Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Achtergronden
Sport en bewegen zit in mijn hart en genen

"Sport en bewegen zit in mijn hart en genen"

12 april 2022

Achtergronden


glassesVoormalige beleidsbepalers in de sportwereld kijken terug

Ooit werkten zij met volle passie in de sport. Als directeur van een sportbond, als voorzitter daarvan of werkend voor een andere sportorganisatie. Op een zeker moment verlieten zij die sportwereld en kozen ze voor een carrièreswitch naar een ander domein en/of gingen ze met pensioen. Hoe is het hen sindsdien vergaan? Hoe kijken zij terug? Wat kan de sportwereld leren van passanten die nu hun professionele sporen op een ander vlak verdienen of gepensioneerd zijn?

Vandaag de blik van Evert-Jan Hulshof, voormalig directeur van o.m. de Nationale Raad Zwemveiligheid en de KNLTB.

Curriculum vitae Evert-Jan Hulshof

(bestuurlijk) werk in de sport

  • 2019-heden: lid opvolgingscommissie KNGU
  • 2016-heden: bestuursvoorzitter Stichting Bedrijfsaikido Nederland
  • 1998-2013: algemeen directeur KNLTB
  • 1994-1998: manager wedstrijdtennis KNLTB
  • 1993-1994: projectcoördinator KNLTB

(bestuurlijk) werk buiten de sport

  • 2019-heden: directeur Veilig Verkeer Nederland
  • 2014-2019: directeur Nationale Raad Zwemveiligheid (tot 1-1-'18 Nationaal Platform Zwembaden | NRZ)
  • 2014-2019: directeur Stichting Zwembadkeur
  • 2014-2015: algemeen directeur/bestuurder NPZ Scholing en training BV
  • 1992-1993: fiscaal jurist (internationale praktijk) Coopers & Lybrand
  • 1990-1992: semi-proftennisser i.c.m. parttime belastingadviseur (nationale praktijk) Ten Kate & Huizinga

1. Betrad je in 1993 als projectcoördinator bij de KNLTB voor het eerst de sportwereld? Hoe verliep dat destijds, heeft sport altijd wel actief/passief je belangstelling gehad? En wat voor werk deed je voor je bij de KNLTB in dienst trad?
"Ik ben opgegroeid met sport. Mijn beide ouders deden in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw aan topatletiek. Mijn moeder Wil Hulshof-van Montfoort bijvoorbeeld gaf op heel jonge leeftijd al les in verschillende sporten en werd zelf zeven keer Nederlands kampioen speerwerpen. In de jaren zeventig gingen mijn beide ouders naast volleyballen ook tennissen. Het was dan ook bijna vanzelfsprekend dat ik op 8-jarige leeftijd ging volleyballen en tennissen. Alhoewel ik toen ook veel voetbalde. Ik denk dat ik een jaar of 11 à 12 was toen ik bij de betere jeugdspelers van het district Overijssel hoorde en door de KNLTB werd geselecteerd voor districtstraining." 

XL13TerugblikInsiders-EJH-1"Ik ben altijd blijven tennissen ook tijdens mijn Rechtenstudie in Groningen. Daar zat ik in het studie-sport systeem dat op dat moment in Groningen - als eerste in Nederland - werd opgezet. In die tijd hoorde ik tot de top-25 van Nederland. Aan het eind van mijn studie kreeg ik de kans om parttime te starten bij een belastingadviespraktijk, waardoor ik een combinatie kon maken tussen fiscaal werk en het spelen van internationale wedstrijden. Het lukte om enkele ATP-punten te halen maar niet genoeg om door te gaan als 'broodtennisser', in tegenstelling tot spelers uit die tijd zoals Haarhuis, Eltingh, Krajicek, Siemerink. Daarna heb ik me in eerste instantie gericht op het fiscale vak. Maar dat vond ik bij nader inzien toch te smal. Ik wilde meer maatschappelijk bezig zijn. Tegelijkertijd ben ik altijd blijven sporten en tenniscompetitie en toernooien blijven spelen. Zo zijn we vorig jaar in Kroatië met het Nederlands herenteam 55+ wereldkampioen tennis geworden. Dus ja, ik kende de sport- en tenniswereld goed voordat ik besloot mijn passie te volgen, de fiscale wereld te verlaten en als 27-jarige te solliciteren bij de KNLTB. Ik heb toen overigens best wel even getwijfeld of ik de overstap naar de sport zou maken want als je van je hobby je beroep maakt, raak je dan niet je hobby kwijt? En bovendien: als speler kijk je vaak ook wel kritisch naar een bond. Ik moet zeggen dat ik het dan ook moedig vond van de KNLTB dat ze het aandurfden om mij in 1993 aan te nemen als coördinator wedstrijdtennis!"

