Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Achtergronden
Op zoek naar het ideale topsportklimaat

Op zoek naar… het ideale topsportklimaat

21 september 2010

Achtergronden

door: Adri Broeke

Naar aanleiding van Dan Brown's pageturner in gedachten verzonken over de mysterieuze kracht van eeuwenoude rituelen en symbolen. schrok ik op van de rinkelende telefoon. 'Goedemiddag meneer Broeke, met RTL nieuws'. Of ik voor de camera straks 'iets kritisch' wilde zeggen over de binnenkort te presenteren top-10 studie van het NOC*NSF.

Geen tijd te verliezen. Weg die diepzinnige gedachten over megalomane vrijmetselaarspraktijken. Snel nog even mijn gisteren voor deze rubriek toevallig? gemaakte aantekeningen doornemen over 'Op jacht naar goud'. Is er op het gebied van topsport(beleid) werkelijk sprake van een ingrijpende klimaatsverandering?

Op jacht naar goud. Het topsportklimaat in Nederland, 1998 - 2008
Na ruim tien jaar intensief grootschalig onderzoek concluderen Maarten van Bottenburg en de zijnen dat de Nederlandse topsport een opmerkelijke bloeiperiode doormaakt. Sinds het vallen van de Berlijnse Muur zijn de omstandigheden waaronder in ons land topsport wordt bedreven aanzienlijk verbeterd. Voor zo'n 50 tot 60 procent is dat toe te schrijven aan de (gegroeide) welvaart en bevolkingsomvang. Daar doe je niet zoveel aan. De overige 40 tot 50 procent is door gericht beleid wel degelijk in positieve zin beïnvloed. Met name de substantiële stijging van de overheidsbijdragen hebben de topsportfaciliteiten op een hoger plan gebracht. De accommodaties, de trainingsprogramma's, de coachopleidingen, de financiële leefruimte van (potentiële) topsporters en de andere pijlers van het topsportbeleid hebben hun vruchten afgeworpen. Dit alles tot grote tevredenheid van de nauw bij het daadwerkelijke 'topsportproductieproces' betrokkenen. Over de recente beleidsinspanningen en resultaten wordt door vriend en vijand niet voor niets de loftrompet gestoken. Onduidelijk blijft welke (combinatie van) maatregelen tot welke (on)bedoelde effecten hebben geleid. Hoe het ook zij het topsportklimaat bloeit en groeit als nooit tevoren.

Sterker, we scoren ondanks onze kleine bevolkingsomvang (59ste plaats) en ons beperkte bruto binnenlands product (20ste plaats) opmerkelijk goed op allerlei internationale ranglijsten. Met publieksport nummer één voetbal verkeren we al geruime tijd in de wereldtop vijf. We staan momenteel op plaats acht in de top-tien van de wereldwijde kenniseconomieën. Zelfs op de medaillespiegel aller tijden van de olympische winter- en zomerspelen nemen we met stip plaats 17 voor onze rekening. Kortom, op het gebied van de economie, de commerciële concurrentiekracht en de (publieke) infrastructuur doen we volop met de besten mee. Zeker ten opzichte van vergelijkbare andere landen behoren we op het gebied van breedtesport en topsport structureel tot de koplopers. De vaak veronderstelde 'zesjescultuur' is dan ook een mythe. 'Hoewel ons land geen beleid kent dat op planmatige wijze talenten identificeert, stromen er per duizend inwoners meer talenten door naar de top acht van de wereld dan in België, Canada, Italië en het Verenigd Koninkrijk' (p. 159). Mocht er ergens in een westerse democratie ooit een ideaal topsportklimaat ontstaan, dan zal het in veel opzichten lijken op dat van het hedendaagse Nederland!

