Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Achtergronden
Op zoek naar een betere ranking op gezond gewicht

Op zoek naar... een betere ranking op gezond gewicht

13 september 2011

Achtergronden

door: Adri Broeke

Kernachtiger dan met de flaptekst van het boek ‘Tegenwicht. Feiten en Fabels over overgewicht’ is de hardnekkige problematiek rondom gezond gewicht bijna niet samen te vatten. 'Velen kunnen om fysieke, sociale of psychologische redenen geen weerstand bieden aan de overvloed en worstelen daardoor met hun gewicht. Diëten, pillen en poeders die een quick fix beloven, zijn voor hen niet de oplossing. Hoe kunnen we tegenwicht bieden aan de verleidingen om ons heen die leiden tot vetzucht en chronische ziektes?'.

Gezondheidsprofessor Jaap Seidell overziet als geen ander de vele kanten van het zorgwekkende overgewichtprobleem. Het voornaamste doel van dit met Jutka Halberstadt geschreven boek is op een begrijpelijke wijze Tegenwicht bieden aan de niet aflatende stroom van onjuiste en vaak misleidende informatie over de oorzaak en aanpak van (ernstig) overgewicht.

Te dik zijn is van alle tijden. Het hoort bij de mens. De tijden veranderen. We zijn tegenwoordig veel langer en dikker dan vroeger. We zijn minder gaan bewegen en meer gaan eten. Onze werkomgeving, fysieke inspanningen en leefgewoontes zijn de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. We krijgen aanzienlijk meer calorieën binnen dan we door de bank genomen nodig hebben voor het dagelijks bestaan. Gedurende miljoenen jaren evolutie hebben we ons ingesteld op een leven met schaarste aan voedsel. Om te overleven moest je pakken wat je pakken kon. Fruit, dierlijk vet en zout waren zeldzame maar begerenswaardige energiebronnen. Door de mechanisatie en industrialisatie is een overvloed aan smakelijk en relatief goedkoop voedsel, zeker in de welvarende westerse wereld, voorhanden. We leven momenteel in een dikmakende omgeving. We worden voortdurend verleid om goedkoop, lekker en calorierijk voedsel tot ons te nemen. Dik worden is dan ook een normale reactie op een abnormale omgeving.

Over de oorzaken van (overmatige) gewichtstoename en de verstoorde energiebalans is in medisch-fysiologisch opzicht inmiddels veel bekend. Duidelijk spelen genetische aanlegfactoren een rol bij (ernstig) overgewicht. Eeneiige tweelingen hebben vaak ongeveer hetzelfde gewicht, ook als ze niet samen zijn opgegroeid. Adoptiekinderen lijken qua gewicht meer op hun biologische dan op hun adoptieouders. Niet iedereen heeft dezelfde uitgangssituatie als het gaat om gewichtsbeheersing. Je aanleg bepaalt deels hoeveel (extra) moeite het kost om op een 'normaal' gewicht te blijven. Maar onze omgevingstemperatuur is eveneens van invloed. Doordat we tegenwoordig binnenshuis in een behaaglijke vrij constante temperatuur (cv en airco) wonen en werken komen we in de loop der tijd enkele kilo's extra aan. Minder slaap en meer medicijngebruik (bètablokkers, psychofarmaca, antihistaminica) kunnen eveneens tot aanzienlijke gewichtsstijging leiden.

De obesogene samenleving
De afgelopen vijftig jaar is onze omgeving 'obesogeen' geworden. We leven hier en nu in een consumptiesamenleving waar calorierijk voedsel in overvloed voor het grijpen ligt. Zwaarlijvigheid wordt gevoed door een veelheid aan dikmakende omgevingsfactoren.

De voedingsindustrie en haar verleidelijke marketingmethoden doet er met het aanbod aan gemaksvoedsel en het aanprijzen van tussendoortjes een flinke schep bovenop. Zien eten doet eten. Er wordt wereldwijd jaarlijks voor miljarden dollars aan lobby en reclame besteed voor voedsel, snacks en snoep. In Amerika leren kinderen op sommige scholen rekenen met M & M's. De verpakkingen worden groter: megazakken chips, frisdrank in twee liter flessen.

Niet alleen de fastfoodketens zijn medeverantwoordelijk voor de groeiende overgewicht cijfers en gezondheidsproblemen. Mensen meer laten eten is big business voor het gehele agrocomplex waar concerns als Unilever, Nestlé en vleesproducent Vion deel van uitmaken. Ze werken keuzestress (er zijn zo'n 320.000 verschillende voedingsmiddelen in de handel!) en overconsumptie in de hand. 'Iemand anders dan wijzelf bepaalt welke voedingsmiddelen er in de supermarkt, bedrijfskantine of automaat beschikbaar zijn'. Het is absurd om overgewicht als louter een persoonlijke keuze te zien waarvoor het individu verantwoordelijk moet worden gesteld, aldus Seidell.

