24 november 2020
Achtergronden
door: Hanno van der Loo
Het is één van de krachtigste slogans van de superfood industrie: ‘Van nature rijk aan antioxidanten!’ Pure chocolade, blauwe bessen, pistachenootjes, groene groenten, arganolie, zomerfruit, rode wijn en noem maar op: stuk voor stuk zouden ze een onmisbare bijdrage leveren aan de strijd tegen de in ons lichaam rondwarende zuurstof- (ROS: reactive oxygen species) en stikstofradicalen (RNS: reactive nitrogen species), kortweg ‘oxidanten’: vermeende veroorzakers van onder meer veroudering, hart- en vaatziekten en kanker.
Maar is het wel zo simpel? Zijn die oxidanten inderdaad onze vijanden, die te vuur en te zwaard (en tegen vaak aanzienlijke kosten) moeten worden bestreden? Wat zegt de wetenschap eigenlijk over de werking van oxidanten en antioxidanten met betrekking tot onze gezondheid in het algemeen en de adaptatie- en herstelprocessen waarmee we in de sport te maken hebben in het bijzonder?
Schade
Fysioloog dr. Wim Burgerhout legde het in SPORTgericht allemaal uit in zijn drieluik ‘Oxidatieve stress: vloek of zegen?’.1-3 Het intro van het eerste deel1 belooft nog niet veel goeds: ‘Bij inspanning worden in ons lichaam heftig reagerende stoffen (oxidanten) gevormd die schade kunnen toebrengen aan macromoleculen zoals eiwitten, lipiden en DNA. Deze schade kan leiden tot langdurige vermoeidheid en tot een scala van chronische ziekten.’ Daarna volgt echter de vraag waar het allemaal om draait: ‘Maar kunnen we die oxidanten eigenlijk wel missen?’.
Oxidatieve stress
Het begrip oxidatieve stress speelt bij het beantwoorden van die vraag een sleutelrol. Bij onze energiestofwisseling, noodzakelijk om ons in leven te houden en inspanning te kunnen leveren, komen onvermijdelijk oxidanten vrij. Dat is op het eerste gezicht verwarrend. Burgerhout:
‘Het feit dat ons lichaam schadelijke stoffen produceert lijkt in strijd te zijn met de logica van de evolutie. Waarom is onze stofwisseling zo ingericht dat wij onszelf kapot maken? Zouden we niet beter af zijn zonder die oxidanten? In dergelijke gevallen is er meestal een keerzijde. In de evolutiebiologie wordt dit antagonistische pleiotropie genoemd, een geleerde variatie op elk voordeel heeft zijn nadeel. Je kunt het één niet krijgen zonder het ander. Uit recent onderzoek blijkt inderdaad dat oxidanten ook effecten hebben die juist gunstig zijn voor onze overlevingskansen. De vernietigende kracht van oxidanten kan nuttig worden ingezet tegen ziekteverwekkers. Het is bekend dat cellen van het afweersysteem bij ontstekingsprocessen grote hoeveelheden oxidanten produceren. Deze oxidanten kunnen dodelijk zijn voor bacteriën en andere micro-organismen. Oxidanten spelen ook een rol bij het afbreken van giftige stoffen en het opruimen van beschadigde weefselcomponenten.’
U kunt nu wel raden welke gevolgen het consumeren van te grote hoeveelheden antioxidanten zou kunnen hebben voor de slagkracht van ons immuunsysteem.
Evenwicht
Zoals zo vaak in de biologie zit de crux in het handhaven van een bepaald evenwicht tussen oxidanten en antioxidanten, de zogeheten redoxbalans. Want: ‘Bij chronische ontstekingen bestaat het gevaar dat door de oxidanten ook gezonde weefsels worden aangetast, waardoor het middel erger kan worden dan de kwaal.’
Een vergelijkbaar beeld zien we bij de rol die oxidanten spelen binnen trainingsprocessen (zie kader). Burgerhout: ‘Bij regelmatige inspanning fungeren oxidanten als prikkel voor het tot stand komen van trainingseffecten, waardoor het prestatievermogen toeneemt en inspanning beter wordt verdragen (...) Ook voor deze signaalfunctie geldt dat deze werkt totdat de concentratie van oxidanten een bepaalde optimale waarde bereikt. Bij hogere concentraties krijgen schadelijke effecten de overhand en neemt het prestatievermogen af.’
Uitzonderingen bevestigen de regel
Over het vermeende gunstige effect van superfoods en voedingssupplementen zegt Burgerhout: ‘In de regel heeft het gebruik van antioxidanten voor sporters geen nut. Het kan zelfs schadelijk zijn, zowel voor het prestatievermogen als voor de gezondheid.’ In een ander recent SPORTgericht artikel4 kwam Ellen Maas, als wetenschappelijk adviseur verbonden aan het Kenniscentrum Sport & Bewegen, tot dezelfde conclusie. De regel kent echter een paar uitzonderingen. Burgerhout geeft daarvan voorbeeld:
‘Ziekten kunnen gepaard gaan met een verhoogde productie van oxidanten, onder andere door ontstekingsprocessen. Als gevolg hiervan hebben zieken en ouderen vaak een verhoogde gevoeligheid voor oxidatieve stress bij inspanning. Voor hen kan het daarom wel zinvol zijn om tijdens een periode van training antioxidanten te gebruiken. Daardoor wordt de redoxbalans (die was verschoven naar de oxidatiekant) hersteld en de belastbaarheid verhoogd. Het is wel zaak om tijdens het trainingsproces de voortgang goed bij te houden en zo mogelijk de suppletie af te bouwen naarmate de conditie zich verbetert. Anders kunnen negatieve effecten van antioxidanten de overhand krijgen.’
Referenties
Hanno van der Loo (1968) is voormalig tienkamper en studeerde bewegingswetenschappen aan de VU in Amsterdam. Hij werkt als sportwetenschappelijk adviseur, auteur en docent via bureau AdPhys in Boskoop (www.adphysbureau.nl) en is hoofdredacteur en uitgever van SPORTgericht (www.sportgericht.nl).
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.