5 december 2023
Opinie
door: Feike Tibben
En toen waren ook wij aan de beurt: mijn collega-bestuurder wedstrijdzaken moest op de algemene ledenvergadering van de roeibond een winstwaarschuwing afgeven aan de aanwezige verenigingen: er is een tekort aan juryleden en wedstrijden staan onder druk. Samen roepen we bestuurders van lidverenigingen op om er toch vooral voor te zorgen dat ze voldoende juryleden leveren. En als bond zelf introduceren we een maatregelpakket aantrekkelijker werktijden, met een opleidingsmodule zodat jurytaken kunnen worden overgenomen door vrijwilligers, met extra vergoedingen en nieuwe kleding, maar ontkomen we er toch ook niet aan te melden dat mocht het aantal juryleden dan nog te weinig is, er wedstrijden kunnen worden afgelast. Onrust bij sporters en organisatoren: ‘we willen juist meer wedstrijden kunnen starten’. En ook: 'wat is de consequentie als onze wedstrijd wordt afgelast? Wat zijn consequenties voor klassementen? Wie draait op voor de kosten?'
Helaas zijn we als roeisport niet uniek in juryland, want terwijl de behoefte aan opgeleide officials maar toe lijkt te nemen (de VAR als nieuwe official, officials die speciaal moeten letten op veiligheid, bijvoorbeeld of sportmaterialen in orde zijn) lijkt het tekort aan juryleden steeds groter, structureel en steeds meer wijdverspreid te worden. Een studie uit 2021 beschrijft bijvoorbeeld dat er alleen al in het voetbal elk weekend minstens tweeduizend scheidsrechters te weinig zijn.
En ook andere sporten en bonden worstelen al jaren een met een tekort. In de contra-reactie is een patroon te zien: eerst wordt het probleem geduid, vervolgens komen er oproepen, niet zelden gevolgd door stevige en ingewikkelde systemen met financiële prikkels, puntenaftrek of degradatiedreiging1: verenigingen moeten een minimum aantal wedstrijden invullen met een scheidsrechter, clubs die hieraan niet voldoen kunnen rekenen op stevige boetes of worden teruggezet in de competitie.
Strafsysteem
Hoewel een bekende reflex, is het maar de vraag of zo’n schuld & boete-systeem voldoende scheidsrechters oplevert. Bij een rondje langs de velden krijg ik de stellige indruk dat er wel de nodige financiën worden geïnd en puntenaftrek wordt opgelegd2, maar dat het aantal extra scheidsrechters hierbij achterblijft. Hierbij wil ik niet de indruk wekken dat afkopen zou lonen: het strafsysteem lijkt soms ook een negatieve te hebben impact op spel- en competitieplezier. Zie bijvoorbeeld de noodkreet uit Volendam.
Als volgende oplossing in zoektocht naar meer arbiters wordt niet zelden de stap gezet naar meer waardering in de vorm van financiële beloning, toegang tot opleidingen etc. In sporten waar betalen gewoon is, werkt dat waarschijnlijk. Bij sporten die meer draaien op vrijwilligers kan er spanning ontstaan: waarom zou een jurylid wel een vergoeding krijgen en de vrijwilliger van de bardienst of onderhoudsploeg niet?
De week van de scheidsrechter
We zien inmiddels echter ook andere bewegingen. Een aantal bonden en ook de sportkoepel NOC*NSF zijn recent campagnes gestart om het vak van scheidsrechter een positief imago te geven. In de campagne ‘de week van de scheidsrechter’ benadrukt de sportkoepel bijvoorbeeld hoe belangrijk juryleden, scheidsrechters en officials zijn. Het belang van eerlijke en veilige wedstrijden wordt onderstreept en op de site vertellen zeven jonge juryleden wat hun drijfveren zijn: ‘teamspirit binnen het jurycorps en het verbeteren van de eigen beslissingsvaardigheid’. Mooie drijfveren, maar toch vraag ik me ook hier af of het gaat werken.
