Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Sport & Recht-Item

De Wet (bestuur en toezicht): hoe zit het nu met persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders? 11 mei 2021

door: mr. Corné van de Wiel

De Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) is in aantocht, en deze brengt een vergaande persoonlijke aansprakelijkheid voor bestuurders van (sport)verenigingen met zich mee. Hierover schreef collega Niels Laan eerder op dit platform. In dit artikel neem ik u mee in de wereld van de bestuurdersaansprakelijkheid, en licht ik toe hoe u zich als bestuurder hiertegen kunt wapenen, en u uw vereniging kunt beschermen tegen onbehoorlijk bestuur.

Laten we beginnen bij het begin. Juridisch gezien is een vereniging een rechtspersoon, wat betekent dat de vereniging zelf kan worden aangesproken om bijvoorbeeld overeenkomsten na te komen of schadevergoeding te betalen. Omdat een vereniging niet ‘zelf’ kan handelen, worden zij vertegenwoordigd door bijvoorbeeld bestuurders of werknemers van de vereniging die namens de vereniging handelen. Handelen van deze personen kan dan vaak aan de vereniging worden toegerekend. Met andere woorden: de vereniging als rechtspersoon is dan gebonden aan handelingen die bijvoorbeeld een bestuurder uit naam van de vereniging heeft verricht. Niet de bestuurder of werknemer is dan gebonden aan de handeling, maar de vereniging.

"Een bestuurder kan aansprakelijk zijn als hij namens de vereniging contracten sluit waarvan hij wist of behoorde te weten dat de vereniging deze niet zou kunnen nakomen"

Wanneer is een bestuurder toch aansprakelijk?
Bestuurders die handelen uit naam van de vereniging blijven dus in beginsel buiten schot, en worden niet persoonlijk gebonden door dit handelen. In beginsel, want als een bestuurder zijn boekje te buiten gaat (juridisch: 'zijn bestuurstaak verzuimt' of 'onbehoorlijk bestuurt') kan de bestuurder wel degelijk persoonlijk worden aangesproken. Zo kan een bestuurder aansprakelijk zijn als hij namens de vereniging contracten sluit waarvan hij wist of behoorde te weten dat de vereniging deze niet zou kunnen nakomen. Denk hierbij aan een vereniging die in zwaar weer verkeert, waarvan de bestuurder tegen beter weten in contracten met leveranciers aangaat of leningen afsluit. Als een vereniging vervolgens inderdaad niet thuis (kan) geven, kan de bestuurder in persoon aansprakelijk worden gesteld. 

SportenRecht-wetb-1De persoonlijke aansprakelijkheid gaat verder dan het afsluiten van ‘verkeerde’ contracten. Een bestuurder is persoonlijk aansprakelijk bij alle vormen 'onbehoorlijk bestuur'. Volgens de wet bestuurt het bestuur de vereniging. Dit betekent dat het bestuur de dagelijkse leiding heeft, beleid maakt, de kas beheert en een financiële administratie bijhoudt. Met de WBTR wordt deze bestuurstaak nog een beetje specifieker. Een bestuurder moet zich namelijk ‘richten naar de belangen van de vereniging’. Wat deze verenigingsbelangen precies zijn maakt de wet overigens niet duidelijk. Dit is logisch, omdat iedere vereniging anders is. Wat het verenigingsbelang is moet dus door de vereniging worden bepaald, en kan blijken uit onder andere de doelstelling van de vereniging in de statuten en de aard en cultuur van de vereniging. Het is dus van belang dat de vereniging de ruimte die de wetgever met dit artikel schept ook benut en hierover goede afspraken en regels maakt. Hiermee wordt de vereniging beschermd, en de bestuurder handvatten gegeven om goed te besturen.