De voeding- en genotsmiddelenindustrie is slim bezig. Enerzijds maken ze energierijke voeding waar je (te) dik van wordt, aan de andere kant voedingsmiddelen waardoor je kunt afvallen. Met allerlei 'light' producten worden consumenten misleid tot meer. Zogenaamde goed bedoelende en wetenschappelijk betrouwbare dieetgoeroes spannen de kroon. Doorlopend ontwikkelen ze nieuwe diëten en kuren. Op de wat langere duur werkt niks. Neem ze met een korrel zout. U spekt alleen hun portemonnee.

Consuminderen via zelfsturing of betutteling
Verminderen (van voedsel, brandstof e.d.) is een van de lastigste opgaven waar we voor staan. De aard en omvang van onze eetgewoontes zijn uitgegroeid tot een ernstig maatschappelijk vraagstuk. Naast de consument zijn ook het bedrijfsleven en de overheid verantwoordelijk voor de aanpak van dit probleem. Er zal heel wat moeten veranderen. De fysieke en sociale omgeving zal minder obesogeen moeten worden en de individuele eetpatronen meer gezond. Producenten stellen 'fout' dikmakend voedsel niet meer beschikbaar. Als consument matigen we op alle fronten, eten we gevarieerd en bewegen aanzienlijk meer. Obesitas is een mulifactor zorg voor ons allemaal.

De overheid en professionals die in de preventieve gezondheidssector werkzaam zijn, vervullen op het gebied van leefstijlbeïnvloeding een cruciale rol. Als de gezonde keus de meest makkelijke keus wordt, kan op den duur een (meer) gezonde leefstijl (weer) normaal worden. Wanneer het bedrijfsleven de burger blijft verleiden tot ongezonde keuzen, zal tegenwicht geboden dienen te worden. Seidell c.s. verbazen zich over de kortzichtigheid van sommige (conservatieve) politici als David Cameron en Edith Schippers. De huidige premier van Engeland schuift de schuld voor (ernstig) overgewicht in de schoenen van de dikke mensen zelf. Het overheidsbudget dat gereserveerd was voor de preventie van overgewicht werd door hem fors verlaagd.

Minister Schippers gaat er eveneens vanuit dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen - al dan niet - gezonde leefstijl. In haar recente landelijke beleidsnota 'Gezondheid dichtbij' kiest ze principieel voor leefstijlbeleid dat op zelfbeschikking is gebaseerd. Naast winst maken in de zorg is zelf beslissen over leefstijl haar stokpaard. Gezondheid moet weer iets van de Nederlander zelf worden, aldus de minister. Preventie van leefstijlziektes is ook voor haar partijgenoot Anne Mulder niet in het algemeen belang. Het voorkomen en bestrijden van obesitas, hart- en vaatziekten, diabetes 2 en andere aan overgewichtgerelateerde aandoeningen kost volgens de regering 'klauwen met geld'. Waarom zou de hardwerkende en belasting betalende Nederlander moeten bloeden voor de slechte leefstijl van een ander?, vraagt Mulder zich in het NRC-handelsblad (31-4-2011) af. Daarmee overduidelijk blijk gevend van een 'fout' mensbeeld en een 'beperkte' rationaliteit.

De hedendaagse gedragswetenschappers zijn het er immers al jaren over eens: in hun keuzegedrag handelen mensen nauwelijks doelbewust. Van hun weloverwogen, geplande voornemens wijken ze bij de uitvoering in de werkelijkheid systematisch af. De genotsrijke onmiddellijke behoeftebevrediging wint het maar al te vaak van het verstandige lange termijn doel. Niet door een gebrek aan informatie of kennis, maar door systematische irrationaliteit handelen mensen tegen beter weten en soms ook hun eigen bestwil in. Wat mensen zeggen als 'juist' te beschouwen (normen, richtlijnen, intenties), komt in veel situaties niet overeen met het door hen daadwerkelijk vertoonde gedrag.

