Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Achtergronden
Op zoek naar hogere waarden en eigentijdse idealen

Op zoek naar... hogere waarden en eigentijdse idealen

2 oktober 2012

Achtergronden

door: Adri Broeke

Stille ideologieën worden ze genoemd. De stilzwijgende opvattingen over wat een goede burger, overheid of samenleving is. Politieke systemen lopen er van over. Ook aan het (top)sportsysteem liggen verborgen ideeën ten grondslag. Zo had de baron de Coubertin met het initiëren van de 'moderne' Olympische Spelen heimelijk de bedoeling de Franse jeugd (lees: aankomende militairen) - net zoals de generatie jongeren uit toenmalige vijand nummer één Engeland - gezonder, sterker en weerbaarder te maken. ‘Inspire a generation’ avant la lettre? Door welke hogere waarden en idealen laten we ons tegenwoordig nog leiden? Hoog tijd voor een value-check.

‘Er waart in Nederland al geruime tijd een geest van negativiteit rond’. Met deze openingszin als parafrase op de beroemde tekst van Karl Marx start de samenvattende publieksversie van het ruim zeshonderd pagina's dikke De lage landen en het hogere. Onder leiding van de Tilburgse hoogleraar Gabriël van den Brink is drie jaar lang 'zo wetenschappelijk mogelijk' gezocht naar een antwoord op het cynisme en onbehagen dat ons land al zo lang plaagt.

De onderzoekers veronderstellen dat geestelijke beginselen niet zijn verdwenen, maar zich in nieuwe gedaanten over de samenleving hebben verspreid. De traditionele 'verticale' gerichtheid op God, hemel of hiernamaals is nog maar één van de manieren waarop het streven naar 'iets hogers' gestalte krijgt. Ook in de wijze waarop mensen hun werk doen of zich in hun 'horizontale' omgang met medemensen en de natuur gedragen zitten geestelijke beginselen of normatieve idealen verborgen. De onderzoeksaanpak richtte zich daarom op het praktisch handelen van bevolkingsgroepen. Met vragen als ‘welke rol spelen idealen in de wijze waarop professionals te werk gaan?’ en ‘wat is de invloed van hogere waarden op de levensstijl van de hedendaagse burgers?’ trachtte men zoiets vaags en abstracts als 'het hogere' handen en voeten te geven.

In de synopsis ‘Eigentijds Idealisme‘ worden aan de hand van een achttal persoonlijke portretten de voornaamste onderzoeksbevindingen kenbaar gemaakt. In dit verband zijn vooral de hoofdstukken over vitaliteit en de levensstijlen van moderne burgers interessant. Uit de literatuurstudie en een grote hoeveelheid eigen empirische gegevens blijkt dat de inhoud die aan 'het Hogere' wordt gegeven, in de loop der tijd ingrijpend is veranderd. Tot 1900 overheerste de sacrale invulling van het hogere. God, vaderland en werk vormden de objecten van toewijding. In de loop van de 20e eeuw werden ze verdrongen door sociale idealen aangaande mensenrechten, solidariteit en de inrichting van de maatschappij. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw komen de vitale waarden sterk op. Niet de idealen die met de hemel of een nieuwe samenleving in verband staan maar die gelieerd zijn aan ons biologisch bestaan domineren heden ten dage.

Het eigentijds idealisme kenmerkt zich door een ruime belangstelling voor alles wat met vitaliteit en de verheerlijking van het leven te maken heeft. We zijn meer dan ooit met bewust gezond eten, ons uiterlijk en fysieke ervaringen bezig. Vooral jongeren zijn vaker op jacht naar vormen van roes, sensaties en lichamelijk genietingen. We etaleren graag en veelvuldig onze identiteit door het tonen van ons lijf, wilde tatoeages of gedurfde piercings. Allerlei glossy's en tv-programma's laten zien hoe je er nog aantrekkelijker kunt uitzien of hoe je meer plezier kunt hebben in het bedrijven van de liefde. De belangstelling voor de biologische aspecten van het menselijk bestaan is onder wetenschappers eveneens aan het groeien. Onderzoek naar de werking van ons brein en hormonen bij de wisselwerking tussen geestelijke en lichamelijke processen is weer helemaal terug van weggeweest.

In de sport speelt het vitale ontegenzeggelijk een belangrijke rol. Met dien verstande dat de natuurlijke driften en neigingen aan de culturele orde worden onderworpen. Sport vereist immers oefening, discipline en organisatie en vergt een grote mate van opoffering en inspanning. Allemaal zaken die mensen niet opbrengen wanneer ze louter hun natuur zouden volgen. De relatie tussen het vitale en het hogere kan volgens de onderzoekers twee kanten opgaan. De kant van toenemend hedonisme en telkens heftiger lichaamservaringen, waarbij ruimte voor discipline en beheersing steeds geringer wordt. Het is echter evengoed mogelijk dat de pas onlangs vrijgemaakte vitale energie een nieuw soort door hogere waarden gedreven idealisme tot gevolg heeft. De tijd zal het leren.