"Bij mijn aantreden als directeur was ik eigenlijk al een uitzondering. Ik was veruit de jongste bondsdirecteur (32) van allemaal"

2. In 1998 promoveerde je van 'manager wedstrijdtennis' tot algemeen directeur van de KNLTB en je bleef dat liefst 15 jaar. In de vakliteratuur lees je dat de houdbaarheidsdatum van een manager doorgaans een stuk korter is. Ben jij de uitzondering op de regel? 
"Sterker nog, dat blijkt niet alleen uit de vakliteratuur maar ook in de praktijk. Ik weet nog dat we een keer met veel nieuwe bondsdirecteuren en NOC*NSF bij elkaar zaten op Papendal in een roerige periode. Er lagen toen cijfers op tafel waaruit bleek dat de gemiddelde levensduur van een bondsdirecteur in die periode 2,5 jaar was."

"Bij mijn aantreden als directeur was ik eigenlijk al een uitzondering. Ik was veruit de jongste bondsdirecteur (32) van allemaal. Gemiddeld zo’n vijftien jaar jonger dan de collega’s. En dat terwijl ik verantwoordelijk werd voor de in grootte tweede sportbond (700.000 leden). Die vijftien jaar lijkt lang maar dat heb ik zelf niet zo ervaren omdat ik de organisatie door drie heel verschillende fases heb mogen leiden." 

XL13TerugblikInsiders-EJH-2"In de eerste fase lag de nadruk op het financieel gezond maken van de organisatie en het ‘in control’ brengen van de beroepsorganisatie waardoor de dienstverlening richting verenigingen kon worden verbeterd. Daarna kwam de fase van het grondig verbeteren van de bestuurlijke organisatie - slagkracht in relatie tot verenigingsdemocratie - en het doorvoeren van diverse innovatieve concepten. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan introductie van het Dynamisch Speelsterkte Systeem in combinatie met een persoonlijke ‘mijn KNLTB’ pagina en app voor alle 700.000 leden. Maar ook aan het digitaal communicatieportaal aanwezig in meer dan 700 clubhuizen van tennisverenigingen. Ook de introductie van het Tenniskids - het geheel vernieuwde jeugdtennissysteem dat is gebaseerd op diverse principes van het ‘gamen’ - valt hieronder en heeft het tennislandschap enorm veranderd. In derde fase werd het marketingdenken steeds belangrijker en kwam de serviceverlening aan sporters - naast het distributiekanaal via verenigingen - steeds centraler te staan. Evenals de maatschappelijke rol van de KNLTB." 

