24 april 2012
Achtergronden
Wereldwijd gaat er momenteel ruim 70 miljard dollar (US) om in de fitnessbranche. Ruim 400.00 mensen in Europa zijn werkzaam binnen deze sector. In een relatief kort tijdsbestek is de fitness- en wellness- industrie uitgegroeid tot een omvangrijke bedrijfstak. Buiten de reguliere sport om doen in ons land inmiddels miljoenen mensen aan allerlei vormen van fitness. Individueel of in groepsverband. Is er een verband tussen het zakelijk succes van fitness en de wetenschappelijke kwaliteit van het beschikbare body of knowledge?
Al langer worden in de sportwereld fitnessachtige oefeningen bij de sporttraining gebruikt. Ruim veertig jaar geleden zijn dit soort 'lichaamsoefeningen zonder wedstrijdkarakter' echter een eigen leven gaan leiden. Een mengsel van esthetische (slankheids)idealen en veronderstelde medische (gezondheids)effecten ligt aan de verschillende verschijningsvormen van de fitnesscultuur ten grondslag. Bij de popularisering ervan speelden met name showfiguren, filmsterren en bekende televisiepersoonlijkheden een grote rol. Maar de publicatie Aerobics van de Amerikaanse ruimtevaartarts K. Cooper gaf voor het eerst een wetenschappelijke onderbouwing aan de matig intensieve (duur)training die onderdeel uitmaakte van uiteenlopende fitnessprogramma's. Marketing en reclamecampagnes deden op het gebied van popularisering en verspreiding de rest.
Ondernemers in (home)training apparatuur en op populaire muziek gebaseerde aerobiclessen zagen eind zestiger jaren een gat in de markt van fitter, mooier en sterker. Met een beetje goede wil kon iedereen tegen betaling slanker en gespierder (gemaakt) worden. Dat sloeg aan. Eerst bij de gegoede middenklas vrouwen (aerobics) en later bij de dikbuikige mannelijke managers (joggen). Andere bevolkingsgroepen volgden al snel. Hardlopen deed je niet om te winnen maar voor je gezondheid. Bewegen op muziek deed je vooral ook om er goed uit te zien. Sporten moest kunnen op door jezelf gekozen momenten en plekken. Zonder al te veel verplichtingen in 'lichte' sociale verbanden. Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw ontwikkelde zich de fitnessbeweging tot een groeimarkt van jewelste.
Fitness ontwikkelde zich naast de al wat op leeftijd zijnde wedstrijdsport tot een zelfstandige discipline. In tegenstelling tot de traditionele sportvereniging boden de fitnessaanbieders hun producten en diensten consequent op een klantgerichte commerciële wijze aan. Met hun flexibele trainingsvormen, bewegingsprogramma's en wellness-arrangementen surfden ze lenig op de golven van de tijdgeest. De behoeften bij de te onderscheiden klantengroepen werden op maat bediend. Als de prille verwetenschappelijking verder uitgebouwd zou worden, komt dat het aanzien van de fitnessbranche zeker ten goede. Dat zal de CEO van de HDD Group vast bewogen hebben om het bureau Kennispraktijk opdracht te geven het actuele kennisbestand binnen de fitnessindustrie in kaart te brengen.
The state of research binnen de fitnessindustrie
Het team van bewegingswetenschappers in dienst van Kennispraktijk stelde zich ten doel tot een overzichtelijke systematiek van (inter)nationale publicaties te komen. Met een uitgebreide literatuursearch - in dit boek worden ruim 400 studies aangehaald - wordt een aanzet gegeven voor de opbouw van een valide 'body of knowledge'. De relevantie van onderzoek voor het verbeteren van het professioneel handelen in de fitnesspraktijk staat daarbij centraal. In een mooi vormgegeven maar tamelijk prijzig boek wordt de verzamelde- voornamelijk theoretische- kennis onder de lezers verspreid.
