Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Achtergronden
Op zoek naar een kompas voor het hoger sportonderwijs en onderzoek

Op zoek naar… een kompas voor het Hoger sportonderwijs en –onderzoek

22 maart 2011

Achtergronden

door: Adri Broeke

Opgegroeid in de USSR - het utopia van de vijfjarenplannen - stond Igor Ansoff jaren later in de USA als hoogleraar aan de wieg van de Planning School. Organisaties dienden volgens zijn filosofie doelrationeel gerund te worden. Die boodschap sloeg begin jaren zestig goed aan. Dit resulteerde in een praktisch hanteerbaar 'management bij objectives' concept. De hoogste bazen stippelden de koers uit en stellen voor periodes van vijf jaar de strategische doelen vast. Het middenkader krijgt de operationele opdracht om de gespecificeerde resultaten binnen de 'afgesproken' termijn te behalen. Via planning & control cycli worden de vorderingen nauwkeurig geregistreerd en waar nodig bijgestuurd. Deze aanpak vond op grote schaal navolging. Ook in de onderwijs- en sportwereld.

Het onlangs verschenen Sectorplan Sportonderzoek lijkt volgens een soortgelijk recept - onder hoge druk - te zijn klaargestoomd. Een stuurgroep van enkele 'hoge' heren uit sport- en onderwijsland stippelden de route uit. Uitverkoren middenkaderleden uit verschillende kennisinstellingen zetten in werkgroepen de te behalen resultaten op papier. Alles onder regie van de programmamanager onderzoek van het NOC* NSF. Het aldus tot stand gekomen vijfjarenplan belooft het Hoger Onderwijs en onderzoek een gouden toekomst. Meer dan dat, dankzij dit plan gloort voor heel de natie binnenkort een ‘toppie joppie’-tijdperk. 'Het strategisch programma levert een belangrijke bijdrage aan welzijn en volksgezondheid, aan sociale innovatie, waarden en normen, de topsport, de kennissamenleving en de internationale beeldvorming van Nederland' (p. 40). Met het sectorplan als roadmap op naar de top?

Vooraanstaande denkers en deskundigen op het gebied van strategie en beleid hebben inmiddels de hoop op de werking van dit soort toekomstplannenmakerij al lang opgegeven. De toekomst is eenvoudigweg niet te voorspellen. Zeker niet op gebieden met een hoge dynamiek en complexiteit. 'Planning is changing minds, not making plans', zei oud-Shell CEO Arie de Geus reeds in de negentiger jaren. Eigentijdse strategiekenners spreken zelfs van een Managementmythe. Ze vergelijken de analytische planningsaanpak met een rituele regendans. 'Er is geen sprake van enig effect op de weersomstandigheden die volgen, maar degenen die de dans uitvoeren menen dat het wel zo is' (Stewart, p. 223). Zal dit sectorplan straks de sportgeschiedenis ingaan als een rituele regendans?

Een stevig? fundament onder de Olympische ambities
Een goed plan kenmerkt zich onder meer door een helder geformuleerde aansprekende visie. Zo'n visie inspireert en zet mensen in beweging. In dit plan is dat geenszins het geval. Onder het kopje visie stelt men: 'In 2016 is het sportonderzoek zowel kwalitatief als kwantitatief op het niveau dat nodig is om de ambities van het Olympisch plan te realiseren' (p. 40). Vaag en abstract geformuleerde rapporttaal. Je kan er alle kanten mee op. Zeker geen tekst die energie geeft of aanzet tot 'changing minds'. Ongeschikt als gemeenschappelijk kompas bij het afwegen of maken van strategische keuzes. Er gaat niets uitdagends of dwingends vanuit. Iedereen kan gewoon doen wat hij deed of toch al van plan was: de eigen belangen behartigen.

Een proef op de som.

Welk kennisbelang staat centraal?
Het plandocument bestaat uit zes themaplannen. Vijf ervan zijn geënt op de bekende beleidsthema's van de rijksoverheid. Eén thema is toegevoegd: de ondersteuning van studerende topsporters. Het themaplan Talentvol Nederland staat hoofdzakelijk in het teken van de oprichting van het Netherlands Sport Science Institute (NeSSI). De deelnemende plannensmeders - de VU van Amsterdam en de RUG uit Groningen voorop - hopen via zo'n instituut op grotere schaal te kunnen voortzetten wat ze al jaren doen. In het deelplan Meedoen in Nederland wil men langs de al eerder door Breedveld c.s uitgezette lijnen van de Kennisagenda 2011-2016 het werk van het W.J.H. Mulier Instituut uitbreiden en onderbrengen in het Research Centre for the Value of Sports (RCVS). Beide instituten streven vanzelfsprekend naar een 'internationaal gezaghebbende' positie op de markt van sportwetenschappelijk onderzoek. Met meer hoogleraren, meer promovendi, meer lectoren, meer publicaties en meer geld wil men de strijd aangaan met de concurrentie in het buitenland. More means better?

