10 januari 2023
Opinie
door: Robert Barclay
Over 10 jaar zijn er ongetwijfeld minder sportverenigingen, maar mijn overtuiging is dat in 2033 meer mensen dan ooit verenigd sporten. Mensen zijn sociale wezens, de behoefte om te verenigen blijft daarom altijd bestaan.
Het ‘probleem’ voor sportverenigingen is echter dat je geen sportvereniging meer nodig hebt om je te verenigen. Je hoeft niet eens fysiek bij elkaar te zijn om verenigd te sporten. Dit is feitelijk nu al zo, maar heeft in 2033 mede door technologie vele grotere vormen aangenomen. Ongebonden sporters zijn zich dan meer gaan verenigen. Niet een vereniging maar online platforms, fysieke sportplekken en evenementen zijn voor hen het bindmiddel. Commerciële sportaanbieders zetten ook steeds meer in op het verenigen door het creëren van netwerken tussen individuele sporters. Verenigingen hebben in 2033 dus zeker niet meer de monopolie op verenigen.
Maatschappelijke ontwikkelingen
Hoe de sportvereniging er in 2033 uitziet zal worden gedicteerd door diverse maatschappelijke ontwikkelingen. Een aantal hiervan laten zich voorspellen of zien we de voortekenen al van. Zo bestaat het gros van de bestuurders niet meer uit babyboomers en generatie X, maar uit pragmaten en millenials. Daarmee verschuiven we van waarden zoals hiërarchie, formeel en loyaliteit naar waarden als plezier, samenwerking en resultaat. Hiermee laten verenigingen hun rigide structuren wat los en krijgen een meer externe blik. Dit zal onder andere samenwerkingen en fusies gemakkelijker maken.
In 2033 naderen we ook de piek van de vergrijzing. Zorgtaken leggen hiermee nog meer druk op het vrijwilligerspotentieel. Om dit te counteren zal bij verenigingen een flinke professionaliseringsslag hebben plaatsgevonden. Dit geeft de verenigingen een kwaliteitsimpuls en maakt bestuurlijke en uitvoerende vrijwilligerstaken aantrekkelijker dankzij een geprofessionaliseerd ‘midden management’.
Bewegen
De concurrentie op de sportmarkt neemt toe en daarmee het marktaandeel van sportverenigingen verder af. Gevolg is dat de aanwas van jonge leden wat opdroogt en het ledenbestand vergrijst. Beweegactiviteiten en sociale ontmoetingen voor de oudere doelgroep zijn nog meer toegevoegd aan het verenigingsaanbod waarmee verenigingen bewuster inzetten op ‘een leven lang lid’. Vanuit gemeentelijk perspectief heeft bewegen ook een veel prominentere plek in het sport- en beweegbeleid omdat via bewegen de grootste fysieke en mentale gezondheidswinst te behalen valt in de vergrijsde samenleving. Zowel de gezondheid- als de sociale voordelen van sport en bewegen zijn richting 2033 alleen maar meer onderkend. In combinatie met de landelijke ambitie dat in 2040 75% van de bevolking aan de beweegnorm voldoet zijn resultaatgerichte en datagedreven stimuleringsprogramma’s en interventies ontstaan. Deze zijn met name gericht op het in beweging brengen van kwetsbare doelgroepen en mensen die nog niet aan de beweegnorm voldoen.
Doordat commerciële sportaanbieders hun positie versterkt hebben, flexibeler en ondernemender zijn worden zij nog belangrijkere partners van de overheid om invulling te geven aan maatschappelijke opgaven en ambities. Verenigingen behouden een belangrijke positie in het gemeentelijk beleid vanwege hun unieke sociale structuur maar de vereniging staat in het gemeentelijk sportbeleid niet meer met stip op één.