De waarde(n) van topsport
Op het (aller)hoogste niveau worden in de sport de fysieke, mentale en morele capaciteiten van de deelnemers en direct betrokkenen zwaar op de proef gesteld. De jarenlange topsportprestaties van Lance Armstrong spraken menigeen dan ook tot de verbeelding. Bovenmenselijk, diep respect, fascinerend: na zijn overwinning op kanker was de bewondering voor deze bezeten topsporter ongekend. Edoch, wielertopsport gaat gepaard met een grote emotionele betrokkenheid en de nodige 'geheime' wedstrijden. Alleen de zege telt. Blijkbaar tot elke prijs. De verborgen dopingpraktijken van Armstrong deden hem uiteindelijk aan de schandpaal belanden. Over waarden gesproken...

Onder leiding van de Utrechtse hoogleraar Maarten van Bottenburg is door een team onderzoekers in het verlengde van de' feel good games' van London 2012 literatuuronderzoek gedaan naar de maatschappelijke betekenis van topsport. Het is niet voor het eerst dat het Mulier Instituut in opdracht van VWS samen met de Utrechtse Universiteit zich van een dergelijke taak kwijt. Bij de ontwikkeling en evaluatie van een flink aantal nationale sportbeleidsdocumenten zijn ze de afgelopen jaren al vaker meer of minder intensief betrokken. En jawel, ook nu weer wordt politiek neutraal over de impact van topsport gerapporteerd. ‘Topsport biedt kansen op ontplooiing, enthousiasmeert en inspireert, draagt bij aan identificatie en verbondenheid en stimuleert de economie"’ (p. 44). En ook nu weer de bekende relativerende slag om de arm: de genoemde invloeden en effecten komen niet automatisch tot stand.

Over de feitelijke effecten van topsport(prestaties) is nog steeds weinig bekend. Het veronderstelde inspirerende effect bijvoorbeeld geldt vooral ten aanzien van de toeschouwers. Mensen gaan van het kijken en beleven van topsport niet vaker zelf sporten. Sporthelden kunnen als rolmodel zowel een positieve als negatieve voorbeeldfunctie vervullen. Er is weinig empirisch bewijs voor de invloed van topsporters op fair play of gedisciplineerd handelen van jongeren. Naast gevoelens van blijdschap, tevredenheid en voldoening kan het volgen van topsport bij de bevolking ook gevoelens van frustratie, boosheid en vijandigheid oproepen. Op basis van het bestaande onderzoek blijft het onzeker of topsport van invloed is op het (aanwakkeren van) nationalistische gevoelens van trots en verbondenheid. Topsport trekt wereldwijd veel publiek en heeft daardoor een hogere media- en sponsorwaarde.

De economische impact van topsportevenementen echter verschilt naar belanghebbende (overheid, bedrijfsleven), het werkingsgebied (regionaal, (inter)nationaal) en de werkingsduur (korte of lange termijn). Zonder daarop specifiek gerichte beleidsinterventies zijn topsportactiviteiten op zichzelf onvoldoende om legacy-effecten te sorteren. Kortom, uit wetenschappelijk onderzoek komen vooralsnog tegengestelde bevindingen over de vraag of en in welk opzicht topsport voor de hedendaagse (jonge) mens maatschappelijke betekenis heeft.

Wellicht een mooi moment de tot nu toe gevolgde beleidsonderzoekskoers inhoudelijk bij te stellen. Van al dat waardeneutrale (?) effect- en outcome georiënteerde evaluatieonderzoek worden we niet veel wijzer. Het wordt weer tijd om de verborgen competities (van landen, sportfederaties en steden) tussen de ideologisch gekleurde topsportsystemen kritisch door te lichten. De westerse wetenschap met zijn heilige geloof in (technologische) vooruitgang en maakbaarheid is mede debet aan de momenteel overheersende instrumentalistische visie op topsport. Zijn er nog sportwetenschappers die de neoliberale prestatie ideologie en de commerciële uitbuiting van het menselijk lichaam in de hyper technologische sportwereld ter discussie (durven) stellen? Het is tijd om openlijk kleur te bekennen sportvrienden.

Leestips:
• Bottenburg, M. van (2012). De maatschappelijke betekenis van topsport. Nieuwegein: Arko Sports Media
• Brink, G. van den (2012). Eigentijds idealisme. Een afrekening met het cynisme in Nederland. Amsterdam: Amsterdam University Press

Adri Broeke (1946) verdiende de kost als bollenpeller, bakkersknecht, gymleraar, beroepsopleider, consultant, lector en als onderzoeker. Op 25 maart 2010 is hij gepromoveerd. De titel van zijn proefschrift: ‘Professioneel Sportmanagement Vernieuwen’. Zijn favoriete boek is: ‘De A.F.C.’ers’ van J.B. Schuil.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.