Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Achtergronden
Op zoek naar de kloof tussen arm en rijk in het betaald voetbal

Op zoek naar... de kloof tussen arm en rijk in het betaald voetbal

19 juli 2016

Achtergronden

door: Adri Broeke

Volgens de Amerikaanse filosoof Michael Sandel ondermijnt de ongebreidelde marktwerking de onderlinge solidariteit tussen (groepen) mensen. Op den duur vergroot de markt de kloof tussen arm en rijk. Zo fungeerden sportstadions ooit als openbare ontmoetingsruimten waar directeuren en arbeiders broederlijk naast elkaar zaten te genieten van een enerverende sportwedstrijd. Als het regende werd iedereen even nat. Helaas, door de inrichting van skyboxen hoog boven het speelveld zijn de kapitaalkrachtige bezoekers de afgelopen decennia steeds verder gescheiden van het gewone volk op de tribunes. In de huidige marktsamenleving vindt een zelfde soort 'skyboxificatie' plaats, aldus Sandel. Wij lijken meer en meer te leven in een tijd van toenemende ongelijkheid en waar (bijna) alles voor geld te koop is. Maakt de markt ook in de profsport meer kapot dan ons lief is?

Op de sportmarkt gaat veel economisch gezien net even anders. Een afwijkende economische eigenaardigheid is bijvoorbeeld dat wedstrijdsport per definitie een gezamenlijke productie is. Zonder actieve samenwerking met de concurrent geen serieuze wedstrijd. De sportieve kwaliteit van competities neemt toe naarmate de deelnemers min of meer van gelijke sterkte zijn. Als steeds dezelfde clubs er met de prijzenpot vandoor gaan vergroot dat op den duur de kloof tussen arm en rijk. De 'competitive balance' komt dan in gevaar. Laten we dit alles over aan het vrije spel der economische krachten of willen we er gereguleerd sturing aan geven?

's Werelds bekendste sporteconoom Stefan Szymanski beschouwt pure marktwerking als een zegen voor de voetbalsport

Met de beantwoording van deze vraag heeft 's werelds bekendste sporteconoom Stefan Szymanski geen enkele moeite. In 'Money and Soccer' kiest hij nadrukkelijk voor de werking van de zogenoemde 'invisible hand' (= het prijsmechanisme). Pure marktwerking beschouwt hij als een zegen voor de voetbalsport. Er zijn maar weinig markten zo efficiënt als die van de Europese voetbalcompetities. Vanzelfsprekend met de nodige tabellen en grafieken, maar gelukkig ook met kleine achtergrondverhalen en aansprekende praktijkvoorbeelden, legt de Michigan-professor onderhoudend uit hoe competitie en concurrentie op de voetbalmarkt verrijkend (kunnen)werken.

'Power of advertising'
In essentie fungeert een en ander in de soccernomics net als in de frisdrankindustrie. Coca-Cola en Pepsi hebben daar al jaren de hegemonie. Niet door de lage prijs of de kwaliteit van hun softdrinkproducten maar door de vele miljarden die ze jaarlijks uitgeven aan velerlei reclame-uitingen en advertenties. Het is deze 'power of advertising' die het voor de kleinere firma's ondoenlijk maakt om met deze giganten de concurrentie aan te gaan. Een in honderd jaar zorgvuldig opgebouwde reputatie versla je niet zomaar.

"Enkele grote clubs domineren jaar in jaar uit zowel sportief als commercieel de prijzenpot. De kleine clubs lijden op hun beurt onder een toenemend financieel tekort"

Voor voetbal geldt iets dergelijks. Het aantal kampioenschappen en sterspelers bepalen dan de reputatie. Die clubs die tegen een hoog salaris de beste mensen (spelers, trainers) kunnen aantrekken winnen door de bank genomen de meeste wedstrijden en prijzen. De liberalisering van de spelersmarkt heeft deze ontwikkeling nog eens versterkt. Momenteel doet zich als gevolg hiervan in alle Europese competities hetzelfde economische verschijnsel voor: 'dominance and distress': enkele grote clubs domineren jaar in jaar uit zowel sportief als commercieel de prijzenpot. De kleine clubs lijden op hun beurt onder een toenemend financieel tekort (= distress) en doen vervolgens aan de lucratieve Europese kampioenschappen niet langer mee.

