16 december 2008
Achtergronden
Het Nederlandse voetbal maakt zich op voor de winterstop. In het seizoen 1973-1974 duurde deze een maand langer dan verwacht. Niet omdat het extra koud was in die maanden, maar omdat er op zondag geen auto’s mochten rijden en de benzine op de bon ging.
In 1973 werd Nederland getroffen door de Oliecrisis vanwege de steun aan Israël in de conflicten met de Arabische wereld. De olieproducerende Arabische landen besloten daarom ons land geen olie meer te leveren – de zogenaamde olieboycot. Hierdoor was het van 4 november 1973 tot en met 6 januari 1974 verboden om op zondag met de auto te rijden. Daarna werd de benzine op de bon gedaan.
De gevolgen voor de voetballers waren groot,
vooral voor de zondagamateurs als ze een uitwedstrijd moesten spelen op grote
afstand van hun woonplaats. Een speciale bus huren was voor een keertje wel
mogelijk, maar vanwege de hoge kosten hield dat snel op. En het openbaar vervoer
was ook in 1973 vaak ontoereikend om het terrein van de tegenstander voor
zonsondergang te bereiken – en dan moesten de spelers daarna ook nog terug naar
huis.
Ook in het profvoetbal waren er grote problemen. Op zondag 11 november 1973 bijvoorbeeld moest Heerenveen in eigen huis een bekerwedstrijd tegen Feyenoord spelen. De Nederlandse Spoorwegen en de Friese busmaatschappij waren hiervoor al dagen bezig om alles goed te regelen. Namens de busmaatschappij FRAM sprak J. Waalkens de voetballiefhebbers toe: “Ik wil de mensen aanraden zo vroeg mogelijk van huis te gaan. Dan krijgen we een zekere spreiding.”
Het was niet nodig, want de KNVB stelde op het laatste moment de wedstrijd uit naar 30 december – ook een zondag. Niet vanwege de benzinetekorten trouwens, maar om de spelers van Ajax en Feyenoord te sparen vanwege de vele blessures. Zowel Heerenveen als de vervoersmaatschappijen waren pislink en eisten een ton aan schadevergoeding.
Het aantal toeschouwers tijdens de autoloze zondagen daalde vanzelfsprekend. “De mensen zullen hun benzine niet meer voor het voetballen beschikbaar willen stellen,” zoals een bestuurder van een voetbalclub zei. De hele competitie dreigde in de war te lopen, en vooral de jeugdelftallen werden hiervan de dupe.
Verlenging winterstop
Uiteindelijk leidde de olieboycot
zelfs tot een langere winterstop dan normaal. Op 21 december 1973 gaf de Friese
Voetbalbond een verklaring vrij: ‘De afdeling Friesland van de KNVB heeft in
verband met de op 7 januari a.s. ingaande benzinedistributie een circulaire naar
de verenigingen doen uitgaan, waarin een aantal verstrekkende maatregelen wordt
aangekondigd, die direct te maken hebben met de olieboycot’.
De lagere klassen van het amateurvoetbal werden daarom tot 1 maart 1974 van het veld gehouden – een winterstop die een maand langer duurde dan normaal. Dat gold zowel voor de zaterdag- als zondagvoetballers. Alleen de hoogste klassen mochten in februari 1974 terugkeren op de velden. In het weekeinde van 2 en 3 maart werd de competitie hervat.
Tot die tijd was het volgens de KNVB een complete chaos. “De hele competitie voor 800.000 amateurspelers loopt in het honderd”, zei een wanhopige J. Wagenaar, algemeen secretaris van de afdeling amateurvoetbal van de KNVB.
In dat geval zou je als club op enig begrip mogen rekenen als er een verzoek werd ingediend of een wedstrijd uitgesteld kon worden vanwege de grote afstand. Maar dat was niet zo. “Jullie fietsen maar,” antwoordde de bond dan bot. “Dat moesten wij vroeger ook. Als jullie niet op tijd op de wedstrijden komen, dan kunnen we boetes opleggen.”
Of dat ook daadwerkelijk is gebeurd, is onbekend.
Kijk voor meer nostalgische ‘sportpolitieke’ berichten op
Sportgeschiedenis.nl:
- Het bloedbad dat voetbal heet
- Ter dood veroordeeld en toch bij Ajax
- In Israël is Bert Kops een man van eer
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.