7 april 2009
Achtergronden
Economisch perspectief of …
Met een sporthal kun
je politiek scoren. En als die hal dan ook nog gerealiseerd wordt op goedkope
grond aan de rand van een stad of bij een sportpark, dan levert dat al snel
positieve stemmen op. Maar deze economische motieven staan vaak haaks op
maatschappelijke ontwikkelingen. Bij de afweging om aan sport te gaan doen (of
te blijven doen) spelen toegankelijkheid en bereikbaarheid een grote rol. Zodra
een accommodatie uit de wijk verdwijnt, wordt de drempel hoger om aan sport te
gaan doen. Terwijl we juist sportdeelname willen stimuleren en jong en oud in
beweging willen krijgen. Dat vraagt om beleidsafstemming tussen ‘sportzaken’,
‘sociale zaken’ en ‘vastgoed’.
Sporthal of beweegaccommodatie?
Bij een sporthal heeft
iedereen een beeld. Dat maakt het lastig om er anders naar te kijken. Door deze
ruimte een beweegaccommodatie te noemen wordt dat eenvoudiger. Dan ontstaan er
meer kansen om door te dringen tot de kern: waarom bouwen we een accommodatie
(functie) en wat en wie moet er gefaciliteerd worden (gebruik). Dan blijkt een
sporthal één van de mogelijkheden. Maar is het niet altijd dé oplossing.
Keuze voor de toekomst
Wie zijn de toekomstige
gebruikers, hoe verhouden zich dag- en avondgebruik? Welk percentage van de tijd
is (sporthal)hoogte écht nodig? Welke groepen maken nu gebruik van de
beweegruimte maar zouden met een veel kleinere ruimte toe kunnen? Welke extra
verhuurmogelijkheden ontstaan er als er een variatie aan ruimten is, zowel qua
afmeting als verlichting en verwarming? Want heeft een judoclub een zaalhoogte
nodig van 5 meter of meer? Heeft de groep voor weerbaarheidstraining een
sporthaldeel aan ruimte nodig? En zou de ouderengymvereniging (een groeiende
doelgroep!) de temperatuur niet liever iets hoger hebben? Een greep uit de vele
vragen die in het voortraject beantwoord moeten worden om tot weloverwogen
beslissingen te komen. Vragen die ook antwoord geven of een sporthal wel
aansluit bij het lokale sport- en beweeggedrag van inwoners.
Hogere investering, lagere exploitatieDoor het gebouw af te stemmen op verwacht en
gewenst toekomstig gebruik, zou de investering wel eens hoger uit kunnen vallen.
In plaats van één sporthal, zou er bijvoorbeeld een sportzaal kunnen ontstaan
met een aantal kleinere nevenruimten voor aerobic, tai chi, zelfverdediging,
enz. De jaarlijkse exploitatielasten zouden echter wel eens gunstiger kunnen
zijn, omdat de ruimten veel beter aansluiten bij de wensen van de huurders. Maar
ook omdat twee kleinere en lagere beweegruimten op elkaar het verhuurbare
oppervlak verdubbelen! Door de variatie in ruimten kunnen er ook
gedifferentieerde huurbedragen gevraagd worden. Dat maakt sporten wellicht
goedkoper en daarmee toegankelijker voor een bredere groep. Nog afgezien van het
feit dat door een gevarieerdere ruimteverdeling er mogelijkheden zijn om de
accommodatie toch in de wijk te laten.
De ideale accommodatie
Laten we duidelijk zijn.
Bovenstaande uiteenzetting wil niet zeggen dat er géén sporthal meer moet komen.
Wat we er wel mee willen zeggen: Dé ideale accommodatie bestaat niet. Elke
lokale situatie vraagt weer om andere keuzes. Maar om tot een goede beslissing
te komen is het raadzaam meer aspecten in de afweging te betrekken dan alleen
het financiële. Het sport- en beweegaanbod, de sportbehoefte en de wensen voor
verschillende beweegruimten moeten een minstens zo belangrijke rol spelen in de
keuze van een gemeente.
Reageren?
Wilt u reageren op dit artikel? Neem dan
contact op met Nijha, telefoon 0573-288 511 of e-mail naar info@nijha.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.