Naar het oordeel van Szymanski stroomt langs deze weg op de voetbalmarkt het geld binnen als water. Eens te meer het bewijs dat er in zijn ogen met vrije marktwerking niet veel mis is. Hoewel. Ondanks de indrukwekkende hoge financiële groeicijfers en de toenemende wereldwijde belangstelling voor de voetbalsport, behalen zelfs de grootste Europese clubs nog altijd niet of nauwelijks winst. Dit in tegenstelling tot de vergelijkbare sportclubs uit de Amerikaanse major leagues op het gebied van honkbal, basketbal, ijshockey en american football. Is er dan toch iets mis met het Europese businessmodel?

Naar een aangepast voetbal businessmodel voor Europa
De Amerikaanse sportleagues kennen geen promotie- en degradatiedynamiek. Een vaststaand aantal clubs speelt om het sportieve kampioenschap tegen elkaar. In commercieel opzicht evenwel zijn de deelnemende clubs zeker geen concurrenten. De gemeenschappelijke inkomsten en kosten worden door het management van de league onder de franchiseclubs keurig onderling verdeeld. Al doende tracht men de kloof tussen arm en rijk niet te groot te maken en de spanning in de competitie tot het laatst toe te bewaren.

"De open voetbalmarkt en het promotie-/degradatiesysteem moet blijven bestaan. Daar zit al meer dan een eeuw de kracht van de uiterst competitieve Europese voetbalmarkt"

Szymanski is er geen voorstander van om - vanwege de winstmaximalisatie - het Europese clubvoetbal geheel naar het Amerikaanse voorbeeld te modelleren. De open voetbalmarkt en het promotie-/degradatiesysteem moet blijven bestaan. Daar zit al meer dan een eeuw de kracht van de uiterst competitieve Europese voetbalmarkt. De fans en supporters van de kleine clubs en landencompetities hechten sowieso meer aan hun club dan aan de overkoepelende competitive balance. Bij de echte voetballiefhebber is er altijd hoop dat zijn/haar club ooit 'could rise to rank alongside the high and mighty'.

Boek 'Voetbalzaken'
De Twentse econoom Tsjalle van der Burg vreest eveneens een te ver doorgevoerde amerikanisering van de Europese voetbaltraditie. In 'Voetbalzaken' maakt hij duidelijk waarom de door zijn beroemde Amerikaanse collega bejubelde marktwerking juist wel beteugeld moet worden. In het bevorderen van de vrije markt is Europa naar zijn mening al ver genoeg doorgeschoten. In sociaal-economisch opzicht is er ook op het gebied van het betaald voetbal een flinke koerswijziging nodig. De overheid c.q. de Europese Unie moet ingrijpen voordat de markt het oorspronkelijke voetbalspel nog verder kapot maakt.

Tot de jaren tachtig van de vorige eeuw hadden de voetbalclubs merendeels een sociaal karakter. De profspelers verdienden niet al te veel en de toegangskaartjes werden goedkoop gehouden. Transfers waren aan strenge regels gebonden. Ook als het spelerscontract afliep kreeg de oude club nog een behoorlijke transfervergoeding. Als toeleveranciers van het voetbaltalent waren de amateurclubs uitermate belangrijk. Het voetbal in Europa was groot geworden dankzij de inzet van vrijwilligers. Het profvoetbal in heel Europa weerspiegelde met lage prijzen en volle stadions een cultuur van saamhorigheid. Daarna stapelden de problemen zich op in het Europese clubvoetbal. Een crisis kon niet uitblijven.