Is de toekomst van gisteren?
Over wenselijk geachte toekomstige beleidspraktijken houdt de onderzoeksgroep zich vreemd genoeg op de vlakte. Wellicht boden de nice-to-know onderzoeksresultaten onvoldoende voedingsbodem voor het expliciet benoemen van criteria waaraan het topsportbeleid van morgen vooraf getoetst kan worden. De beleidsonderzoekers beperken zich tot het schetsen van enkele obligate dilemma's. Moeten we top-down al onze fiches zetten op de eerder zo succesvolle takken van sport of dienen we bottum-up topsporters uit alle 120 sportdisciplines een faire kans te geven? Is het beter om aan te sturen op zo vroegtijdig mogelijke sportspecifieke specialisatie of zullen we de jongste talentvolle jeugd op sportgebied langerdurende en bredere ontplooiingskansen geven? Het wordt aan de opdrachtgevers (VWS en NOC*NSF) overgelaten om naar eigen goeddunken criteria vast te stellen en beleidskeuzes te maken. Deze quasi neutrale 'wetenschappelijke' houding bij de uitvoerders van dit in opdracht uitgevoerd contractonderzoek, komt tamelijk naïef en in maatschappelijk opzicht nogal vrijblijvend over. Van 'embedded scientists' mag je meer uitgesproken engagement en stellingname verwachten.

Bij het diagonaal doornemen van de inmiddels ceremonieel geopenbaarde top-10 studie, liepen de rillingen over mijn rug. Zijn ze bij het NOC*(doet de NSF nog wel mee?) op hol geslagen? Dan Brown's angstaanjagende visioenen waren daar kinderspel bij. Dit bovennatuurlijke 'wishfull thinking' top-10 verhaal was van alle realiteitszin gespeend. Koste wat het kost over tien jaar 82 medailles binnenhalen. Daarbij worden alleen voor voorspelbare? podiumplaatsen collectieve middelen vrijgemaakt. De heilige plaats in de medaillespiegel van het IOC staat niet meer ter discussie! De getalenteerde beoefenaars van de andere 112 sportdisciplines moeten maar met behulp van private geldschieters op eigen kracht bij de top zien aan te sluiten. Er wordt alleen gefocust op slechts acht olympische sporten die in het (recente) verleden de meeste plakken leverden. Weg met de bekrompen zesjescultuur. Leve de excellentie retoriek en het Olympisme.

Voor de aansturing van dit planeconomische productieproces is een succesverzekerend uniek organisatiemodel ontwikkeld. Een winnend? model waarbij menig oud-Oostblok dictator zijn
vingers zal aflikken. Onder het regiem van Papendal wordt een centralistische, op Angelsaksische leest geschoeide keiharde afrekencultuur standaard. Alleen rendement telt. Henk en Ingrid en alle andere belastingbetalende sportliefhebbers worden vakkundig zoet gehouden met een soort 'Trots op Nederland' buikgevoel. Het moet niet gekker worden...
'De geschiedenis had de mensheid gezegend met leermeesters van oneindige wijsheid, verlichte zielen wier kennis van de spirituele en geestelijke mysteriën elk begrip oversteeg', aldus Dan Brown (p. 486).

Zouden technisch directeur Hendriks, voorzitter Bolhuis, top-10 panellid Van Bottenburg en over rechts bouwmeester Opstelten dan toch stiekem lid zijn van de vrijmetselarij?

Leestips:
• Bottenburg. M. van (2009). Op jacht naar goud. Het topsportklimaat in Nederland, 1998-2008. Nieuwegein: Arko SportsMedia
• Brown. D. (2010). Het verloren symbool. Amsterdam: Uitgeverij Luitingh
• NOC*NSF (2010). Nederland in de top-10. Naar een winnend topsportklimaat. Arnhem: NOC*NSF publicatie 705.

Adri Broeke verdedigde op donderdag 25 maart jl. zijn proefschrift ‘Professioneel Sportmanagement Vernieuwen’ aan de Rijks Universiteit Groningen. Hij verdient(de) de kost als bollenpeller, bakkersknecht, gymleraar, beroepsopleider, consultant, lector en onderzoeker. Zijn favoriete boek is: ‘De A.F.C.’ers’ van J.B. Schuil.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.