Daarnaast kijken gemeenten tegen de achtergrond van een recessie, energiecrisis en verduurzamingsopgave kritischer naar het rendement van hun maatschappelijk vastgoed. Het beperkt gebruik van een sportpark is niet overal meer houdbaar. Sportparken waar een mix van verenigingen, commerciële aanbieders, bedrijfssport, ongebonden sporters, onderwijs, jongerenwerk en buurtsportcoaches samenkomen zal de norm zijn. Dankzij lokale sportakkoorden zijn netwerken en samenwerkingen op deze openbare sporthubs tot stand gebracht. Deze nieuwe situatie tast weliswaar het gevoel van autonomie en eigenaarschap van de vereniging aan, maar levert ook veel nieuwe kansen op die uiteindelijk de vereniging als hoofdgebruiker versterken.
Productdifferentiatie en professionalisering
Niet alle verenigingen zullen bestaansrecht houden. Een goede mix van kwaliteit, flexibiliteit en onderlinge verbondenheid is nodig zijn om de vereniging aantrekkelijk te houden. Sportbonden bieden, gesteund door technologische ontwikkelingen, voldoende mogelijkheden voor flexibeler sportaanbod en daarmee productdifferentiatie. Overheden en sportbonden hebben een professionaliseringsslag mogelijk gemaakt. En er is een betere samenwerking ontstaan tussen sportbonden onderling en met overheden om het unieke verenigingslandschap te bewaken. Dit resulteert onder andere in een effectiever ondersteuningsapparaat dat verenigingsondersteuning toegankelijk maakt voor alle sportverenigingen ongeacht plaats of sporttak.
Neveneffect van productdifferentiatie en professionalisering is dat de betaalbaarheid nog verder onder druk is komen te staan. De overheid heeft op dat vlak een belangrijke rol om te zorgen dat sport geen luxeproduct wordt. Op het gebied van betaalbaarheid zien we dat er veel vrijwilligersuren besteed worden aan randvoorwaardelijke zaken zoals sponsoring, fondsenwerving, accommodatie, evenementen en horeca. Bij een schaarste aan vrijwilligersuren en druk op de betaalbaarheid moet een modus gevonden worden waarbij de beschikbare vrijwilligersuren primair in de sport zelf geïnvesteerd worden. Van verenigingen mogen we verwachten dat zij inspelen op wensen en behoeften van hun (potentiële) leden, niet dat zij kost wat kost garant staan voor een relatief goedkoop instapniveau. De veelbesproken sportwet blijkt hier in 2033 een oplossing voor te hebben geboden.
Plezier en beleving
Op het sportveld is de balans tussen prestatie en plezier nog verder opgeschoven richting plezier. De rol van de trainer is hiermee omvangrijker geworden omdat naast technische ook pedagogische en didactische vaardigheden gevraagd zijn. De kwaliteit van de trainerscorps wordt als het ware een belangrijk kwaliteitskeurmerk aangezien ouders hun kinderen niet zomaar meer toevertrouwen aan onopgeleide trainers.
Op technologisch vlak bieden wearables, gaming en gamification verenigingen nieuwe mogelijkheden om beleving, identiteitsvorming en nieuwe competitievormen toe te voegen aan het sportaanbod. De 24 uurs-maatschappij geeft verenigingen meer mogelijkheden om ook overdag sportactiviteiten aan te bieden en we hebben in 2033 de grootste verduurzamingsslag is achter de rug.
Tot slot
Ik blijf positief over de toekomst van de sportvereniging. Schaalvergroting, professionalisering en flexibilisering zal nodig zijn. Daarmee is er steeds minder ruimte voor de traditionele aanbodgerichte vereniging volledig leunend op vrijwilligers. En daarmee schuift de sportvereniging iets op richting commerciële sportaanbieder. Daar ontkomen we niet aan. Maar daarmee gaat de essentie van de vereniging niet verloren. De gezamenlijkheid, het gedeeld eigenaarschap en de onderlinge verbondenheid, in die essentie zit de kracht van de vereniging. Zo lang we dat niet uit het oog verliezen en daarin blijven investeren is er alle reden om positief te zijn. Bovendien zal de samenleving van 2033 de sportvereniging nog hard nodig hebben!
Robert Barclay is Consulent Verenigingen in Gemeente ’s-Hertogenbosch en Bestuurslid van Sportraad Meierijstad. Voor meer informatie r.barclay@s-hertogenbosch.nl.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.