"Elke fase kende zijn eigen dynamiek en uitdagingen. Dus voor mij is de tijd voorbij gevlogen. Het vergt zeker veel uithoudingsvermogen en geduld om een sport en sportbond door te ontwikkelen. Het risico van interne gerichtheid ligt altijd op de loer. Tegelijkertijd heeft een sport(bond) een enorme kracht door de gedeelde passie, betrokkenheid en de enorme diversiteit aan meningen en mensen. Daar moet je interesse in hebben en ook leuk vinden. Mijn adagium is altijd geweest ‘revolutie door evolutie’. Vele kleine stappen voorwaarts werken volgens mij in een bondsorganisatie beter dan de boel forceren. Voordat je het weet ben je anders alleen maar brandjes aan het blussen en intern (met elkaar) bezig. Om de kracht van een (sport)bond te benutten moet je natuurlijk wel de ruimte en vertrouwen krijgen van je bestuur, sporters, medewerkers en stakeholders. Dan kan je samen veel bereiken en kan een emotie-organisatie juist heel krachtig zijn."

"Ik herken veel van de dynamiek binnen sportbonden bij Veilig Verkeer Nederland"

XL13-ColumnXL-buurtsportvereniging-33. Na je vertrek bij de KNLTB ging je werken in de zwemwereld, voor het toen geheten Nationaal Platform Zwembaden | NRZ. Hoe is die overstap in zijn werk gegaan?
"Beetje raar verhaal. Ik zat op een avond het acht uur-journaal te kijken en zag een vreemde ruzie over zwemdiploma’s tussen de KNZB (zwembond) en een organisatie die ik niet kende. Dat intrigeerde me. Mede omdat het om een thema ging van groot maatschappelijk belang. In het waterrijke Nederland is het immers van groot belang dat iedereen leert zwemmen. Alleen al om jezelf te kunnen redden als je onverwacht in het water valt. Dus ik heb contact opgenomen met betrokkenen en mijn hulp aangeboden. Een aantal maanden later ben ik daar gestart."

4. Ben je - vanaf 2019 - als algemeen directeur van Veilig Verkeer Nederland
 totaal ander werk gaan doen of zijn er in essentie niet zo veel verschillen?
"Ik herken veel van de dynamiek binnen sportbonden bij Veilig Verkeer Nederland. Beide organisaties hebben veel emotie in zich maar wel op een heel andere manier. In het verkeer zijn jaarlijks meer dan 600 dodelijke slachtoffers en 21.000 zwaar gewonden te betreuren. Het persoonlijk leed dat een verkeersongeluk veroorzaakt is groot. Daarnaast is de jaarlijkse schade becijferd op zo’n 17 miljard euro! Sport kent een heel andere vorm van emotie. In beide organisaties zijn de medewerkers en vrijwilligers zeer betrokken en intrinsiek gemotiveerd."
"Veilig Verkeer Nederland is net als de meeste sportbonden een vereniging. We werken met vrijwilligers en beroepskrachten. Die zijn in het hele land lokaal verankerd bijvoorbeeld via afdelingen. Onze missie is ‘iedereen veilig over straat’. Al onze activiteiten zijn gericht op verkeerseducatie en het aanmoedigen en toerusten van mensen om in actie te komen voor verkeersveiligheid." 

"Ik besef beter dan vroeger dat sport zich meer zou moeten richten op ‘fit en vitaal’"

"Zowel de Nationale Raad Zwemveiligheid als Veilig Verkeer Nederland hebben te maken met overheden, een groot aantal stakeholders, dienen een groot maatschappelijk belang (verkeersveiligheid; zwemveiligheid) en bevinden zich op het snijvlak van publiek–privaat. Ook vanuit doelgroepen en bepaalde uitingsvormen zijn er zeker overeenkomsten; denk maar eens aan de verkeersdiploma’s van Veilig Verkeer Nederland op de basisschool en het Zwem-ABC van de Nationale Raad Zwemveiligheid." 

"Maar elk maatschappelijk domein kent natuurlijk zijn ‘eigenaardigheden’. Ik vind het leuk om me daarin te verdiepen en verschillende domeinen met elkaar te verbinden. Want als ik een ding heb geleerd dan is het dat verschillende domeinen vaak meer overeenkomsten kennen dan je denkt en dus veel van elkaar kunnen leren." 

