘Kinderen worden meer dan eens met de auto gebracht, vooral bij slecht weer. Door al die drukte en openvliegende portieren rondom scholen wordt het daar een stuk onveiliger. Dat is dan ook een andere oorzaak van het afnemen van het aantal jonge fietsers: ouders vinden de verkeerssituatie onveilig en brengen hun kind liever – paradoxaal genoeg – met de auto.’ - adviseur duurzame mobiliteit Hugo van der Steenhoven (4).
Dus uit bescherming brengen deze ouders hun kinderen met de auto of bakfiets overal naartoe, maar op de lange termijn heeft dit juist een averechts effect. Dit noemen ze ook wel gedragsmatige tegenkoppeling.
‘Terrortrainer’
Ook in de topsport zie je de mogelijk gevolgen van goedwillende ouders terugkomen. Bijvoorbeeld bij de Deense voetbalclub Esbjerg FB waar de topsportcultuur van ‘terrortrainer’ Peter Hyballa botste met die van zijn spelers. Volgens een open brief aan de directie, die was ondertekend door 21 selectiespelers van Esbjerg, zou Hyballa zijn spelers bedreigen, bespotten en door zijn harde manier van trainen blesseren. Voormalig voetballer Kees Luijckx, die ook in Denemarken heeft gespeeld, zei daarover in het AD (5):
'Denen hebben een soort curling-opvoeding. Alles wordt door de ouders voor de kinderen van de weg geveegd. Je wordt in Denemarken beschermd opgevoed. En de trigger om de top te halen is er maar mondjesmaat, want het leven is op voorhand toch al prima.'
Maar als 21 spelers aangeven dat hun trainer te vaak en te ver over hun grenzen gaat, is het te simpel om dat alleen toe te schrijven aan een curlingcultuur. Daarbij doen er ook behoorlijk wat Deense sporters in de top mee, dus die trigger om de top te halen, is echt niet bij iedereen afwezig. Belangrijk dus om een dergelijke brief zeer serieus te nemen en het gesprek aan te gaan met de spelers, coach en andere betrokkenen. Een externe deskundige, zoals een sportpsycholoog, die verder geen belangen heeft in de betreffende club, zou hier goed bij kunnen helpen.
Coachingstijl Alyson Annan
De KNHB koos voor een onafhankelijk onderzoek en stelde een extra vertrouwenspersoon aan toen een deel van de speelsters aangaf zich niet prettig te voelen bij de coachingstijl van bondscoach Alyson Annan. Er zou sprake zijn van verbale intimidatie, pestgedrag, geestelijke mishandeling en een zwijgcultuur (6). Niet alle speelsters waren het hier echter mee eens. Zij vonden harde kritiek van coach en medespeelsters gewoon horen bij topsport op het hoogste niveau 6.
Deze situaties laten goed zien dat er niet één waarheid is. Iedereen bekijkt de situatie op zijn eigen manier, door zijn eigen bril. Deze bril wordt o.a. gevormd door de sportcultuur, de cultuur van je land van herkomst en het gezin en de tijd waarin je bent opgevoed. Helemaal goed of totaal fout, bestaat niet. Situaties als deze zijn niet dus zwart/wit, maar bestaan uit verschillende tinten grijs. Een coach is goed als hij datgene doet wat voor de persoon (of team) waar hij mee werkt op dat moment het juiste is. Balans en afstemmen zijn hierin heel belangrijk.
In de komende columns gaan we dit thema vanuit verschillende invalshoeken bekijken en komen we met mogelijkheden, die bijdragen aan deze balans en afstemming.
Bronnen:
Afke van de Wouw is sportpsycholoog en runt samen met Yara van Gendt WOUW Performance Coaching. Zij heeft een achtergrond in de Bewegingswetenschappen en is voormalig fysiotherapeut. Van de Wouw begeleidt sporters, coaches en teams in het leveren van prestaties. Daarnaast past ze (sport)psychologische principes ook toe in de gezondheidszorg en bedrijfsleven. Medio 2020 is haar praktijkboek ‘Leren Presteren’ uitgegeven (zie www.lerenpresteren.nl). In dit boek staan handvatten, tips, werkbladen en achtergrondinformatie over hoe je als trainer/coach het beste uit je sporters haalt in elke fase van het seizoen. Met Yara schreef zij het boek ‘Leren Revalideren’ over hoe je optimaal herstelt van een blessure en er sterker uitkomt (zie www.lerenrevalideren.nl), dat eind 2021 uitkwam.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.