Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Achtergronden
Op zoek naar rode aapjes

Op zoek naar… rode aapjes

21 april 2009

Achtergronden

door: Adri Broeke

De sportwereld is een schier onuitputtelijke bron voor allerlei vergelijkingen en metaforen. Hiddink als chief executive officer, Armstrong als oervoorbeeld van heldendom, een klimexpeditie als inspiratiebron voor een veranderingstraject: de sport is een krachtige metafoor voor het (samen)leven.

Als metafoor voor ontwikkeling en vernieuwing is moeder natuur meer geschikt. Zeker in het jaar van Darwin beleeft de evolutietheorie bijvoorbeeld hoogtijdagen als verklaringsgrond van allerlei vormen van innovatie. Inmiddels is de trits variatie, selectie, overleven en vermenigvuldigen zelfs door Andries Knevel (her)ontdekt als verklaring van het ontstaan van nieuwe vormen van leven!

‘Mijn organisatie is een oerwoud’
In het boek ‘Mijn organisatie is een oerwoud’ heeft Jef Staes het Darwiniaanse gedachtegoed omgezet in een verhelderende theorie over het managen van innovatie bij commerciële bedrijven en maatschappelijke organisaties. Voor iedereen die ‘iets nieuws’ wil realiseren in zijn of haar sportorganisatie, een ‘must read’ die je voor allerlei valkuilen kan behoeden.
In het eerste deel van het boek onderbouwt Staes zijn metaforische theorie en schetst hij hoe het innovaties veelal vergaat in traditionele organisaties. De rode draad van het verhaal verloopt als volgt:

Aan de rand van het oerwoud (= de traditionele organisatie) is uit een succesvolle kruising tussen een bruine aap en een rood zeedier een vreemdsoortig rood aapje
(= vernieuwend idee) voortgekomen. Trots als een pauw koesteren de Red Monkey breeders (= creatievelingen) het nieuwe leventje. De machtige Red Monkey hunters (= gesettelde bazen en medewerkers) echter liggen op de loer en zijn er op uit om het rode aapje hoe dan ook ‘kalt’ te stellen. Slechts een paar soortgenoten van de bruine aap zijn ondernemend nieuwsgierig (= pioniers) en proberen de gematigde leden van de gevestigde apenkolonie (= followers) over te halen het opgroeiende diertje uit de wind te houden. Lukt dat niet dan is de overlevingskans van het nieuwe aapje nihil. Immers, als ‘de natuur’ niet een handje geholpen wordt, bepaalt het blinde ‘survival of the fittest’-proces of er op den duur een nieuwe rode aapjes kolonie zal ontstaan.

In het tweede deel maakt Staes duidelijk dat in traditionele organisaties gesettelden en followers veelal de overhand hebben. Daardoor komt er langs de ‘natuurlijke’ weg van vernieuwingen meestal niets terecht. Om het innovatieve vermogen van organisaties te vergroten moet eerst het evenwicht gekanteld worden in het voordeel van de creatievelingen en de pioniers. De pioniers spelen daarbij een cruciale rol. Zij zijn samen met de creatievelingen degene die nieuwe kansen en mogelijkheden zien (visievorming) en tegelijkertijd samen met de followers kansrijke innovaties kunnen doorontwikkelen (verandervermogen). Hoe door het smeden van slimme coalities deze Red Monkey politics effectief gestalte kan krijgen, wordt in het afsluitende deel uit de doeken gedaan.

Het lezen van dit luchtig geschreven boekwerk heeft mijn zicht op de succes- en faalfactoren van innovatieprojecten aanzienlijk verscherpt. Reikhalzend kijk ik dan ook uit naar het in mei 2009 nieuw te verschijnen boek van Staes, getiteld: ‘Mijn manager is een held’. Daarover in een volgende bespreking meer.

‘Nieuwe wegen naar winst’
Over ‘Nieuwe wegen naar winst’ van de hand van oud InnoSport-directeur Jan Willem van der Wal ben ik minder te spreken. Ik zal het daarom kort houden. Het is een verzorgd plaatjesboek met mooie voorbeelden van inmiddels historische - vooral technologiegedreven - innovaties voor de sport (klapschaats, glasfiberstok, kunstgras, haaienvinnenzwempak, enzovoorts). Een inspirerende visie of samenhangende theorie over innoveren is in geen velden of wegen te bekennen. Warm en veel wijzer word je zeker niet van de gespreksverslagen met een aantal (toegepaste) wetenschappers en (traditionele) managers van fieldlaboratoria. Het gesprek met de ‘lone genius’ Henk Kraaijenhof (rode aap) zette me nog het meest aan het denken. In het laatste hoofdstuk is ergens in de rechterbovenhoek op pagina 93 een ‘conceptueel model’ getekend dat ‘de lijnen aangeeft voor toekomstige ontwikkelingen’. Een oppervlakkige hap-snap opsomming van wat al lang gaande is volgt. Nee, voor het inslaan van innovatieve wegen naar de toekomst is dit voor de sportwereld geen bruikbare gids.

Tegen de achtergrond van ‘Mijn organisatie is een oerwoud’ zal ik de Innosporters willen adviseren - voor het te laat is - hun technologische horizon te verbreden richting sociale en organisatorische innovatie.
 
Leestips:
Staes, J. (2008) Mijn organisatie is een oerwoud. Schiedam: Scriptum
Van de Wal, J.W (2008) Nieuwe wegen naar winst. Deventer: daM Uitgeverij

Adri Broeke (1946) verdient(de) de kost als bollenpeller, bakkersknecht, gymleraar, beroepsopleider, consultant, lector en als onderzoeker. Momenteel werkt hij aan de afronding van zijn proefschrift: ‘Innovatief Sportbusiness Managen’. Zijn favoriete boek is: ‘De A.F.C.’ers’ van J.B. Schuil. Voor meer informatie: adri.broeke@home.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.