Het merendeel van het verslag heeft helaas een hoog ‘meten-is-weten’-gehalte. Zo worden bijvoorbeeld allerlei getallen, feiten en cijfers vermeld over de omzet, de omvang, de penetratiegraad, etc. binnen de betreffende marktsector. De meeste marktgegevens zijn evenwel op opinies of subjectieve inschattingen gebaseerd. De bedrijfskundige 'facts and figures' zijn daardoor of niet te checken of aantoonbaar boterzacht. Ook in het hoofdstuk over de werking van fitnessprogramma's wordt vooral een opsomming gegeven van de positieve effecten die groepsfitness, cardiofitness of krachttraining kunnen hebben op parameters als vetverbranding, zuurstofopname, energieverbruik en hartfrequentie. Of deze effecten daadwerkelijk uit de verf komen in de fitnesspraktijk is vanzelfsprekend van heel wat situatie- en persoonsgebonden factoren afhankelijk. Bovendien is het de vraag of deze productkennis voor de gebruikers erg nuttig is. Om de haverklap verschijnen er immers nieuwe trainingsvormen en 'concepten' op de markt. Bij Les Mills, Zumba, steps, spinning of welk ‘benen-buik-billen’-programma dan ook gaat het de deelnemers meer om nieuwswaarde en variatie dan om bewezen effectiviteit. Aan het thema gedragsverandering is eveneens een hoofdstuk gewijd. Het blijft daarbij tot het kort bespreken van enkele gangbare algemene modellen uit de psychologie en de gezondheidskunde. Specifieke fitnesskennis op dit gebied dient merendeels nog ontwikkeld te worden. Naar retentie - het verloop en behoud van klanten - is in de fitnessbranche wel het nodige eigen onderzoek verricht. Door ondoorzichtige onderzoeksopzet en/of onduidelijke begripshantering zijn de beschikbare onderzoeksgegevens ook hier praktisch onbruikbaar.
Al met al is bedrijfskundig en bewegingswetenschappelijk nogal droevig gestemd met de staat waarin de body of knowledge van fitness zich tot nu toe bevindt. Wellicht dat in onderzoeksstrategisch opzicht een heroriëntatie nodig is. In plaats van op zoek te gaan naar nog meer van dit soort wetenschappelijk data, zou de bij praktijkprofessionals en bedrijfsleiders ontwikkelde (ervarings)kennis beter ontsloten kunnen worden. Via een andersoortige, meer human-resource gebaseerde onderzoeksaanpak samen met de praktijkprofessionals bruikbare kennis genereren. Een uitgelezen kans voor een fitness lectoraat?
Een nieuw gat in de markt?
In dezelfde periode dat de fitness doorbrak in Nederland - eind jaren zestig van de vorige eeuw - werd ook de boeddhistische leefwijze bij ons onder de aandacht gebracht. Deze aziatische filosofie ging vervolgens vruchtbare relaties aan met onder meer de westerse psychologie. Mindfulness is daar als nieuwe combinatie uit voort gekomen. Vanuit een attitude van niet streven of oordelen en openheid leer je via mindfulness met enige afstand kijken naar eigen gewaarwordingen, gevoelens en gedachten. Er wordt daarbij getraind in het gericht aandacht geven aan de eigen ervaringen die van moment tot moment veranderen. De alledaagse automatismen in cognities en gedrag worden daarbij door het proces van zogeheten reperceiving doorbroken. Impulsief gedrag neemt af door formele concentratie- en meditatieoefeningen en door bewuste opmerkzaamheid tijdens handelingen die bij het dagelijks leven horen (eten, drinken, tanden poetsen, bewegen, etc.).
Op dit moment ‘zit’ ik sinds kort enige tijd zowel op fitness als op mindfulness. Het kan aan mij liggen maar de fitnessactiviteiten ervoer ik in het begin als nogal geestdodend en saai. Van een uurtje lower row, vertical traction, indoor cycling en crosstrainer werd ik niet echt vrolijk. Het op maat gesneden bewegingsprogramma voerde ik daarom al snel weinig geïnspireerd op de automatische piloot uit. Tot ik na een aantal weken de mindfulnesslessen ging toepassen tijdens mijn fitnessactiviteiten. Met bewuste aandacht voor pijntjes, hartslag, ademhaling, gedachten, etc. in beweging zijn en blijven. Mindful fitnessen. Prima te doen en vol te houden.
Een gat in de markt.
Leestip:
Baart de La Faille-Deutekom, M. (red) (z.d.). The state of research in the global fitness industry.
Deventer: daM uitgeverij
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.