Kiezen voor nudgen en sociale marketing
Tot nu toe maakte het bedrijfsleven vooral gebruik van de inzichten uit de gedragseconomie en (sociale) psychologie. Getuige de op kosten jagende verdienmodellen (een lage basisprijs en hoge variabele kosten); het 24/7 verkrijgbaar zijn van junkfood en tabak of de 'ongezonde' producten op ooghoogte in de supermarkt. Het ontwerp van producten, gebouwen, routes, formulieren, enzovoort bevat een eenzijdige voorstructurering van keuzes. Als tegenwicht is het de opdracht van de 'neutrale' overheid om met zachte hand mensen bij het zelfstandig maken van keuzes en inschatten van risico's het gedrag in 'de juiste' richting te sturen. Zeker als mensen bewust zijn van hun eigen gebrek aan wilskracht, niet of slecht geïnformeerd zijn en als er op termijn grote belangen mee gemoeid zijn en de keuzes complex zijn. Bij het op peil houden van een gezond gewicht is dat zonder meer het geval. Ter preventie van erger zijn topdown-duwtjes in de gezonde richting - 'nudges' genoemd - meer dan gerechtvaardigd.

De duwtjes helpen mensen gezond kiezen. De standaardoptie in de school- of bedrijfskantine bijvoorbeeld wordt dan het caloriearme, smakelijke en goed betaalbare aanbod dat voor het grijpen ligt. Ze staan opzettelijk beter in het zicht dan de ongezonde producten. Onopzettelijk maken mensen dan vaker de gezonde keuze. De mogelijkheid om ongezonde producten te kiezen blijft evenwel gewoon bestaan. Je moet er nu alleen meer moeite voor doen. Het voorstructureren van keuzeopties blijkt ook bij de inrichting van de fysieke omgeving goed te werken. Op de grond geplakte vrolijke voetafdrukken - in combinatie met een aantrekkelijk verlicht en aangekleed trappenhuis - leidt tot toename van trapgebruik. Met nudgen help je mensen kiezen wat ze in feite uiteindelijk graag willen: een gezond gewicht bereiken en houden. Een waardevol goed waar je tot op hoge leeftijd plezier aan beleeft.

Seidell en Halberstadt zijn als maatschappelijk betrokken (gezondheid)wetenschappers nauw verbonden met het publiek-private Convenant Gezond Gewicht. In één van hun projecten proberen ze het aantal kinderen met overgewicht terug te dringen. Dit Jongeren Op Gezond Gewicht(JOGG) programma is geïnspireerd door de Franse al twintig jaar succesvolle 'Ensemble, Prévenons l'Obésité De Enfants ( EPODE) aanpak. De kracht van EPODE is dat de hele lokale samenleving een actieve rol speelt. Ouders, winkeliers, scholen, sportclubs, kinderopvangorganisatie, gezondheidsprofessionals, wetenschappers, beleidsmedewerkers en bestuurders werken nauw samen. De principes van de commerciële marketing worden daarbij ingezet om maatschappelijk en individueel gewenste (gezondheids)doelen te bereiken.

Met veilige speelplaatsen, fietspaden, playzones en informele sportlocaties worden de randvoorwaarden voor sportgerelateerde keuzes verruimd. Eet- en drinkgewoontes worden met zachte hand 'genudged'! Abonnementen voor sportscholen en sportverenigingen zijn voor iedereen betaalbaar, in de supermarkt worden gezonde snacks op kinderhoogte geplaatst, het drinken van flesjes water wordt cool. Geen opgeheven vingertje, geen schuldgevoel aanpraten, geen weegschalen of eenzijdige afslankprogramma's. De fun factor staat centraal. Kookles op school. Sportclinics door bekende sporters en/of sportstudenten. Watercoolers in plaats van frisdrankautomaten.

Preventie- en zorgprofessionals werken in de begeleiding op de achtergrond nauw samen. Investeren in ‘samen helpen we overgewicht bij kinderen voorkomen’, heeft in de Franse Epode -dorpen en -steden al een halvering van het aantal jongeren met overgewicht opgeleverd. Investeren in preventie loont overigens volgens een recente studie van Pricewaterhouse Coopers wel degelijk. De landelijke partners van JOGG hebben dat al snel begrepen. Albert Heijn, Albron, Friesland Campina, Nutricia, Unilever en Zilveren Kruis Achmea betalen niet zomaar ieder € 50.000 voor hun partnerschap.

Laten we de komende jaren de JOGG-beweging omarmen. Qua obesitas staan we nu op nummer 20 van de wereldranglijst. Dat kan beter. Het vraagt een omgekeerde olympische inspanning: hoe lager hoe beter. Een top vijftig positie moet zeker lukken!

Leestips
Seidell, J. en J. Halberstadt (2011). Tegenwicht. Feiten en Fabels over overgewicht.
Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker

Adri Broeke (1946) verdient(de) de kost als bollenpeller, bakkersknecht, gymleraar, beroepsopleider, consultant, lector en als onderzoeker. Op 25 maart 2010 is hij gepromoveerd. De titel van zijn proefschrift: ‘Professioneel Sportmanagement Vernieuwen’. Zijn favoriete boek is: ‘De A.F.C.’ers’ van J.B. Schuil.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.