"Zeker de wat grotere clubs verdienen aanzienlijk meer geld dan nodig is voor hun kerntaak om aantrekkelijk voetbal te produceren"

Hooligans. Vandalisme. Teruglopende bezoekersaantallen en voor een groeiend aantal clubs ernstige geldproblemen. Die tijd ligt gelukkig achter ons. We moeten vooruit. Dankzij onder meer aanzienlijke verhogingen van de sponsorbijdragen, de hogere prijzen voor het stadionbezoek en de sterk gestegen inkomsten via de rechten op televisiebeelden is er momenteel in de bedrijfstak sprake van 'economic rent'. Zeker de wat grotere clubs verdienen aanzienlijk meer geld dan nodig is voor hun kerntaak om aantrekkelijk voetbal te produceren. Alle noodzakelijke kosten (administratie, bedrijfsvoering, stadiononderhoud, jeugdopleidingen e.d.) en zelfs de lopende maatschappelijke projecten kunnen daarvan makkelijk betaald worden.

Heffing op uitgaven
Overheidssubsidies zijn voortaan dan ook overbodig. De rollen dienen zo langzamerhand omgedraaid te worden. Er moet een speciale heffing ingevoerd worden op de uitgaven van clubs aan de - vaak absurd hoge - spelerssalarissen. Een progressieve heffing waarvan de opbrengsten door de clubs zelf worden besteed aan maatschappelijk relevante projecten richting voetbalfans, vrijwilligers en wellicht de schoolgaande jeugdsporters.

De (top)spelers worden daardoor iets minder rijk. Door bijvoorbeeld minstens tien procent van de loonmassa te besteden aan de community zullen oude tijden weer wat herleven. Het voetbal wordt daarmee weer meer van iedereen. De aantrekkingskracht van de afzonderlijke club kan verder vergroot worden door de supporters in het bestuur meer zeggenschap te verlenen en de rol van rijke investeerders in de eigendomsstructuur drastisch in te perken. Met dit soort maatregelen hoopt econoom Tsjalle als beleidsadviseur en als fervent voetbalsupporter het voetbal weer wat dichter bij zijn Europese, sociale oorsprong te brengen.

"Op het gebied van voetbal moet Europa nu vooral eens niet terughoudend optreden"

Back to the future
Zo lang het huidige competitiestelsel blijft bestaan, worden de krachtsverschillen op het veld steeds groter. De grote clubs willen dan uiteindelijk in een nieuwe op Amerikaanse leest geschoeide Superliga vaker tegen elkaar uit komen. Het Grote Geld neemt dan de macht over. Puissant rijke clubeigenaren gaan er dan uiteindelijk met de winst vandoor. Tsjalle van den Burg moet er niet aan denken dat dit scenario werkelijkheid wordt. Zijn hoop is gevestigd op de Europese Unie.

Op het gebied van voetbal moet Europa nu vooral eens niet terughoudend optreden. Er dient daarentegen een verbod op betaaltelevisie te komen en de eerder genoemde progressieve sociale heffing op het bedrag aan spelerssalarissen moet zo snel mogelijk ingevoerd worden. Het transfersysteem en de buitenlandregel worden weer net als voor het Bosman-arrest weer strenger gemaakt. Supporters kunnen zich dan weer makkelijker identificeren met hun eigen (regionale) club. Voetbal kan helpen dat landen en regio's hun identiteit kunnen blijven beleven. De principes van de vrije markt en globalisering werken lang niet altijd goed, zeker niet bij het voetbal. Europa moet hoe dan ook de confrontatie aangaan met de rijke voetbalondernemers en de mediamagnaten. Hoe men ook over Europa denkt, het is de enige macht om het voetbal in zijn pure vorm weer bij de mensen terug te brengen. Elke voetballiefhebber - arm of rijk - heeft daar recht op.

Leestips

  • Burg, T. van der (2016). Voetbalzaken. Hoe de markt het spel kapotmaakt. University Press, Amsterdam.
  • Sandel, M.J. (2012). Niet alles is te koop. De morele grenzen van marktwerking. Uitgeverij Ten Have, Utrecht.
  • Szymanski, S. (2015). Money and Football. A soccernomics guide. Nation Books, New York.

Adri Broeke (1946) verdiende de kost als bollenpeller, bakkersknecht, gymleraar, beroepsopleider, consultant, lector en als onderzoeker. Op 25 maart 2010 is hij gepromoveerd. De titel van zijn proefschrift: ‘Professioneel Sportmanagement Vernieuwen’. Zijn favoriete boek is: ‘De A.F.C.’ers’ van J.B. Schuil.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.