Ook het deelplan Vitaal Nederland streeft onder aanvoering van de gezamenlijke Universitair Medische Centra naar meer massa en meer focus. Kortom, het is allemaal 'meer van hetzelfde' dat de klok slaat. De institutionele power versterken. Slechts een beperkt aantal hoofdrolspelers uit het academisch-wetenschappelijke ons-kent-ons netwerk speelt elkaar daarbij opvallend vaak de bal toe. Over welke en wiens belangen daarmee daadwerkelijk gediend zijn, zwijgt men in alle talen. Zowel de kennisinhoudelijke output (de aard en inhoud van de kennisproducten) als de maatschappelijke outcome (welke kennisgebruikers worden er aantoonbaar beter van) worden niet nader omschreven. Winnen we meer medailles met dit plan? Gaat er minder talent verloren? Krijgt het bewegingsonderwijs een kwaliteitsimpuls? Wordt de Nederlandse bevolking straks stukken gezonder dankzij deze plannen? Je mag het hopen.

Is het een samenhangend geheel?
De drie resterende themaplannen zijn zowel qua begroting als pagina omvang van een geheel andere orde. Eigenlijk hebben ze nog geen concreet idee in de aanbieding. Laat staan uitwerkingen van wat Olympisch niveau op hun gebied betekent. De groep Nederland in Beeld is van plan de komende tijd eerst nog een verkenning uit te voeren naar de behoeften aan onderwijs en onderzoek. De Kaart van Nederland club heeft al wel enkele onderzoeksthema's in gedachten. Pas in het voorjaar 2012 echter willen ze met eventuele kennispartners rond de tafel gaan zitten. In een aparte paragraaf worden tenslotte nauwelijks vijf pagina's gewijd aan het thema Ondersteuning studie Topsporters. Het lijkt er bij de haren te zijn bij gesleurd. Helaas,ook nu weer de bekende riedel: meer flexibiliteit in de studiepaden, meer financiële ondersteuning en straks meer Goud op de werkvloer.

Geeft het de nodige houvast?
Met alle respect, dit is geen goed plan. Het ontbeert een aansprekende visie, het is qua vorm en inhoud onevenwichtig, de themaplannen hangen als los zand aan elkaar en het levert zeker voor de handelingspraktijk geen nieuwe bruikbare kennis op. Het is inhoudelijk en kwalitatief beneden de maat. Halen we hiermee grotere evenementen binnen? Worden de direct betrokkenen in de opleidingspraktijk er beter van? Zet het praktijkprofessionals (coaches, leraren, begeleiders, managers) op een enthousiaste wijze in aan het (mee)denken? Ik ben bang van niet. Een betekenisvol kader dat onderzoekers en professionals in spe in staat stelt te begrijpen wat er de komende jaren van hen concreet verwacht kan/mag worden, ontbreekt. Een goed plan biedt houvast en fungeert als leidraad voor het toekomstig handelen van alle belanghebbenden in het dynamische en complexe werkveld ‘Hoger sportonderwijs en –onderzoek’. Tegen die achtergrond bezien is dit geen goed plan. Het is een papieren bureaucratische tijger. Niet meer en niet minder.

Naar een professieondersteunend kenniskompas
Om op het gebied van onderzoek en onderwijs nieuwe wegen in te slaan, is er naast strategisch leiderschap en creativiteit ook de noodzaak om lerend te werk te gaan. Gezamenlijk ergens beter in worden ontstaat vanuit sociale settings waarbinnen impliciete kennis wordt uitgewisseld. Het Hoger sportonderwijs en onderzoek van morgen heeft als opgave dit soort (krachtige) leeromgevingen en leernetwerken vorm te geven en te faciliteren. Het samenspel tussen de 4 O's (Onderwijs, Onderzoek, Overheid en Onderneming) zal daartoe met name op regionale/lokale schaal slagvaardig georganiseerd dienen te worden. De strategische uitdaging voor sportgerelateerde kennisinstellingen is het resultaatgericht werken in professionele netwerken op een vernieuwende wijze te ondersteunen met open sturingsconcepten en sociale (ICT-)instrumenten. Om onderweg de juiste richting en weg te (blijven) vinden is een gemeenschappelijk kompas nodig. Ter plekke beslissen de kompasbezitters zelf welke keuzes in de weerbarstige professionele praktijken gemaakt worden. Wie zo'n practice based kennis-kompas weet te bedenken en verspreiden, is met het oog op het toekomstig(onderzoekend) handelen van hoogopgeleide sportprofessionals goed bezig. Daar wordt heel Nederland Sportland niet alleen veel kennisrijker,maar ook beter van. Op welk niveau dan ook.

Literatuurtips
Stewart, M. (2009). De managementmythe. Management consulting, heden, verleden en onzin.
Amsterdam: Meulenhof b.v.

Veldhoven, N. van (red.) (2011). Fundament onder de Olympische ambities. Sectorplan Sportonderzoek en -onderwijs 2011- 2016. Deventer: daM uitgeverij

Adri Broeke (1946) verdient(de) de kost als bollenpeller, bakkersknecht, gymleraar, beroepsopleider, consultant, lector en als onderzoeker. Op 25 maart 2010 is hij gepromoveerd. De titel van zijn proefschrift: ‘Professioneel Sportmanagement Vernieuwen’. Zijn favoriete boek is: ‘De A.F.C.’ers’ van J.B. Schuil.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.