"Alleen als de bestuurder handelt zoals geen ander redelijk handelend bestuurder in deze omstandigheden zou handelen kan hij persoonlijk worden aangesproken"

Het is gelukkig niet zo dat iedere misser die een bestuurder maakt direct tot aansprakelijkheid leidt. Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt, zo heeft de wetgever onder ogen gezien. Alleen als een bestuurder een (voldoende ernstig) verwijt kan worden gemaakt, en de bestuurder onbehoorlijk heeft gehandeld kan hij persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Dus, alleen als de bestuurder handelt zoals geen ander redelijk handelend bestuurder in deze omstandigheden zou handelen kan hij persoonlijk worden aangesproken. Hierbij spelen de statuten, reglementen en richtlijnen van de vereniging een grote rol. Als een bestuurder namelijk handelt in strijd met deze 'papierwinkel' van de vereniging leidt dit al snel tot aansprakelijkheid.

Tegenstrijdige belangen voorkomen
De WBTR verplicht verenigingen een strenge tegenstrijdig belangregeling in de statuten op te nemen. Bestuurders met een persoonlijk belang dat niet parallel loopt aan het verenigingsbelang mogen niet meedoen aan de beraadslaging en besluitvorming over dit onderwerp. Deze regeling heeft als doel de vereniging te beschermen. Als een bestuurder in strijd handelt met deze regeling kan de bestuurder dus vaak persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schade die de vereniging door dit besluit leidt. 

Het Shaggy-verweer?
Vaak proberen bestuurders onder aansprakelijkheid uit te komen met wat juristen gekscherend het 'Shaggy-verweer' noemen (it wasn’t me). Toch kan dit de bestuurder in veel gevallen niet redden. Het besturen van de vereniging is namelijk een collectieve verantwoordelijkheid van het bestuur en alle bestuurders samen. Dit betekent overigens niet dat een bestuurder zich nooit kan verweren door de vinger naar een ander te wijzen. Dit is echter alleen mogelijk als sprake is van een duidelijke (op schrift gestelde) taakverdeling, aan deze bestuurder geen ernstig verwijt kan worden gemaakt, en de bestuurder voldoende controle heeft uitgeoefend op zijn medebestuurders en niet heeft nagelaten maatregelen te treffen om de schade te voorkomen of beperken.

SportenRecht-wetb-1Het is dus voor bestuurders van belang om de taakverdeling en verantwoordelijkheden binnen het bestuur goed vast te leggen. Naast deze taakverdeling zijn ook andere schriftelijke afspraken tussen bestuurders en de notulen van bestuursvergaderingen van belang om de onderlinge rolverdeling binnen het bestuur helder te krijgen.

Faillissement
Wat nu als het écht goed mis gaat en de vereniging failliet gaat? De gevolgen zijn dan vaak niet mals. De WBTR breidt de mogelijkheid voor een curator om onbehoorlijk handelend bestuurders aan te pakken uit, wanneer het faillissement het gevolg is van onbehoorlijk bestuur. Een bestuurder kan in zo’n geval door de curator worden aangesproken voor het tekort in het faillissement. Daar komt nog bij: als de boekhouding of de eerdergenoemde papierwinkel van de vereniging niet op orde is, wordt onbehoorlijk bestuur (en dus aansprakelijkheid) aangenomen, tenzij de bestuurder zich hieraan kan onttrekken.

"Met de komst van de WBTR is ‘goed bestuur’ nog belangrijker geworden"

Wat betekent dit nu?
In dit artikel hebben we de situaties besproken waarin een bestuurder persoonlijk kan worden aangesproken voor schade die de vereniging lijdt. Met de komst van de WBTR is ‘goed bestuur’ nog belangrijker geworden, en krijgen bestuurders ook meer skin in the game. Het aansprakelijkheidsrisico kan echter goeddeels worden beperkt door goede up-to-date statuten en reglementen, het goed documenteren en motiveren van bestuursbesluiten, en het scherp zijn op zorgvuldige besluitvorming en het nastreven van het verenigingsbelang.

Mr. Corné van de Wiel is jurist bij het Juridisch Sportloket. Hij zorgt samen met zijn collega’s dat sporters en sportverenigingen laagdrempelig toegang hebben tot gespecialiseerde juridische hulp. Het verenigingsrecht en geschillen binnen de vereniging of het bestuur hebben hierbij zijn bijzondere aandacht. Hierbij staat hij zowel verenigingen en stichtingen, bestuurders als leden en betrokken derden bij. Voor meer informatie: info@juridischsportloket.nl

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst