14 juli 2009
Achtergronden
Waar kies je voor? De ivoren toren of de interactie? De ivoren toren staat voor een besloten beleidsontwikkeling binnen de veilige muren van het gemeentehuis. De interactie staat voor een open dialoog met de sportwereld over de totstandkoming van (onderdelen van) het sportbeleid…
De interactie is per definitie een kwetsbaardere positie dan de veilige toren. Interactieve beleidsontwikkeling is het gebruikmaken van het gezamenlijke stel hersens waarover beleidsambtenaren en de sportwereld beschikken. Daarbij gaat het om zogenoemde co-intelligentie; het benutten van de collectieve intelligentie voor het vinden van oplossingen. De open dialoog in de zin van het ‘samen denken’ is daarvoor een creatieve wijze van beleidsontwikkeling.
Onlangs hebben Kennispraktijk en Van Loon & Werken enkele gemeenten ondersteund bij het organiseren van dialogen tussen die gemeenten en sportgerelateerde organisaties. We lichten er twee gemeenten uit en willen enkele adviezen geven hoe zo’n dialoog handen en voeten kan worden gegeven.
Maastricht: op zoek naar de dialoog met
sportverenigingen
Allereerst de gemeente Maastricht. De gemeenteraad
van Maastricht heeft de ambitie uitgesproken de sportdeelname onder de
Maastrichtse bevolking te verhogen tot het landelijk gemiddelde. Om deze ambitie
waar te kunnen maken wil de gemeente bij het samenstellen van de nieuwe
sportnota intensief overleg voeren met de belangrijkste belanghebbenden,
waaronder sportverenigingen. Omdat, aldus de gemeente, de sportverenigingen de
hoeksteen vormen waarop de georganiseerde sport rust, moeten zij zich in het
sportbeleid kunnen vinden. De gemeente heeft het initiatief genomen om een
zogenoemd structureel ‘Overlegorgaan Sport’ in het leven te roepen. Dit
overlegorgaan moet ertoe bijdragen dat er een optimale aansluiting ontstaat
tussen gemeentelijk sportbeleid en activiteiten die worden georganiseerd door
sportverenigingen. De gemeente benadrukt dat het overlegorgaan in dialoog met
het veld inhoud moet worden gegeven.
Oss wil een integraal accommodatiebeleid
Een tweede
gemeente die onlangs ook de weg van de dialoog heeft gezocht, is Oss. Deze
gemeente wil toewerken naar een integraal accommodatiebeleid. De beleidsafdeling
ging er vooralsnog vanuit dat Oss gemeentebreed voldoende capaciteit heeft om in
de huidige en toekomstige vraag naar sportvoorzieningen te voorzien. De
sportverenigingen in Oss lijken een andere perceptie te hebben over de
beschikbare capaciteit. Regelmatig bereiken de gemeenten signalen over tekorten
aan ‘bespelingcapaciteit’, behoefte aan andere speeloppervlakten en specifieke
accommodaties. Deze behoefte wordt regelmatig kenbaar gemaakt door interventies
in de raad. Het is de gemeente Oss er veel aan gelegen dat de sportverenigingen
met een collectief gedragen visie komen over groei- en krimpsituaties in relatie
tot de eigen capaciteit. Tevens wil ze komen tot een meer structureel overleg
tussen de beleidsbepalers en het veld (uitvoerders van beleid, organisaties die
het beleid ‘ondergaan’).
Wat opvalt bij Maastricht en Oss is dat ze in de wijze waarop ze het beleid/de plannen handen en voeten willen geven uitdrukkelijk en structureel het veld wil betrekken. Maastricht heeft gekozen voor een formeel overlegorgaan en Oss zal waarschijnlijk opteren voor een aantal momenten in het jaar waarop de gemeente en het veld elkaar ontmoeten.
De aanpak
Maastricht wil toe naar een structureel
overlegorgaan sport dat ertoe moet bijdragen dat de gemeente en het veld beter
op elkaar zijn afgestemd. Een belangrijke randvoorwaarde voor het slagen van een
dergelijk overlegorgaan is in ieder geval dat het veld wordt betrokken bij de
contouren van zo’n overlegorgaan. Als procesbegeleiders hebben we er voor
gekozen om door middel van verschillende interactieve werksessies met het veld
deze contouren te bepalen. Hierdoor is een open samenwerking en wisselwerking
tussen de verschillende betrokkenen ontstaan, die ertoe hebben geleid dat
sportverenigingen in coproductie met elkaar zijn gekomen tot het formuleren van
de doelstelling dat ‘Het Overlegorgaan Sport in verschillende fasen in het
beleidsproces wil komen tot afstemming tussen het gemeentelijk sportbeleid en de
wensen, behoeften, kansen en knelpunten die zich voordoen in het veld, om op
basis daarvan te komen tot een kwalitatief hoogwaardig sport- en beweegklimaat,
een laagdrempelig sport- en beweegaanbod in de gemeente Maastricht en een
verhoging van de sportdeelname’.
Kernpunt van het overlegorgaan is een interactieve beleidsontwikkeling; in
verschillende fasen van het beleidsproces bestaat de mogelijkheid dat het veld
wordt betrokken bij het beleid. Die fasen zijn achtereenvolgens:
1. agendavorming
2. beleidsvoorbereiding
3. beleidsbepaling
4. beleidsuitvoering
5. beleidsevaluatie
Dit betekent voor Maastricht dus dat het veld niet pas wordt betrokken op het moment dat het beleid is vastgesteld, maar al tijdens de fase van planvorming is er de mogelijkheid om invloed uit te oefenen. Dit bijvoorbeeld door middel van raadpleging over voornemens, coproductie van plannen en advisering aan de gemeente.
Oss kiest voor een meer informele, niet
geïnstitutionaliseerde wijze van dialoog en overleg.
Een eerste proef werd
genomen bij het meedenken over de totstandkoming van het Integraal Huisvestings
Plan. Daarbij werd het ‘sportdomein’ uitgenodigd om in twee rondes input te
leveren voor het plan. Buitensport- en binnensportverenigingen leverden hun
inhoudelijke aandeel in deze twee rondes. De gemeente koos daarbij welbewust
voor een open dialoog: men wilde zich vooraf niet laten leiden door beperkingen,
conditioneringen, vooringenomen stellingen en opinies. Deze aanpak leidde bij de
buitensport tot enthousiasme en het uitspreken van de behoefte om in de toekomst
op een vergelijkbare wijze bij belangrijke beleidsthema’s betrokken te worden.
De binnensportverenigingen vertoonden een meer terughoudende reactie. Men
onderkende het belang van een collectief gedragen visie, maar aan de andere kant
wees men op de grote diversiteit van de verenigingen waardoor gezamenlijke
standpunten moeilijk te bereiken zouden zijn.
Beide gemeenten hebben er dus voor gekozen om niet eerst een nota/plan op te stellen waarop het veld in de vorm van een inspraakronde kan reageren, maar de plannen zijn in coproductie met het veld tot stand gekomen. Met interactieve werkvormen is input verzameld voor een conceptnotitie die, voordat het College hierover beslist, nog een rondje maakt langs een vertegenwoordiging van de sportverenigingen.
Belangrijke aandachtspunten/adviezen
Uit de wijze waarop
wij als begeleiders het interactieve proces hebben gevoerd willen we enkele
adviezen uit de praktijk geven.
1. Maak zoveel mogelijk gebruik van interactieve werkvormen. Deze interactieve werkvormen zijn belangrijke instrumenten om de dialoog op gang te brengen. Zet deze werkvormen niet alleen in bij het vormgeven van notities en plannen, maar ook bij de wijze waarop de overleggen vorm worden gegeven. De structurele overleggen tussen gemeente en sportverenigingen moet feitelijk zo min mogelijk op traditionele vergaderingen lijken.
2. Zet een onafhankelijk procesbegeleider in. Bij het betrekken van het veld bij de plannen van de gemeente blijkt dat er vaak nog wat oud zeer ligt. Een patroon dat steeds terugkomt is dat de sportverenigingen zich te weinig betrokken voelen bij het opstellen van sportbeleid. Bij de start van een bijeenkomst zijn er dan ook altijd bestuurders die al dan niet terecht eerst terugkijken en dan mee willen denken. Een onafhankelijk procesbegeleider kan in zijn rol aangeven dat hij het proces mede vorm wil geven en zich met de inhoud niet te veel wil bemoeien.
3. Maak duidelijk dat er in dit soort processen geen winnaars of verliezers zijn. Benadruk dat het belangrijk is waarom iemand iets vindt. Een open houding en veilige omgeving zijn twee succesfactoren voor het slagen van de dialogen.
4. Hoewel kan worden gekozen voor een structureel overlegorgaan of voor het eens in de zoveel tijd organiseren van bijeenkomsten tussen de gemeente en sport, uitermate belangrijk is duidelijk te zijn over de status en het proces van deze overleggen. Gaat het om een raadpleging of consultatie? Een toetsing van beleid? Wat wordt er gedaan met de uitkomsten van de dialogen? Wanneer worden belangrijke besluiten genomen? Deze transparantie over de status en het proces is belangrijk omdat op deze wijze geen valse verwachtingen worden gewekt.
5. Als procesbegeleider neem je in principe een neutrale positie in. Om het proces goed te kunnen leiden is het belangrijk goed op de hoogte te zijn van het centrale doel van de overleggen/bijeenkomsten. Op die manier kan worden voorkomen dat het proces ongeleid wordt en te veel verschillende richtingen op gaat. Voorgestructureerde werkboekjes en werkbladen zijn een goede manier om de structuur te bewaken.
6. Doe aan nazorg. Niets is ‘dodelijker’ dan het aangaan van een dialoog zonder dat er een zichtbaar vervolg is. Laat ingenomen standpunten en ingebrachte onderdelen herkenbaar terugkomen in beleidsnotities.
Johan Steenbergen (j.steenbergen@kennispraktijk.nl) is directeur van Kennispraktijk – voor sport, onderwijs en gezondheid. Hij is als adviseur betrokken bij het interactief vormgeven en begeleiden van samenwerkingsverbanden en overleggen.
Cees van Loon (cvloon@veluwe.net)
is eigenaar van Van Loon & Werken. Hij is als adviseur, interim manager en
coach betrokken bij sportbeleidsontwikkeling en doet dat bij voorkeur op
interactieve wijze.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.