Schermafbeelding 2017-12-06 om 16.04.16 copy

5. Als je met de kennis en ervaring van nu terugkijkt naar vroeger, wat zou je dan anders gedaan hebben toen je nog in de sport werkzaam was?
"Ik besef beter dan vroeger dat sport zich meer zou moeten richten op ‘fit en vitaal’. In de coronatijd is wel gebleken dat de uitspraak :’sport is de belangrijkste bijzaak in het leven’ de sport en sportsector echt tekort doet. Sport is een eerste levensbehoefte en zou volgens mij ook als zodanig behandeld moeten worden." 

6. Wat kan de sportwereld volgens jou leren van de wereld waarin je nu werkt? 
"Onze activiteiten zijn gericht op het aanmoedigen en toerusten van mensen om zelf in actie te komen voor verkeersveiligheid. Het gaat dus over het beïnvloeden van het gedrag van mensen. Vertaald richting de sport: hoe krijgen we mensen letterlijk en figuurlijk in beweging om te gaan (en blijven) sporten? Beter nog: hoe zorg je ervoor dat sport (of als bond: jouw sport) een vanzelfsprekend onderdeel wordt en blijft van iemands leven?" 

7. Nu je meer van een afstandje naar de sportwereld kijkt, wat valt je dan vooral op wat jou voorheen niet opviel?
"De worsteling van veel bonden om via de (klassieke) bondsstructuur hun sport te laten groeien en de maatschappelijke betekenis van (hun) sport voor het voetlicht te brengen. Ik denk dat er te weinig sprake is van ‘ketendenken’. Dus kijk naar de totale keten binnen je sport en kijk waar en hoe je daar als sportbond het beste in past."

"Mijn carrière binnen de sport was natuurlijk niet zo verlopen als de KNLTB mij in 1993 niet had aangenomen"

8. Aan wie met wie je gewerkt hebt in de sportwereld denk je met veel genoegen terug en waarom?
XL13TerugblikInsiders-EJH-4"Dat is best een lastige vraag omdat ik met vele honderden collega’s, bestuurders, stakeholders en sporters zowel nationaal als internationaal nauw heb samengewerkt. Met velen van hen deelde ik mooie ervaringen. Aan hen bewaar ik dan ook warme herinneringen. Ook heb ik nog geregeld contact met een deel van hen." 

"Mijn carrière binnen de sport was natuurlijk niet zo verlopen als de KNLTB mij in 1993 niet had aangenomen. De toenmalige voorzitter van de werkgroep competitie en toernooien gaf mij als jonge professional die kans. Deze vrijwilliger was Lodewijk Kallenberg. Een professor wiskunde uit Leiden, waarmee ik de jaren daarna nauw heb samengewerkt. Uit die enthousiaste samenwerking - samen met de werkgroep - is later bijvoorbeeld de basis gelegd voor het innovatieve concept ‘Dynamische Speelsterkte Systeem’. Maar ook met KNLTB-voorzitters als Klaas Rijpma en Karin van Bijsterveld deel ik veel ervaringen. Zij gaven ruimte en vertrouwen waardoor we samen de drie grote stappen hebben kunnen zetten in het doorontwikkelen van de tennissport en KNLTB. Altijd onder het motto plezier en prestatie."

9. Denk je ooit nog eens terug te keren in de sportwereld? In welke functie het liefste?
"Ik ben nooit helemaal uit de sport weg geweest. Ben bijvoorbeeld als vrijwilliger actief geweest als vicevoorzitter van een grote tennisvereniging en lid van het expertpanel van NOC*NSF dat adviseerde over innovatievoorstellen van sportbonden. Op dit moment ben ik voorzitter van Bedrijfsaikido Nederland en lid van de opvolgingscommissie van de KNGU. Sport en bewegen zit in mijn hart en genen. Dus als ik daarin iets kan betekenen dan sta ik daarvoor altijd open."

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.