Want wat ik mis in de overwegingen van de opgesomde straf- of stimuleringacties is de connectie met de sport zelf. De verplichting tot het hebben van juryleden lijkt gerechtvaardigd te worden vanuit de behoefte een bedacht systeem in tact te laten waarbij sporters gevrijwaard lijken te zijn van verantwoordelijkheid jegens een eerlijke en veilige sport. Die verantwoordelijkheid lijken we volledig te leggen bij juryleden, verenigingen en bonden. Zoals één van de geportretteerden het stelt: ’zonder juryleden is er simpelweg geen wedstrijd’. Wat mij betreft is dit de omgekeerde wereld: alsof het in de wedstrijd om de jury gaat; het ging toch om de sporter?
In beschrijvingen over het belang van sport in de moderne samenleving buitelen naast gezondheid juist begrippen als cohesie, ontplooiing, saamhorigheid etc. over elkaar heen. In dat verband is het raar dat we de mond vol hebben van de maatschappelijke meerwaarde van sport en het tegelijkertijd met z’n allen heel gewoon vinden dat diezelfde sport alleen eerlijk en veilig beoefend kan worden als die strak geleid wordt door een legertje scheidrechters, en er routinematig straffen worden uitgedeeld als er onvoldoende toezichthoudend kader is.
Wisdom of the crowd
Dat het kan anders kan bewijzen de urban sporten. Daar is het heel gewoon dat deelnemers zelf de sportieve code bewaken. Zonder boetes, zonder ruis, zonder impact van anderen dan de sporters op de sportieve strijd. Geen gekwalificeerd kader, maar wisdom of the crowd. Samen bepalen sporters wie het meest impressive was en krijgen runners up de nodige cheers.
Een aantal sporten lijkt het urban-signaal te hebben opgepikt: bij het pupillenvoetbal is er inmiddels geen scheidsrechter meer maar een ‘spelbegeleider’. En in de judosport gaat men nog een stap verder. De judoka’s zijn een paar jaar geleden gestart met randori: na afloop van een potje bepalen de beide judoka’s zelf wie er gewonnen heeft, of dat het een gelijkspel is. Ook hier geen scheidsrechters, maar waarnemers die helpen als judoka’s er zelf onderling niet uitkomen. De waarnemers wijzen geen winnaar aan, maar stellen een aantal vragen zoals ‘wie heeft het meest aangevallen?’ of ‘hoeveel keer hebben jullie elkaar bijna op de rug gekregen?’ Sporters kunnen die eigen verantwoordelijkheid over het algemeen goed waarderen. ’Kinderen kunnen veel meer dan veel volwassenen denken. Volwassenen moeten zich er vooral niet te veel mee bemoeien.’
Eigen verantwoordelijkheid
Zo'n beroep op sportiviteit levert een heel andere sportbeleving. Sporters wordt het belang van eerlijke sport geleerd en hun eigen verantwoordelijkheid hierin. Zeker: ook ik ken de excessen in de sport en zie ook het belang van arbitrage. Maar het is me te gemakkelijk om de oplossing voor een eerlijke sport alleen te zoeken in meer kader en meer regels. Loek Burger van het Verwey-Jonker instituut schreef meer dan tien jaar geleden in een studie naar de maatschappelijke waarde van sport een soort ode aan de sport en de sporter:
‘Mensen die bewegen en sporten zijn slim en verstandig. Ze leven gezonder, leren beter en doen vaak interessante sociale contacten op’… ‘Sport is een geweldig sociaal bindmiddel en de sportclub is een sociale structuur vanwaar je bottom-up veel beter op een onderscheidende en positieve manier maatschappelijke processen kunt beïnvloeden. Op naar een gezondere samenleving, een veiliger buurt en meer sociale binding!’
Natuurlijk is deze halleluja-tekst wat hoogdravend, maar we mogen van sporters in hun streven naar een gezond lijf en leden ook een dosis eerlijkheid, zorgzaamheid (veiligheid) verwachten. Een gezonde geest in een gezond lichaam. Ik ben er van overtuigd dat met een beetje meer eigen verantwoordelijkheid in de sport we nog meer winnen. Laten we die weg eens wat vaker verkennen, een beetje afscheid van de scheids…
Feike Tibben is lid van het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Roeibond. Hij heeft de portefeuille Roei-organisaties. In deze portefeuille ligt de focus op opleidingen, vrijwilligersmanagement en samenwerkingen. In het dagelijks leven is Tibben zelfstandig interimmanager.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.